dinsdag 9 oktober 2018

Shining

Shining
Met Shining is het vanaf nu altijd feest 

In 2010 verraste Shining vriend en vijand met het album ‘Blackjazz’. Een succesvolle release en een titel die zelfs leidde tot het ontstaan van blackjazz (een mix van black metal en jazz) als subgenre. Na vier platen had Shining frontman en brein Jørgen Munkeby er genoeg van en vond het tijd om met iets anders uit te pakken. Wat precies kom je hier te weten. 
Paul Van de gehuchte

De nieuwe plaat ‘Animal’ komt als een totale verrassing. Van waar die drastische ingreep?
‘Het idee om van stijl te veranderen kwam er niet van vandaag op morgen. Eigenlijk ben ik begonnen met het schrijven van nieuwe nummers kort na de release van ‘International Blackjazz Society’ in 2015. Voor een buitenstaander lijkt het een plotse ommezwaai, maar het was een traag en geleidelijk proces. Dit had tijd nodig om te groeien en het heeft zo een twee en een half jaar geduurd voor het af was. Ik had het gevoel dat het concept en fenomeen van blackjazz mij niets meer te bieden had. Dat universum had voor mij geen geheimen meer. Het componeren van songs werd een routine met telkens dezelfde structuur. Vandaar de drang om te veranderen. Ik had nood aan een nieuwe uitdaging.’


WEG MET DIE SAXOFOON
Je staat bekend als een uitstekend saxofonist. Toch heb je voor deze plaat de saxofoon aan de kant geschoven. Er is geen spoor meer van te bekennen. Een bewuste keuze?
‘Nee toch niet. Het is zo gegroeid. Het was in de eerste plaats een soort van bevrijding voor mezelf om niet meer afhankelijk te zijn van de saxofoon als instrument, om die zoals gewoontegetrouw een rol te laten spelen in het muzikale proces. Had één van de nummers nood gehad aan een saxofoon partij dan had die er in gezeten. Maar dat was niet het geval. Naarmate de nummers vorderden en het einde in zicht kwam leek het me zelfs sterk om een soort van statement te maken en de saxofoon helemaal te bannen. En zo geschiedde.’

In de zomer van 2015 verwelkomde Shining met Ole Vistnes een nieuwe bassist. Wat was zijn rol in het tot stand komen van ‘Animal’?
‘Ole speelde of speelt nog altijd in bands als Fleshkiller, In Vain en Tristania. Bij die laatste schreef hij mee het songmateriaal en stond mee in voor de productie. Zijn ervaringen kwamen goed van pas en hij stapte mee in het creatieve proces, bracht ideeën aan en deelde zijn visie over de muzikale invulling. De samenwerking verliep gesmeerd en naarmate het vorderde was de inbreng van ons beide gelijk verdeeld. De teksten nam ik voor mijn rekening. Een groot deel van de muziek mag Ole op zijn conto schrijven.’

Reeds enkele jaren ben je hard aan het werk om een betere zanger te worden. Ben je tot nu toe tevreden met de vooruitgang die je hebt geboekt?
‘Ik vind de zang op ‘Animal’ best wel goed. Al heb ik nog een lange weg te gaan om het niveau te halen dat ik voor ogen heb. Maar ik heb de juiste instelling. Als je als muzikant op een punt komt dat je geen progressie meer kunt maken dan heb je geen reden meer om er nog langer mee door te gaan.’

 Het meest intrigerende nummer voor mij is ‘Hole In The Sky’. Hoe is het ontstaan?
‘Om te beginnen het is een ballade en geen rocknummer. Het is ook een duet met Linnea Dale, een Noorse popzangeres. De instrumentatie bestaat vooral uit synthesizers. Het is ook één van mijn favoriete nummers van ‘Animal’ en het is een compositie waar we aan twijfelden of die wel paste in het geheel. Tijdens een korte tournee in 2017 hebben we het wel elke avond gespeeld en ik had er een goed gevoel bij. De manier waarop de song tot stand kwam was wel helemaal anders dan de rest. We hebben er verschillende demo's van opgenomen met een akoestische versie, een countryrock, een power ballad, een elektronische en een gestripte bewerking met alleen piano. Daarmee trok ik naar Los Angeles bij onze producer Sean Beavan. Ik liet het over aan hem om de knoop door te hakken en te beslissen welke vertolking de plaat zou halen. Die met de synthesizers won het van de rest.’


VOLWASSEN WORDEN
Kun je ons wat meer inzicht geven in de teksten? Je kreeg onder andere te maken met een aantal persoonlijke gebeurtenissen die je in de teksten heb verwerkt?
‘Dat klopt. Gedurende de twee en een half jaar dat ik heb gewerkt aan ‘Animal’ hebben er een paar ingrijpende wederwaardigheden plaatsgevonden. Ik was toen zes maanden eerder zelf vader geworden van een zoon en bij mijn eigen vader werd in die periode een aortadissectie gediagnosticeerd, een aandoening acuut en levensbedreigend waarbij zich bloed tussen de binnen- en buitenwand ophoopt. Zestig procent van de patiënten sterft nog voor ze het hospitaal bereiken. Twintig procent laat het leven tijdens of net na de operatie. Mijn vader heeft het overleefd, maar hij heeft maanden gezweefd tussen leven en dood en is nooit meer de oude geworden. Voor mij was dat behoorlijk diepgaand. Tot kort daarvoor leidde ik een comfortabel en zorgeloos leventje. Nu werd ik geconfronteerd met het nemen van verantwoordelijkheden zowel als vader en als zoon. Ook het omgaan met dood en sterven was vergaand. Zowel van uit het standpunt van de persoon die dreigt te overlijden als mensen in zijn naaste omgeving. Dat heeft dan zijn weerslag gehad in de meer sombere teksten. Eenmaal ik dat allemaal had verwerkt wou ik wel iets anders dan negativiteit. Zo krijg je meer een feeststemming, meer optimisme en vrolijkheid in een aantal van de songs. En ook al ligt de focus van het album meer op de donkere en ernstige kant - toch zeker in de teksten - dan nog gaf ik de voorkeur aan een ‘beestige’ hoes met felle kleuren, want ik wou niet toegeven dat het overwegend depressieve en melancholische gevoel zou overheersen. Sommige mensen maken nog vreselijker dingen mee, doch voor mij leek het alsof ik plots volwassen werd. Daarvoor had ik alleen maar verantwoordelijkheid af te leggen tegenover mezelf. Het zet je aan het denken en het wordt nooit meer zoals vroeger.' 

Je zoon is nog erg jong, maar welke waarden in het leven zijn voor jou belangrijk en zou je zeker meegeven?
‘Ieder kind is uniek en onze zoon is een mix van eigenschappen en karaktertrekken van zowel mezelf als zijn mama. Hij is wel heel verschillend van andere kinderen. Als ik naar hem kijk herken ik nu al de eventuele obstakels die hij zal moeten overwinnen op zijn weg naar wasdom. Ik weet wat zijn sterke en zwakke punten zijn en ook al is hij amper drie jaar, ik probeer daar nu al op te anticiperen. Wanneer het aankomt op het doorgeven van waarden in het leven kijk ik naar hoe ik zelf ben opgegroeid. De dingen waar ik zelf fier over ben maken deel uit van dat pakket. De fouten die ik heb gemaakt daar probeer ik aan voorbij te gaan. Ik heb geen uitgesproken plan, want hoe dan ook op een bepaald punt in zijn leven zal hij op eigen benen staan. Je kunt alleen maar je best doen en de weg er naar toe zo vlotjes mogelijk te laten verlopen (lacht).’

Zou je hem aanraden om in je voetsporen te treden en in de muziekbusiness te stappen?
‘Hij is wel gek op muziek en zingt en danst, maar ik zou het echt niet weten. De wereld van de muziek is hard, doch ook belonend in die zin dat je de kans krijgt om te doen wat je graag doet. Toch is het voor de meeste muzikanten die ik ken een soort van overlevingsstrijd. Het is geen negen tot vijf job. Je werkt vele uren om iets te kunnen bereiken, ook al krijg je er niet meteen iets voor terug. Het lijkt een beetje op het Wilde Westen. Er zijn niet echt regels en veel mensen worden door gewiekste zakenlui misbruikt. Je weet wel, niemand leest de kleine lettertjes in het contract dat voor je ligt en dan kom je al eens bedrogen uit. Mocht hij iets in de wereld van de muziek willen doen zal ik hem voor honderd procent steunen en evenzeer mocht hij kiezen voor een carrière in de motorsport of gaan studeren aan de universiteit.’


MIJN KERK
Ben je bijgelovig? Heb je vaste rituelen? 
‘Een jaar geleden zag ik een documentaire over Nick Cave. Hij vertelde dat hij niet geloofde in God in welke vorm dan ook, maar dat God wel ter sprake kon komen in zijn liedjesteksten. Ik kan me daar helemaal in terug vinden. Ik sta wel open voor de mogelijkheid dat God in deze of een andere wereld zich aan mij manifesteert. Zolang dat niet gebeurt kan ik moeilijk in het bestaan van een God geloven. In sommige van mijn songs zit er een religieus aspect, bijvoorbeeld op deze plaat in ‘My Church’. Ik sta open voor discussie over dit onderwerp en ik vind dat het binnen de context van een tekst een ruimer inzicht kan geven, zonder zelf gelovig te zijn. Ik heb een aantal vaste rituelen, doch die hebben bijna allemaal een fysiek aspect. Ik doe veel yoga gerelateerde oefeningen onder meer ademhalingstechnieken dit in combinatie met zingen. Ik ben ook nogal rap gestresseerd en sommige van die dagelijkse rituelen zijn een fijne manier om te ontstressen. Naast het fysieke aspect probeer ik stemoefeningen drie keer per dag te doen: in de ochtend, middag en avond om een maximum aan vooruitgang te boeken.’

Als je ziet welk effect godsdiensten op mensen hebben, maak jij je daar dan zorgen over?      
‘Voor mij maakt het niet uit wat iemand gelooft zolang er geen negatieve gevolgen zijn voor andersdenkenden of de wereld in het algemeen. En dat is nu net het probleem met religies. Ik neem als voorbeeld geboortebeperking. Godsdiensten die voorbehoedsmiddelen verbieden begaan een misdaad tegenover de mensheid. Overbevolking heeft zo zijn consequenties. Naast het gebrek aan ruimte om te wonen en leven komt er hongersnood, is er niet genoeg drinkwater, blijven we tonnen afval produceren. Religie zadelt de mensen op met een slecht geweten. Wat eigen en natuurlijk is aan de mens wordt dikwijls als zondig bestempeld. Vooral dan als het gaat over seksualiteit en geslachtsbeleving. Een ontwikkeling die ik als positief ervaar is dat in het deel van de wereld dat de verlichting heeft meegemaakt, de impact van godsdiensten sterk afneemt. Dat neemt niet weg dat je de standaard van universele en morele waarden hoog moet houden, want anders steven je af naar een rechteloze maatschappij en dat kan niet de bedoeling zijn.’

Dit was ik bijna vergeten vragen: je bent van uiterlijk veranderd. Maakt dat deel uit van het ‘Animal’ concept? 
‘Nee, niet echt (lacht). De aanleiding waren de opnames van de ‘Fight Song’ video in IJsland. Ik heb vroeger nooit iets ingrijpends veranderd aan mijn uiterlijk en vond het nu wel passend om eens iets geks te doen voor deze video. Voor de eerste keer dus heb ik mijn haar laten kleuren en na tien jaar mijn baard afgeschoren. In het begin was het een beetje vreemd, maar nu ik eraan begin te wennen vind ik mijn blonde lokken wel mooi. Ik geniet en hou nu ook wel van verandering. Ik ben oud genoeg nu om te beseffen dat veranderen van look geen invloed heeft op wie je bent. Meer zelfvertrouwen zorgt er voor dat je dit kunt doen, gewoon omdat je er zin in hebt.’

Ben je bezorgt over hoe de pers en het publiek gaan reageren op ‘Animal’?

‘De plaat is af en ik ben heel tevreden over het eindresultaat. Wat de reacties ook gaan zijn; zelf kan ik er nu nog weinig aan doen. Toen ik jonger was, was ik de mening toegedaan dat simpele muziek probleemloos was om te maken in tegenstelling tot progressieve, technisch complexe muziek. Maar nu ben ik daar niet meer zo zeker van. Bij eenvoudige muziek heb je niet de mogelijkheid om je te verbergen achter moeilijke akkoorden, wilde tempowisselingen en avant-garde uitspattingen. Als het nu fout klinkt dan kun je niet beweren dat het zo bedoelt is. Ook de teksten moeten goed zijn. Als je gromt en schreeuwt dan hoor je de woorden niet en is het niet zo belangrijk. Maar oké, het is wat het is. Het is anders en dat was ook de bedoeling; om met iets nieuws voor de dag te komen. ‘Animal’ heeft volgens mij meer kans om een ruimer publiek te bereiken omdat het minder extreem is dan de ‘Blackjazz’ albums. Ik sta ook altijd open om in gesprek te gaan, erover te discussiëren en uit te leggen waarom we deze keuzes hebben gemaakt. Commercieel gezien is het interessant, want er wordt over je muziek gepraat. Of het nu positief is of negatief. Ik denk niet dat je mensen kunt bedotten als het gaat over kunstzin. Iedereen heeft recht op een eigen mening en dat is maar goed ook.’
   

KMFDM

KMFDM
Live In The USSA
V2

De Duitse industrial pioniers KMFDM komen eind deze maand - 26 oktober om precies te zijn - op de proppen met een vierde live album. Eind 2017 ondernamen ze een Brits/Amerikaanse tournee de ‘Hell Yeah Tour 2017’, aansluitend op de release van hun toen recente studioplaat ‘Hell Yeah’. Twaalf songs netjes verdeeld: zes van hun favoriete nummers gelicht van ‘Hell Yeah’ en zes heftige KMFDM klassiekers. Wat eigenlijk wel een gevarieerde selectie blijkt te zijn. De show in Atlanta begint uitstekend met een opwindende uitvoering van ‘Freak Flag’. Het is bijna logisch dat men dit spetterende begin onmogelijk de volledige set kan volhouden. Al komt het agressieve ‘Hell Yeah’ toch nog altijd dicht in de buurt, net als ‘Total State Machine’, ‘Burning Brain’, het stomende ‘Glam Glitz Guts & Gore’, het pompende ‘Murder My Heart’ en de onverslijtbare oudjes ‘Virus’, ‘WWIII’ en afsluiter ‘Godlike’. Eén ding is zeker: de volledige band verkeert hier in uitstekende vorm met een glansrol voor drummer Andy Selway, de nieuwe live gitarist Andee Blacksugar plus niet te vergeten de twee protagonisten Sascha Konietzko en Lucia Cifarelli. De KMFDM fan weet weer waar zijn geld aan te spenderen.

Shining

Shining
Animal
Spinefarm

Vergeet de saxofoon en de term blackjazz. De nieuwe Shining is opgestaan. Wat de komst van een nieuwe bassist zo al te weeg kan brengen. Ole Vistnes is de man die samen met frontman Jørgen Munkeby instaat voor het songmateriaal en het groepsgeluid helemaal heeft omgeturnd. Inderdaad, ooit begonnen als een akoestisch jazzensemble gooien de uitvinders van blackjazz andermaal het roer om en kiezen nu voor een mix van industrial, electro, metal en synthesizerpop. Producer Sean Beavan (Marilyn Manson, Nine Inch Nails, A Perfect Circle) heeft zo te horen ook een flinke vinger in de pap gehad om dit project tot een goed einde te brengen. Munkeby onderging ook een gedaanteverwisseling, want heeft nu blonde lokken en draagt een vuurrood leren jasje. Het zal wel deel uitmaken van het totale concept. Ik weet echt niet goed wat ik moet aanvangen met deze ‘Animal’. Het doet vreemd aan om Jørgen vocaal op de rand van het atonale te zien balanceren tijdens ‘When The Lights Go Out’, ‘When I’m Gone’ en zich zo waar met ‘Hole In The Sky’ waagt aan een onvervalste ballade en een duet met gastzangeres Linnea Dale (Donkeyboy). Gelukkig is er nog drummer Tobias Ørnes Andersen als stuwende kracht. Anders was het helemaal een zootje geworden. In de bio spreken ze van het ultieme carnaval en 21ste eeuwse party metal. En zeker, dit is Shining hun meest verbazingwekkende album, maar of het ook zo wordt ontvangen door de Shining aanhang is koffiedik kijken. 

Mogwai

Mogwai
Kin
Rock Action

Het Schotse postrock trio Mogwai heeft al wat ervaring met het componeren van muziek voor documentaires en zelfs een televisieserie (‘Les Revenants’, ‘Atomic’, ‘Zidane’, ‘Before The Flood’). Lucratieve projecten waarmee je een aardige stuiver kunt verdienen. Met ‘Kin’ rijven ze nu hun eerste volwaardige filmscore binnen. ‘Kin’ is een sciencefiction prent over een jongen die een futuristisch wapen vindt, een soort van hoogtechnologisch straalpistool. Er worden zowel muren als mensen mee aan flarden geschoten. Een familiedrama vervolledigt het verhaal. Een dergelijk album maken is een beetje hinken op twee gedachten. Enerzijds heb je de eigenheid van de groep. Anderzijds moet de muziek in functie staan van de film. Mogwai blijft min of meer trouw aan zijn vertrouwde groepsgeluid. Al ligt de nadruk hier toch meer op electro, synthesizer en piano. Er zijn zowel afwisselend zachte, ingetogen nummers als meer explosieve tracks. Redelijk verrassend is de zang in de van een hoog popgehalte voorziene en radiovriendelijke afsluiter ‘We’re Not Done’. Andere songs die imponeren zijn ‘Eli’s Theme’, ‘Scrap’, ’Flee’ en ‘Miscreants’. Het zou me trouwens niet verwonderen mocht de soundtrack beter scoren dan de film.

Glasir

Glasir
New Dark Age
Elusive Sound

Volgens de uit Texas afkomstige act Glasir staan ons nog donkere tijden te wachten. De wereld wordt bestuurd door leiders die onbekwaam zijn om de problemen van planeet Aarde grondig aan te pakken. In plaats van samen te werken blijven ze bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten en zaaien tweedracht en vernietiging door bijvoorbeeld een gevoel van onveiligheid te creëren. Daarmee gaan ze de echte uitdagingen zoals klimaat, overbevolking en hongersnood uit de weg. Volgens het trio heeft de mensheid een nieuwe drempel bereikt die hen aan de rand van de afgrond brengt. Met hun eerste volwaardige langspeler probeert het drietal een creatief proces op gang te trekken dat het huidige beeld van het strijdtoneel zou kunnen veranderen. Winnen is sowieso een utopie, maar misschien bestaat de kans dat we overleven. Met deze kennis als achtergrond ga je de muziek van Glasir helemaal anders bekijken. De eerste impressie is nochtans die van zoveelste instrumentale postrock plaat. Met mondjesmaat ontdek je een aantal nuances zoals verwijzingen naar post metal en ambient met daarnaast in een aantal songs terugkerende, repetitieve kenmerken en de aanwezigheid van een latent angstgevoel. Een nummer dat al die accenten belichaamd is het geraffineerde ‘Black Seas Of Eternity’. Heel mooi is dan weer het weemoedige ‘Hurt Us Again’. ‘New Dark Age’ is een zwaarmoedig en terneerdrukkend album. Je eraan onttrekken is dan ook heel moeilijk.

Celestial Wolves

Celestial Wolves
Call Of The Void
Dunk!

Belgisch collectief dat uitpakt met zijn derde langspeler. Het vijftal brengt instrumentale postrock met stoner en metal accenten. Staat er om bekend op een inventieve en eigenwijze manier zijn songs uit te bouwen tot monumentale tracks die je moeiteloos van de sokken blazen. ‘Call Of The Void’ (de roep van de leegte) is een uitdrukking die verwijst naar de vreemde kronkels in ons onderbewustzijn, die de mens drijven tot waanzinnige uitwassen zoals van een torenhoog gebouw springen, iemand doden als je toevallig een mes of hamer in je hand houdt, je met de auto te pletter rijden of iemand onder een voorbij rijdende bus duwen. Op zich is het niet gevaarlijk, tenzij je volop geniet van dit soort hersenspinsels. Edgar Allan Poe noemde dit soort van gedachtengang ‘de kleine demon (Imp) van het perverse’,  Sigmund Freud ‘de drang om te doden’. Je kunt het ook zien als een menselijke anomalie, een afwijking van het gangbare. De vijf muzikanten gebruikten dit gegeven als vertrekpunt en kozen voor ‘anomalieën in de wereld’ als thema van hun nieuwe album. De zes composities trachten deze ‘onregelmatigheden’ in een muzikale context te plaatsen. De heren blijven trouw aan hun kernboodschap. De zes songs worden gedragen door melodie, dynamiek en kracht. Men vertrekt vanuit een gelijkvormige en stevige basis om dan met volle overgave de muziek vol te laten uitbarsten of toe te werken naar een overweldigende climax. De constructies zijn erg gedetailleerd en het is pas na een aantal keren luisteren dat de finesses zich openbaren. Als hoogtepunten schuiven we ‘Batur Hvarf’ en ‘Karoshi’ naar voren, doch ook de overige vier tracks steken ruim boven de middelmaat uit.

Author & Punisher

Author & Punisher
Beastland
Relapse

Achter Author & Punisher gaat Tristan Shone schuil. In een vorig leven was hij werktuigkundige. Sinds begin 2004 is hij actief als geluidskunstenaar. De man bouwt zelf zijn instrumenten die omschreven worden als ‘drone & dub machines’. Het zijn precisie apparaten die de industriële automatisering, robotica en mechaniek verheerlijken. De nadruk ligt op de interactie tussen de machine en de mens als uitvoerder en tegelijk de vervaging van de grens tussen mens en machine. ‘Beastland’ is Shone zijn zesde studio album en het eerste dat verschijnt bij zijn nieuwe label Relapse. Het is een op industrial geënt monster doorweven met noise, doom en drone elementen. De plaat start met ‘Pharmacide’ dat meteen indruk maakt en je achterlaat met een ‘wow’ gevoel. Hetzelfde overkomt je nog eens bij de als laatste track aangekondigde titelsong. Daartussen zitten enkele uitermate verontrustende geluidslandschappen als ‘Nihil Strength’ en ‘Ode To Bedlam’. Beide hebben dan weer een misselijk makend en vernietigend effect. Het zijn regelrechte aanslagen op de trommelvliezen. Herkenbare melodieën ervaar je enkel in ‘Nazarene’ en ‘Night Terror’. ‘Beastland’ heeft zijn naam niet gestolen en is een aan wansmaak grenzend genadeloos en verpletterend werkstuk.   

Black Monsoon

Black Monsoon
Black Monsoon
Eigen Beheer

Tegendraads Nederlands trio bestaande uit twee dames en een heer dat debuteert met een eerste, zes nummers tellende ep. Black Monsoon zijn biotoop zijn de oefenkelders van poppodium Burgerweeshuis in Deventer. Daar krijgt hun muziek gestalte. Catalogeert zichzelf onder de noemers noise, grunge, alternatieve rock en shoegaze. Met de nadruk op gruizig, fors en messcherp. Het mag zelfs een tikje smoezelig en goor klinken. Songs als ‘Crows’, ‘Silver’ en ‘Heaven’ hebben meteen de juiste groove te pakken. Maar ook als het wat trager gaat weet het drietal te begeesteren (’Fading’, ‘Leave Me’ en het overweldigende ‘Secret Nights’). Meteen krijg je hier ook een afwisselend aanbod. Black Monsoon een groep om in de gaten te houden.

Uncle Acid & The Deadbeats

Uncle Acid & The Deadbeats
Wasteland
Rise Above

Het vehikel van de excentrieke Kevin ‘Uncle Acid’ Starrs begon in 2009 als een obscure underground band aan een opmerkelijk parcours. De vier platen die het psychedelische kwartet reeds uitbracht werden telkens op applaus onthaald door zowel pers als publiek. Ligt de grondslag bij psychedelica; het groepsgeluid werd gaandeweg aangedikt met invloeden uit de jaren zestig en zeventig hardrock, pop, proto rock en huidige doom en blues klanken. ‘Wasteland’ is een concept album. De teksten zijn geïnspireerd op de hedendaagse politieke wereld omvattende impasse, de gruwel die we elkaar aandoen en de alsmaar groeiende afvalberg die nu ook de zeeën en de meest afgelegen gebieden heeft aangetast. Starrs’ verbeelding laat ons een grimmige wereld zien bevolkt door zombie-achtige wezens waar de angst regeert. De specifieke, rauwe sound werd mee bepaald door geluidsman Geoff Neal (NIN, Motörhead, Fuzz). De songs op ‘Wasteland’ grijpen je bij de keel en klinken zowel gevat als pittig en meeslepend. Naast de prachtige, zwaar psychedelische titelsong hebben we vooral genoten van pareltjes als ‘Exodus’, ‘I See Through You’, het onweerstaanbare ‘Shockwave City’, ‘No Return’ en ‘Stranger Tonight’.

The Primals

The Primals
All Love Is True Love
Southern Lord

Bij Southern Lord hebben ze wel een neus voor talent. Neem nu The Primals. De groep bestaat uit drie muzikanten die vroeger actief waren in bands als Darkest Hour, Dead To Fall, The Explosion en Title Tracks. Het trio brengt een mix van grunge, thrash en punk. Acht van de tien songs worden aan een verschroeiend tempo door de luidsprekers gejaagd. Enkel ‘Pity City’ en ‘Save Me, Baby’ klinken iets gematigder en meer luchtig. Zanger/gitarist John Henry trekt alle aandacht naar zich toe. Hij schept er plezier in om zich schor te schreeuwen, maar laat ook horen dat hij gewoon goed kan zingen. Ze doen hun naam ook alle eer aan, want zo te horen zitten ze nog in een vroeg stadium van hun evolutionaire ontwikkeling. Hun groepsgeluid wordt getekend door rauwe, rudimentaire, wat chaotische kenmerken. Compositorisch gezien nemen ze wel weinig risico’s. Nirvana en Pixies zijn hier nooit ver weg. In het sluitstuk ‘I’m Coming Home’ durft men lichtjes af te wijken van de bekende paden en krijgen de muzikanten meer een ‘vrij podium’. Geen slecht debuut deze ‘All Love Is True Love’.

Clone Culture

Clone Culture
Clone Culture
Lifeforce

Het in Leipzig gevestigde label Lifeforce is altijd op zoek - ongeacht de muziekstijl - naar nieuw talent en kijkt daarbij ook naar het buitenland. Ze lieten deze keer hun oog vallen op het Milanese Clone Culture dat bij deze debuteert met een titelloos eerste album (komt uit eind oktober). Op het eerste gehoor klinkt het gezelschap als een doorsnee postpunk en dark wave band. Sporadisch ga je met iets meer aandacht luisteren, doch meestal kabbelt het plaatje rustig verder. De stem van hun vocalist is ook niet meteen ‘groots’ te noemen. Ook al omdat men een sfeertje van weemoed en mistroostigheid probeert te creëren. Wat nefast inwerkt op het geheel. De mindere kwaliteit van de zangpartijen is trouwens een kwaaltje dat wel meer voorkomt in dit milieu. ‘Clone Culture’ bevat een paar aardige liedjes zoals ‘The Number Ones’, ‘The Bleeding Wonder’, ‘What If’ en ‘C8H11N’. De overige songs zijn eerder mediocre. Ook na verschillende luisterbeurten komt er geen beterschap.

Ambassador

Ambassador
Belly Of The Whale
Eigen Beheer

Het Amerikaanse Ambassador met als thuisbasis Baton Rouge, Louisiana is samengesteld uit vijf ervaren muzikanten. Ze zijn een soort van ‘outcasts’, maar dan met een volwassen en eigenwijze kijk op de hedendaagse rockscene. Muzikaal laveren ze tussen genres als postpunk, progressieve metal, shoegaze, doom en southern blues. Zanger Gabe Vicknair legt in iedere song de juiste accenten met teksten die zelf beschouwend zijn en woorden die soms aanvoelen als ijl en ongrijpbaar. De groep durft zich zo kwetsbaar opstellen, maar kan ook krachtig uit de hoek komen. De melodieën kunnen zowel emotioneel als hartverscheurend en onheilspellend zijn. ‘Profiteer’, ‘Return/Castaway’ en bonustrack ‘Shadows And Seams’ zijn kleine miniaturen die het groepsgeluid perfect weergeven. Wie zoekt naar aanverwante acts: met een beetje goede wil is er wel een link te vinden met A Perfect Circle of Dredg. Maar Ambassador is in de eerste plaats zichzelf. Het is een doorwinterd gezelschap met een moderne rock visie.

Tommy And The Commies

Tommy And The Commies
Here Come…
Slovenly 

Tommy And The Commies kiezen resoluut voor een nostalgische trip naar de begindagen van de (mod) punk. Denk aan The Jam, Undertones, Buzzcocks, Radio Stars. Acht korte nummertjes worden je in amper zeventien minuten de strot in geramd. De broers Jeff en Mitch Houle hebben een verleden bij Strange Attractor en Statues. Frontman Tommy komt hier onbeslagen op het ijs, doch staat best zijn mannetje. De drie Canadezen amuseren zich kostelijk en rijgen de ritjes op de achtbaan aan elkaar. De songs razen in een rotvaart voorbij en stil blijven zitten wordt moeilijk als je dit energieke trio over je heen krijgt. Geniet van blitse, furieuze, aanstekelijke en hoekige liedjes als ‘Devices’, ‘Hurtin’ Boys’, ‘Suckin’ In Your 20s’ en ‘Reggie Rocks’.

The Clouds Will Clear

The Clouds Will Clear
Recollection Of What Never Was
Tonzonen

Duits instrumentaal postrock gezelschap dat actief is sinds 2013. Bracht vier jaar geleden - toen nog als duo - een eerste ep uit. ‘Recollection Of What Never Was’ wordt aangekondigd als een volwaardig debuut album ook al telt die maar vijf nummers en bedraagt de speelduur slechts iets meer dan een half uur. Maar in het postrock segment is dit als introductie ruim voldoende. De groepsnaam heeft een positieve bijklank en datzelfde gevoel zit ook wel in hun songs verweven. De composities zijn mooi, weelderig en stijlvol. Toch is het zeker niet allemaal rozengeur en maneschijn. Op geregelde tijdstippen steekt men een tandje bij en passeren er fragmenten met een meer grimmige en dreigende bijklank. In andere passages combineert het viertal de typische gitaarriffs met delicate synthesizers en pianoklanken. Dat alles nog eens sporadisch aangevuld met stukjes gesproken tekst geleend bij radiostemmen. De ritmesectie speelt perfect in op de wijzigende stemmingen. Het maakt van ‘Recollection…’ een zeer afwisselend album. ‘Deep Sea Mining’ is een prachtig voorbeeld van waar The Clouds Will Clear voor staat, maar ook de overige vier tracks zijn zeer genietbaar.

Tangled Thoughts Of Leaving

Tangled Thoughts Of Leaving
No Tether
Dunk!

Het Australische kwartet Tangled Thoughts Of Leaving heeft er drie jaar over gedaan om met een opvolger voor de dag te komen voor het in april 2015 verschenen ‘Yield To Despair’. Het had heel wat voeten in de aarde om tot de huidige versie van ‘No Tether’ te komen. Het viertal liet zich leiden door de live uitvoeringen van ‘Yield To Despair’. Het idee rijpte om een totaal ander geluidsniveau te creëren. Ellenlange sessies en jams werden opgenomen wat hen vele uren aan materiaal opleverde. Het mondde uit in een cyclus van beluisteren, bijsturen, nog eens opnemen, een proces dat op zich al een gans jaar in beslag nam. De nadruk ligt hier op langere doom metal passages, veel feedback, vervormingen en vrije improvisatie. Zo zijn er samples gebruikt van omgevingsgeluiden van dieren, maar ook passerende treinen in de nabijheid van de opname studio Sleepwalker’s Dread in het plaatsje North Dandalup. Een andere optie waar men voor koos was om de bestaande riffs eenmaal ingespeeld die subtiel om te turnen tot een nieuw muzikaal gegeven. In hun betrachting om een harder, rauwer, luider en donkerder voor de dag te komen zijn ze met brio geslaagd. De zeven composities vloeien naadloos in elkaar over en slagen er in om een collage van verschillende noise landschappen tot leven te brengen. Soms krijg je de impressie dat die ongrijpbaar zijn en niet te verklaren. Zelden slaagt een instrumentaal album er in om zo een storm aan emoties los te weken. ‘To Tether’ is een heel zwaarmoedige en destructieve plaat, maar waarin toch nog de hand wordt gereikt, waarmee men een signaal geeft dat nog niet alles naar de verdoemenis is gegaan. 

Svin

Svin
Virgin Cuts
Mom Eat Dad

Svin durft al eens zijn naam waardig, er een zwijnenboel van te maken. Deze tot een trio - Magnus Bak zocht andere oorden op - herleidde Deense act heeft een geheel eigen stijl ontwikkeld waarin zowel plaats is voor Afrikaanse ritmes, jazz, noise en new age als drones, psychedelische rock, avant-garde en folk. Ze laten zich hierbij inspireren door de lokale natuur, folklore en ceremonies. De opnames voor ‘Virgin Cuts’ namen slechts één dag in beslag. Het experimentele en improvisatorisch aspect blijft net als op hun vorige releases een centraal gegeven. Het drietal overstijgt moeiteloos het keurslijf van één bepaald genre of een muziekstijl. Je wordt meerdere malen koud gepakt door verrassende mengsels van niet voor de hand liggende instrumenten. Dat is onder meer het geval in het bezwerende ‘Cuts’, het warmbloedige ‘Tropisk’, ‘Jōmon’, ‘Midori’ en het opzwepende ‘Ringgajen’. ‘Altiplano’ is een verraderlijke en chaotische song vol pathos en dramatiek met als uitloper het korte ‘Moss’. Ook afsluiter ‘Baby’ slaat je met verstomming. ‘Virgin Cuts’ snijdt, klieft en baant zich een weg naar een totaal vrije interpretatie van een complex geheel aan composities, donker en duister en met een enorme impact.

Phal:Angst

Phal:Angst
Phase IV
Bloodshed666

Een niet zo vaak voorkomende mix van stijlen is die van postrock met industrial. Het in Wenen residerende combo Phal:Angst is zo een act die van deze combinatie zijn handelsmerk maakt. Ze bestaan sinds 2006 en de remixplaat ‘Black Country Revisited’ buiten beschouwing gelaten is dit hun vierde release. Deze episode in hun bestaan werd eenvoudig weg ‘Phase IV’ genoemd en telt zeven tracks. De teksten worden deels gezongen, deels gedeclameerd waarbij totaal van elkaar verschillende intonaties en zowel mannen- als vrouwenstemmen aan bod komen. Het geeft een bepaald cachet dat goed samengaat met de langzame, veel gelaagde opbouw van de composities. De sfeer is zwaarmoedig, soms dreigend, macaber ook en schetst een cinematografisch landschap van een virtuele samenleving waar je beslist niet zou willen leven. Heel imponerend zijn het majestueuze ‘Money And Fame’, het prachtige ‘Comeuppance’ en onheilspellende ‘They Won’t Have To Burn The Books When Noone Reads Them Anyway’. Bij Phal:Angst is het een traditie, dus telt ook deze langspeler enkele remixes. Twee om precies te zijn en deze keer wisten ze met Justin Broadrick (Godflesh, Jesu) en Will Brooks (Dälek) twee industrial/metal pioniers te strikken. Zij lieten hun licht schijnen op respectievelijk ‘The Books’ en ‘Despair II’. 

Dr. Savage And The Shrunken Heads

Dr. Savage And The Shrunken Heads
Primitive
Bad Reputation

Met Dr. Savage hebben we een nieuwe medicijnman opgestaan uit de moerassen in Louisiana zijn occulte voodoo praktijken omzet in primitieve rock ’n roll en die wijd en zijd verspreid via de lokale en obscure clubscene van Los Angeles en omstreken. De duivelse muziek van Dr. Savage en zijn gemaskerde acolieten is geënt op jaren vijftig R&B (Bo Diddley, Howlin’ Wolf) en garage rock uit de jaren zestig (The Troggs, The Seeds) met als extra pigment rondwarende geesten die de voodoo vibe belichamen. Ook de outfit en bijbehorende attributen van de muzikanten zijn helemaal afgestemd op populaire voodoo praktijken. Hun debuut bevat een aantal vinnige liedjes zoals de titelsong, ‘The Untamed’, ‘Medicine Show’ en ‘Voodoo Charm’. Ook de cover van het Stones nummer ‘The Last Time’ klinkt niet onaardig. ‘Primitive’ doet zijn naam alle eer aan. Het is een leuk plaatje met pittige en soms rauwe rock ’n roll, goed voor een half uurtje amusement. Meer hoef je er niet achter te zoeken.