dinsdag 4 september 2018

Needlepoint

Needlepoint
The Diary Of Robert Reverie
BJK Music

Wie herinnert zich nog of kent überhaupt acts als Caravan, Matching Mole, Gentle Giant, Camel, Weather Report, Soft Machine en Return To Forever? Ik denk dat je al enkele jaartjes op de teller moet hebben staan of je bent een fervent liefhebber van progressieve rock, jazzrock en fusion en dan kun je niet omheen het oeuvre van de vermelde artiesten. Gelukkig zijn er vandaag nog groepen die hun erfenis in ere houden en verder uitdragen. Het Noorse Needlepoint is er zo één. Hun muziek zit diep gebeiteld in de jaren zeventig van de vorige eeuw waarin jazzrock als genre zijn hoogtepunt bereikte en veel volgelingen kende. Brein is zanger/gitarist en liedjesschrijver Bjørn Klakegg. De stijl die hij en zijn medemuzikanten aanhangt kan heel complex en moeilijk te vatten zijn, maar de maestro houdt het alles in acht genomen tamelijk simpel. Zijn manier van zingen en ook de arrangementen zijn eerder lichtvoetig, speels, enthousiast en zwierig. Ook de sporadische, harmonische samenzang past in het plaatje. De andere leden kwijten zich meer dan voorbeeldig van hun taak en etaleren met brio hun vakmanschap. Een speciale vermelding krijgen drummer Olaf Olsen en toetsenist David Wallumrød. Voor Needlepoint is dit hun vierde album en zonder enige twijfel hun beste.

Pardans

Pardans
Spit And Image
Tambourhinoceros

Het Deense kwintet Pardans brengt een explosieve cocktail van free jazz met punk en koppelt dit aan de experimentele en onconventionele no wave beweging uit de jaren zeventig. De muzikanten hakken er lekker op in. Frontman Gustav Berntsen geeft het goede voorbeeld met irritante en onsamenhangende uithalen die worden ondersteund door een vreemde combinatie van instrumenten waar onder meer tenorsaxofoon en altviool de dienst uitmaken. De weerbarstige en verwrongen uithalen van beats en riffs gaan gepaard met teksten over alle aspecten van de adolescentie zoals het gebrek aan integriteit, moreel verval, verdorven losbandigheid, maar ook respect, geduld, vertrouwen en onvoorwaardelijke liefde. Muzikaal zorgt men voor de ideale omkadering met soms fascinerende stijlbreuken in melodie en ritme. Meest verrassende track is ongetwijfeld het zwaarmoedige en pakkende ‘Love Run Loose’. Bij Pardans is de waanzin soms dichtbij, maar dat maakt het net opwindend.

Moto Toscana

Moto Toscana
Moto Toscana
Tonzonen

Op hun debuut brengt dit Duitse trio naar eigen zeggen een mix van sludge funk en disco doom. Het komt er op neer om het tempo genoeg te laten zakken om de gewenste uitwerking te bekomen. Het beoogde ritme is dan ook loom en zwaar. De basgitaar van Michi Witt is gekoppeld aan fuzz en andere effecten. De donkere drumpatronen van Chris Linke zijn strak en groovy. De stem van zanger Andy Versus doet soms denken aan die van Douglas McCarthy van Nitzer Ebb. Afwisseling bekomt Moto Toscana door het leggen van zowel funk als doom accenten. De beperking van het instrumentarium zorgt er sowieso voor dat het trio al snel tegen zijn limieten aanbotst. Na een aantal nummers heb je het wel gehad met die ronkende bas en doffe drumslagen. En jammer genoeg bezit frontman Versus niet over een vocaal arsenaal om het monotone karakter enigszins te doorbreken.

Krakow

Krakow
Minus
Karisma

‘Minus’ is de opvolger voor het in 2017 verschenen live album ‘Alive’. Hun laatste studioplaat ‘Amaran’ verscheen in 2015. Deze Noren blijven kiezen voor diversiteit. Je krijgt hier een ruim aanbod aan stijlen gaande van progressieve rock naar post metal, stonerrock, postrock, heavy metal, death metal en psychedelische rock. Ze blijven ook wel in hetzelfde bedje ziek. De twee groepsleden die ook de zang voor hun rekening nemen zijn bassist Frode Kilvik en gitarist René Misje. Geen van beide is altijd toonvast. Een euvel dat al van bij hun debuut ‘Monolith’ (2009) aan de oppervlakte kwam. Het feit dat ze geen moeite doen om aan dit punt te werken is misschien wel een bewuste keuze. Ze zien het atonale misschien wel als één van hun handelsmerken. Muzikaal klinken ze wel hechter dan ooit. Dat komt vooral tot uiting in de langere instrumentale passages waarin ze pal staan en sterk voor de dag komen. De totaliteit aan het mengen van alle voornoemde genres maakt dit album ook wel avontuurlijk en spannend. ‘Minus’ is ook een langspeler vol tegenstellingen waarin zowel het licht als het duister, schoonheid en bederf, zuiver sprankelend water en een stinkende riool, reizen in de tijd en terugkeren naar het verleden deel uitmaken van de verhalen en vertellingen van Krakow. Fijn is ook dat ze één van hun rockiconen, met name Phil Campbell konden strikken om de gitaarsolo in ‘Black Wandering Sun’ voor zijn rekening te nemen en veteranen uit de Bergense muzikale scene laten opdraven als koor in afsluiter ‘Tidlaus’.

Van Der Graaf Generator

Van Der Graaf Generator
Live At Rockpalast
MIG

Eén van de meest tot de verbeelding sprekende, doch miskende progressieve rockgroepen was ongetwijfeld Van der Graaf Generator. De band onder leiding van Peter Hammill moest voortdurend rekening houden met het financiële aspect en dat deed hen uiteindelijk besluiten om in 1979 de handdoek in de ring te gooien. Hammill bleef wel op regelmatige basis soloplaten uitbrengen waarop de overige muzikanten van VdGG dikwijls een gastbijdrage leverden. Een hartaanval in 2003 bracht de plannen van Peter voor een reünie in een stroomversnelling. Na een aantal repetities mocht het kwartet in zijn originele bezetting in mei 2005 aantreden in de Royal Festival Hall in Londen. Het concert was een onverhoopt succes en er werd meteen een tournee aan gekoppeld. Dat bracht het kwartet voor een eenmalig optreden ook naar Duitsland, meer bepaald het Jazzfestival in Leverkusen. Het vermaarde programma Rockpalast was er als de kippen bij om dit concert voor het nageslacht vast te leggen. Het is één van weinige, zo niet het enige live optreden van Van der Graaf Generator dat integraal is opgenomen en uitgebracht op dvd. Zoals reeds aangegeven is de muziek van VdGG heel complex en het blijft altijd afwachten of de verwachtingen kunnen worden ingelost. Die avond, toevallig viel die samen met Peter Hammill zijn 57ste verjaardag, waren de vier muzikanten zeer geconcentreerd en in topconditie. De vier musici - saxofonist/fluitist David Jackson, drummer Guy Evans, Hugh Banton (bas en orgel) en Hammill zelf - leggen stuk voor stuk een meesterschap aan de dag die weinigen kunnen evenaren. Van der Graaf Generator brengt sublieme vertolkingen van het prille werk zoals ‘Killer’ en ‘Darkness’ (1970) tot het toen meest recente ‘Nutter Alert’ en ‘Every Bloody Emperor’ (2005). Andere fantastische uitvoeringen zijn er van ‘Scorched Earth’, ‘Lemmings’,  ‘Childlike Faith’, het ronduit sublieme ‘The Sleepwalkers’, ‘Man Erg’ en ‘Wondering’. Verplichte kost voor elke prog rocker.

Vöödöö

Vöödöö
Ashes
Indie Recordings

Net als Bismarck is Vöödöö afkomstig uit het Noorse Bergen. Het viertal kiest wel voor een heel ander groepsgeluid dan de ‘cosmo doom’ van hun stadsgenoten. De muzikanten hebben elk een andere muzikale achtergrond, maar kunnen die toch tot één geheel smeden. Qua stijl zitten ze in het vaarwater van Queens Of The Stone Age, Royal Blood, Arctic Monkeys en Rival Sons. Gitarist Sveinung Fossan Bukve is nogal fanatiek wanneer het aankomt op het gebruik van pedalen en gitaareffecten. Hij bezit er meer dan een dozijn en laat zijn fantasie dan ook de vrije loop tijdens het musiceren. Ook zanger Gøran Stavang Skage speelt met zijn indrukwekkende stem een voorname rol. De ritmesectie kan daar niet voor onderdoen en zowel drummer  Giuliano Antonio LoMonaco als Stian Brungot (basgitaar) staan garant voor solide riffs en gave en veel gelaagde ritmes. De songs zijn eerder rauw, donker, dynamisch en soulvol. Ze worden gedragen door teksten die verhalen over persoonlijke gebeurtenissen en interne conflicten. Naast een bevlogen titelsong, het goed in het gehoor liggende ‘Lay Me To Rest’ en het frivole ‘Dots’ is de korte en emotionele afsluiter ‘The Rope’ een pareltje. ‘Ashes’ is een meer dan geslaagd debuut.

Leto

Leto
Vor Die Hunde
Rookie

Postpunk band uit Hamburg die graag zijn muzikale spectrum verruimt met flinke dosissen emocore, indie rock en hardcore. De twee zangers zijn gedreven en geven zich over aan een spervuur van steeds veranderende intonaties en toonhoogtes. Behalve het iets meer ingehouden ‘Gold’ zijn de tracks genadeloos hard. Naar het schijnt zijn hun songs een eerbetoon aan voor mij onbekende groepjes als Captain PlanET en Muff Potter. Het enige verschil met Amerikaanse genregenoten is dat ze met uitzondering van ‘Into The Wild’ in het Duits zingen. Voor de rest valt er qua bijzonderheden of verschillen weinig te vertellen. ‘Zahn Der Zeit’ zorgt voor een behoorlijke start, ook al dankzij het wat meer inventieve gitaarwerk. Maar al snel klinkt Leto als de zoveelste emo punkrock band. Oké er zit vaart achter, maar dat alleen is niet genoeg om de superlatieven boven te halen. Ondanks het enthousiasme blijft ’Vor Die Hunde’ stokken in goede bedoelingen.

Crippled Black Phoenix

Crippled Black Phoenix
Great Escape
Season Of Mist
Begin dit jaar bracht CBP met de ep ‘Horrific Honorifics’ een leuk tussendoortje uit. Daarop staan zes uiteenlopende tracks van oprichter Justin Greaves zijn favoriete artiesten. Die werden op eigengereide wijze ingekleurd. En nu is er ‘Great Escape’. Een plaat die helemaal in het verlengde ligt van hun vorige studio album ‘Bronze’ (2016). Het is geen geheim meer dat Greaves reeds meerdere jaren vecht tegen depressies. Een persoonlijke strijd die hij omzet in muzikale avonturen en een reeks van veelgeprezen langspelers. Opnieuw zijn het hier de meer donkere thema’s die de hoofdmoot uitmaken. De sfeer is somber, weemoedig met veel verwijzingen naar psychedelische rock tot dark rock en gothic. Net zoals voorheen is ook de cinematografische aard van de muziek één van de specifieke elementen die op ‘Great Escape’ terugkeren. Justin schrikt er ook niet voor terug om met groots klinkende composities uit te pakken. Deze plaat telt er met ‘Times, They Are A’Raging’ en ‘Great Escape (part I & part II)’ twee. Tot de hoogtepunten behoren het door Belinda Kordic machtig gezongen ‘Rain Black, Reign Heavy’, met ook een pluim voor Helen Stanley (trompet) en drummer Ben Wilsker, die ook nog eens schittert in het geweldige ‘Slow Motion Breakdown’. Nog het vermelden waard zijn het gedreven ‘Nebulas’ en futuristisch klinkende ‘Madman’. ‘Great Escape’ is net als ‘Bronze’ een heterogene en aangename schijf. 

Bismarck

Bismarck
Urkraft 
Apollon

We zijn altijd te vinden voor een ferme hap doom metal. De uit Bergen, Noorwegen afkomstige band Bismarck is een nieuwe exponent in deze categorie. Maar Bismarck is veel meer dan dat. Het vijftal pakt uit met een groepsgeluid waar ook stoner, drone, progressieve rock, sludge, psychedelische rock en post metal aan bod komen. Zanger Torstein Tveiten is één van die vocalisten die oerschreeuwen met een natuurlijke flair uit de boxen laat knallen. De overige muzikanten ondersteunen hem met in fuzz gedrenkte en onheilspellend galmende gitaarriffs. Voeg daar nog de mokerslagen van drummer Tore Lyngstad aan toe en je krijgt een debuutalbum dat terecht de titel ‘Urkraft’ draagt. Alleen in ‘Vril-Ya’ en ‘The Usher’ toont Bismarck eventjes zijn meer gevoelige kant met exotische instrumenten als zurna en darbuka en laat Torstein horen dat hij meer kan dan alleen maar grommen en grauwen. Slechts vijf nummers en vijfendertig minuten muziek. Doch die zijn ruim voldoende om je te overtuigen van de kwaliteiten van Bismarck. ‘Urkraft’ is naast loodzwaar en kosmopolitisch, een met veel uitstraling en kick gevend plaatje.

Årabrot

Årabrot
Who Do You Love
Pelagic

Tijdens Årabrot hun Europese tournee in 2014 kreeg zanger/gitarist Kjetil Nernes te horen dat hij keelkanker had. Een agressieve variant dan nog, maar dat hield hem niet tegen om eerst de toer af te werken en pas dan met de behandeling te beginnen. Al die tijd hing de smerige ziekte als een zwaard van Damocles boven zijn hoofd en die moeilijke periode heeft toen ook zijn kijk op de wereld helemaal veranderd. De goden waren hem echter gunstig gezind, want hij herstelde volledig. Tegenwoordig woont hij met zijn gezin in een voormalige kerk in het Zweedse gehucht Dalarna, omringt door piano’s, orgels en een honderdtal oude bijbels die de voormalige congregatie er achterliet. Het is ook de uitvalsbasis voor Årabrot daar de band er repeteert en opneemt. Met ‘Who Do You Love’ komt het collectief sterker dan ooit voor de dag. Voor de teksten is de bijbel één van Nernes zijn inspiratiebronnen, ook al zingt hij over thema’s als seks, dood, wantrouwen, trots en het tarten van de verbeelding. Past allemaal wonderwel bij het muzikale concept waarin extreme geluiden, disharmonie, spanning en samenhang hand in hand gaan. Årabrot brengt noise rock in zijn breedst mogelijke betekenis. Luisteren naar de tiens songs van ‘Who Do You Love’ is een ware belevenis, een ontdekkingstocht  waarbij je telkens stuit op echo’s van één of andere artiest. Het geeft telkens een gevoel van voldoening wanneer je die kunt thuisbrengen. Ondanks het zich laten leiden door een horde van uiteenlopende acts komt het gezelschap toch tot een geheel eigen groepsgeluid. Het zijn vier vreemde vogels met een ambitieuze uitstraling een een schitterende plaat onder de arm. ‘Who Do You Love’ is zonder meer een grote kanshebber voor de titel van ‘album van het jaar’.

Now Vs Now

Now Vs Now
The Buffering Cocoon
Jazzland Recordings/PIAS

De uit Brooklyn afkomstige toetsenist Jason Lindner werd samen met de overige muzikanten van de Donny McCaslin Group door David Bowie zaliger gevraagd om mee te werken aan ‘Blackstar’, wat jammer genoeg zijn laatste album zou worden. Voor die muzikanten is het wel mooi om op je cv te kunnen zetten en het levert je tegelijk meer naambekendheid op. Wat Jason betreft: die heeft nog wel meer op zijn palmares staan. Naast andere projecten waaronder Oscilliations richtte hij in 2006 Now Vs Now op. Een band met een trio bezetting waar naast Lindner ook bassist Panagiotis Andreou en drummer Justin Tyson deel van uitmaken. ‘The Buffering Cocoon’ is voor het drietal hun derde langspeler. Het is zo genoemd ter ere van een ook al dierbare, overleden vriend die de muziek met die woorden omschreef. Now Vs Now richt resoluut zijn blik op de toekomst. Je zou het een concept album kunnen noemen omdat de muziek je meeneemt op een bijzondere trip op weg naar een mogelijke bestaanskans. Hoe zal het de mensheid, de maatschappij, de planeet vergaan? Er zijn interstellaire en futuristische elementen ingebouwd die samen gaan met van elkaar verschillende muzikale dimensies, die zowel van opzet groots en ambitieus kunnen zijn. Diverse genres en stijlen zorgen voor een kruisbestuiving met als hoofdkenmerken jazz, ambient, funk en soul. Op een speelse manier komen er infiltraties van analoge synthpop, moderne electro en R & B, voor de dansvloer bestemde darkwave, IDM, salsa en jazztronica. De meest hippe componenten krijg je voorgeschoteld in ‘Motion Potion’, het zwoele ‘The Scarecrow (Silkworm Society Mix)’ en het warmbloedige ‘Glimmer’. De overige tracks hebben een iets minder toegankelijke, meer complexe structuur. Wat er ook van zij, het trio heeft alleszins een bijzondere muzikale kijk op wat er in het verschiet kan liggen. 

Oh.

Oh.
Metallia
Olitunes

Ik heb een grote bewondering voor alle muzikanten. Zij kunnen een instrument naar keuze bespelen, iets waar ik eigenlijk stik jaloers op ben. De laatste vijftig jaar of zo heb ik me dan maar toegelegd op het beluisteren van muziek. Een aantal van die musici zijn echte virtuozen en sommigen zijn zo veelzijdig dat ze zich multi-instrumentalist mogen noemen. Eén daarvan is de Griekse Olivia Hadjiioannou, alias Oh. Na een aantal eerder uitgebracht ep’s en singles is er nu de mini ‘Metallia’. Het is de voorloper van het album ‘Prog Unshaven’ dat verwacht wordt in de lente van 2019. ‘Metallia’ telt zes instrumentale nummers. Oh. zingt wel, maar zonder tekst en gebruikt haar stem zuiver als instrument. Het plaatje staat bol van de gitaarsolo’s en riffs die maar aan en af blijven rollen. Qua stijl kun je de muziek van Oh. onderbrengen in het segment avant-garde, progressieve en symfonische metal. Wat ik vooral mis zijn echte songstructuren. Het enige nummer dat een beetje in het hoofd blijft zitten is ‘Androgyny’. De overige composities missen een melodieus thema en zijn te fragmentarisch van opbouw. Het is allemaal hoogstaand en technisch perfect uitgevoerd, doch het raakt me totaal niet. Nochtans is het verhaal en het concept achter ‘Metallia’ prachtig van opzet en aan Olivia haar muzikaal talent en briljante techniek twijfel ik geen moment. Maar de vonk slaat niet over en de impressie die ’Metallia’ nalaat is die van een kille, afstandelijke en soms zelfs saaie plaat.      

Genghis Khan

Genghis Khan
Her Absence Is My Antichrist
Atypeek Music

Amerikaanse MC en producer uit Greensboro, North Carolina. Vormt samen met Unconscious Rascall en Jon Jackson het producer collectief The Gemini Lounge. Maakt ook soloplaten en dit is na ‘The Violent Effect’ (2008) en het in 2012 verschenen ‘The Broken Love’ zijn derde album. Khan onderscheidt zich van de doorsnee hiphop artiest door op zoek te gaan naar een meer donkere variant. Zijn teksten zijn grimmig, duister, controversieel waarvan het begrip angst een belangrijk onderdeel uitmaakt. De muziek vertrekt vanuit vintage hiphop en neigt naar industrial door de keuze van samples, op ambient en trance gebaseerde noise elementen die een bepaalde sfeer creëren en de ‘huiverende’ baslijnen. Een grote troef zijn ook de zeer diverse gastbijdragen van de verschillende vocalisten. Het levert een aantal opmerkelijke tracks op als het imponerende ‘Inversion’, het harde en rauwe ‘Hard Boiled’en het dreigende en onheilspellende ‘100.000 People’. Interessant zijn ook de tegenstellingen in ‘Rooted Deep Inside’ waarin gesamplede ruis en storingen haaks staan op de weemoedige zang en het orkestrale facet in ‘Larva’, inclusief de remix. Het ruime aanbod van zeventien nummers zorgt ondanks de karakteristieke stijl dus toch voor heel wat variatie. Al kent de plaat ook zijn mindere momenten, want niet alle songs klinken even overtuigend. Het lijkt dan wel of Genghis een beetje doelloos ronddoolt.

Bubblemath

Bubblemath
Edit Peptide
Cuneiform Records

Deze tweede langspeler van Bubblemath dateert van mei 2017, maar vond pas nu zijn weg naar ondergetekende. Een jaar dat is niets vergeleken met de tijdspanne van vijftien jaar die er rust tussen hun debuut ‘Such Fine Particles Of The Universe’ (2002) en ‘Edit Peptide’. Een reeks van tegenslagen - te veel om op te noemen - lag aan de basis van het lange wachten. Gelukkig is hun muziekrichting gaande van eclectische progressieve rock tot avant-garde, math rock en een niet te stoppen drift om te experimenteren uitermate geschikt om voor een tijdloos karakter te zorgen. De muzikanten beschouwen het lange uitstel zelfs als een voordeel, want het gaf hen meer tijd om een hechtere band te creëren en uit te groeien tot betere musici. Het vijftal neemt de uitspraak van  wijlen Frank Zappa ter harte (‘progress is not possible without deviation’) en gaat voluit voor excentriciteit, complexiteit, ongewone ritmes, veel gelaagde melodieën, het atonale, het harmonieuze en niet te vergeten, de meesterlijke arrangementen. De groep heeft ook een voorliefde voor woordspelletjes en dat merk je aan zowel sommige van de songtitels als de liedjesteksten. Al deze ingrediënten zorgen voor een tamelijk uniek audio spektakel. Wie niet bij de les blijft en bij verlies aan concentratie dan draait het al eens in de soep. Je moet voortdurend gefocust blijven en dat is niet zo evident, zeker niet als de composities een stuk langer duren dan een doorsnee popsong. Wie wel bij de zaak blijft wordt beloond met een technisch vernuftige, maar niet altijd even toegankelijke plaat. ‘Edit Peptide’ ligt mijlenver weg van wat radiomakers vandaag draaien en het is ook een album dat helemaal haaks staat op de tijdgeest van dwaasheid en onzinnigheid.  

The Pineapple Thief

The Pineapple Thief
Dissolution
Kscope Records

Na zijn passage op ‘Your Wilderness’ (2016) is drummer Gavin Harrison (Porcupine Tree, King Crimson) opnieuw van de partij op het twaalfde studioplaat van deze Engelse progressieve rock formatie. Actief sinds 1999 is gebleken dat door de jaren heen The Pineapple Thief een toonaangevende rol speelt in het genre. Een geraffineerd groepsgeluid en artistiek hoogstaande songs zijn hun handelsmerk. De rode draad doorheen het album ‘Dissolution’ wordt gevormd door de illusie van verbondenheid. Een moderne relatie wordt vandaag gedirigeerd door de sociale media, maar de oppervlakkigheid waarmee dit gepaard gaat is veelzeggend. Dikwijls gaat dit soort van connecties even snel verloren als ze tot stand zijn gekomen. De teksten zorgen voor een dramatisch en melancholisch effect en dragen bij aan de dynamiek van het album. Frontman Bruce Soord zingt de sterren van de hemel en de muzikale mix van art rock en prog met indie en klassieke rock bereikt hier bijna de perfectie. Voeg daar nog wat akoestische folk en jazz elementen aan toe en je krijgt een uitmuntend palet van hoe hedendaagse rockmuziek leeft. De plaat zit vol verrassende wendingen en gaat van heel rustige, sfeervolle passages naar stevige, spectaculaire en soms pompeuze uithalen. Het kan bijna moeilijk anders dat in sommige tracks de invloed van Porcupine Tree/Steven Wilson zich manifesteren. Dat is het geval in het opwindende, elf minuten durende ‘White Mist’ en ook nog in ‘Try As I Might’ en ‘All That You’ve Got’. Dat doet echter geen afbreuk aan de uitstekende kwaliteit van Dissolution’ in zijn geheel. Aan uitschieters geen gebrek. Dompel je onder en laat je meeslepen door het prachtig geconstrueerde ‘Shed A Light’, het als single uitgebrachte ‘Far Below’, ‘Threatening War’ of het iets meer onheilspellende ‘Uncovering Your Tracks’. ‘Dissolution’ verschijnt op 31 augustus in diverse uitvoeringen (cd, digitaal, zwart en ‘crystal clear’ vinyl, Blu-ray en een vierdelige luxe set)

donderdag 9 augustus 2018

m1nk

m1nk
The Far Cry
Seja Records

m1nk (em one en kay) liet voor het eerst van zich horen met het nummer ‘Fuck You Up’, uitgebracht eind december 2017. Kort daarop vonden ze onderdak bij het Nederlandse label Seja en met ‘The Far Cry’ brengen ze nu een tweede single uit. Het is de voorloper van hun debuutalbum ‘m1nk = Em One En Kay’. Het duo bestaat uit Erika Bach en Barry Snaith. Beide komen uit de Britse underground scene. De song heeft iets spookachtig, gejaagd, futuristisch en erotisch. De muziek van Snaith zweeft tussen cyberpunk, industrial, surrealistische filmmuziek, cabaret en dubstep. De stem van Bach is fragiel, timide en tegelijk bezwerend en dwingend. ‘The Far Cry’ is een grimmig en kil nummer, een klankbord voor het leven in de chaos en drukte van eender welke grootstad, de moderne jungle waarin de mens tracht te overleven. Een song ook die je reikhalzend doet uitkijken naar wat m1nk op muzikaal gebied nog in petto heeft. Daar moet je nog even op wachten. ‘m1nk = Em One En Kay’ zou eind dit jaar verschijnen.

Vitor Joaquim

Vitor Joaquim
Impermanence
Eigen Beheer

De Portugees Vitor Joaquim is een vorser en een geluids- en beeldkunstenaar. Hij behaalde een doctoraat in computermuziek en heeft een voorliefde voor probeersels met laptops. Zijn eerste stappen op het gebied van improvisatie en experimentele muziek zette hij reeds begin de jaren tachtig. Vitor werkte zowel voor theater en creëerde dansvoorstellingen, video’s en kunstinstallaties. In verschillende Europese landen werkte Joaquim samen met gerenommeerde en minder bekende artiesten als Scanner, Phil Niblock, Julien Ottavi, Greg Haines, Carlos Zingaro en Rodrigo Amado. Naast compilaties, remixes en collaboraties met andere muzikanten staan er acht solo albums op zijn palmares. Deze ‘Impermanence’ is nummer  negen en een toch wel bijzondere release. Het album komt uit in drie verschillende versies: op een USB Visacard verpakt in een doosje met magnetisch slot en digitaal. De derde, meest prijzige en zeldzame editie van slechts twintig exemplaren komt er in een als verpakking opgevat, opmerkelijke acryl beeldhouwwerk van de hand van Rui Grazina. Het kunstobject nodigt uit om als gebruiker in te gaan op de interactie tussen doorzicht en aanraking. Het concept van ‘Impermanence’ is de carrousel van verandering. Zowel het eigen lichaam als de omgeving en de wereld in het algemeen transformeert en muteert. Er is de onzekerheid van het bestaan en tegelijk de voorspelbaarheid der dingen. Niets ontsnapt aan wat er met het verstrijken van de tijd gebeurt. En dan is er nog het onvermogen om elk moment van ons bestaan ten volle bewust te beleven. De interpretatie van deze denkpiste maakt van de muzikale voorstelling ‘Impermanence’ tot een uniek electro-akoestisch werkstuk. Vitor Joaquim introduceert en combineert op schitterende wijze, piano, orgel en strijkers met elektronische spitsvondigheden, samples en tekstfragmenten zoals in de titeltrack een ingesproken brief van Tommy G aan Maria P en in ‘Here Is Where Is All The Happiness That You Can Find’ zit een Arvo Pärt interview verwerkt. Samen met ‘Stillness’ behoren ze tot de hoogtepunten van deze ‘Impermanence’.       

Tresque

Tresque
Vai E Vem
Care Of Editions
Laurent Peter opereert onder de noemer d’Insice. Daarnaast is hij ook actief als INSUB., diatribes, Tresque, La Tène, IMO en A/V. Sinds 2004 heeft hij zo een onnoemelijk aantal projecten tot een goed einde gebracht. Als Tresque is ‘Vai E Vem’ zijn meest recente exploot. De naam Tresque is ontleent aan een bijna vergeten middeleeuwse rondedans uit het zuiden van Europa. Met ‘Vai E Vem’ gaat Laurent Peter terug naar zijn roots van techno, drum-'n-bass en dub, maar bewandelt tegelijkertijd de weg van improvisatie, musique concrète en de lust om te experimenteren. Er wordt een spanningsveld gecreëerd tussen het statische element en de daaruit groeiende evolutie van pulserende en dwingende grooves en beats. Vanuit geminimaliseerde, zich herhalende samples ontwikkelen zich langzaam geluidslandschappen. Soms gebruikt Tresque de cut up techniek en brengt zo een nieuw muzikaal proces op gang. De aaneengeschakelde geluiden biologeren en zijn van een hoge intensiteit. Jammer dat er niet is gekozen voor wat meer afwisseling. Vooral ‘Mwen Se Be’ lijdt onder dit gebrek. Positief zijn dan weer de ritmische noise componenten die aansporen tot een collectieve dansbeweging. De elpee versie telt slechts vier nummers.  Wie zich ‘Vai E Vem’ digitaal aanschaft krijgt het bonusnummer ’Afoxç’ als surplus.


Toshimaru Nakamura

Toshimaru Nakamura
Re-Verbed (No-Input Mixing Board 9)
Room40

Toshimaru Nakamura is in Japan een pionier van de vrije improvisatie en actief in de Onkyo music movement of Onkyokei. Speelde ooit als jonge kerel gitaar in een rockband, maar koos gaandeweg voor het circuit bending, een vorm van elektronische muziek waarbij men via interne feedback geluid opwekt of moduleert. Sinds midden de jaren negentig is Nakamura beginnen te experimenteren met een eenvoudig model van mengpaneel dat hij door je jaren heen omgetoverd heeft tot een volwaardig instrument. Het toestel wordt uitsluitend gestuurd door zijn eigen feedback en heeft geen externe verbindingen. Zijn eerste ‘No-input Mixing Board’ release dateert van 2000 en inmiddels is hij toe aan nummer negen. Alles bij elkaar heeft Toshimaru meegewerkt aan meer dan honderd muziekstukken. Zijn expertise stelt hem in de mogelijkheid om op zoek te gaan naar meer ritmische impulsen die tegelijk enige harmonie bezitten. Toch blijft de muziek overwegend onvoorspelbaar en onbestemd. Het is aan Nakamura om de mengtafel naar zijn hand te zetten en als mixer de zee aan geluiden een bepaalde richting uit te sturen door ondermeer de met feedback opgewekte impulsen te bewerken. In opener ‘Nimb #51’ zijn het lage, pulserende dub georiënteerde uithalen die gepaard gaan met een gestage stroom van gebrom en gekraak. Gelijkaardige klanken herhalen zich doorheen de zeven andere fragmenten, maar door de interventies van Toshimaru komt er een creatief proces op gang waarvan de uitkomst resulteert in een unieke muziek ervaring . Meest tot de verbeelding sprekende tracks zijn ‘Nimb #53’ en ‘Nimb #55’.   

Shy Layers

Shy Layers
Midnight Marker
Beats In Space

Shy Layers is de artiestennaam voor de uit New York City afkomstige, maar nu in Atlanta residerende muzikant en visueel kunstenaar JD Walsh. Twee jaar geleden debuteerde hij met een eerste elpee. Een zeer genietbare plaat vol funk, soul, exotische ritmes, de betere krautrock en moderne synthpop. Een album dat een brug sloeg tussen vele genres en muzikale helden als Paul Simon, Kraftwerk, Luther Vandross, Brian Eno en Wally Badarou. Voor de opvolger ‘Midnight Marker’ werd aan de werkwijze en muzikale perceptie weinig veranderd. De titelsong heeft een sterke band met oosterse muziek. ‘Gateway’ is dan weer heel funky en de gastzangers zorgen voor een soulvolle invulling. Wanner Walsh zelf gaat zingen is zijn stem vervormd door een vocoder of andere effecten zoals een talkbox. Soms is het wat van het goede te veel zoals in ’Lover’s Code’ dat wel heel sterk doet denken aan Kraftwerk en een beetje aan Prince. ‘The Keeper’ laat een leuke samensmelting horen tussen Paul Simon tijdens zijn ‘Graceland’ periode en Brian Eno ten tijde van ‘My Life In The Bush Of Ghosts’. Waarom JD zo een voorstander is om zijn stem te bewerken met effecten is me een raadsel. Het klinkt eerder storend dan helend. Ook ‘No Road’ en ‘Draw The Shades’ moeten het ontgelden. Op zijn best is Shy Layers nog in instrumentale nummertjes als ‘Test Pattern’, ‘Tomorrow’, ‘Tropical Storm’ en ’15 And 4’. Het geheel van tien tracks straalt een overwegend gevoel uit van positiviteit en zorgt voor een ontspannen en luchtige sfeer. ‘Midnight Marker’ laat een gedreven artiest horen met veel gevoel voor ritme en met een caleidoscopische, muzikale bagage. Alleen jammer van die robot stemmetjes. Het zingen laat hij beter over aan echte vocalisten.   

Norman Westberg

Norman Westberg
After Vacation
Room40

Wie hem nog niet mocht kennen: Norman Westberg was vanaf het begin gitarist van cultband Swans. Tot Michael Gira in 1997 besloot om de stekker eruit te trekken. Westberg speelde dan maar in verschillende van Swans zijprojecten zoals The Body Haters en soloplaten van onder meer Gira zelf en Jarboe plus hij tekende present op de twee eerste albums van The Heroine Sheiks. De reünie van Swans in 2010 bracht hem terug bij zijn eerste en grote liefde. Daarnaast is hij vandaag actief bij NeVAh en Five Dollar Priest. Voor de release van een eerste solo uitstap was het wachten tot ‘Plough’ in 2012. Gestaag bleef hij op het solofront actief en nu is er ‘After Vacation’. Een plaat die tot stand kwam in de nadagen van de laatste tournee van Swans in die hun laatst bekende constellatie. De titel weerspiegelt het ‘na een vakantie’ gevoel, want echt op vakantie gaan zat er voor Norman niet in. Het lijkt bijna onmogelijk en moeilijk te geloven dat alles alleen maar op gitaar werd ingespeeld. Weliswaar worden er tal van processen gebruikt - delay, reverb, echo, enzovoort - die de brongeluiden transformeren en de textuur veranderen. Voor het eerst maakt Westberg ook gebruik van het ‘one take’ principe. Alles in één opname. Je zou denken; eenvoudiger kan het niet, maar er komt wel meer bij kijken. Zo is er Lawrence English die in de rol van producer kruipt en de zes tracks tot één geheel smeed. ‘After Vacation’ zit ondergedompeld in een duister en donker palet van klanken. Van de drones gaat een sluimerende kracht uit. Het zijn echo’s van onbekende en mysterieuze werelden. De locaties zijn levend en existent. Een zonsondergang, het ruisen van de golven, opstuivend zand. Bedwelmende bloemen, scherpe smaken van vruchten. De muziek heeft iets broeierig en exotisch. Toch blijft de teneur overwegend zwaar en somber. Norman Westberg nam bewust een duik in het voor hem onbekende met als eindpunt een mooie en fraaie langspeler die je niet meteen loslaat en nog een tijd blijft nawerken.   

New Tendencies

New Tendencies
L5
Forking Paths Records

New Tendencies is een project van de Canadese muzikant, kunstenaar en ontwerper Matt Nish-Lapidus. ’L5’ is de opvolger van het vorig jaar verschenen ‘Missed Month’, een plaat die in het teken stond van abstractie en het exploreren en experimenteren met rauwe door ruis gedomineerde minimalistisch opgevatte geluidslandschappen. Matt haalt zijn inspiratie in het wereldje van science fiction. Zo verwijst L5 naar de Langrangiaanse baan waarin Freeside zich bevindt, een fictief leefgebied in de ruimte dat wordt beschreven in de debuutroman ‘Neuromancer’ van de Amerikaanse cyberpunk auteur William Gibson. Deze muziek zou eventueel uit dat tijdsgewricht afkomstig kunnen zijn. Nish-Lapidus onderzoekt de mogelijkheden van het creëren van geluid door middel van verschillende media en installaties. ‘L5’ werd opgenomen op modulaire en zelfgemaakte esoterische geluidsapparatuur. Sommige tracks drijven op heel verscheiden hypnotiserende en pulserende beats en ritmes (‘Barycenter’, ‘Trust’, ‘Point’  en ‘Various Purposes’). Andere bestaan uit mechanische en metaalachtige patronen (‘Stop’, ‘Start’ en ‘Wise’). De muzikale wereld van New Tendencies zit vol referenties naar vreemde, nooit eerder bezochte planeten en hun bewoners. Het is een album dat de fantasie stimuleert. Het speciale karakter wordt extra beklemtoond door het feit dat naast een digitale versie ‘L5’ wordt uitgebracht op cassette in een gelimiteerde oplage van slechts 25 stuks. En ook al is dit een op alle gebied bijzondere release, naar mijn gevoel zullen die vlotjes van de hand gaan.

Carl Stone

Carl Stone
Electronic Music From The Eighties And Nineties
Unseen Worlds

De Amerikaanse componist Carl Stone maakt al muziek sinds 1972. Hij specialiseerde zich in elektronische muziek en vandaag is zijn voornaamste instrument een laptop computer. De man heeft talloze werken op zijn conto staan. Veel er van bevatten zich langzaam ontwikkelende manipulaties van samples. Dit kunnen opnames zijn van akoestische instrumenten, stemmen of andere geluiden. Unseen Worlds bracht in 2016 een eerste verzameling uit van drie elpees met zowel gewaardeerde als ‘vergeten’ werken onder de noemer ‘Electronic Music  From The Seventies And Eighties’. Met de de dubbelaar ‘Electronic Music From The Eighties And Nineties’ komt daar nu een vervolg op. Inhoudelijk is het concept hetzelfde gebleven, want ook hier worden favoriete stukken afgewisseld met minder bekende of eerder onuitgebrachte werken. De composities zijn gelijkaardig van opzet. Rustgevend, dromerig, onvoorspelbaar en traag evoluerend. Zo zijn er de de wijdse en zweverige ambient klanken in het soezerige ‘Banteay Srey’. Naar het einde toe krijgen we een verrassende wending in het minimalistisch opgevatte ‘Sonali’ met de introductie van een Mozart koor en de daarbij horende bewerkte glitches. Of er is de Indonesische gamelan in combinatie met die ene zangeres in het prachtig exorbitante, nooit eerder uitgebrachte ‘Mae Yao’. Als minst behaaglijk en nogal extreem is er nog ‘Woo Lae Oak’. 23 minuten lang tremolo vioolklanken met daaroverheen gedrapeerd een enerverend en schriel gefluit is op zijn minst exceptioneel te noemen. Zorgt voor agitatie en geprikkeldheid. Carl Stone blijft hoe dan ook een gedreven en expressief geluidskunstenaar met een voorkeur voor het onverwachte en het avontuurlijke.    

maandag 23 juli 2018

Hilde Marie Holsen

Hilde Marie Holsen
Lazuli
Hubro

Hilde Marie Holsen speelt trompet. Een niet alledaags instrument om solo mee uit te pakken. Andere bekende trompettisten in de moderne muziek zijn Jon Hassell, Mark Isham, Graham Haynes en haar landgenoten Nils Peter Molvær en Ave Henriksen. Die hebben stuk voor stuk internationale faam verworven en Holsen is goed op weg om zich bij hen aan te sluiten. In mei 2015 debuteerde ze met het album ‘Ask’, waarop ze wat genres betreft ambient combineert met jazz, experimentele muziek en vrije improvisatie. Als extra ondersteuning bewerkt en manipuleert ze haar composities via verschillende ademhalingstechnieken en elektronisch gestuurde processen. Haar tweede worp ‘Lazuli’ ligt in het verlengde, doch vormt - ook al telt die slechts vier nummers - een meer coherent geheel. De titels verwijzen naar mineralen die gebruikt worden als kleurstoffen om verf mee te maken. Het idee om hier voor te kiezen kwam er nadat Hilde Marie een tijd praktiserend doorbracht met de kunstenares Tyra Fure Brandsæter. Het materiaal werd dan bewerkt en herwerkt tot wanneer men het gewenste resultaat bereikte. Met de wijze waarop de composities tot stand gekomen zijn is het begrip alchemie niet eens vergezocht. De geluidslandschappen bestaan uit verschillende elkaar overlappende lagen. Het geheel klinkt nogal abstract en futuristisch. Machinerieën, drones, echo’s bepalen mee de sfeer. De muziek is stijlvol, gedetailleerd, zweverig en mysterieus. Meest in het oog springend en episch opgevat is de prachtige zeventien minuten durende titeltrack.

Skadedyr

Skadedyr
Musikk!
Hubro

Skadedyr betekent ongedierte. Niet meteen een naam die je sympathiek maakt, maar wie zich een aantal keren onderdompelt in dit twaalfkoppige Noorse gezelschap zijn derde langspeelplaat zal gezien de muzikale context moeten toegeven dat de groepsnaam niet eens zo ver gezocht is. Inderdaad, de muzikanten van Skadedyr gedragen zich als plaagdieren. Soms krijg je er de pest in. Conformisme is hen totaal vreemd. Integendeel, het mini orkest lapt alle bestaande structuren en restricties in het huidige muzieklandschap aan zijn laars en geeft het begrip vrije improvisatie een nieuwe dimensie. Al zijn er parallellen en vergelijkingen mogelijk met bestaande stijlen en genres. Die komen er op de meest onverwachte momenten en die passages van herkenning maken het min of meer draaglijk om je de rest van de tijd als luisteraar over te geven aan totale chaos en anarchie. Je kunt het zien als een persoonlijke test in wat een mens mogelijks kan verdragen en verduren. Men maakt gebruik van ongewone combinaties inzake instrumentarium en men introduceert alternatieve technieken in zowel het componeren als in de arrangementen. Aan partituren hebben ze een broertje dood. Het titelnummer is meteen een fijne introductie voor het album in zijn geheel. Experimentele zang wordt afgewisseld met onsamenhangende fracties percussie, drums, trombone, viool en gitaar. Het klinkt als een stuurloze bij elkaar gekrasselde brij, maar plots hoor je een soort van terugkerend thema en lijkt het als stukjes van een puzzel die in elkaar te passen. Naar het einde toe dwaalt men af naar een kakofonie die uiteindelijk finaal weg deemsterde. In ‘Frampek’ gooit men van begin tot einde alle remmen los. ‘Kallet’ is op zijn beurt dan een meer omzichtige track met een bewust in de hand gehouden vorm van wanorde waaruit plots weer een normaal klinkend stukje muziek in al zijn glorie verschijnt. Het jazzy ‘Festen’ getuigt van een doorgedreven spirituele en kosmische ambiance. Het korte ‘Portrett’ is enkel wat gepingel en de inleiding tot afsluiter ‘Hage Om Kvelden’. Met zijn piano motiefje en daarover heen gedrapeerde blazers en stemmen, rustgevend en breekbaar, maar toch ook met net dat tikkeltje roerigheid. Vreemd plaatje deze ‘Musikk!’. Zie het als een goedbedoelde provocatie en ervaar zelf wat deze muziek zoal te weeg kan brengen.     

June Bug

June Bug
A Thousand Days
Atypeek Music

Sarah ‘June’ Decroocq en Beryl Benyoucef vormen samen June Bug. Het duo hun liedjes horen thuis in de categorie anti-folk, een genre dat zich niet gemakkelijk laat definiëren en karakteristieke verschillen vertoont naargelang de  artiest in kwestie. In het geval van June Bug is het gamma uitgebreid met elementen van indie rock, pop, electro, hiphop, psychedelische rock en folkrock. ‘A Thousand Days’ is hun debuut en hun alternatieve aanpak van het begrip folksongs is verre van slecht. Onweerstaanbaar door hun eigengereidheid en waanwijs zijn bijvoorbeeld het pittige ‘Paper Guns’, het grimmige ‘Reasons’, het snedige ‘Freaks’, het stomende ‘By The Fire’, het rauwe en harde ‘Left Out’ en het experimentele ‘Silenced’. Qua inhoud hebben de door Sarah geschreven teksten een persoonlijk karakter. De muzikale input komt voornamelijk op rekening van multi-instrumentalist Beryl. Die doet de sterke melodieën alle eer aan met een uitgebreid gamma aan uiteenlopende instrumenten. Mooi meegenomen is ook de fraaie, harmonieuze samenzang tussen beide. ‘Now’ en ‘Does It Matter’ zijn daarvan fijne voorbeelden. June Bug trekt zich geen zak aan van wat tegenwoordig hip of hot is. In het huidige muzieklandschap zoeken ze hun eigen weg. ’A Thousand Days’ is dan ook een meer dan degelijke eerste plaat en een verademing. Een album met een bredere en nuchtere kijk op de wereld.  

Andrew Tuttle

Andrew Tuttle
Andrew Tuttle
Someone Good

Voor de Australiër Andrew Tuttle is zijn thuisstad Brisbane een bron van inspiratie. Op dit derde solo album is de muziek een weerspiegeling van het dagelijkse leven. De tijd voor het schrijven van de songs spendeerde hij voor het grootste deel in zijn slaapkamer. Het instrumentarium bestond alleen uit banjo, akoestische gitaar en synthesizer. Toch slaagt Andrew er in om een interessant palet samen te stellen door de introductie van ambient klanken en subtiele drones. Het geroezemoes van de grootstad vloeit samen met het geruis van de wind die door de bomen en over de rivier waait. Op deze manier maakt hij opnieuw kennis met zijn nochtans al vertrouwde omgeving. Zijn liedjes zijn delicaat en gracieus. Het zijn dromen en reflecties. Gebracht en gedragen door een positieve instelling waarin liefde, familie en vriendschap het allerbelangrijkste zijn. Ook al zijn het turbulente tijden. De constructie om ambient te laten samen gaan met folk valt best wel in de smaak. Vooral de visionaire voorstelling van ‘A Winding River’, ‘Transmission Interruption’ en ‘Boarding Zone’ zijn illustratief en schetsen op prachtige wijze de ideale wereld van Andrew. Slechts op twee nummers krijgt Tuttle de steun van een paar gastmuzikanten. Op ‘Meterological Warning’ zijn dat Chris Rainier (lap steel gitaar) en Dina Maccabee (viola) en in ‘The Coldest Night’ komen Charlie Parr (elektrische gitaar) en trompettist Joel Saunders een handje toesteken. Zorgt voor een beetje afwisseling, doch niet genoeg, want meer variatie is nou net waar het dit album aan ontbreekt.    

Strafe F.R.

Strafe F.R.
The Bird Was Stolen
Touch
Strafe Für Rebellion werd in 1979 opgericht door het duo Bernd Kastner en Siegfried Michail Syniuga. Vanaf 1991 opereerden ze onder de naam Strafe F.R. Na het in 1995 verschenen ‘Pianoguitar’ verdwenen ze stilletjes van het toneel om in 2014 een onverwachte comeback te maken met ‘Sulphur Spring’. Een hernieuwde samenwerking die smaakte naar meer, want nu is er de langspeler ‘The Bird Was Stolen’. Het tweetal staat bekend om zijn persoonlijke stijl en visie wat betreft abstracte en surrealistische instrumentale muziek. Een belangrijke ontwikkeling waren en zijn de zelfgemaakte instrumenten, het aanwenden van ‘gevonden voorwerpen’ als muziek speeltuigen en een zelf opgebouwd arsenaal aan veldopnames. Je kan het zo gek niet bedenken of ze gebruiken het op de één of andere manier. Werktuigen van dienst zijn bijvoorbeeld een helemaal gestripte piano waarmee ze van alles uitproberen via onder meer luidsprekers en de resonanties van de pianosnaren. De uitwas er van kreeg als titel ‘Pianosmoke’. Of het mankement aan hun oude, draagbare Uher opnameapparaat. Het defect kreeg een functie en het resultaat noemden ze ‘Himmelgeist’. Ook vocaal wordt er op ‘The Bird Was Stolen’ druk geëxperimenteerd. Naast beide heren zet ook Caterina De Re haar beste beentje voor. Onder meer in ‘Flare’, het springerige ‘Towton’ en het hitsige ‘Anophelis’. Een paar tracks zijn deels gebaseerd op klassieke muziek (‘Prepper’s Home’, ‘Megalitic’) Meest intrigerend is het pulserende ‘Dictator’ waarin heel wat van voornoemde facetten aan bod komen en tot een intens geheel worden gesmeed. Ook het cinematografische ‘Violet Sun’ en het metallische ‘Golden Stomach’ zijn nog een vermelding waard.

Mark Van Hoen

Mark Van Hoen
Invisible Threads
Touch
De in Croydon, Londen geboren Mark Van Hoen resideert vandaag aan de Amerikaanse westkust, meer bepaald in Los Angeles. Van Hoen is een veelzijdig muzikant en actief sinds 1981. Naast werk onder zijn eigen naam, bracht hij door de jaren heen platen uit als Locust en was actief in acts als Autocreation, Black Hearted Brother, Drøne, Scala en Seefeel. Deze ‘Invisible Threads’ kwam tot stand in 2016. Mark liet zich inspireren door een aantal artiesten waarmee hij toen een korte tournee ondernam. Van de partij waren onder meer Philip Jeck, Daniel Menche, Lee Bannon en Marcus Fischer. Ook Touch label genoten als Claire M Singer, Jana Winderen en Chris Watson (Cabaret Voltaire, The Hafler Trio) zorgden voor de nodige stimulansen. Het feit dat hij in diezelfde periode bezig was met het bewerken en ontwerpen van filmmuziek had eveneens zijn weerslag op ‘Invisible Threads’. Net als het herlezen van ‘The Conversation Of Eiros And Charmion’, een kortverhaal van Edgar Allan Poe. Voor het eerst sinds ‘Aurobindo: Involution’ (1994) maakt Van Hoen geen gebruik van analoge synthesizers. In plaats daarvan bestaat het instrumentarium uit orgel, piano, gitaar en door verschillende merken aangeleverde synth modules en software. Dat alles aangevuld met zelf geregistreerde veldopnames en ‘gevonden’ geluiden op vinylplaten en videowebsite YouTube. Elk van de zeven tracks is specifiek van aard met talrijke, maar soms kleine nuances. ‘Invisible Threads’ is verre van een pure ambient plaat, doch dient zich eerder aan als een transcendente belevenis. In zijn totaliteit is het een verontrustende en intense langspeler. De verscheidenheid aan ingrediënten zorgt voor een sluimerend effect van onbehagen, dreiging, angst, maar ook van nostalgie, romantiek en de eigen muzikale identiteit. In het geval van Mark hebben artiesten als Karlheinz Stockhausen, Brian Eno, Kraftwerk, Tangerine Dream, Can, Cabaret Voltaire, The Human League, David Bowie en later LFO hun stempel gedrukt op zijn werk. Ze maken nog steeds deel uit van Van Hoen zijn muzikale expeditie. ‘Invisible Threads’ is een plaat die ook vraagt en uitnodigt tot een intensieve wijze van inleving. Hetzij ofwel door middel van wat wij verstaan onder de betere geluidsinstallatie of toch op zijn minst met een goede koptelefoon. Want de schoonheid en afwisseling zit hier in de gedetailleerde uitwerking.   

Fauna

Fauna
Infernum
Ventil Records

In het openingsfragment omschrijft Rana Farahani (alias Fauna) de moeilijke en blijkbaar gevaarlijke omstandigheden waarin haar tweede plaat ‘Infernum’ - de opvolger voor het in 2012 verschenen ‘D(r)one’ - tot stand is gekomen. Laten we het maar meteen toegeven: we zijn geen fan van het timbre van de in de beginfase (‘Primus’,’∂rive By [Gauna]’ en ‘Unbehagen’) en gebruikte, vervormde robotstemmen. Ze klinken nogal naïef en amateuristisch. Ook Fauna’s gewone zangstem heeft iets kinderlijks. Muzikaal probeert Rana doordeweekse synthesizer pop te combineren met de toen populaire ondergrondse club scene van de jaren zeventig en tachtig, eigentijdse dansritmes en een slome hiphop variant. Farahani brengt zo op haar manier het heden en verleden samen. Thema’s voor de teksten zijn onder andere omgaan met een onzekere toekomst, virtuele en digitale identiteitskwesties en politiek activisme. Qua genres en het gebruik van instrumentarium krijg je een ruim en gevarieerd aanbod. Het is wat onsamenhangend en soms fragmentarisch, maar op zich doet dat geen afbreuk aan het geheel. Zoals reeds aangehaald is het vocale luik redelijk speciaal. Iedereen heeft recht op zijn of haar artistieke vrijheid, maar mijn enthousiasme in deze blijft getemperd. Mijn favoriete track is dan ook het instrumentale ‘Went Home Got Lost’.   

Ketan Bhatti & Ensemble Adapter

Ketan Bhatti & Ensemble Adapter
Nodding Terms
col legno

Drummer, producer en componist Ketan Bhatti is geboren in New Dehli, maar jaren geleden uitgeweken naar Duitsland en vandaag woonachtig in Berlijn al waar hij samen met zijn broer Vivan muziek produceert en componeert voor theater, film, dans en musicals. Met ‘Nodding Terms’ waagt Ketan zich voor het eerst aan een moderne en hedendaagse vorm van kamermuziek. Daarvoor doet hij beroep op het ensemble Adapter dat is samengesteld uit allemaal klassiek geschoolde Duitse en IJslandse muzikanten die ook thuis zijn in het wereldje van de popmuziek. Er ontstaat een nieuwsoortig muzikaal landschap. De grenzen tussen verschillende muziekstijlen vervaagt of verdwijnt zelfs helemaal. Er wordt vrij gemusiceerd waarbij de muzikanten wisselen van instrument. Als drummer weet Ketan zijn stempel te drukken op de composities door percussie en drums naar voor te schuiven als belangrijke componenten die de klankkleur, ritme, beat en groove bepalen. Een drietal nummers kreeg een remix behandeling. Daarvoor werd de hulp ingeroepen van Paul Frick en Jan Brauer waarmee Bhatti een studio deelt. ‘Nodding Terms’ is allesbehalve een eenvoudig werkstuk. De voortdurende wisselwerking en het vreemde karakter zorgen voor een complex geheel van free jazz waarin toch de nodige discipline aan de dag wordt gelegd en men zich binnen een bepaald muzikaal kader beweegt. In het oog springende nummers zijn het wonderbaarlijke en opzwepende ‘Funkstoff’, het eerst ambient gerichte, maar dan fel pulserende kleinood ‘Kords’, de Braziliaans getinte ritmische beweging in ‘Umziehaktion’ met in het verlengde de remix versie van Brauer. ‘Modul 4’ is een experimentele en verregaande mix tussen hedendaags klassiek en elektronische klanken. Voor de klaterende bewerking ervan neemt het Ensemble Adapter zelf de touwtjes in handen. ‘Nodding Terms’ is een fraai album met veel nuances en een bijzondere kruisbestuiving tussen genres onderling.  

Distant Animals

Distant Animals
Lines
Hallow Ground
Distant Animals is de artistieke output van Daniel Alexander Hignell, een Brits onderzoeker, uitvoerder en geluids- en videokunstenaar. Zijn werk omvat drones, veldopnames, hedendaags klassiek, improvisatie en synthese. Tijdens zijn reis doorheen Europa, werkte Hignell aan verschillende geluidscollages waarbij hij vaak koos voor een breed scala aan medewerkers, waaronder beeldende kunstenaars, choreografen, theologen, advocaten en politieke activisten.

In 2017 voltooide hij een AHRC-bekroond doctoraat in compositie waarin hij de sociale functie van het maken van kunst onderzocht. Deze cd ‘Lines’ is daarvan het eerste uitvloeisel. Belangrijk is het samenspel tussen de waarnemingen van de zintuigen en het verstandelijke besef. De eerste compositie ‘Pure Drone’ kun je letterlijk opvatten. Het is een conceptuele, maar ook spirituele  benadering van het begrip drone en de voortgang ervan in timbre en ritme gespreid over een langere tijdspanne. Tweede track is ‘Line Made By Walking’. Een steeds evoluerend werk uitgevoerd op een modulaire synthesizer. Instigerend, naarmate het werk vordert, zijn onder meer de ritmische dissonantie van de stem en het vervormde geluid van klokken. Volgens de maker is ‘Lines’ meer dan een muzikaal werk. De bewegingen en relaties die de partituur oproept zijn ook in een andere context applicabel: het gras maaien, de gootsteen repareren, met iemand ruziën of gewoon gaan wandelen. Het album bevat ook een pakket van vier documenterende briefkaarten die tijdens het creëren van het muziekstuk zijn ontworpen. Inbegrepen in elk pakket is een individueel met de hand gestempelde en genummerde afdruk, gemaakt door kunstenares Layla Tully. Het is haar bijdrage en reactie op de centrale thema’s van het album: materialiteit, substantie, ontstaan en het proces van 'line-making'.

Zonk’t

Zonk’t 
Banburismus
Sound On Probation

Naast Zonk’t is Parijzenaar Laurent Perrier ook actief onder zijn eigen naam en als Pylône, Heal, Cape Fear en als groepslid in Nox. Als Zonk’t concentreert Perrier zich op ambient en dub waarbij de composities uitsluiten digitaal en via modulaire synthesizers gestalte krijgen. De titel ‘Banburismus’ zou verwijzen naar een crypto-analytisch proces, ontwikkelt door de Britse wiskundige Alan Turing tijdens de tweede wereldoorlog. Kant 1 bevat met ‘Square’ slechts één lange track van achttien minuten. Een afwisselend sombere en luchtige drone introductie gaat langzaam over in glitches, echo’s en vervormde stemmen. De dub effecten komen er via diepe bassen waarin ook blieps en verre effecten van weerkaatsing opduiken. Die laatste zijn gelinkt aan door Turing ontcijferde berichten. De B-kant zet het dub proces verder, maar verdiept het geluidsspectrum met als ultieme doel verdwalen in de uitgestrektheid van de kosmos. Vooral het meer uptempo en heftige ‘Colossus’ is een aanrader. Net als het wat naar krautrock refererende ‘Conditional Probability’. Met zijn niet te stoppen honger om te experimenteren overstijgt Laurent Perrier hier het subgenre van elektronische dub en opent de deur naar een nieuwe en fascinerende wereld