maandag 16 juni 2014

Flood Of Red


Flood Of Red
Throw
Superball Music
Volgens de bio hoort de muziek van dit Schotse zestal in geen enkele categorie thuis. De zes muzikanten van Flood Of Red hebben elk op zich een brede muzikale smaak en een verschillende achtergrond. Dat zal er ongetwijfeld mee te maken hebben dat je ze niet zo maar in een vakje kunt stoppen. Nochtans krijg je bij het horen van ‘Part Truth / Part Fiction’ en ‘Lashes’ de indruk dat je hier zit te luisteren naar de Britse tegenhanger van het Amerikaanse  ...And You Will Know Us By The Trail Of Dead. Toegegeven, het blijft achteraf bij dit tweeluik waarop Trail Of Dead zo duidelijk zijn stempel drukt. Dit album is na ‘Leaving Everything Behind’ de tweede langspeler voor Flood Of Red. De groep komt op deze tweede worp verrassend uit de hoek. Melodieuze post rock en naar symfonische rock neigende passages worden doorkruist met stevige bij metal aanleunende gitaarriffs. Soms gaat men zelfs eventjes de psychedelische toer op, zoals in ‘The Treasure (I Have Lost)’ en ‘Hiding Out’ of kiest het sextet voor een moderne folkrock variant in ‘Ye Die, Ye Die’. Ook de zang wisselt constant tussen heldere, soms hoge uithalen en etherische zangpartijen. Die laatste onderschrijven dan weer een meer dromerige en zweverige stemming. In afsluiter ‘White Russian’ slaagt het gezelschap er in om al die muzikale componenten in één compositie te verenigen. Flood Of Red trakteert de muziekliefhebber hier op een stevige brok hedendaagse, sonore en dynamische rock. ‘Throw’ verschijnt op 30 juni.

Screaming Females


Screaming Females
Live At The Hideout
Don Giovanni Records/Sonic Rendezvous
Amerikaans punk en indie rock trio bestaande uit Marissa Paternoster (zang en gitaar), drummer Jarrett Dougherty en op basgitaar Michael Abbate. Na vijf studioplaten is dit hun eerste live album. Voor de opnames van hun meest recente elpee ‘Ugly’ (2012) kon het drietal beroep doen op levende legende Steve Albini die ook de opnames voor deze live registratie, samen met Timothy Powell, voor zijn rekening neemt. Screaming Females brengt zowel oude (‘Foul Mouth’, ‘Baby Jesus’) als actuele nummers  (‘Extinction’, ‘Leave It All Up To Me’). Eigenlijk kozen ze van elk van hun reeds uitgebrachte langspelers één of meerdere songs. De groep geniet trouwens heel wat bekendheid als live act. Het lag dan ook voor de hand dat de release van een live album niet lang meer op zich zou laten wachten. En het is inderdaad eentje die hun live reputatie zonder meer bevestigt. Met Paternoster kan men bogen op een charismatische en energieke frontdame die naast een specifiek stemtimbre ook nog een aardig stukje gitaar kan spelen. Zij krijgt prima ondersteuning van het niet van de wijs te brengen duo Dougherty en Abbate. Ook het songmateriaal is erg sterk en memorabel. Door de vele optredens zijn de liedjes uit hun beginperiode mee geëvolueerd. Het aanbod klinkt dan ook heel hedendaags en wordt met een immense intensiteit van rauwe en brute energie de wereld in geslingerd. Het drietal geeft zichzelf ook de ruimte voor vooral dan gitaarsolo’s en improvisaties, doch zonder te overdrijven. Alleen in sluitstuk ‘Boyfriend’ worden alle remmen los gegooid. Spijtig dat hier het beeld ontbreekt, maar daarvoor bestaat nu eenmaal YouTube. ‘Live At The Hideout’ mag je - zonder daarbij rekening te houden met genre of stijl - nu al beschouwen als één van de beste live albums van 2014.

High Spirits


High Spirits
You Are Here
High Roller Records
Begonnen als een hobbyproject met weinig ambities is High Spirits uitgegroeid tot een sensationele publiekstrekker. De groep komt uit Chicago, maar zit helemaal in de slipstream van de eerste golf N.W.O.B.H.M. Centrale figuur is Chris Black. Die is niet aan zijn proefstuk toe en ook actief in Pharaoh, Dawnbringer en Superchrist. Bij High Spirits slaagt de zanger en multi-instrumentalist er in om met aanstekelijke en pittige hardrock tracks de vlam in de pan te laten slaan. Werd ‘Another Night’ in 2011 goed onthaald dan is het meer dan zeker dat ‘You Are Here’ dezelfde weg zal op gaan en het succes van zijn voorganger nog gaat overtreffen. De negen nummers hebben stuk voor stuk een melodie, refrein en riffs die blijven hangen en je bij je nekvel grijpen. Zinderend, uitbundig en zonder franjes geeft Black het volle pond. Tientallen bands proberen hetzelfde, maar waarom het High Spirits wel lukt en anderen niet blijft voorlopig een mysterie. Misschien komt het door de vintage apparaten, materiaal en uitrusting? Het slotakkoord ‘High Spirits’ is een opgefriste versie van hun tot nu toe meest populaire nummer en handelsmerk. De originele demo versie stamt uit 2009 en klonk nogal amateuristisch (die drummachine). Dus besloot Chris dat een oppoetsbeurt geen kwaad kon. Hij is benieuwd hoe de fans hier gaan op reageren. Voor de rest favorieten te over op dit plaatje. Toch krijgen ‘I Need Your Love’, ‘One Thousand Nights’ en ‘The Last Night’ nog een extra vermelding.

Hardcore Anal Hydrogen

Hardcore Anal Hydrogen
The Talas Of Satan
Apathia Records
Franse groep die al een tijdje actief is en met dit album zijn derde langspeler op de goegemeente los laat. Het woord ‘Tala’ in de titel verwijst naar het basisbegrip voor een ritmische cyclus in zowel de Hindoestaanse als in de Carnatische muziek. De meest gebruikte instrumenten voor het spelen van tala’s zijn de tabla en de pakhavaj. De tabla komt al meteen aan bod in de intro van het openingsfragment ‘Dhamar’. De link met de duivel wordt vrij duidelijk van zodra de krijsende stem van ‘zanger’ Sacha Vanony je trommelvliezen teistert. Het gezelschap brengt een bonte mix van muzikale stijlen. Naast de Oosterse invloeden uit Japan en India krijg je dosissen extreme metal, free jazz, math en grindcore, dub, trance, scratchen, avant-garde, ambient en dat allemaal in een tijdspanne van amper 23 minuten. Soms krijg je er kop nog staart aan. Het is geniaal, tegelijk knotsgek, enerverend en zelfs grappig. Lijkt me redelijk uniek ook al wordt er soms met de vinger gewezen naar Pryapisme, Frank Zappa en Mike Patton. Een bijzondere plaat op alle vlakken, want ook de verpakking springt in het oog.

The Dagger


The Dagger
Century Media
Je kunt er niet omheen dat het death metal verleden van driekwart van de bezetting van The Dagger in (alle) besprekingen zal ter sprake komen. Jeugdsentiment, heimwee naar oude gloriën, helden die doodgaan, de hardrock revival; het zal wel allemaal zijn rol hebben gespeeld waarom gitarist David Blomqvist, bassist Tobias Cristiansson en drummer Fred Estby het roer hebben omgegooid. De enige met een hardrock/heavy metal achtergrond in de bezetting is ex-Sideburn zanger Jani Kataja, tot nader bericht ook nog altijd de huidige frontman van Mangrove. Die kwam er tijdens de audities als beste uit. Na de eerste luisterbeurten zit je al met een paar dilemma’s. Nochtans zijn de nummers van prima kwaliteit, goed ingespeeld, uitstekend gezongen, kristalheldere productie en toch ontbreekt er iets. Zelf kan ik het niet meteen verklaren, maar ik word niet op slag ‘gepakt’ door opener ‘Ahead Of You All’. De vonken schieten er niet vanaf. Het duurt ook even voor ik me kan inleven in het album. Pas bij track drie ‘Ballad Of An Old Man’ raak ik in de stemming en ga mee met de flow. Het is bovendien niet gemakkelijk om een paar favoriete songs naar voor te schuiven. Na rijp beraad valt de keuze op ‘Electric Dawn’, ‘Dogs Of Warning’ en ‘Nocturnal Triumph’. Wat de invloeden betreft zijn er tientallen referenties naar de grote klassiekers uit de hardrock en heavy metal gelederen; te veel om op te noemen. Een leuk tijdverdrijf is ze allemaal te proberen duiden.     

The Dagger


The Dagger

Gesmeed uit staal en vers gewet

Fred Estby heeft een death metal verleden en is het meest bekend van projecten als Carnage, Dismember en Necronaut. Die laatste dateert van 2010 waarbij Fred een uitgelezen bezetting van muzikanten rond zich wist te verzamelen. Het idee van The Dagger dateert van een jaar eerder. Er heerste een echte hardrock revival en het viertal Estby, David Blomqvist (ex-Dismember), Tobias Cristiansson (Grave, ex-Dismember) en Tyrant (ex-Nifelheim) waren er van overtuigd dat bij veel van die nieuwe bands het juiste gevoel en geluid ontbrak. Met hun geesteskind The Dagger, zouden zij eens laten horen hoe klassieke hardrock/heavy metal geworteld in blues rock wél zou moeten klinken. Dat liep iets minder gezwind dan gepland, maar na alle obstakels te hebben opgeruimd verschijnt nu op 30 juni hun debuut. Dat noopte tot een gesprek en wie konden we daarvoor beter vragen dan drummer Fred Estby.
Paul Van de gehuchte

Een lange tocht
Tijdens het schrijven van materiaal voor Necronaut bleef een deel ervan niet geschikt voor dat project. Estby wou dit niet verloren laten gaan en er toch iets mee doen. Hij contacteerde gitarist David Blomqvist en bassist Tobias Cristiansson, twee van zijn vroegere makkers bij Dismember waarvan hij zich herinnerde dat die ook helemaal in de ban waren van klassieke hardrock en heavy metal. De drie begonnen met het componeren van songs. Erik Gustavsson, alias Tyrant was oorspronkelijk het vierde lid, doch hield al vlug de eer aan zichzelf en zocht andere oorden op. Het resterende drietal had al snel genoeg liedjes bij elkaar gesprokkeld om een plaat mee te vullen, maar moest nog op zoek naar een zanger en dat liep niet van een leien dakje. Na een aantal audities vonden ze pas eind 2012 de geknipte man om die rol in te vullen: Jani Kataja, ex-Sideburn en de huidige frontman van Mangrove.

Een dolk als uithangbord
Het vinden van een passende groepsnaam ligt vandaag niet voor de hand. Eerste keus was Dagger, maar toen bleek dat er midden de jaren tachtig al eens een Canadese band was geweest met die naam, besloot men om het zekere voor het onzekere te nemen en er ‘The’ aan toe te voegen. Alles heeft te maken met voorkomen en uitstraling en volgens Fred paste de beeltenis van een dolk zowel bij het stoere imago dat het viertal voor ogen had als bij de oorspronkelijke tijdsgeest van de muzikale stijl die ze brengen.

Hardrock never dies
Zowel Estby als de overige groepsleden zijn opgegroeid met hardrock. Acts als Deep Purple, Rainbow, Scorpions, Wishbone Ash zijn nog altijd hun grote helden. Het was de logica zelve dat het kwartet vroeg of laat zich hierin zou vinden. Ten huize Estby luisterden zijn ouders meer naar muziek van net voor het ontstaan van hardrock, zeg maar The Beatles en The Stones. Ook al hadden ze niet echt voeling met zijn muziekkeuze, ze toonden respect en hadden er begrip voor en dat is volgens Fred een natuurlijke evolutie als generaties elkaar opvolgen. Hij ondervindt het nu aan den lijve. Als hij hoort naar welke muziek zijn kinderen vandaag luisteren is hij even verbijsterd als destijds zijn ouders.    

Kinderen krijgen altijd voorrang
In april 2007 stapte Fred Estby op bij Dismember om meer tijd te kunnen doorbrengen met zijn gezin. Nu de kinderen ouder zijn en hij een vaste baan heeft als geluidstechnicus zijn er meer zekerheden ingebouwd en kan hij zich weer voluit laten gaan als muzikant. Of hij zijn kinderen zou steunen als ze een muziekcarrière nastreven is een vaststaand feit. Zijn oudste zoon treed alvast in zijn voetsporen en is bassist in een jazzcombo. ‘Hij is erg getalenteerd en dan zou het zonde zijn om hem af te raden dit te doen. Als ouder moet je je kinderen genoeg vrijheid en ademruimte geven. Hen zelf laten uitzoeken waar ze goed in zijn en dan komen ze wel op hun pootjes terecht’, aldus nog Fred.

De juiste coversong
Als voorloper op de release van hun debuut bracht The Dagger met ‘Mainline Riders’ een 7 inch uit. Het nummer is een cover van de groep Quartz. Is het de bedoeling dat ze in de toekomst wel meer songs van andere artiesten gaan toevoegen aan hun speellijst? Estby: ‘Ja, we zijn van plan een aantal covers op te nemen die we dan bijvoorbeeld kunnen gebruiken als B-kant voor singles of als aanvulling tijdens concerten. We hebben nog maar één album, dus dat zou wel handig zijn. We dachten in de eerste plaats aan ‘Speed Is Coming’ van Scorpions en misschien een paar nummers van de Michael Schenker Group, maar daarover is nog niets definitief beslist.‘

Facebook en vinyl     
The Dagger zijn officiële website is een Facebook account. Fred geeft toe dat het beter kan en rond de tijd dat het album ‘The Dagger’ verschijnt hoopt hij dat ze zich meer kunnen profileren op het internet via een eigen site en de verschillende sociale media. Naast een cd versie komt er ook een vinyl uitgave. Estby is er altijd van overtuigd geweest dat het bestaan van de cd als geluidsdrager beperkt zou zijn in tijd. Hij had zo zijn bedenkingen bij de formule en het type. Estby: ‘Je hebt nu de heropleving van vinyl waarbij dergelijke exemplaren dikwijls worden gezien als een verzamelobject. Die gaan meestal vergezeld van een cd of code om de nummers digitaal te downloaden. Het voordeel daarvan is dat je altijd en overal naar de muziek kunt luisteren. De betere geluidskwaliteit en de artistieke meerwaarde geeft de elpee zijn bestaansrecht. Als je thuis lekker achterover leunend, luisterend naar de muziek tegelijk kunt genieten van het totale ontwerp: de hoes, de liedjesteksten, foto’s dan is de aantrekkingskracht veel groter dan bij een cd. Of er een gelimiteerde oplage komt met bijvoorbeeld gekleurd vinyl staat nog niet vast. Wel dat ons label Century Media de plaat en cd als één pakket gaat uitbrengen. We zijn trouwens heel gelukkig met onze keuze van platenmaatschappij. En het gevoel is wederzijds, want zij zijn blij dat wij bij hen hebben getekend. Het is en blijft toch altijd een beetje bang afwachten, maar tot nu toe verloopt alles naar wens voor beide partijen.’

Goed om weten
Fred is ooit begonnen als gitarist. Bij Parodi heeft hij nog gitaar gespeeld. Het was op aanraden van Nicke Andersson (Entombed, Hellacopters) dat hij de overstap maakte en begon te drummen. Althans op voorlopige basis tot wanneer ze een (echte) drummer vonden, maar dat gebeurde niet en Fred is drummer gebleven. Hij kijkt onder meer op naar Peter Criss (ex-Kiss). Zijn drumkit is eerder bescheiden en heeft niet veel extra’s. Hij is ook niet de technisch meest geschoolde drummer. Naast de functie van trommelaar heeft hij in zijn loopbaan ook altijd andere taken op zich genomen. Estby: ‘Je kunt de beste drummer hebben, maar daar houdt het niet op. Je hebt ook iemand nodig die de zakelijke kant voor zijn rekening neemt, de groep bij elkaar weet te houden. En daar was ik dan de geknipte persoon voor.’

Naast zijn oude helden probeert Fred de nieuwe trends in de muziekwereld bij te benen. In thuisland Zweden bijvoorbeeld staat er een nieuwe lichting bands klaar om door te breken. Beast en Monolord zijn twee acts om in de gaten houden. Maar het aanbod is zo groot. Ook wat betreft concerten. Gisterenavond is hij samen met zijn vriendin in New York naar een concert geweest van Graveyard en Bombers en hij is er nog altijd ondersteboven van.

Voorlopig woont hij nog altijd in Zweden, maar hij droomt er van om te verhuizen naar New York. Als veelgevraagd geluidstechnicus en producer reist hij voortdurend de wereld rond. Dat brengt hem ook in contact met veel personen van diverse pluimage. Aan anekdotes dus geen gebrek. We vroegen Fred om er eentje uit te pikken. Estby: ‘Deze vind ik wel bijzonder. We waren op tournee met Dismember in Zuid-Amerika en reisden naar Peru waar we zouden optreden in de hoofdstad Lima. Het begon al aan de grens met de douane. Die wilden beslag leggen op alle merchandise. Peru is een heel katholiek land en men zag ons daar liever gaan dan komen. Maar ze konden ons de toegang niet weigeren, want we hadden alle nodige documenten, paspoorten en visa. Ze vonden onze cd’s, elpees en T-shirts obsceen en dergelijk schunnig materiaal mocht niet geïmporteerd worden. Toen we vertelden dat we het niet gingen verkopen, maar uitdelen aan de fans tijdens het concert was het plots wel oké. Het over en weer gepalaver nam meer dan twee uur in beslag en uiteindelijk lieten ze ons passeren. Aangekomen bij de zaal waar het optreden zou plaatsvinden begon hetzelfde spelletje van voor af aan, deze keer met de politie. Als reden om het concert niet te laten doorgaan gaven ze aan dat onze muziek, outfit en looks zou aanzetten tot geweld. Het was een heel gedoe om toch de toelating te krijgen. Na overleg met de organisator en de mensen van onze entourage bonden ze in. Op het moment zelf heb je zin om aan alles de brui te geven, maar eenmaal alles uitgeklaard blijkt dat net de impuls te zijn om het volle pond te geven. Onze show die avond was één van onze beste ooit. Het voelde aan als een soort van zegetocht. Het was de eerste keer dat we in Lima speelden en dan sta je voor een bomvolle zaal met mensen die speciaal voor jou komen. Als je het podium dan opstapt dan geeft dat een onbeschrijfelijk gevoel, dan weet je dat niemand je nog kan stoppen en je gewonnen spel hebt.’

Sportieve jongen
Naast zijn werk en muziek is Fred iemand die graag sport. Zijn voorkeur gaat uit naar thaiboksen en gewichtheffen. Die geven hem ook het meest genoegdoening. Hard en veel trainen is voor hem een manier om zich uit te leven en de ophoping aan adrenaline en energie te kanaliseren. Thaiboksen eist erg veel training alvorens men in competitie kan uitkomen en deelnemen aan wedstrijden. Ook het risico op kwetsuren is hoog. De meesten, waaronder Estby, beoefenen deze sport dan ook zuiver recreatief. Zelf bleef hij tot nu gespaard van blessures. Een neusbreuk is tot nu het ergste wat een paar van Fred zijn kameraden hebben moeten incasseren.

Something is rotten in the state of Sweden
Naar de buitenwereld toe spreekt iedereen vol lof over het ‘Scandinavisch model’. Landen als Noorwegen, Denemarken en Zweden zijn rijk en welvarend, hebben goede sociale voorzieningen, houden rekening met het milieu, ontwikkelen alternatieve energiebronnen, enzovoort. Sinds de uitbreiding van de Europese Unie met een aantal Oost-Europese landen en de bankencrisis komt dit ‘model’ echter onder druk te staan. Estby: ‘In Zweden is de sociaaldemocratische partij lang aan de macht geweest, maar sinds 2006 is er een centrum-rechtse coalitie aan het bewind. Voor wie meedraait in het systeem van wonen-werken valt alles nog best mee, maar voor creatieve geesten die buiten de lijntjes willen kleuren zijn de mogelijkheden beperkt, tenzij je kapitaalkrachtig genoeg bent. Bij de banken geld lenen is heel moeilijk geworden, tenzij je kunt aantonen dat je over voldoende middelen beschikt om je lening af te betalen. Als je het mij vraagt toch een rare gedachtegang. En dan is er nog de komst van grote aantallen mensen uit Roemenië. Ze komen hier in de straten bedelen. In hun eigen land is er geen werk, noch een sociaal vangnet, dus zoeken ze hun geluk elders. Er is nu een groot debat omtrent deze problematiek. Journalisten zijn nu te weten gekomen dat een tijdje geleden al, de Zweedse regering gesprekken heeft gehad met de Roemeense overheid, maar na zes maanden onderhandelen zijn die afgesprongen. Ook zou Roemenië, als lid van de Europese Unie, miljoenen euro’s als steun hebben ontvangen om de problemen in hun land aan te pakken. Dat is niet gebeurt en blijkbaar vraagt niemand zich af waar al dat geld is gebleven. Aan dergelijke toestanden moet dringend iets gedaan worden. De gedachte van vrij verkeer van goederen en mensen is op zich niet slecht, maar dan moet je er wel over waken dat elke lidstaat dezelfde lonen uitbetaalt voor eenzelfde werk, er voldoende middelen zijn voor gezondheidszorg en sociale voorzieningen. Nu is de ongelijkheid veel te groot. Ik vrees er ook voor dat de Europese verkiezingen van 25 mei een maat voor niks zijn en alles bij het oude zal blijven.’

Een stoeierig slot
Laten we eindigen op een frivole toon. Als we er van uitgaan dat je vriendin in New York er mee instemt; wie is je favoriete onenightstand? Estby: ‘Daar hoef ik zelfs niet over na te denken: Joan Jett. Als tiener was ze één van mijn grote liefdes. Dat ze nu de kaap van de vijftig al ruim gepasseerd is maakt niet uit.’

Arch Enemy


Arch Enemy
War Eternal
Century Media
De lancering van de prima titelsong als single gaf al een indicatie, maar wie toch nog schrik had dat er met de komst van gitarist Nick Cordle en zangeres Alissa White-Gluz veel zou veranderen aan het groepsgeluid van Arch Enemy mag op zijn twee oren slapen. Op hun negende studio album gaat het gezelschap er als vanouds hard en melodieus tegenaan. Angela Gossow doen vergeten is wat te hoog gegrepen, maar White-Gluz kwijt zich voorbeeldig van haar taak en geeft zowel lyrisch als vocaal een paar nieuwe impulsen. Snarenplukker Cordle lijkt de geknipte man om naast die andere stergitarist Michael Amott te schitteren en de pannen van het dak te spelen. En laten we ook niet het beestig sterke en solide duo bassist Sharlee d’Angelo en drummer Daniel Erlandsson vergeten. Een aantal songs vallen meteen op, meer nog springen uit de band. Dat is het geval met het symfonisch getinte ‘You Will Know My Name’, het voor een Tim Burton soundtrack geschikte ‘Time Is Black’, ‘On And On’ en het sublieme ‘Avalanche’. Stuk voor stuk complexe en prachtige composities. Benieuwd hoe die live gaan klinken. Meer bedenkingen hebben we bij ‘No More Regrets’ en het chaotische ‘Down To Nothing’. ‘As The Pages Burn’ en ‘Stolen Life’ zijn dan weer typische Arch Enemy tracks. Naast de intro staan er nog twee instrumentale stukjes op ‘War Eternal’. Het eerste ‘Graveyard Of Dreams’ zorgt net halverwege voor een mooi rustpunt. Anders gesteld is het met ‘Not Long For This World’ waarmee ‘War Eternal’ eindigt. Dit zorgt naar mijn gevoel voor een fameuze anticlimax. Bij het tot stand komen van het nummer waren de creatieve stimuli blijkbaar opgesoupeerd. Begon men met een ‘Prelude in F minor’ dan is ‘Not Long For This World’ toch wel een einde in mineur.

Arch Enemy


Arch Enemy
 
De visie van een selfmade man: de wedergeboorte van Arch Enemy

Het grote nieuws midden maart kwam uit het kamp van Arch Enemy. Zangeres en boegbeeld Angela Gossow zette met onmiddellijke ingang een punt achter haar zangcarrière. Een vervangster werd stante pede gevonden in de persoon van de Canadese frontdame van The Agonist, Alissa White-Gluz. Over het hoe en waarom en het nieuwe album ‘War Eternal’ hadden we een gesprek met gitarist Michael Amott en het nieuwe boegbeeld Alissa White-Gluz.
Paul Van de gehucht

Het voornaamste gespreksthema binnen het Arch Enemy huishouden in 2013 was dat Angela Gossow met het idee speelde om te stoppen als zangeres van Arch Enemy. Hoe heeft men dit verwerkt?

Michael: ‘Het is geen beslissing die je zo maar neemt. Angela heeft alles goed doordacht en afgewogen. Binnen de groep is er veel over gepraat en gediscussieerd. We wisten dat het er zat aan te komen. Het vuur en enthousiasme was aan het afnemen. De druk om het intensieve toeren te combineren met een gezin en haar taak als zaakvoerder van zowel Arch Enemy als Spiritual Beggars begon te wegen. Het nieuws kwam voor ons niet onverwacht. En toch word je ineens geconfronteerd met dit feit. Het betekende wel een keerpunt voor Arch Enemy als band en voor alle mensen die nauw betrokken zijn bij Arch Enemy. Welke richting moeten we inslaan? We stonden op het punt om aan een nieuwe plaat te beginnen en ja daar zaten we dan plots zonder zangeres. Het onvermijdelijke diende zich aan. Stoppen we met Arch Enemy of gaan we door? En zo ja dan moeten we op zoek naar een ‘nieuwe stem’. We kozen voor dat laatste. Als ik nu terug kijk op 2013 dan zaten we op een soort van rollercoaster. Het was alleszins een interessant jaar voor ons.’

Dat Alissa White-Gluz van de Canadese formatie The Agonist dadelijk in beeld kwam is eigenlijk geen verrassing. Angela en Alissa waren al jaren vriendinnen en het was Angela die Michael tipte om met Alissa contact op te nemen. Hoe verliep de eerste kennismaking?

Michael: ‘Het moment dat Angela verkondigde ‘ik stop ermee’ zei ze in één adem ‘maar ik wil dat jullie doorgaan met Arch Enemy. Ik hou zielsveel van dit project. Mijn leven als zangeres stopt, maar ik blijf wel fulltime de job van manager uitoefenen. Ik stel voor dat je contact opneemt met mijn Canadese vriendin Alissa White-Gluz. Ik ben overtuigt dat zij de geknipte persoonlijkheid is om Arch Enemy nieuwe impulsen te geven en de groep een doorstart te laten maken.’ We namen haar raad ter harte. Eerst luisterden we naar de platen die Alissa al op haar conto had staan. We analyseerden, discussieerden, pleegden overleg en kwamen tot het besluit dat hier een mogelijkheid lag. Alissa beschikt over een bijzondere stem en dat sprak ons aan. Ik werd er zelfs een beetje verliefd op (lacht). Die stem in combinatie met mijn muziek kon uitgroeien tot iets bijzonders. Zij was dus echt wel in beeld vanaf dag één. Toen de eerste contacten dan werden gelegd was ik meteen aangenaam verrast dat Alissa zelf voorstelde om voor enkele weken naar Zweden af te zakken en samen aan de slag te gaan. Zo gebeurde en we begonnen met het schrijven van nieuwe nummers, repeteerden met ouder materiaal, maakten opnames. Het was heel intensief werken. Het was ook een soort van aftasten. Vinden we elkaar, hoe ervaart ze zelf haar rol, het geven en nemen, hoe ontvankelijk is ze… allemaal zaken die toch belangrijk zijn. Ik gaf haar ook een instrumentaal nummer en vroeg Alissa om er een tekst voor te schrijven. Zou dit dan nog een Arch Enemy song zijn of toch meer iets voor haar vroegere band? Ook het instuderen van oudere Arch Enemy liedjes was belangrijk. In twee weken tijd had ze een twintigtal songs uit ons repertoire onder de knie. Haar ‘Nemesis’, ‘Bloodstained Cross’, ‘We Will Rise’, ‘My Apocalypse’ horen zingen, haar timing, gevoel, kracht en precisie… deze smetteloze uitvoeringen deed het zelfvertrouwen groeien en sterkte het geloof dat Arch Enemy nog een toekomst had. Onze eerste demo telde vier of vijf nummers en die opnemen was een heel speciale belevenis. We hadden iets in handen nu en daar kunnen we verder op bouwen.’

Hadden ze al nieuwe songs klaar voor de komst van Alissa en konden ze dat materiaal nog gebruiken? Voor hun laatste studio album ‘Khaos Legions’ schreef Angela nog alle teksten. Wie zou nu het heft in handen nemen?

Michael: ‘Muzikaal en instrumentaal hadden we al een aantal nummers uitgewerkt, maar het vocale aspect en de teksten ontbraken nog. Laat ons zeggen dat we aan veertig procent zaten.’
Alissa: ‘Bij The Agonist schreef ik ook al de teksten. Als nieuwkomer in een groep ligt het niet voor de hand dat je meteen bepaalde zaken voor jezelf gaat opeisen. Voor wat ‘War Eternal’ betreft heb ik voor de helft van de liedjes de teksten en de vocale arrangementen alleen geschreven.’

Alissa ging er vanuit dat ze haar functie als zangeres bij The Agonist zou kunnen combineren met haar rol als frontdame bij Arch Enemy, maar haar bandmaten bij The Agonist beslisten daar anders over.

Alissa: ‘Wel ik was het al gewend om in twee groepen actief te zijn. Met Kamelot heb ik de laatste jaren intensief getoerd, laatst nog was ik mee als gastzangeres tijdens hun Silverthorn wereldtournee en dat viel perfect te combineren met mijn rol in The Agonist. Dat zou dus in geen geval een obstakel geweest zijn. Vroeger heb ik jarenlang werk en studie gecombineerd. Dus een groot deel van mijn leven bestond toen al uit het samenbundelen en verdelen van verschillende activiteiten. Mijn intentie was om door te gaan met The Agonist en ook mijn samenwerking met Kamelot verder te zetten. Maar daar hebben anderen anders over beslist. Ik heb zelfs geen enkel contact meer met de groepsleden van The Agonist. Dat hoofdstuk is voor mij afgesloten.’

Bij The Agonist wisselde Alissa death grunts af met gewoon gezongen fragmenten. Bij Arch Enemy staan death growls centraal. Hoe verliep de aanpassing? En is het nu fysiek zwaarder en qua techniek moeilijker of juist niet?

Alissa: ‘Ik weet niet of het bij Arch Enemy ook mogelijk wordt om de techniek die ik gebruikte bij The Agonist in te passen. Ik zou het persoonlijk zeker niet uitsluiten. Ik heb moeten zoeken naar de juiste vorm en benader het vocale aspect op een andere manier. Je moet het één tegen het ander afwegen en bij Arch Enemy wordt de melodieuze component plus de vele riffs en hooks ingevuld door de andere instrumenten. Een belangrijke rol daarin is weggelegd voor de gitaren. Dus voelde ik niet de behoefte om gewone zangpartijen toe te voegen aan het geheel. Het zou ook de balans verstoren tussen het brutale van de zang en de harmonie van het gitaarspel. Meestal gebeurt in andere bands net het tegenovergestelde en de wijze waarop wij het brengen beklemtoont juist het unieke aan Arch Enemy. In de toekomst valt te overwegen of een andere zangstijl wenselijk is. Ik heb een paar korte stukjes gewoon gezongen, zelfs mijn rap techniek aangewend voor ‘War Eternal’, maar in hoofdzaak respecteer ik en blijf ik trouw aan de huisstijl die Arch Enemy eigen is en hou het overwegend bij ‘grommen’. De songs op zich eisen geen grotere vocale inspanning en ze vormen niet zo een grote uitdaging noch technisch, noch fysiek. De omgeving is dat wel. Ik speel nu in een hogere categorie. In mijn oude band deelde ik de lakens uit en droeg ik het gewicht. Nu maak ik deel uit van een groep die al een status heeft verworven en naam en faam heeft in het metal circuit. Als ik het vanuit mijn rol als zangeres bekijk heb ik nu meer ademruimte, het gaat er minder chaotisch aan toe, er zijn minder tekstlijnen te leren, zuiver technisch bekeken is er niet zoveel diversiteit. Bij de eerste sessies werd ik me pas bewust van de sterkte en de intensiteit van de Arch Enemy songcatalogus en ook qua zangtechniek hoe groot het verschil wel is tussen Angela en mezelf. Dus het vroeg toch wel enige aanpassing van mijn kant.’

Het is onvermijdelijk dat het publiek vergelijkingen gaat maken tussen je zangcapaciteiten van jou en Angela. Is dat iets dat je bezig houdt, iets waar je je zorgen om baart?

Alissa: ‘Er werden vroeger al tussen ons vergelijkingen gemaakt. Het aantal zangeressen dat actief is in het genre is eerder beperkt. Het zijn er slechts een handvol en dan is het niet zo verwonderlijk dat dit gebeurt. Ik ben altijd een grote fan geweest van Angela, dus ik beschouw het als een compliment dat het publiek onze manier van zingen aan elkaar gaat toetsen en associëren. Nee, ik maak me daar helemaal geen zorgen over (lacht).’    
   
Een beetje in de schaduw van alle heisa rond de komst van Alissa White-Gluz is het definitief inlijven van gitarist Nick Cordle als vervanger voor Christopher Amott, de broer van Michael.

Michael: ‘Wel, omstandigheden kunnen veranderen en dan word je soms genoodzaakt om beslissingen te nemen. Mijn broer is niet zolang geleden getrouwd. Zijn vrouw is een Amerikaanse en ze zijn in de VS gaan wonen. Hij heeft ook een eigen project lopen waar hij zich meer op wil focussen. Zoals je misschien wel weet is hij vroeger al een paar keer in en uit de groep gestapt. Zijn vertrek nu kwam dus niet echt als een verrassing. Ik had me er eigenlijk al op voorbereid. Ik was al een tijdje andere gitaristen aan het volgen en observeren. Elke keer als ik een gitarist aan het werk zag waarvan ik dacht dat die in aanmerking kon komen om in Arch Enemy te spelen nam ik wat notities. De eerste naam op mijn lijstje was van iemand waarmee ik enkele jaren geleden op rondreis ben geweest in Amerika. Hij speelde toen bij Arsis. Het viel me op dat het gitaarspel bij Arsis van een hoger niveau was dan wat je zou verwachten bij een doorsnee metal band. Ik zat backstage te luisteren en vroeg me af wie die gitarist wel was. Ik ben toen naar de rest van hun optreden gaan kijken en zag daar op het podium in Nick een jongere versie van mijn broer Christopher staan met wuivend lang haar, ‘shredding his guitar’. Tijdens de rest van de toer heb ik veel met hem gepraat en kwam tot de constatering dat hij heel ernstig en toegewijd overkwam, een beetje een gekwelde persoonlijkheid die naast zijn functie van gitarist als groepslid van Arsis nauw betrokken was bij alles wat zich rond de groep afspeelde. Hij is een uitstekende gitarist en hij had de juiste looks. Op het moment dat Chris besloot om de groep te verlaten was Nick de eerste die in aanmerking kwam om hem te vervangen. Zijn vuurdoop kreeg hij in het laatste jaar van de ‘Khaos Legions’ tournee. En excuseer voor het taalgebruik, maar ‘we had a fucking blast’ (lacht)’. We hadden het echt naar onze zin en zo is, naast onze werkrelatie als gitaristen ook onze vriendschap gegroeid. Ik vind dat dit duidelijk te horen is op het nieuwe album. De vreugde en het plezier waarmee we de gitaarpartijen hebben ingespeeld spat uit de boxen. Naast de vele riffs klinkt het zo gedreven, melodieus en diepgaand. Het is één grote voorwaartse beweging.’

En hoe ziet een dag in de week eruit als Arch Enemy niet aan de orde van de dag is? Is het dan tijd voor iets anders? Gaat men zich ontspannen, lekker relaxen?

Michael: ‘Echt waar, bij mij gaat er geen dag voorbij dat ik niet met muziek bezig ben. Arch Enemy is niet alleen de groep waarin ik gitaar speel, het is ook mijn werk. Het is een bedrijf dat over alle rechten beschikt en eigenaar is van de Arch Enemy liedjes catalogus en alles wat ooit is opgenomen. Sinds 2008 beheren we onze zaken zelf. Daarbij horen ook het publiceren, de merchandising. Dat is vooral het terrein van Angela. Haar grootste voldoening is om onder alle omstandigheden het onderste uit de kan te kunnen halen voor Arch Enemy. Ik werk voor alles wat de zakelijke kant betreft heel nauw samen met Angela. Dit deel van het takenpakket is niet iets waar ik geestdriftig over ga doen, doch het moet gedaan worden. Ik ben passioneel en vurig als het over Arch Enemy gaat als concept. Ik probeer zo goed mogelijk de belangen van Arch Enemy te beschermen en te verdedigen. Om terug te keren naar je vraag (lacht), ik ben een eigenlijk een saaie piet. Ik heb geen hobby’s, het is allemaal muziek wat de klok slaat. Als tiener was muziek en gitaar spelen mijn hobby. Later werd het mijn beroep. Vandaag is het alles in één: mijn tijdverdrijf, mijn werk en mijn hartstocht. Ik heb geen dagindeling of schema zoals iemand die naar zijn werk gaat. Om een voorbeeld te geven; ik sta op, na het ontbijt neem ik mijn e-mails door, speel dan een beetje gitaar, dan volgt er een bespreking of heb ik een afspraak, ’s avonds speel ik dan nog wat gitaar. Niets is vast omlijnd, het loopt allemaal een beetje door elkaar. Mijn leven wordt gedomineerd door muziek. Als ik werk is de intensiteit enorm groot. Alles moet dan wijken voor Arch Enemy. Soms kan dit ook voor mij wat te veel worden en dan ben ik echt aan vakantie toe. Als ik de kans krijg dan knijp ik er tussenuit voor een week of twee. Dan gaat de stekker eruit. Geen telefoons, laptop, e-mail of wat dan ook.’

Zijn jullie verzamelaars, hebben jullie last van koopwoede? Ik veronderstel Michael dat jij een uitgebreide collectie gitaren bezit…

Michael: ‘Vroeger kocht ik veel elpees en cd’s. Ik had echt wel een grote collectie, maar een paar jaar geleden ben ik ermee gestopt. Wat precies de aanleiding was weet ik eigenlijk niet. De laatste twaalf jaar heb ik veel gereisd. Ik was bijna nooit thuis en ik begon me af te vragen, waarom dingen kopen die de stapel alleen maar groter maakt, maar waar voor de rest niet naar wordt omgekeken, laat staan naar wordt geluisterd. Ik ben overal ter wereld geweest en dat zet je toch aan het denken over de waarde en het bezitten van materiële dingen en of je daar echt nood aan hebt. Als je aan een mooi strand zit te genieten van een adembenemende zonsondergang dan ga je zulke zaken in vraag stellen. De waardering voor dergelijke momenten is met het passeren van de jaren toegenomen. Gitaren heb ik ook in grote aantallen. Ongeveer een vijftigtal. Dat zijn er te veel en ik ga er een aantal verkopen. Idem wat betreft toebehoren en apparatuur. De gitarist en het jongetje in me maakt dat ik me nog altijd een beetje wild en uitgelaten voel wanneer het gaat over gitaren en de daarbij behorende uitrusting. De repetities zijn bezig en dan zoek je al je spullen die je nodig gaat hebben bij elkaar. Daar zitten wat nieuwe speeltjes bij. De nieuwe tournee zit er aan te komen. De opzet ervan, de showelementen alles wat er mee te maken heeft doet de spanning stijgen en mijn hart wat sneller slaan.’
Alissa: ‘Ik zou graag zielen van mensen verzamelen (lacht). Nee, ik ben helemaal niet geïnteresseerd in het bezit van dingen. Ik hoef niets eigenlijk. Ik hecht geen belang aan het materiële. Ik heb een hekel aan winkelen, het verwerven, ik doe geen onnodige uitgaven. Het enige wat ik ‘verzamel’, zijn leuke en positieve ervaringen. Vriendschap, genegenheid, een uitzonderlijke gebeurtenis. Dat zijn wedervaren die je niet kan kopen in een warenhuis of winkel. Je koestert dat in je hart of als herinnering en je kunt het altijd en overal mee naartoe nemen. Het fysiek bijhouden is dus helemaal niet aan mij besteed. Ik vind positieve interactie veel waardevoller. Ik hecht ook weinig belang aan kleding. Bijvoorbeeld de meeste kledij die ik draag voor een fotoshoot of op het podium is ‘gemaakt’ door mijn vriend. Hij verknipt oude kleren en maakt er zo iets nieuws van. Ik mag ook creaties lenen van jonge, lokale designers uit Montreal waarmee ik goede contacten heb. Zo kunnen zij zich beter profileren, een groter publiek bereiken en heb ik genoeg outfits om op te treden (lacht). Ik waardeer wel de artistieke uitstraling die mode kan hebben, maar dat hoeft geen reden te zijn om trends te volgen of je klerenkast vol te hangen. Het voornaamste voor mij is dat ik me goed in mijn vel voel met wat ik draag en het liefst zijn dat dan eenvoudige dingen.’

Iedereen heeft zo zijn eigenaardigheden. Op welke van je persoonlijke eigenschappen ben je fier en wat is je niet zo fraaie kant?

Alissa: ‘Eén van mijn zwakke punten is allicht mijn besluiteloosheid. Ik kan moeilijk beslissingen nemen, knopen doorhakken. Mijn sterkste eigenschap vind ik is mijn werk ethiek. Ik doe altijd mijn best. Al vanaf mijn schooltijd leverde ik inspanningen om het hoogst mogelijke te bereiken. Ik ben een doorzetter. In mijn vrije tijd en de vakanties werkte ik ook als vrijwilliger of kluste bij. Ik ben graag bezig. Ik geniet van werken.’
Michael: ‘Net als Alissa ben ik een doordouwer. Ik geef nooit op. Ik kan heel geduldig zijn, maar het doel dat ik voor ogen heb wordt hoe dan ook verwezenlijkt. Ik ben altijd gefocust, al sinds mijn veertiende. Ik wou een metal band en een vorm van extreme muziek brengen die iedereen van de sokken zou blazen. Wat ook gebeurde. Ik heb altijd dat doel voor ogen gehouden. Ik ben zeer vastberaden. Ik sluit nooit compromissen, voor niets en niemand. Wat het ook kost, ik blijf trouw aan mijn idealen. Er was een tijd dat ik zwarte sneeuw heb gezien. Ik heb ellende en armoede meegemaakt. Opgroeien met de volharding om gitarist worden in een metal band geeft niet meteen uitzicht op veel geld verdienen. Ik geloof in hard werken. Ik heb mijn droom waar gemaakt. Ik ben een selfmade man. Al wat ik tot nu toe heb bereikt heb ik aan mezelf te danken.’

Daar hebben jij en Alissa iets gemeen: jullie houden allebei van werken…

Michael: ‘Meestal beschouw ik wat ik doe niet als ‘werk’. Ik zou niet weten wat ik zou aanvangen als ik dit niet had. Oké, deze interviews, de promotie, bezig zijn op sociale media vallen misschien in de categorie werk. Ik heb ook niet zoiets als vrije tijd. Arch Enemy is mijn bedrijf. Voor mensen die een zaak runnen is ‘vrije tijd’ een onbekend concept. Voor een werknemer ligt het anders. Als die zijn taak er op zit dan heeft hij gedaan met werken. Hij heeft dan tijd voor zichzelf en kan dan iets leuks doen. In mijn geval ligt het anders. Wat ik doe is wat ik altijd al heb willen doen. Ik doe het zielsgraag en dat zal nooit veranderen.’           

Yodok III


Yodok III
Yodok III
Tonefloat Records/ New Wave Of Jazz
Dirk Serries staat bekend om zijn productiviteit. Hij is een muzikant die constant evolueert en ‘in beweging’ is. Zijn muzikale zoektocht wordt niet alleen gekenmerkt door solo projecten, maar Dirk werkt ook regelmatig samen met andere muzikanten. Zijn jongste onderneming noemt Yodok III en daarop gaat Serries in zee met twee Noorse muzikanten: drummer Tomas Järmyr en tubaspeler Kristoffer Lo. Die laatste twee vormen al langer een eenheid en brachten in 2013 ‘Yodok I’ en ‘Yodok II’ uit. Op een bepaalde manier ligt ‘Yodok III’ in het verlengde – het concept van improvisatie en experimenteren blijft overeind - maar klinkt door de komst van Dirk Serries als derde partij toch totaal verschillend. De muziek omschrijven valt moeilijk omdat vele facetten aan bod komen. Naast ambient en drone infiltreren in de muziek andere componenten gaande van (free)jazz en rock tot klassieke muziek. Op de twee plaatkanten staat telkens één compositie met een speelduur van ruim twintig minuten. Kant A begint heel rustig met dromerige gitaarklanken. Naarmate de tijd vordert druppelen voorzichtige drumpatronen in het gehoorveld. Tubaspeler Kristoffer Lo maakt op zijn beurt gebruik van drones en loops die dienst doen als bindmiddel en tegelijkertijd het ambient effect versterken. De drumroffels van Tomas Järmyr worden alsmaar heftiger met naar het einde toe een imposante en overweldigende climax als bekroning. Het geheel wordt op een heel natuurlijk aanvoelende wijze afgesloten met een langzaam in geluidsvolume afnemend drone fragment. Kant B heeft een andere structuur. De toon is meer klagerig tot treurig. In de tweede helft gaat het volume van de drumpatronen de hoogte, de impact is minder doordringend dan op kant A, doch de stemming ondergaat een gedaanteverwisseling en verandert in gejaagd en onrustig tot grimmig. Met dit album is de al ruime muziekcatalogus van Serries nog een erg gesmaakt werkstuk rijker. ‘Yodok III’ verschijnt op een door Tonefloat in het leven geroepen sub label waarbij de nadruk ligt op free jazz in velerlei vormen.   

The Void Of Expansion


The Void Of Expansion
Ashes And Blues
Tonefloat Records//New Wave Of Jazz
Reeds in februari werd tijdens een korte concertreeks ‘Ashes And Blues’ van The Void Of Expansion live aan een select publiek voorgesteld. The Void Of Expansion is een soort van spin-off van Yodok III met Dirk Serries en Tomas Järmyr, maar zonder tubaspeler Kristoffer Lo. Het tweetal verkent zijn muzikale grenzen en creëert een eigen biotoop, een eigen universum. Onder de noemer free jazz gaat een combinatie aan stijlen schuil: shoegaze, post rock, noise en ambient verschijnen in verschillende gedaantes aan de horizon. Kent ‘Paradox’ nog een klassieke opbouw, beginnend met een zachte intro waarna het volume toeneemt en de muziek intenser wordt dan staat daar tegenover ‘Damper’ dat een heel grillige structuur kent. Een compositie die de luisteraar naar zich toetrekt en opslorpt. Een sterk staaltje van improvisatie en muzikale vista waarbij de twee muzikanten alles uit de kast halen en waarin zowel vormen van explosiviteit en sereniteit een hoofdrol spelen. ‘Consecretion’ ligt in het verlengde van ‘Paradox’. Ook hier werkt het duo zich naar een hoogtepunt toe via in intensiteit toenemende geluidserupties. Die kennen plots een abrupt einde waarna de muziek tijdens de laatste drie minuten langzaamaan wegsterft en verdampt in de stratosfeer. ‘Ashes And Blues’ is een album dat een nieuwe dimensie toevoegt  aan de interactie tussen Järmyr en Serries hun respectievelijke instrumenten, drums en elektrische gitaar. Bij elke luisterbeurt ontdek je nieuwe schakeringen en subtiele facetten die een ander licht werpen op elk van de drie tracks. Net als ‘Yodok III’ verschijnt ‘Ashes And Blues’ in een gelimiteerde oplage van slecht 240 exemplaren. Er snel bijzijn is dus de boodschap.

Collapse Under The Empire


Collapse Under The Empire
Sacrifice & Isolation
Finaltune Records
Het eerste deel van dit conceptuele tweeluik was ‘Shoulders & Giants’ en verscheen in 2011. Voor het duo Chris Burda en Martin Grimm klaar waren met de tweede aflevering verscheen van Collapse Under The Empire nog’ Fragments Of A Prayer’ in 2012 en vorig jaar het mini-album ‘The Silent’. Het lange wachten is nu ten einde. Dat deze ‘Sacrifice & Isolation’ helemaal in het verlengde ligt van de twee vorige releases en uiteraard ‘Shoulders & Giants’ komt niet als een verrassing. Het tweetal hanteert andermaal een epische songstructuur voor dit groots en weids woordeloos werkstuk. De dramatische weerklank krijgt gestalte met die voor post rock typische gitaarerupties die hier in symbiose gaan met naar industrial neigende, elektronische beats, solide drumroffels en zweverige en weemoedige synthesizer passages. De sfeer die het album uitstraalt is rusteloos en koortsig met een wat donkergetinte, dreigende ondertoon. Tracks als ‘Stairs To The Redemption’, ‘What The Heart Craves For’, ‘Sacrifice’, ‘Massif’ en ‘A Broken Silence’ zijn echte pareltjes en geven perfect de intenties weer van de twee protagonisten. De overige composities konden iets minder bekoren. Met ‘Sacrifice & Isolation’ zorgt Collapse Under The Empire voor een hoogstaande muzikale belevenis waarmee ze hun status als één van de betere post rock bands andermaal weten te verzilveren.

Life Savings

Life Savings
Endings
Narrominded
Eigenzinnig Nederlands trio bestaande uit Gabry de Waaij (zang en gitaar), trommelaar Timothy Plevier en bassist Nick van de Perre. De groep is actief sinds 2012 en dit is hun debuut. Het drietal brengt een mix van jaren negentig grunge, noise en punk. Onrustige, gruizige en hoekige rock die tegen de haren in strijkt en flirt met dissonantie en disharmonie. Muziek die verre van hip is, maar een bron aanboort die een beetje in het verdomhoekje was terecht gekomen. Tekstueel behandelt men actuele gespreksonderwerpen als ambitie, rijkdom en sterfte. ‘Endings’ telt vier nummers die een fraai beeld geven van wat Life Savings te bieden heeft. Het best komt men aan zijn trekken in ‘Heydays And Maydays’ en ‘Adoptees’. Spek voor de bek voor wie houdt van bijvoorbeeld The Jesus Lizard, Sonic Youth, Shellac, Fugazi of Unsane.

Savn


Savn
Savn
CDR Records
De Noorse groep The Sins Of Thy Beloved lag eigenlijk al op apegapen een paar jaar na de release in het jaar 2000 van hun tweede cd ‘Perpetual Desolation’. Jarenlang was er sprake van een comeback, maar die is er dus nooit gekomen. Meer nog in 2013 werd de definitieve split bekend gemaakt. Twee van de groepsleden, Anders Thue en Stig Johansen vonden elkaar in een nieuw project dat de naam Savn (Noors voor ontbering) meekreeg. Als gastvocalist voor één nummer werd Carmen Elise Espenæs uitgenodigd, zangeres van Midnattsol en de jongere zus van Leaves’ Eyes frontdame Liv Kristine. Dat viel zo goed mee dat het duo aan Carmen vroeg om de zangeres te worden van Savn. Ze hapte toe en mocht meteen ook alle teksten schrijven. Elke song heeft een bepaald thema. De naam van de groep indachtig roepen die geen vreugdevolle taferelen op. Angst, eenzaamheid, zelfmoord, verloren liefde, de dood, demonen die je belagen; het is maar een greep uit het aanbod. Muzikaal sluit het trio aan bij de gothic metal uit de beginperiode van Theatre Of Tragedy, uiteraard The Syns Of Thy Beloved, Midnattsol en Leaves’ Eyes, maar ook bij Sirenia, After Forever, Xandria of Tristania. Nieuw is het allemaal niet en eerlijk gezegd, bij het herhaaldelijk afspelen zat ik eerder stoïcijns en onverschillig voor me uit te staren. Opener ‘Musical Silence’ laat nochtans het beste verhopen. Het is een uitgekiend nummer waar wat folk en symfonische elementen zijn aan toegevoegd. Met ‘Hang On’ bekruipt je het ‘waar heb ik dit nog gehoord’ gevoel, net als in ‘Longing For Love’, ‘Sorrowful’, ‘All I Want’ en ‘Now Or Never’. Zanger Michelle Darkness van End Of Green geeft wat meer impulsen aan ‘The Demons In Me’. Zus Liv Kristine neemt de zang in ‘I Am Free’ voor haar rekening. Met die death grunts erbij krijg je zowaar heimwee naar Theatre Of Tragedy. Mooi, maar erg mistroostig is het Noors gezongen van zeemzoete violen doorweven ‘Lengselens Hånd’. Van twee tracks, ‘Hang On’ en ‘The Demons In Me’, krijg je nog een lekker ouderwetse gothic metal versie met diep grauwende grunts.

Black Light Discipline


Black Light Discipline
Death By A Thousans Cuts
Raw Entertainment
Industrial metal formatie afkomstig uit Finland. Met deze derde langspeler gaat het vijftal door op het elan van ‘Against Each Other’ van twee jaar geleden. Met dit verschil dat men hier nog meer op zoek gaat naar een ruimere invalshoek en een breder muzikaal spectrum. Toetsenist Janne Kankkunen gooit daarvoor andermaal een batterij synthesizers in de strijd die variaties op gothic, EBM, future pop, electro en zelfs synth pop spuien. Ik kan me voorstellen dat liefhebbers van meer pure industrial hier al meteen hun neus voor ophalen. En gelijk hebben ze. De songs lijden aan een acute vorm van bloedarmoede en dat kan ook de pompeuze en gezwollen instrumentatie niet verbloemen. Zanger Toni Valha is met zijn ruime stembereik misschien nog wel de meest markante figuur van dit gezelschap. Hij haalt met gemak hoge noten of pakt uit met grauwende death grunts. Dat verandert echter niets aan het feit dat het songmateriaal heel zwak is. Op ‘Against Each Other‘ werkte de kruisbestuiving tussen al die verschillende muziekstijlen nog enigszins. Niet dus op ‘Death By A Thousand Cuts’ waar bij tracks als ‘Look At Me Now’, ‘Electronic’, ‘On Fire’, ‘Afraid Of Tomorrow’ en ‘The Time Is Now’ spontaan de tenen gaan krullen. Kunnen nog enigszins door de beugel: ‘Under The Knife’, ‘First Sign’ en het in het Fins gezongen ‘Syviin Vesiin’.

Bloody Hammers


Bloody Hammers
Under Satan’s Sun
Napalm Records
De wereld van Anders Manga en zijn wederhelft Devallia is al jaren bevolkt met sinistere figuren en vreemde verschijningen. Die komen bovengronds wanneer de zon is onder gegaan en Satan in hoogsteigen persoon de poorten van de onderwereld open gooit. Geen nacht gaat voorbij of ze jagen je de stuipen op het lijf. Naast een solocarrière heeft Manga met Bloody Hammers sinds 1999 een uitlaatklep gevonden om zijn voorliefde voor alles wat met horror en griezelen te maken heeft van een muzikale omkadering te voorzien. Anders houdt ontzettend veel van fuzz effecten en dat is er duidelijk aan te horen. Zijn Big Muff pedaal laat overal zijn stempel na. De stijl is een combinatie van dark wave, death rock, gothic rock, horror rock aangevuld met impulsen stoner, southern rock en een snuif psychedelica. Ondanks de veelbelovende omschrijving en dito hoes komt dit plaatje niet echt op dreef. Het is wachten op een track als ‘Dead Man’s Shadow On The Wall’. Die gaat echt lekker. Alleen ‘Spearfinger’ en ‘Death Does Us Part’ hebben ook een pakkende melodielijn en komen nog enigszins in de buurt. De overige zeven nummers blijven steken in evenveel goedbedoelde pogingen om een ‘sidder en beef ‘schrikeffect te bekomen. Met alleen het scheppen van een bepaalde sfeer red je het niet. Je moet ook kwalitatief goede songs hebben. Kans gemist zou ik zeggen.  

Thine


Thine
The Dead City Blueprint
Peaceville
Het laatste wapenfeit van deze Britten dateert van 2002 met hun toen tweede album ‘Therapy’. Een plaat die toen trouwens goed werd ontvangen. De reden waarom ze zolang van de radar zijn verdwenen ligt in de persoonlijke sfeer (ingrijpende veranderingen in hun individuele levensomstandigheden). Men kwam nog wel regelmatig samen en door de jaren heen bleef het vijftal demo’s maken. Dit duurde tot 2011. Toen besloot men om opnieuw te beginnen met repeteren. Eerst begon men met ouder materiaal terug in te oefenen. Dit maakte de weg vrij voor het tot stand komen van het nieuwe songmateriaal. Dat resulteerde eerst in een drie tracks tellende ep ‘Scars In Limbo’ (2012) en nu een derde volwaardige langspeler, ‘The Dead City Blueprint’. Qua stijl was Thine destijds en eigenlijk nog altijd blijven hangen in het tijdperk van de progressieve rock zoals die werd beoefend in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Dit vullen ze aan met folk rock invloeden, muziek die symfonische trekjes vertoont en hedendaagse (doom) metal elementen. Om ze muzikaal te duiden zijn groepen waar je naar kan refereren bijvoorbeeld Anathema, Katatonia en sporadisch My Dying Bride. Tekstueel verwerkte men de eigen levenservaringen, gaande van alledaagse probleempjes tot echte tragedies. Voor Thine was dit de katalysator die zorgde voor nieuwe impulsen en de verwezenlijking van dit werkstuk. Illustratief en heel pakkend zijn onder meer ‘Scars From Limbo’, het theatrale ‘Flame To The Oak’, het wat zwaarmoedige ‘The Rift’ en het meer pittige tweeluik ‘To The Precipice’ en ‘A Great Unknown’.