dinsdag 13 november 2018

Sister May

Sister May
Ascent
Eigen Beheer

Sister May hun muziek valt nog het best te omschrijven als alternatieve rock, waarin ook grunge en new wave elementen een plaats krijgen. Begin 2017 debuteerde dit Belgische kwartet met de ep ‘My Absolute Defiler’. Het plaatje kreeg toen veel positieve reacties en het was uitkijken naar een opvolger. Die is er nu en kreeg als titel ‘Ascent’. Er werd beroep gedaan op Jorge Van De Sande van RHEA om alles in goede banen te leiden. Zanger Bert Goethals is kwaad. Een woede waarbij de kritiek op de maatschappij wordt verwoord, doch zonder een oordeel te vellen. De emoties laaien hoog op, de sfeer is dynamisch, vijandig maar ook mistroostig. De nummers zitten vol angels waaraan men zich al eens prikt. Daarnaast zijn er de venijnige en soms splijtende veranderingen in ritme. ‘Ascent’ is een ongemakkelijk maar bevlogen plaatje van een band in volle ontwikkeling. 

Naked Six

Naked Six
No Compromise
Silver Lining

Seb Byford (gitaar/zang) en Tom Witts (drums) zijn opgegroeid in North Yorkshire waar de uitgestrekte heide wordt beheerst door de natuurelementen en waar ook Bram Stoker zijn inspiratie vond voor zijn verhaal over Dracula. Het tweetal liep kostschool in Whitby en op de slaapzaal dompelde men zich onder in de muziek van Queens Of The Stone Age, Radiohead, Bob Dylan, Leonard Cohen en Led Zeppelin. De twee zijn later dan uitgeweken naar het grote Manchester en uitgebreid met derde lid Callum Witts - een neef van Tom - als bassist. Naast de muziek vinden ze ook de teksten belangrijk. Ze grijpen daarvoor naar topics die eigen zijn aan hun generatie. Naast relaties zijn dat vooral allerlei psychische problemen. Een probleemveld waar dikwijls moeilijk kan over gepraat geworden en laat nu net communicatie een deel van de oplossing zijn. Muzikaal brengt Naked Six een laaiende mix van alternatieve rock, blues, grunge en punk. Komt vooral tot uiting in het withete ‘Tear Away’ en vinnige ‘Unwind’. Deze tonen enigszins een contrast met het als single uitgebrachte ‘No Compromise’ en het iets rustiger ‘Let It Out’. ‘Who Am I To You’ begint ook bedaard, maar komt naderhand tot uitbarsting. Tamelijk opwindend plaatje deze ‘No Compromise’ van Naked Six. 

Eric McFadden

Eric McFadden
EMF Does AC/DC - Acoustic Tribute
Bad Reputation

Eric McFadden is een Amerikaanse zanger, gitarist en liedjesschrijver. Naast gitaar is hij ook een virtuoos op lapsteel en mandoline en een muzikant die ook thuis is in jazz, flamenco, funk, blues, Americana en zigeunermuziek. Eric was actief in minder bekende bands als Alien Lovestock, Liar, Stockholm Syndrome, Angry Babies en IZM. Het meest succesvol was hij met het Eric McFadden Trio en sinds 1998 brengt hij ook platen uit als soloartiest. Zijn nieuwste exploot is een cd met allemaal covers van AC/DC. De invalshoek is hier belangrijk, want één van de grootste hardrock bands aller tijden kun je op hun eigen terrein nooit verslaan. McFadden koos ervoor om zijn twaalf favoriete AC/DC tunes helemaal te strippen en er akoestische versies van te brengen. Deze interpretaties zijn op zich organisch, rauw en ongefilterd. De fouten die werden ingespeeld zijn er bewust ingelaten, want het laatste dat men wou was perfectie. Bij het beluisteren van dit akoestische eerbetoon moet je trachten de originele uitvoeringen uit je hoofd te bannen en dat gaat niet altijd even vlot. Wat blijkt is dat deze liedjes in hun meest eenvoudige vorm wel inhoud hebben en moeiteloos overeind blijven. McFadden behandelt de songs ook met het nodige respect. Niet alle vertolkingen vind ik even geslaagd, maar dat heeft alles te maken met persoonlijke smaak. Wie AC/DC eens op een andere manier wil leren kennen mag hier gerust eens zijn oor te luisteren leggen.

Pavallion

Pavallion
Stratospheria
Tonzonen

Duitse band uit Krefeld die in 2017 zijn debuut maakte met ‘2048’. Deze tweede schijf telt slechts drie, zij het lange nummers, goed voor veertig minuten muziek. Het kwartet houdt er van om uit te pakken met een massief en episch groepsgeluid waarin een samensmelting tot stand komt tussen psychedelische rock, postrock progressieve rock en stoner. Al die componenten komen naar voor in openingstrack ‘Waves’. Een song met inderdaad golvende bewegingen en een grootse finale. Ook vocaal staat het viertal hier op scherp. De tweede en kortste track ‘Monolith’ is opgetrokken uit een muur van doom en stoner. De ambiance is onheilspellend, grimmig en macaber. Het is muziek die zo gelicht kan zijn uit één of andere actuele horrorfilm. De vierentwintig minuten durende titelsong maakt de hoofdmoot uit van deze elpee. Ook hier is de toon donker en weemoedig. Halverwege wordt het ritme de hoogte ingestuwd. Repetitieve, psychedelische gitaareffecten, een hypnotiserende bas en creatief drumwerk zorgen al snel voor een intrinsieke beleving. De op en neer gaande beweging in opener ‘Waves’ wordt hier verder met meerdere, elkaar opvolgende tempowisselingen eigenlijk nog uitvergroot. Pavallion klinkt hier hoogdravend, doch heeft genoeg metier in huis om de luisteraar tot in hogere sferen te brengen.

Daily Thompson

Daily Thompson
Thirsty
Made In Germany

Zanger en gitarist Danny Zaremba en zijn medestanders Mercedes Lalakakis (basgitaar) en drummer Stefan Mengel hebben bijna drie jaar onafgebroken getoerd, maar moesten nu wat tijd vrijmaken voor het klaarstomen van een derde album. Het Duitse trio heeft een neus voor het schrijven van gespierde songs. Hun mix van stoner, grunge, indie rock, garage en blues overgieten ze met een vette saus van fuzz, wah-wah en andere geluidseffecten. Op deze ‘Thirsty’ neemt het drietal een verschroeiende start met ‘Please You’, ‘Awake’ en ‘Brown Moutain Lights’. Een psychedelisch tripje mag niet in het aanbod ontbreken en daarvoor zorgt het zich in een gezapig tempo voortbewegende, doch hartverscheurende ‘Stone Rose’. Dat hier ook een aantal minder eclatante liedjes de revue passeren is niet meer dan normaal. Anders hadden we hier een wereldplaat in handen. Al blijft het songmateriaal overwegend degelijk. Naar het einde toe steken de drie een tandje bij en imponeren met ‘River Haze’, ‘Gone Child’ en het verzengende ‘Spit Out’. ‘Thirsty’ is een langspeler met een in twee drieluiken opgedeeld sterk begin en een al even geweldig einde. Na de release (9 november) gaan ze opnieuw de hort op en beginnen aan een uitgebreide Europese tournee.

Ten Times A Million

Ten Times A Million
Ten Times A Million
JuiceJunk

Begonnen in 2012 als Mandrake’s Monster heeft dit Nederlands/Duitse kwintet muzikanten een gestage evolutie doorgemaakt. Tegelijk met hun naamsverandering gaat men wat stijl betreft van hardrock en klassieke rock naar meer alternatieve rock. Denk daarbij aan Queens Of The Stone Age, Arctic Monkeys of Foo Fighters. Voor de opnames van een eerste ep worden de grote middelen ingezet. Men trekt naar Londen en als producer wordt Julian Emery gestrikt. Die zorgt voor een glashelder en gepolijst groepsgeluid. Elk van de vier nummers die op de ep prijken hebben hun specifieke eigenschappen. Het zijn smaakvolle tracks waarin de groep zijn liefde voor hardrock nog laat in doorsijpelen. Het sterke punt is dat je als luisteraar blijft vasthaken aan aanstekelijke riffs of dito refreinen. Daarbij gaat een lichte voorkeur uit naar het als single uitgebrachte ‘When The Lights Go Out’ en ‘Get It On’. Niet toevallig is ‘Silhouettes’ het meest potige nummer, want het stamt nog uit hun Mandrake’s Monster periode en is goed genoeg bevonden om nu nog zijn rol te spelen. Afsluiten doen ze met ook wel stevige en pakkende ‘Clown Face’. Met ‘Ten Times A Millon’ maakt deze gelijknamige act alvast een goede beurt. Erg benieuwd ook naar wat de toekomst gaat brengen.

Ten Times A Million

Ten Times A Million
Klaar voor het grote werk
Voor de start van deze Nederlandse formatie moeten we terug naar 2012. Vijf jongens die afstuderen aan het conservatorium in Enschede beslissen om samen een bandje te beginnen. Als naam kiezen ze voor Mandrake’s Monster. In de daarop volgende zomer boeken ze op eigen houtje een toertje. Ze trekken er op uit naar Polen, Tsjechië en Duitsland in de camper van zanger Martin Duve. Twee weken en acht optredens later komen ze terug thuis en beslissen om in de nog steeds huidige bezetting door te gaan. Onder de naam Mandrake’s Monster brengen ze met ‘Regrets’ (2014) één album uit en spelen meer dan driehonderd shows. We zijn zes jaar later en het gaat er nu een stuk professioneler aan toe. Ze hebben nu een manager en boekingskantoor. Ondertussen zijn ze ook van naam veranderd. Ten Times A Million past beter bij de ambities en de muzikale richting die het vijftal wil uitgaan. Nu komt er een eerste ep uit. Over deze eerste release en nog veel meer praten we met gitarist Peter Muller. 
Paul Van de gehuchte


IEDEREEN HOUDT VAN ROCKMUZIEK
Het plan bestaat erin om snel weer de studio in te duiken en meer muziek te blijven uitbrengen. De volgende stap is een tweede ep in de eerste helft van 2019. Het aanbod op de vele verschillende muziekplatforms is enorm groot. Sommige bands brengen zelfs alleen maar singles uit. Bij Ten Times A Million heeft men dan ook geen haast om meteen een volwaardige langspeler uit te brengen. Al is het wel de bedoeling om dit ooit te bewerkstelligen. Als Mandrake’s Monster leunt de muziek dicht aan bij hardrock en klassieke rock. Het kwintet houdt van bands als Queens Of The Stone Age, Incubus, Foo Fighters en Arctic Monkeys, maar ook van David Bowie en Prince. Er waren en zijn zoveel artiesten waar ze naar opkijken. Maar door de jaren heen heeft het gezelschap een ontwikkeling doorgemaakt die het groepsgeluid heeft gewijzigd. Ze denken dat het een blijvend proces zal zijn en hopen tegelijkertijd op een lange carrière. Aan de keuze voor de vier nummers die uiteindelijk op de ep zijn beland is ook heel wat voorafgegaan. TTAM schrijft alles bij elkaar een twintigtal songs. Daarmee trekken ze naar Londen bij producer Julian Emery (Lissie, Nothing But Thieves, Airways) Van twintig gaat het naar een shortlist van zeven om tenslotte af te slanken tot vier. Ten Times A Million is een heel democratische band. Iedereen heeft evenveel inspraak. Het duurt misschien wat langer om het eindresultaat te bereiken, maar het voordeel van die werkwijze is dat iedereen er voor de volle honderd procent achter staat. Het is hard werken, veel geduld hebben, maar ze kunnen altijd bij elkaar terecht voor als er iets iemand dwars zit. Er zijn sterke banden gesmeed, het voelt aan als familie, aldus nog Peter.

EEN GRAPPIG VERHAAL
In zijn studietijd had tweede gitarist Alex Freise een bijbaantje in een filiaal van de Nederlandse keten van horecazaken Bagles & Beans. De franchisenemers aldaar waren erg close met de grote baas Ronald Bakker. Die had al lange tijd de aspiraties om met een eigen label te beginnen. Sinds anderhalf jaar is die droom werkelijkheid geworden en runt Ronald JuiceJunk Records. Een kleinschalig boutique label waar alle aandacht uitgaat naar de artiesten. Na de opnames in Londen speelt de baas van Alex de muziek van TTAM door naar zijn baas. Die speelde ooit zelf gitaar in een aantal rockbands en vond hun liedjes helemaal te gek. Van het één kwam het ander en beide zijn elkaar in de armen gevallen en zijn zeer enthousiast over hun samenwerking. Ten Times A Million zit nog in die fase waarin je mensen rond je moet verzamelen die niet alleen in je geïnteresseerd zijn, maar ook in je geloven en tijd en geld willen investeren. Niet alleen Ronald zag dat. Ook de rest van het team dat hen nu omkadert. De verdiensten met de band zijn nog niet groot genoeg om van te kunnen leven. De huur moet betaald worden en daarom is iedereen ook nog wel ergens anders aan de slag. Peter is bijvoorbeeld actief als freelancer. Bassist Sem Christoffel en drummer Mart Nijen Es spelen bij Adje Vandenberg’s Moonkings. De vijf denken echt wel goed na over wat ze doen. Altijd speelt de gedachte mee of het Ten Times A Million kan vooruit helpen.


PETER MULLER ALS GITARIST
Net als medegitarist Alex Freise doorloopt Peter als gitarist bepaalde fases. Periodes waarin je denkt: dat heb ik nodig als muzikant, dat moet ik me aanschaffen. Je maakt jezelf soms dingen wijs, maar zo werkt het nu eenmaal. Hoe een instrument klinkt is super belangrijk en bij een gitaar horen nu eenmaal pedalen. Peter houdt van extra uitrustingen voor gitaar en is er altijd mee bezig. Hij heeft zich uiteindelijk gesetteld met Fender Jazzmasters. De gitarist van Incubus, één van Peter zijn favoriete bands speelt daar ook op. Toen Peter hem hoorde was hij overtuigt: dat wil ik ook. Hij vindt het helemaal te gek en dat gevoel leeft ook nog vandaag bij hem. Sinds kort is hij overgeschakeld op Koch versterkers, een Nederlands merk. Daarvoor had hij Vox en Marshall. Koch heeft een hele strakke sound met heel veel headroom. Klinkt vrij modern en past nu eenmaal beter bij het groepsgeluid van Ten Times A Million. 

INCUBUS EN TATOEAGES
Peter heeft verschillende tattoo’s en dat brengt ons terug bij het reeds eerder genoemde Incubus. De zanger Brandon Boyd is ook schrijver, schilder en tekenaar. Incubus is eigenlijk de hoofdreden waarom Peter muziek is gaan maken, begonnen is met gitaar spelen en aan het conservatorium is gaan studeren. De muziek van Incubus blijft ook vandaag nog een motivator. Maar terug naar de kunstwerken van Brandon Boyd. Twee ervan zijn in inkt vereeuwigd op het lichaam van Peter. Het beginnen gitaar spelen begon bij het observeren van Jimi Hendrix tijdens zijn optreden op Woodstock. Peter had het er moeilijk mee om die performance in te schatten en te begrijpen. Hendrix was zeker niet op zijn best, maar dan duik je helemaal in zijn muziek en kom je er wel achter dat hij echt wel heel goed was. Andere artiesten met een grote impact zijn Eagles, Neil Young en Led Zeppelin. 


NIET MEER IN STAAT OM GITAAR TE SPELEN

Peter is nog jong en fit, maar ooit komt er een dag dat hij misschien niet meer in staat zal zijn om gitaar te spelen. Hoe zou hij daarmee omgaan? Een indringende vraag waar hij het antwoord moet op schuldig blijven. Peter denkt dat hij radeloos zou zijn en hopen dat zijn familie en vrienden hem willen opvangen en steun bieden. Muziek maakt zo een groot deel uit van zijn leven. Misschien is dan wel op het podium sterven wel het beste wat je als muzikant kan overkomen. Je hart dat het begeeft en gedaan, dixit Peter. 

Karg

Karg
Dornenvögel
AOP

Karg is het eenmansproject van J.J., zanger bij (post) black metal act Harakiri For The Sky. Als Karg is het zijn manier om tragische en dramatische gebeurtenissen als verbroken relaties, liefde en haat, eenzaamheid, drugsmisbruik, zelfmoord en depressie onder de aandacht te brengen. J.J. gaat erg hysterisch te keer en schreeuwt zich de longen uit het lijf. Een manier van zingen die herhaaldelijk als geforceerd overkomt. Gebed in black metal zoekt Karg al sinds zijn begindagen toenadering tot andere genres. Het lukt hem om zo zijn muzikale spectrum te verbreden. Op zijn zesde studioplaat laat hij veel ruimte voor invloeden van postrock, grunge, shoegaze en postpunk. Dit zorgt voor enige verademing, al blijft de zwaarmoedige sfeer prominent doorwegen. Beste nummer is zonder enige twijfel ‘L’ Appel Du Vide’.

Healthy Junkies

Healthy Junkies
Delirious Dream
Banana Castle

Het levensverhaal van zangeres Nina Courson van Healthy Junkies leest als een filmscenario. Ze loopt weg van huis op haar veertiende, wordt wenend aan de voet van de Sacre Coeur in Parijs door een straatbende van straat geplukt. Daarna komt ze via een online chatroom in contact met MoMo, een islamitische travestiet die haar pleegouder wordt. In het tranny wereldje maakt ze kennis met de muziek van David Bowie. Gebeten door de muziekmicrobe verhuist Nina in 2007 naar Londen. Overdag werkt ze, ’s nachts schuimt ze de clubs af. Het lot brengt haar in contact met gitarist Phil-Honey-Jones. Samen beginnen ze de band Healthy Junkies. Een naam die verwijst naar de problematiek van geestelijke gezondheid en het verslavend effect van medicijnen als Prozac, Fluoxetine en OxyContin. Deze ‘Delirious Dream’ is inmiddels hun vierde langspeler. Healthy Junkies haalt de mosterd bij punkrock bands als UK Subs, The Runaways, The Damned, Theatre Of Hate, Blondie en Sham 69. Maar het kwartet houdt ook van op tijd en stond een streep glamrock, gothic, psychedelische rock of grunge. Er zit redelijk wat variatie in het ruime songaanbod van vijftien tracks. Men verandert al eens van tempo. En de ene keer klinken de gitaareffecten messcherp (‘This Is Not A Suicide’, ’Theft’) dan weer hallucinant (‘Some Kind Of Girl’, ’Part 2’) of speels en catchy (‘When All Is Said And Done’, ’Meet & Greet’). Soms kan het ook onbevangen zijn zoals in ‘The Sound Of My Guitar’ en ‘Boy Or Girl’. Heel leuk en spitsvondig is hun cover van de Nancy Sinatra hit ‘These Boots Are Made For Walking’. Dit alles maakt van ‘Delirious Dream’ een vermakelijk plaatje dat best wat aandacht verdient.

zaterdag 3 november 2018

Needlepoint

Needlepoint
Alles heeft te maken met focus

Een groepsnaam vinden is niet altijd evident. Ook in het geval van deze Noorse formatie. Waar komt de naam Needlepoint vandaan? De zoektocht duurde al lang en frontman en zanger/gitarist Bjørn Klakegg begon een beetje desperaat te worden, want hij vond maar geen naam voor zijn nieuwe project. Hij zocht het dan maar dichter bij huis en kwam terecht bij zijn eigen achternaam. ‘Klakegg’ betekent ‘de bevroren top van een berg’. Dat leidde Bjørn naar het woord ‘punt’. Een afgeleide die voor hem alles te maken heeft met focus en dat is, althans in muziek en voor een muzikant, het allerbelangrijkste. Later ontdekte hij dat ‘needlepoint’ ook borduurwerk betekende. Eerst moest hij erom lachen, maar naderhand vond hij het toch cool, want is borduren niet ook een kunst? 

Needlepoint bracht in juni dit jaar met ‘The Diary Of Robert Reverie’ een vierde album uit. Het had wat voeten in de aarde om tot een interview te komen, maar het is uiteindelijk gelukt. Over de nieuwe plaat en nog veel meer hadden we een gesprek met Bjørn Klakegg.


Wie is Robert Reverie?
Het proces om liedjes te schrijven begint met improviseren. Bjørn ontwikkelde daarvoor een eigen systeem. Eenmaal de muziek moet hij op zoek naar een passende tekst bij de compositie. Voor de man in de titel en de bijbehorende openingstrack baseerde Klakegg zich op één van zijn buren in Zweden. Bjørn heeft in het buurland een tweede optrekje in een klein dorp, zo een anderhalf uur rijden van zijn huidige woonplaats. Die was en is nog altijd heel vriendelijk en behulpzaam, maar werd in het dorp toch een beetje gezien als een zonderling. Erik, dat is zijn echte naam, nam Bjørn en zijn vriendin mee op uitstap en leerde hen de omgeving kennen. Hij was de inspiratiebron voor het creëren van de figuur Robert Reverie.

Hoe sterk verschilt dit vierde album van de vorige Needlepoint releases?
Het eerste album ‘The Woods Are Not What They Seem’ (2010) kwam tot stand met jazz drummer Thomas Strønen. Die bracht met de toen nog jonge en talentvolle bassist Nikolai Hængsle Eilertsen een derde muzikant aan boord. Langzaamaan evolueerde het groepsgeluid van eigentijdse jazz en jazzrock naar een meer op progressieve rock gerichte sound. Na ‘Outside The Screen’, de tweede Iangspeler verliet Strønen Needlepoint. Hij werd vervangen door Band Of Gold drummer Olaf Olsen. In 2012 was ook al toetsenist David Wallumrød de rangen komen versterken. Een belangrijke bijdrage tijdens het maken en tot stand komen van ‘The Diary Of Robert Reverie’, levert Nikolai Eilertsen. Zelfs schrijft Bjørn de songs en is hij de spreekbuis van Needlepoint, maar zonder de hulp van Nikolai was het niet gelukt. Hij heeft zijn stempel gedrukt op de manier van spelen. Samen hebben ze gezorgd voor de arrangementen en Nikolai deed ook de productie.  

Bjørn ging studeren aan het muziek conservatorium. Was dat iets wat hij zelf wou of was er druk van buitenaf om voor die studierichting te kiezen?
Voor zichzelf had hij uitgemaakt dat hij ofwel iets wou doen met kinderen of iets met muziek. Het werd het tweede. Na zijn humaniora studeerde hij een jaartje muziek aan de volkshogeschool. Hij leerde er viool spelen, maar schakelde dan over op gitaar. Hij werd dan gevraagd als muzikant in een theater in zijn geboortestad Skien. Dat bracht de bal aan het rollen. Hij verdiende voor het eerst geld met muziek spelen. Het jaar daarna trok hij naar het conservatorium van Trondheim en was er de eerste leerling die koos voor de daar pas geïnstalleerde richting jazz. Nu maakt het conservatorium, samen met Amsterdam, Berlijn, Kopenhagen en Parijs  deel uit van European Jazz Master, een gezamenlijk postgraduaat programma voor jonge jazzmuzikanten en jazzcomponisten.


Komen er optredens in het buitenland?
In september jongstleden speelde Needlepoint een zestal concerten in Noorwegen. Het publiek reageerde erg enthousiast en Bjørn zelf vond het erg aangenaam en was verheugd over de respons. Er komen heel wat verzoeken om ook in het buitenland te spelen. Niemand binnen de groep heeft ervaring met het organiseren of boeken en ze hebben ook geen manager of agent die hen vertegenwoordigt. Music Norway is een organisatie die eventueel hulp zou kunnen bieden. Dit jaar hadden ze uitnodiging gekregen voor een festival in Spanje. Dat viel samen met Pasen en logistiek was het niet mogelijk om alles op tijd klaar te krijgen. Maar misschien gaan ze wel volgend jaar.


Jullie zijn zelf bedruipend. De productie deed bassist Nikolai Hængsle Eilertsen en je broer Rune heeft de illustraties gemaakt. Het lijkt wel een familiebedrijfje. Is er een speciale reden om op die manier te werken?
Het was niet het opzet om zo te werk gegaan. Bjørn zijn broer Rune is naast jazz pianist een getalenteerd tekenaar en schilder. Het begon met de tekening op de cover van de elpee ‘Aimless Mary’.  Die tekende Rune ooit tijdens zijn verblijf in de VS als student. Mary gaat in bad samen met een varken. Bjørn vond het geweldig, grappig en mooi tegelijk. En zo ging het verder. Een neef, de zoon van mijn zuster, is een grafisch ontwerper. Die heeft alles gedigitaliseerd.


Je kent het tragische verhaal van Keith Emerson (71)? Op 10 maart 2016 schoot hij zichzelf in het hoofd. Volgens zijn vriendin was hij depressief, nerveus en angstig geworden. Hij maakte zich zorgen over het achteruitgaan van zijn technische vaardigheid als gevolg van een spierziekte in zijn rechterhand. Hij was bang dat hij slecht zou presteren bij aanstaande concerten en zijn fans zou teleurstellen. Zou jij ook zo ver gaan?
Voorlopig verkeerd Bjørn nog in uitstekende gezondheid, dus het probleem stelt zich niet en hij heeft er ook nog niet bij stilgestaan. Voor hem is muziek maken meer dan gitaar spelen en zingen. Hij componeert en schrijft al veertig jaar muziek en misschien, mocht hij niet meer kunnen spelen, zou hij daar dan op terugvallen. Daarnaast is hij al jaren gefascineerd door fotografie. Foto’s nemen heeft hem hetzelfde soort van voldoening als muziek maken. Hij kan er evenveel van genieten. In het geval van Emerson was muziek bijna een obsessie. Als je niet meer in de mogelijkheid bent je creatief uit te drukken en dat dit zo sterk je leven bepaald dan zoek je naar een uitweg. Als je er geen vindt neemt wanhoop en destructie de bovenhand.


Favoriete artiesten
Naast Emerson, Lake & Palmer behoren Yes, King Crimson, Gentle Giant en niet te vergeten Jethro Tull tot Bjørn zijn muzikale idolen. Maar ook Joni Mitchell, Paul Simon, Ry Cooder en Cornelius Vreeswijk horen daarbij. Via zijn schoonbroer heeft hij ook Frank Zappa leren kennen en waarderen. Later gevolgd door Dave Brubeck, Keith Jarrett en Wes Montgomery. Die luidden zijn jazz periode in, waarin hij vooral aandacht had voor piano en gitaar. De overige muziek verdween op de achtergrond. Dit stadium was ook een goede leerschool in zijn ontwikkeling als muzikant. Tot een tiental jaar geleden de mot er in kwam en jazzmuziek hem begon te vervelen. Als hij in zijn huis in Zweden verbleef begon zijn aandacht zich toe te spitsen op singer/songwriters en zangers en zangeressen: Townes Van Zandt, Willie Nelson, Dolly Parton, Brad Paisley en Alison Krauss. 

De klimaatverandering
Bjørn zijn vriendin is Indra Lorentzen. Ze was een danseres, de prima ballerina bij Den Norske Opera & Ballett tot 1997. In Noorwegen is ze heel bekend. Ze hebben elkaar voor de eerste keer ontmoet toen Bjørn was gevraagd om muziek te schrijven voor één van haar projecten. Naast Zweden werkte ze ook vaak in Groenland voor verschillende uiteenlopende opdrachten. In hun vrije tijd maakten ze dan mooie wandelingen en genoten van de natuur en het landschap. Door de jaren heen zagen ze de veranderingen. Groenland is bijvoorbeeld bekend voor zijn sledehonden races. Door het smeltende pakijs, de fjorden die niet meer dichtvriezen en de weersomstandigheden in het algemeen zijn niet alle trajecten meer toegankelijk. Je kunt ook niet meer gelijk waar gaan wandelen. Het is treurig om die teleurgang te moeten aanschouwen. Bjørn, hij is zestig jaar, denkt dat het nog wel zijn tijd zal duren. Zelf heeft hij geen kinderen, maar hij maakt zich zorgen om de jonge mensen en hun toekomst. Hij hoopt dat reïncarnatie niet bestaat, want hij heeft geen zin om nog eens terug te komen. Mocht hij wedergeboren worden dan hoeft het niet persé als mens te zijn. Het kan als een boom zijn of een bloem. ‘Liefst niet als een ijsbeer, want hun leefgebied wordt almaar kleiner en het jagen gaat moeilijker omdat er nu veel te veel stukken open zee zijn daar waar vroeger pakijs was. Als ik mocht kiezen dan kom ik toch liever terug als een sprinkhaan’.



Is er naast het schrijven componeren nog tijd over voor andere dingen?
Twee dagen in de week geeft Bjørn les in het middelbaar onderwijs. Les geven doet hij heel graag, maar een voltijdse baan zou betekenen dat hij minder tijd heeft voor muziek. De meeste van zijn vrije tijd gaat naar zijn huis in Zweden. Daar is er altijd wel iets te doen. Het dak van de schuur moet vernieuwd worden, een kamer heringericht, hout hakken en verwerken tot planken met de hulp van buurman Erik. Een nieuwe vloer leggen in de woonkamer. Schilderen, isoleren, er is werk zat. Maar hij beleeft er plezier aan. En dan zijn er nog de wandelingen, af en toe gaan vissen, op het terras zitten, genieten van de zon. Hij werkt er ook graag. Het geeft een ontspannend gevoel om daar te componeren en naar muziek te luisteren. Tenminste als hij geen rekening moet houden met een tijdslimiet.

Waarom daarvoor naar Zweden trekken als je dat ook in Noorwegen vindt?
De moeder van Bjørn zijn vriendin Indra Loritzen is geboren in Zweden. Ze zochten er naar een tweede verblijf en gingen op zoek naar een voor Zweden typisch rood huisje, maar het werd een groot geel huis. Eigenlijk is het te groot voor hun tweetjes, maar ze zijn er ondertussen heel verknocht aan en brengen er zoveel mogelijk tijd door.

Wat zingt Bjørn als hij onder de douche staat?
Niets eigenlijk. Of in het beste geval af en toe neuriën of iets improviseren. Dat doet hij liever dan een bestaand liedje zingen. Of het moet één van de oudere liedjes van Needlepoint zijn. Een operazanger zal hij wel nooit worden. Hij zingt eerder nogal stil. In de auto durft hij heel luid te zingen, zelfs te schreeuwen. Maar mocht hij zichzelf toch betrappen dat hij op een dag staat te zingen onder de douche dan gaat hij me bellen.


dinsdag 23 oktober 2018

thisquietarmy

thisquietarmy
Unconquered: 2008-2018 (10th Anniversary Edition)
Midira Records
Tien jaar is het geleden dat thisquietarmy, het alias voor Eric Quach (eveneens actief in Destroyalldreamers, Parallel Lines, Ghidrah en Mains De Givre) debuteerde met het album 

‘Unconquered’. De plaat werd in 2011 al eens opnieuw uitgebracht op vinyl als dubbelelpee bij Denovali, maar in samenwerking met Midira is er nu deze verjaardagseditie bestaande uit twee cd’s. Naast een nieuw hoesontwerp - de fotografie is van Eric zelf - dat aanleunt bij het toerboek ‘Conqueror’ (2017) kregen de songs een verschillende geluidsmix die andere accenten legt. Plus er zijn enkele speciale tracks uit dat tijdsbestek van toen toegevoegd. Naast ‘Dronewars’ is dat de dertig minuten durende instrumentale uitvoering van ‘Into Dust/Out Of Dust’ gebaseerd op ‘Into Dust’ van Mazzy Star, een vier nummers tellende live set en een korte, akoestische adaptatie van ‘The Great Escapist’. ‘Unconquered’ klinkt nog altijd eigentijds. Opvallend is de grote diversiteit tussen de songs onderling. Quach genereert invloeden uit de wereld van drone, ambient, electro, krautrock, postrock, shoegaze en experimentele muziek. De tekst en zang in het monumentale ‘The Great Escapist’ is van Meryem Yildiz. Heel mooi en ontroerend is ‘Battlefield Arkestrah’ met een gastrol voor Aidan Baker. Een totaal andere sfeer krijgen we in het dreigende en onheilspellende tweeluik ‘Warchitects’ en ‘The Sun Destroyers’. De ambiance in ‘Death Of A Sailor’ is een stuk weemoediger. Verontrustend zijn de schrille geluiden in ‘Mercenary Flags’ en aansluitend ‘Empire’ en het reeds eerder vermelde ‘Dronewars’. De bonus cd verrast met het lang uitgesponnen ‘Into Dust/Out Of Dust’ waarbij Eric zich beweegt in een eigen universum van verkillende pracht. De live tracks zijn enigszins verschillend van de studio opnames. Klinken ook voor een stuk rauwer en harder, vooral dan ‘Empire’ en ‘Warchitects’. De kortere, sobere weergave van ‘The Great Escapist’ is hier het ideale slot. Het is mooi dat men deze eerste langspeler van thisquietarmy opnieuw uitbrengt, want het is en blijft een prima plaat en kan perfect dienst doen als introductie tot het overige werk van Eric Quach.  

Bokanté & Metropole Orkest

Bokanté & Metropole Orkest
What Heat
Real World Records/PIAS
Bokanté is een internationaal gezelschap van acht muzikanten uit vijf verschillende landen verspreidt over vier continenten. Het woord bokanté betekent ‘uitwisseling’ in het Creools, de taal van vocaliste Malika Tirolien, die haar jeugd doorbracht op het Caribische eiland Guadeloupe. De muziek van Bokanté is dan ook een ware smeltkroes van genres en stijlen. Een aantal van de muzikanten kende individueel al heel wat successen. Zo waren er samenwerkingsverbanden met onder meer Paul Simon, Sting, Yo-Yo Ma, Vasen en Karl Denson. Iets wat afstraalt op de acht nieuwe Bokanté nummers die ‘What Heat’, hun tweede album, rijk is. Oprichter Michael League werkte een eerste keer samen met het Metropole Orkest op de Snarky Puppy langspeler ‘Sylva’. Het orkest, hier onder leiding van Jules Buckley, staat bekend om zijn veelzijdigheid en meesterschap om elke muzikale uitdaging tot een goed einde te brengen. In samenspel met de keur aan musici van Bokanté kom je hier tot een opmerkelijk resultaat. Je hoort het aan de arrangementen en de vele schitterende solo momenten met vooral aandacht voor gitaar en percussie. De plaat bevat zowel uptempo nummers als rustiger songs. De eerste track getuigt al meteen van die magische mengeling die de groep en het orkest uitwisselen. Een huzarenstukje dat ze nog eens overdoen met ‘Maison en Feu’ als uitsmijter. Eén van de meer gedreven, tot dans uitnodigende liedjes is het prachtige ‘Fanm’. ’Lé An Gadé-w En Zyé’ heeft een wat zwoele ondertoon en dan is er nog het deels opzwepende ‘Bòd Lanmè Pa Lwen’ dat wat aan Ry Cooder doet denken. Zowel ‘Réparasyons’ als ‘Chambre à Échos’ hebben een cinematografische bijklank en lijken gelicht uit één of andere soundtrack. ‘What Heat’ is een op alle gebied uitstekend album waarbij de uitvoerders (het orkest en de band) veel respect tonen voor elkaar en zo het onderste uit de kan haalden.   

Vanessa Tomlinson

Vanessa Tomlinson
The Space Inside
A Guide To Saints

Eveneens uit Australië komt Vanessa Tomlinson. Ze heeft vele pijlen op haar boog en staat bekend als improvisator, kunstenaar, muzikant, componist, geluidskunstenaar en opvoeder.  Naast solo artiest, al zijn haar soloplaten eerder schaars, is ze ook bekend voor haar werk met Erik Griswald in het tweespan Clocked Out Duo. Vanessa heeft een lange geschiedenis (25 jaar) in het gebied van experimentele muziek. Haar voornaamste domein is percussie en Tomlinson heeft zich door de jaren heen opgewerkt tot één van de belangrijkste percussionisten van Australië. Ze houdt zich bezig met het uitzoeken van hoe geluid ons leven vormt en maakt gebruik van zowel nieuwe timbres als nieuwe ruimtes. Naast het vinden van objecten is er de zoeken naar de juiste context waarbij improvisatie voorop staat. Met ‘The Space Inside’ werkt ze intensief met twee instrumenten: de concert basdrum en de tam tam. Tomlinson blijft binnen het voor zichzelf afgelijnde format. Het is muziek die zich beweegt binnen één vlak en afdaalt en opstijgt vanaf zijn beginpunt. Wie oppervlakkig luistert herkent de repetitieve aard en het monotone. Nochtans produceren de instrumenten zowel hoorbare als fysieke trillingen. Die zijn eerder schetsmatig en subtiel. Vanessa Tomlinson streeft dan ook naar transcendentie tussen het horen en de lichamelijke interactie met de muziek. Slechts twee composities dus, met naast de titelsong de solo voor basdrum: ‘Waiting For The Passing’.    

Julia Reidy

Julia Reidy
Beholder
A Guide To Saints

Julia Reidy is een Australische, naar Berlijn uitgeweken gitariste. Beweegt zich op het terrein van improvisatie waarbij ze onbekend gebied aftast, de connectie met haar instrument exploreert en probeert te optimaliseren. Julia heeft vooral aandacht voor het fysieke aspect, zowel wat uitvoering betreft (het tokkelen) als het vinden van tot meditatie uitnodigende timbres. Daarnaast maakt ze gebruik van veldopnames en elektronische hulpmiddelen om de mogelijkheden van instrument en artiest verder te ontwikkelen. De muziek op deze ‘Beholder’ - haar vierde langspeler na ‘Spaces In Between’ (2014), ‘All Is Ablaze’ (2016) en het vorig jaar verschenen ‘Dawning On’ - werd ontwikkeld op het Griekse eiland Syros. Reidy nam daar in 2017 deel aan 'Sounding Paths’ een residentieprogramma voor specifieke geluidsprojecten georganiseerd door het Syros Sound Meetings initiatief & het Syros Institute. De composities werden dan voltooid in haar thuisstad Berlijn en in Tokio. Haar gitaarspel klinkt op het eerste gehoor nogal monotoon en/of repetitief. In het nummer ‘Syros’ laat Julia zich inspireren door de omgeving (de zee, de wind), maar neemt ook een zekere afstand om het geheel aan geluiden beter te kunnen aanvoelen en te laten bezinken. Hier wordt op bepaalde ogenblikken en grens getrokken tussen gitaar en de overige geluidsbronnen. Van een andere orde is ‘Jfai’, de meest heftige compositie waarin de elektrische gitaar heerst. De gitaarklanken zijn scherp en hoog en worden worden omringd door een cirkel van stormachtige drones en ‘gillende’ effecten. Het akoestische getokkel van de titelsong is dan weer doorweven met spookachtige, huilerige stemmen. Nog vermelden dat Julia Reidy haar album ‘Beholder’ opdraagt aan Phil Houghton.  

Moskus

Moskus 
Mirakler
Hubro 

Het trio Anja Lauvdal (toetsen), Hans Hulbækmo (drums/percussie) en bassist Fredrik Luhr Dietrichson debuteerden in 2012 als Moskus met het album ‘Salmesykkel’. Intussen zijn ze met ‘Mirakler’ toe aan nummer vier. Moskus is een band die voortdurend evolueert en verandert. Begonnen als een pianotrio zijn ze uitgegroeid tot een gezelschap dat creativiteit hoog in het vaandel draagt. Boordevol ideeën gaat men hier aan het improviseren. De overwegend korte nummers op ‘Mirakler’ zijn zeer schetsmatig, dynamisch, verfrissend en speels. Met vele nuances die als spontaan overkomen. Men maakt gebruik van nieuw gevonden instrumenten als een zingende zaag, een Casio keyboard of vibrafoon. Hun deuntjes verrassen met snelle muzikale wendingen. Soms klinkt het ook wat onorthodox, banaal of kinderlijk eenvoudig. Maar wie zich ingraaft ontdekt de complexiteit en de virtuositeit waarmee het drietal hun instrumenten stuurt. Hun muziek is erg gedetailleerd en het vermogen om tussen allerlei stijlen door te laveren is zonder meer indrukwekkend en wonderbaarlijk. Soms is er een verband met Skadedyr, dat grotere collectief waar deze drie muzikanten ook deel van uitmaken. ’Mirakler’ is een uitdagend werkstuk dat je als luisteraar op de proef stelt. Op het eerste gehoor zijn het losgeslagen fragmentjes en weinig uitgewerkte thema’s, doch schijn bedriegt. Moskus verbaast met een heel bijzondere vorm van eigentijdse jazz gekoppeld aan een rijke fantasie.    

A Lily

A Lily
Id-Dar Tal-Missier
Blank Editions

A Lily is het soloproject van yndi halda frontman James Vella. De titel is Maltees voor ‘het huis van de vader’. Een verwijzing naar zijn eigen vader Mark die sinds hij gepensioneerd is zich toelegt op natuurfotografie en die de foto’s aanleverde voor het hoesontwerp van deze ‘Id-Dar Tal-Missier’. Op zijn zesde release laat Vella zich inspireren door een aantal filmmakers en schrijvers, de TV-show ‘Stranger Things’. Ook zijn reizen naar India, Zuid-Amerika het Midden Oosten zorgen voor bezieling. De ingetogen stijl doet soms denken aan gelijkgestemde artiesten die onder dak zijn bij het gerenommeerde 4AD records. De zes liedjes zijn van een magische schoonheid. Het is één groot en warm klanktapijt opgebouwd uit fragiele componenten. Een streep ambient, postrock, dream pop, shoegaze en etherische, gefluisterde zangpartijen zorgen voor een fraai muzikaal palet. De meeste instrumenten speelt Vella zelf in. Alleen de viool laat hij over aan Daniel Neal. Heel pakkend zijn ‘Paint Me With Your Blood Again’ en ‘It’s Getting Late, You Know’, maar ook het iets meer experimentele ‘I Heard The Well Rope Sing’ valt in de smaak, net als het door drones en percussie aangestuurde ‘A Swimming Shoal’. Mooi en evocatief deze extended play van A Lily.

Ungdomskulen

Ungdomskulen
Gold Rush
Apollon Records
Ungdomskulen werd in 2003 opgericht door drie bevriende muzikanten: Kristian Stockhaus (gitaar/zang), Øyvind Solheim (drums), Frode Kvinge Flatland (basgitaar). Het drietal profileert zich als een power trio zonder zichzelf muzikale restricties op te leggen. Men brengt ze onder bij progressieve rock, maar de groep hanteert een veel breder spectrum. Ungdomskulen experimenteert graag en is ook niet vies van op tijd en stond een pop injectie. Met hun vierde volwaardige langspeler bouwt men verder op de ingeslagen weg van hun vorige releases. Het grote verschil is dat het trio nog  avontuurlijker, levendiger en krachtiger klinkt dan voorheen. Op deze ‘Gold Rush’ gaan ze heel creatief te werk en dan mag het ook al wat complexer zijn. Dat is onder meer het geval met ‘Losing My Mind’ en ‘Police Woman’. Maar het is ‘In It 2 Win It’ dat de spits afbijt. Meteen een voltreffer. Het is een gedreven song die je meteen op sleeptouw neemt. Leuk is het synthesizer motiefje in ‘Touch Down’, een heel aanstekelijk nummer met een gewiekst refrein. In het hoekige ‘Lovers On The Run’ is de ronkende basgitaar dominant en schalt de trompet van gastmuzikant Tancred Heyerdahl Husø vrolijk in het rond. Een beetje jazz moet ook kunnen en het rustige, wat ijle en instrumentale ‘Persisk Teppe’ leent zich daar uitstekend toe. Op de funky toer gaat het in ‘Bad Girl’. Meest tegendraads gaat Ungdomskulen tekeer in ‘Cassandra’ met een schrille gitaarriff en als extra instrumentatie, vocoder en saxofoon. Wie er zin in heeft kan zich ook verdiepen in de afwisselend dichterlijke en soms grappige teksten. 

Sipher

Sipher
Atlas
Apollon Records

Eirik Søfteland is in eigen land een bekende figuur. Winnaar van de Noorse editie van ‘You Can Dance’ in 2013 en sindsdien een veel gevraagde televisiester laat hij zich nu ook gelden als frontman en zanger/drummer van Sipher. Eigenlijk is het een soloproject dat wordt ondersteund door vele verschillende muzikanten. Voor de productie liet Søfteland zich bijstaan door componist, liedjesschrijver en arrangeur Lars Bleiklie Devik en zijn vriend en bassist Leif Herland. Twee heren die net als Eirik weten hoe een rocksong moet klinken. Bijzondere aandacht ging daarbij uit naar de vocale arrangementen. Hoeft niet te verwonderen, want Eirik Søfteland is een uitstekend en charismatisch zanger. Sipher kiest ervoor om zich te profileren als een progressieve rock act. Het klankpalet wordt uitgebreid met elementen uit op klassieke leest geschoeide (hard)rock, AOR en melodieuze metal. De nummers zijn veelzijdig met tal van variaties in sfeer en tempo. En niet gespeend van enig bombast wat al meteen valt te merken aan de als eerste single naar voor geschoven titelsong. Een sterke compositie met prima gitaarriffs. ‘Disco Aces’ is echt ‘old school’ jaren tachtig, een nummer waarin zanger en achtergrondkoor schitteren. Gelukkig telt ‘Atlas’ ook een paar tracks met een wat meer eigentijds karakter zoals ‘Turn The Tide’, ‘Weight Of It All’ en ‘In Rue’. Pretentieus en theatraal is dan weer ‘Supernova’ dat zo lijkt weggeplukt uit één of andere rockopera. Vocaal gezien is dit een topplaat, maar het retro gevoel overheerst. De songs blijven in het verleden hangen en het klinkt allemaal wat oudmodisch.  

Ring Van Möebius

Ring Van Möbius
Past The Evening Sun
Apollon Records
Noors trio dat teruggrijpt naar de begindagen van de progressieve rock. Met name wordt gekeken naar Atomic Rooster, Emerson, Lake & Palmer, King Crimson, Yes en Van Der Graaf Generator. Het voelt een beetje raar aan om die legendarische bands hun muziek terug te horen, zij het opgedeeld in fragmenten en in een hedendaagse setting. En toch is dit authentieke progrock zoals je die maar zelden hoort. Hammond orgel, Fender Rhodes, mellotron, saxofoon (ingespeeld door gastmuzikant Karl Christian Grønnhaug), contrabas en drums zijn de instrumenten die zorgen voor het specifieke geluidsspectrum van Ring Van Möbius. En nee, gitaren komen er niet aan te pas. Ook het opnameproces dateert uit die vervlogen dagen en is helemaal analoog. De plaat opent meteen met de titelsong, een ‘killer track’ van 21 minuten waarin alle invloeden en aspecten ruim worden belicht. Naar het einde toe gaat men zelfs even op de experimentele toer. In ‘End Of Greatness’ mogen mellotron, synthesizer, drums en percussie domineren. Het is een prachtig geconstrueerde, hemelse song, een ode aan de pioniers van de progressieve muziek. De geest van Keith Emerson (ELP) waard rond tijdens de beginfase van ‘Racing The Horizon’, waarna als het ware enkele muzikanten van Yes, samen met Peter Hammill en zijn band (Van Der Graaf Generator) overnemen. Halverwege explodeert het geheel in gecontroleerde uitwassen, een groots palet, een festijn van machtige prog klanken. Als debuutplaat kan dit tellen.

Pymlico

Pymlico
Nightscape
Apollon Records

‘Nightscape’ is het vijfde studioalbum voor dit instrumentale, uit Oslo afkomstige gezelschap. Het is de opvolger voor het goed ontvangen ‘Meeting Point’ dat verscheen in 2016. Het zevental vertrekt vanuit een fusie van progressieve rock met jazzrock, maar heeft ook oog en oor voor pop- en filmmuziek. Brein achter Pymlico is drummer, toetsenist en componist Arild Brøter. Hij staat hier ook in voor de productie, samen met zijn broer Øyvind. Op hun nieuwste worp besteed Pymlico veel aandacht aan de kwaliteit van het songmateriaal, het melodieuze aspect en opnametechnieken die garant staan voor een glashelder totaalgeluid. De heren en dame laten ons genieten van hun vakmanschap en scheren hoge toppen. Het vernuft van de composities komt tot uiting in de variatie tussen de soms complexe, progressieve rock uithalen en de flitsende, geweldige popinvloeden. Herkenbaar zijn de saxofoon partijen van Marie Færevaag. Die brengen Jan Garbarek, de grootmeester zelf in herinnering. Dat laatste is geen punt van kritiek, alleen een vaststelling. Echt groots is Pymlico in schitterende composities als ’Tofana 10 AM’, het pakkende ‘Room With A View’, het funky en tegelijk heavy ‘Ghost Notes’ en het hemelse ‘Road Movie’. Ambitieus is dan weer afsluiter en langste nummer ‘Silver Arrow’. Met deze ‘Nightscape’ zet Pymlico zijn opmars onverstoord verder. Prima plaat.

I Am K

I Am K
Humans
Apollon Records

Na hun passage op het Spot festival in Denemarken werd I Am K (voorheen Kelvin) getipt als één van de meest veelbelovende bands uit Noorwegen die in staat zou zijn om een internationale hit te scoren. Die mogelijkheid bestaat nu het vijftal met ‘Humans’ een eerste album uitbrengt. I Am K brengt een uitgekiende mix van pop, alternatieve rock en elektronische muziek. Het overgrote deel van de songs zijn van nature rustig met mooi opgebouwde arrangementen. Nochtans verloopt niet alles rimpelloos, want de elektrische gitaren en stevige ritmesectie zorgen geregeld voor energieke passages. Sommige nummers als het van weerhaken voorziene ‘Moving On’, ‘Glowing In The Dark’ en ‘Golden Bridges’ roeien tegen de stroom in en onderscheiden zich met brio van de doorsnee popliedjes. De titelsong en afsluiter heeft op zijn beurt een verrassend door electronica (vocoder, synths) gedragen jazz motiefje en ook ‘Stars’ springt uit de band. Naast laatstgenoemde zijn kanshebbers voor een hitnotering het breed uitwaaierende ‘Fly’, het strijdvaardige ‘I Come Alive’, het prachtige ‘I’ll Be Better’ en het al even mooie ‘Run Away’. De scherpe gitaarriffs en galmende effecten die regelmatig opduiken zijn ongetwijfeld een ingeving van producer en goth rock en metal muzikant Christer André Cederberg (Drawn, In The Woods…, Animal Alpha, Anathema). Een laatste troef die ze kunnen uitspelen is, ondanks het wat nasaal timbre, de heldere stem van zangeres Oda Ulvøy. ‘Humans’ is een niet onaardig debuut waarin soms contrasterende en heel fraaie elementen zitten verwerkt. Onvoorwaardelijk fan zijn we (nog) niet. Eerder een koele minnaar.

Det Skandaløse Orkester

Det Skandaløse Orkester
Tenk Om Noen Ser Deg
Apollon Records

Det Skandaløse Orkester uit Bergen, Noorwegen is een achtkoppig gezelschap dat op zijn tweede album nog flink wordt uitgebreid met een aantal gastmuzikanten. En die kunnen ze best gebruiken. Het octet maakt complexe muziek waarbij geen enkel genre wordt vergeten. Men laveert hier met sprekend gemak tussen cabaret, swing, avant-garde, progressieve rock, funk, filmmuziek, fusion, disco, parodie en jazz. Vrij vertaald betekent de titel ‘Wat als iemand je ziet’.  Komt als thema telkens terug in de teksten die handelen over de angst en onzekerheid die elk ervaart wanneer je begint na te denken over de mening die anderen over je hebben met betrekking tot je uiterlijk en je gedrag. Twijfel en dubio die zich muzikaal vertaalt in een grillige en onvoorspelbare mix. ‘Tenk Om Noen Ser Deg’ kun je niet onderbrengen in een bepaald segment. Daarvoor worden er hier te veel stijlen door elkaar gemangeld. Redelijk uniek van opvatting. Toch  zijn er kenmerken die verwijzen naar Frank Zappa, King Crimson, Mr. Bungle, Angelo Badalamenti en nog wel een resem andere artiesten. Nog een opmerkelijke figuur is de als producer ingehaalde Iver Sandøy (Enslaved, Seven Impale, Audrey Horne, Sagh, BardSpec) die blijkbaar van alle markten thuis is. Eén ding staat vast: van verveling is er geen sprake op dit met al zijn facetten toch wel indrukwekkend album.

Bismarck

Bismarck
Urkraft 
Apollon Records
We zijn altijd te vinden voor een ferme hap doom metal. De uit Bergen, Noorwegen afkomstige band Bismarck is een nieuwe exponent in deze categorie. Maar Bismarck is veel meer dan dat. Het vijftal pakt uit met een groepsgeluid waar ook stoner, drone, progressieve rock, sludge, psychedelische rock en post metal aan bod komen. Zanger Torstein Tveiten is één van die vocalisten die oerschreeuwen met een natuurlijke flair uit de boxen laat knallen. De gitaristen Eirik Goksøyr en Trygve Svarstad ondersteunen hem met in fuzz gedrenkte en onheilspellend galmende gitaarriffs. Voeg daar nog de mokerslagen van drummer Tore Lyngstad en de ronkende bas van Anders Vaage aan toe en je krijgt een debuutalbum dat terecht de titel ‘Urkraft’ draagt. Bismarck imponeert met nummers als ‘Harbinger’, ‘A Golden Throne’ en ‘Iron Kingdom’. In ‘Vril-Ya’ en ‘The Usher’ toont Bismarck eventjes zijn meer gevoelige kant met exotische instrumenten als zurna en darbuka en laat Torstein horen dat hij meer kan dan alleen maar grommen en grauwen. Slechts vijf nummers en vijfendertig minuten muziek sieren deze schijf. Doch die zijn ruim voldoende om je te overtuigen van de kwaliteiten van Bismarck. ‘Urkraft’ is naast loodzwaar en kosmopolitisch, een met veel uitstraling, kick gevend plaatje. 

Alwanzatar

Alwanzatar
Fangarmer Gjennom Tid Og Rom
Apollon Records

Alwanzatar is het pseudoniem voor Kristoffer ‘Krisla’ Momrak, een veelzijdig muzikant die eveneens actief is in de progressieve rock band Tusmørke. Een bezige jongen, want dit is als Alwanzatar reeds zijn negende release. Een oeuvre dat vooral bestaat uit cassettes. Na het vorig jaar uitgebrachte ‘Heliotropiske Reiser’ is dit pas zijn tweede cd. Krisla reist graag tussen de sterren. Hij verkent de kosmos met zijn uitgestrekte tentakels die voorzichtig aftasten en een route uitstippelen in zowel tijd en ruimte als verleden en toekomst. Eén van zijn andere interesse sferen is de beoefening van het occulte. Zijn muziek heeft dan ook een sterk spirituele, meditatieve en psychedelische inslag. Daarnaast zijn de composities sterk verwant en beïnvloedt door krautrock, ambient, dub en elektronische muziek in het algemeen. Opener ‘I Virvlende Dampskyer’ omvat een aaneenschakeling en mengeling van alle voornoemde componenten. De drumcomputer zorgt hier voor een valse noot en klinkt erg steriel. In de vier overige tracks zijn de geprogrammeerde drums beter uitgewerkt. Het album is een mix van ouder en nieuwer materiaal dat Alwanzatar eerst uittestte op een live publiek tijdens een zomertournee in 2017 alvorens de opnames te starten in zijn thuisstudio ‘Holy Space!’. Van ‘Bergtrollets Komme’ (trollen zijn wezens die we onder meer kennen uit de trilogie ‘In de Ban van de Ring’ van J.R.R. Tolkien), gaat een zekere dreiging uit en vooral de theremin heeft hier een sinistere bijklank. ’På Slutten Av Dagen’ is de meest tot de verbeelding sprekende track waarin vocoder, theremin, hoorn, een batterij synths en geprogrammeerde drums een mooi en harmonisch evenwicht trachten te vinden. Een aanrader voor wie graag hogere sferen opzoekt.