dinsdag 9 januari 2018

10 Years

10 Years
(how to live) AS GHOSTS
Mascot

Hun tot voor kort meest recente album kreeg als titel ‘From Birth To Burial’ (2015) mee, want zanger Jesse Hasek ging er van uit dat dit 10 Years hun zwanenzang zou worden. Maar soms neemt het leven vreemde wendingen. Daar hoort een onverwachte reünie ook bij. Onder impuls van Jesse kwamen gitaristen Matt Wantland en Brian Vodinh de rest van de band opnieuw vervoegen voor de opnames van wat hun achtste album zou worden. De rest van de bezetting bestaat uit drummer Kyle Mayer en bassist Chad Huff. Hun laatste platen produceerden ze zelf, maar voor deze zochten ze hulp buitenshuis en sloegen sterproducer Nick Raskulinecz (Alice In Chains, Deftones, Foo Fighters, Rush) aan de haak. Die zorgde voor een heel andere benadering. Zo werden in het verleden de meestal harmonische zangpartijen nog eens extra orkestraal ondersteund. Daar werd nu helemaal van afgestapt. Het brengt deze alternatieve rock/metal en grunge act dichter bij de essentie en maakt van ‘(how to live) AS GHOSTS’ een dynamisch, meer direct en geloofwaardiger werkstuk. Alle elf songs dragen hun steentje bij en zorgen er voor dat het als geheel erg helder en gedreven klinkt. De gitaaruithalen zijn groots en de ritmesectie staat als een huis en is heel secuur. In de meer rustige passages zorgt zanger Hasek voor een gevoel van intimiteit. Met ‘(how to live) AS GHOSTS’ neemt 10 Years een veelbelovende doorstart die hun muzikale carrière misschien wel een nieuwe boost kan geven.

Tjens Matic

Tjens Matic
Middle Finger
PIAS

Voor de eerste muzikale omzwervingen van Arno Hintjens moeten we terug naar 1970 en de groep Freckleface met naast Arno op mondharmonica, zanger/bassist Paul Vandecasteele en gitarist Paul Decoutere. Met die laatste startte hij twee jaar later onder naam Tjens Couter een nieuwe band. In 1980 was er dan de grote doorbraak met TC Matic. Dat brengt ons bij vandaag en je weet meteen waar de de naam Tjens Matic vandaan komt. Met ‘Middle Finger’ kiest Hintjens opnieuw voor de ruige, wat smerige rock uit zijn eigen achtertuin. Zullen als vanouds de vonken er van afspringen? Deze single klinkt alvast veelbelovend en rockt als de pest. Het is een welgemeende ‘fuck you’ naar de watjes van deze tijd. Het B-kantje is een potige live versie van TC Matic’s ‘Being Somebody Else’. Ook de hoes is een pareltje (frietjes met mosselen). Tjens Matic is op toernee en de eerste halte in 2018 is de AB in Brussel op 17 januari. Ik zou zeggen: allen daarheen.

Noel Gallagher’s High Flying Birds

Noel Gallagher’s High Flying Birds
Who Built The Moon?
PIAS

‘I am a fucking genius’ zegt Noel Gallagher van zichzelf. Bescheiden is hij nooit geweest de voormalige frontman van Oasis die in 2009 na een klinkende ruzie met zijn broer Liam daar de deur achter zich dichtgooide. In 2011 startte hij zijn solocarrière met de High Flying Birds als begeleidingsband. Een groep die vandaag bestaat uit ex-Oasis en Beady Eye leden Gem Archer (gitaar), drummer Chris Sharrock, toetsenist Mike Row en The Zutons bassist Russell Pritchard. Met ‘Who Built The Moon?’ mag het gezelschap een derde plaat aan zijn palmares toevoegen. Noel is een kameleon en een slokop. De Britse rockscene kent voor hem geen geheimen en op een speelse en ook wel geraffineerde wijze weet de altijd bij de pinken zijnde songsmid een smeltkroes aan invloeden in zijn liedjes te integreren. Het gamma is uitgebreid en gaat van big beat, funk, krautrock en britpop tot glam, psychedelische rock, rhythm-and-blues en Merseybeat. ‘Who Built The Moon?’ is een fraaie rockplaat met een aantal leuke en swingende tracks als ‘Holy Mountain’, het hippe ‘It’s A Beautiful World’ en ‘Black & White Sunshine’. Een andere hoogvlieger is het majestatische ‘The Man Who Built The Moon’. De twee instrumentale (al of niet overbodige) sfeerstukjes ‘Wednesday Part 1 & 2’ doen denken aan de soundtrack voor een film. Misschien heeft Noel wel plannen in die richting. Dat Gallagher je ook zonder de ‘wall of sound’ van producer David Holmes je van de sokken kan blazen bewijst hij met de live ingespeelde, akoestische bonustrack ‘Dead In The Water’.

Rabitrup

Rabitrup
SWVMPS II
Eigen Beheer

Rabitrup is een project van de uit Seattle afkomstige noise, industrial en metal acoliet Danny Tatom. Dit is de opvolger voor zijn ep ‘SWVMPS’, uitgebracht in januari 2017. Tatom zit in het vaarwater van illustere en tegelijk ontzag afdwingende bands als Skinny Puppy, Nine Inch Nails, Front Line Assembly en Author And Punisher. Danny zoekt naar nieuwe invalshoeken via allerlei elektronische hulpmiddelen. Wat moet doorgaan voor de zang zijn door merg en been snijdende oerschreeuwen. Meest in het oog springende track is het monumentale negen minuten durende ‘Walls’, maar ook de twee overige nummers zijn vernuftig in elkaar geknutseld. Een witheet en ziedend plaatje deze ‘SWVMPS II’. 

electric)noise(machine

electric)noise(machine
Distant Shores
PIAS

Na ‘Pardon’ de tweede ep voor dit Brusselse trio. Trapt wild om zich heen, maar laat ook zijn meer melodieuze en sensitieve kant zien in een nummer als ‘Vengines’. Meest in het oog springende track, ook al door de begeleidende videoclip, is het titelnummer. Het drietal combineert gespreksthema’s van deze tijd met een moderne vorm van noise, rock en punk, wat in de bio omschreven wordt als experimentele dead pop. De twee overige twee nummers zijn onstuimig, robuust en gepassioneerd. Vooral de elektronica in ‘Violent Thoughts’ is spitsvondig en zorgt voor contrast met de zware baslijnen en mokerende drums. Zanger Ioan stond erop dat Kasper De Sutter en Mike Marsh een vermelding krijgen. De eerste is een jonge kerel, 21 jaar en erg getalenteerd. Hij leidde de opnames in levert hier fantastisch werk. De tweede is een internationaal vermaarde mastering engineer met 30 jaar ervaring. Voor Ioan is het ongelooflijk dat een man met zo een palmares de tijd heeft genomen om een plaatje te masteren van een nog onbekend groepje uit België.

electric)noise(machine

electric)noise(machine

Een naam die de lading dekt
Het idee voor het oprichten van een band als e)n(m kwam er na een ontmoeting tussen bassist Vincent Kempeneers (Arkangel, Zaccharia) en zanger Ioan Kaes (Death Before Disco) nu al zeven jaar geleden, maar kreeg pas zijn huidige vorm in 2015. Datzelfde jaar in juni kwam er met ‘Pardon’ een eerste ep uit en daarna is het heel erg snel gegaan en zijn we aanbeland bij vandaag. Tijd dus om deze Brusselse formatie voor te stellen en de geknipte persoon daarvoor is Ioan Kaes.
Paul Van de gehuchte

 

Waar komt de naam vandaan?
Het drietal houdt van beschrijvende merknamen. En er zit een concept achter dat alles te maken heeft met het cijfer drie.  Zo bestaat het logo uit drie driehoeken wat de drie krachten uitbeeldt: elektriciteit, lawaai en het machinaal vermogen dat alles aanstuurt. 
‘Net zoals andere bands maak je een lijstje met namen die je leuk vindt. Deze komt uit het schriftje van Vincent die electric)noise(machine als groepsnaam altijd al supercool heeft gevonden. Voor ons past het perfect bij wat we doen, maar het blijkt ook een problematische naam te zijn. Veel mensen spreken het fout uit en kunnen het niet vanaf de eerste keer onthouden. Het is ook moeilijk om op een affiche te zetten. Lang en in drie woorden… . Het speelt ons ook parten on line. Je moet het maar eens googelen. Iedere zoekmachine reageert anders en het leidt niet altijd meteen tot een juist resultaat. Zo bekeken was het misschien niet de beste keuze, maar we zitten er nu eenmaal aan vast.’

De vierde of is het al de vijfde drummer?
Nieuw achter de drumkit is trommelaar Gabriel Marlier. Hij is net als Ioan en Vincent een Brusselse ket. 
‘Hij is er eentje om te houden en speelt ook in My Diligence. Dat zijn heel goede vrienden van ons. En nu we dezelfde drummer delen hebben we besloten om samen een repetitiekot te huren. Gabriel is een echte rock drummer. Hij luistert ook veel naar hiphop. Hij heeft een heel andere manier van spelen. Alle vorige drummers hadden een hardcore achtergrond. We dachten dat het wel zou klikken, want muzikaal zitten we ergens tussen noise en rock in. Met Gabriel hebben we onze tweede ep ‘Distant Shores’ opgenomen en mede dankzij hem klinkt die een heel stuk volwassener dan de eerste.’

Het minste wat je kunt zeggen van de videoclip bij het nummer ‘Distant Shores’ is dat die zal opvallen. Was het de bedoeling om te shockeren?
‘Wat een beetje verloren gaat in de clip door de snelle montage zijn de beelden op de achtergrond, want daar draait het eigenlijk om. Vandaag de dag worden we ontzettend veel geconfronteerd met beelden die betrekking hebben op de migratie problematiek, zeg maar migratie explosie. Die beelden zijn zo schokkend dat je daar eigenlijk niet onbewogen kunt voor blijven. Het nummer op zich is ook een aanklacht naar het hele mediacircus dat er mee samen gaat. Naar mijn mening ligt de focus te veel op die beelden om de aandacht te trekken in plaats van meer informatie er over  te verstrekken. Je weet niet wat er achter schuil gaat. Het is gratuit voyeurisme ten overstaan van een onnoemelijk leed. Het idee achter de clip is: we nemen één van die cameramannen wiens job het is die beelden te schieten en we zetten die eens keertje in de stoel van voyeur en tegelijk slachtoffer en onderwerpen hem aan leed en geweld. En we laten het hemzelf filmen met een op het hoofd bevestigde go pro camera. Het is iets waar we allemaal meer mee moeten geconfronteerd worden. Nu zitten we vanuit onze luie zetel te kijken en worden er uiteindelijk ongevoelig voor. Als de videoclip als shockerend overkomt, dan zij het zo. Als het de mensen maar wakker schudt.’



Naast de muziek is er de merchandise. Wat moet ik me voorstellen bij de waterboarding bags?
‘De waterboarding bags maken deel uit van het concept. We zijn een band die de actualiteit op de voet volgt: terrorisme, vluchtelingen, armoede. Het is een zak voor mensen met weinig bezittingen. Die kunnen die voor weinig geld bij ons kopen, zelfs al hebben ze voorlopig niks om er in te stoppen (lacht). Daarnaast hebben we ook onze t-shirts en verkopen ook etsen. Een vriend van ons heeft een scenografie ontworpen en er een zeefdruk van gemaakt in een oplage van dertig genummerde exemplaren. Eenmaal die dertig verkocht is het gedaan. Er worden er geen bijgemaakt, dus het zijn tamelijk unieke stukken.’

Hoe combineer je werk met je leven als muzikant?
‘Met weinig slaap, zeker als het wat hectisch wordt. Er zijn heel drukke periodes waarvan je denkt dit valt niet meer te combineren en er zijn andere dagen dat het rustiger is en dat je van mening bent dat het ‘een beetje meer mag zijn’. We zijn maar met drie en als we dan de taken verdelen dan heb je meer te doen dan als je bijvoorbeeld met vijf of zes bent.  We hebben ook elk een job die ons de mogelijkheid geeft om flexibel te zijn. Dat werkt wel langs twee kanten, dat is geven en nemen. Maar dat is een keuze die we al heel lang geleden hebben gemaakt. Met onze muzikale projecten willen we iets bereiken. En dan is het noodzakelijk dat je de tijd eraan kunt besteden die je denkt nodig te hebben.’ 


‘Ik ben al heel lang bezig als muzikant en wat een beetje ontbreekt is een sterk ontwikkeld sociaal leven. Ik heb geen grote vriendenkring waar ik kan op terug vallen. Maar misschien zat dat ook niet in mij en zocht ik daarom mijn toevlucht in de muziek. Ik ben daar gewoon ingerold. Je bent jong en je probeert wat met muziek en als dan blijkt dat je daar talent voor hebt. Je komt dan bijna toevallig andere gelijkgezinde mensen tegen en hop, je bent vertrokken. Tien jaar later is dat een deel van je leven en is je lichaam daar op ingesteld.  Soms is het wat moeilijk te combineren, maar voor mij zijn het nu eenmaal noden waar ik moet aan voldoen.’