zondag 15 juli 2018

Axegrinder

Axegrinder
Satori
Rise Above

Crust punk is een subgenre dat door zijn sociale en politieke betrokkenheid vooral geliefd was in het milieu van kraakbewegingen en anarchisten en altijd ondergronds is gebleven. In de beginjaren had je Amebix, Hellbastard en Antisect. In het huidige decennium Behind Enemy Lines, Early Graves en Corrupt Leaders. In 1986 was er ook Axegrinder die met het album ‘The Rise Of The Serpent Men’ zich onmiddellijk liet opmerken. De band was echter geen lang leven beschoren en kapte er definitief mee in 1991. Gitarist Steve Alton en zanger Trevor Speed vonden elkaar nu terug en besloten na 29 jaar een tweede plaat op te nemen. ‘Satori’ is Japans voor ‘een belangrijke stap naar de verlichting’, maar veel verlichte momenten zijn hier niet waar te nemen. Het duo doet verwoede pogingen om aansluiting te vinden met het huidige tijdsbestek door naar eigen zeggen nieuw terrein te ontginnen en tegelijk de oude glorie in ere te herstellen. Een tweeslachtige benadering die uitdraait op een klein fiasco. De betere tracks zijn ‘The Unthinkable’ (met dank aan Killing Joke) en ‘Halo (Snakes For The Breeding)’. De overige nummers zijn inspiratieloos, langdradig en mak.

The Turbo A.C.’s

The Turbo A.C.’s
Radiation
Concrete Jungle

Amerikaanse punk rock band uit New York City opgericht in 1995. Na zeven jaar komen ze eindelijk op de proppen met de opvolger voor het in 2011 verschenen ‘Kill Everone’. ’Radiation’ is inmiddels hun negende release. In het verleden werden The Turbo A.C.’s in één adem genoemd met The Supersuckers en New Bomb Turks, maar door de jaren heen hebben ze zich een eigen status en plaats verworven in het spectrum van de punk en surf rock. Frontman Kevin Cole kreeg privé de afgelopen jaren een paar serieuze tegenslagen te verwerken. Hij bleef echter niet bij de pakken zitten en die gebeurtenissen vormden de aanleiding om te starten met het schrijven van nieuw songmateriaal. Aan hun ondertussen bekende stramien werd niets gewijzigd. Zo doet de titelsong dienst als verplicht instrumentaaltje. In totaal zijn het elf korte en gebalde liedjes die op deze ‘Radiation’ aan sneltempo voorbij razen. De plaat opent met een dronken en opgefokte versie van het van Curtis Mayfield geleende ‘I’m So Proud’ met in zijn kielzog een in surf en punk ornaat gestoken cover van zowaar Lana Del Rey: ‘High By The Beach’. De overige nummers gaan door op hetzelfde elan met als meest opvallende bijdrages ‘Go Ahead’, ‘Can’t Get There From Here’, ‘Stand In Line’ en ‘Get Up’. Uitzwaaien doen ze met het fraaie alleen door piano, percussie en akoestische gitaar begeleidde ‘Wasted’. ‘Radiation’ is een aangenaam weerzien met één van de betere punk/surf bands die NYC rijk is.

Sons Of Alpha Centauri

Sons Of Alpha Centauri
Continuum
H42

Voor het debuut van deze Britten moeten we terug naar 2007. Waarom een opvolger zolang op zich liet wachten komt omdat het viertal  de jaren nadien meewerkte aan tal van andere projecten. Voor het maken van hun tweede plaat nodigden ze in 2009 leden uit van de bevriende, Amerikaanse band Yawning Man. De aangebrachte songs en het creative proces verliepen echter helemaal anders dan verwacht. Zodanig dat ze het album ‘Ceremony To The Sunset’ uitbrachten onder de naam Yawning Sons. Ergens in 2014 werd het plan voor een tweede SOAC langspeler nieuw leven ingeblazen en nu is de release eindelijk een feit. Het kwartet in zijn nog altijd originele bezetting deed voor de productie beroep op Aaron Harris, de ex-drummer van Isis en Palms. Die heeft op zijn palmares platen staan van onder meer Team Sleep, Pelican, Spotlights, Puscifer en Zozobra. Het is nooit een gemakkelijke oefening om instrumentale progressieve rock aan de man/vrouw te brengen. Sons Of Alpha Centauri slaagt daar in omdat de muzikanten een duidelijk concept hadden uitgewerkt met daarin verwerkte genres als ambient, stoner en alternatieve rock. De composities hebben stuk voor stuk een donkere klankkleur en vormen een sluitend geheel. De factor die voor het extra pigment zorgt komt van toetsenist Blake. Dat plus de juiste variaties in tempo en de uitstekende productie van Aaron maken van ‘Continuum’ een waardige opvolger voor hun meer dan tien jaar geleden uitgebrachte eersteling.

PinioL

PinioL
Bran Coucou
Dur Et Doux

Frans collectief en tot stand gekomen door een samensmelting van de acts PoiL en Ni. De zeven man sterke gelegenheidsformatie ontspint zich als een complexe eenheid met zijn mix van math rock, progressieve rock, noise, jazzcore en avant-garde. Tonen qua concept en muzikale keuzes ook veel gelijkenissen met het eerst als beweging en later als genre bestempelde RIO (Rock In Opposition). PinioL kiest dan ook voor een eigenzinnig parcours met composities die zich manifesteren als een steeds in beweging zijnde muzikale carrousel. De groep bestaat uit twee trio’s met basgitaar, drums, gitaar en met als bindend element toetsenist Antoine Amera. Een gegeven waar men vooral als er live wordt opgetreden handig op inspeelt door de muzikanten te laten postvatten op drie podia. Video creaties en een lichtshow vervolledigen hier dit unieke concept en maken van een concert een zowel auditief als visueel spektakel. Op plaat alleen is het toch een stuk minder boeiend, al blijft deze ‘Bran Coucou’ wel een interessante plaat. Als eb en vloed rolt de muziek aan en af. Niet onbelangrijk is ook het vocale luik dat perfect aansluit bij de muzikale exploten. Voortdurend maakt men de meest vreemde capriolen waarbij men de luisteraar voortdurend blijft stimuleren en uitnodigen om zijn zinnen te verliezen en zich over te geven aan deze uitbundige en tegelijkertijd strak omlijnde muzikale excursie.

Cayne

Cayne
Beyond The Scars
Graviton

Cayne werd in 1999 opgericht door gitaristen Claudio Leo en Raffaele Zagaria,. Beide stonden in 1994 ook al mee aan de wieg van Lacuna Coil. Na de release van hun debuut ‘Old Faded Pictures’ (2001) bleef het lang stil. Pas tien jaar later kwam Cayne weer tot leven en bracht het een ep uit getiteld ‘Addicted’. Zowel het plaatje als hun daarop volgende tournee met Lacuna Coil werd lovend onthaald en kreeg geweldige recensies. Na het album ‘Cayne’ kreeg de band een zware tegenslag te verwerken met het overlijden van mede oprichter Claudio Leo. Een tweede heropstanding kwam er eind 2016, tegelijk met de komst van drummer Giovanni Tani. Het kwintet begon met het schrijven van nieuw songmateriaal en dat leidde tot hun nieuwe langspeler ‘Beyond The Scars’. De groep ontpopt zich als een stevige en solide eenheid. Mooie en meeslepende arrangementen worden afgewisseld met donker getinte op gothic metal geënte  riffs. Het groepsgeluid wordt verrijkt met de typerende viool van Giovanni Lanfranchi die ook synths en toetsen voor zijn rekening neemt. Een andere troef is zanger Giordano Adornato die met schwung en bravoure de melodieuze component extra pigment geeft. Dit alles resulteert in een aantal heerlijke composities als ‘No Answers From The Sky’,  ‘Blessed By The Night’, ‘Celebration Of The Wicked’, ‘A New Day In The Sun’, ‘Slave’ en ‘Free At Last’. De overige nummers zijn minder inspirerend en eerder stereotiep en clichématig. Toch mag je hier spreken van een geslaagde comeback.

Her Despair

Her Despair
Mournography
Eigen Beheer

Altijd een zwak gehad voor gothic acts, liefst van een wat meer duistere signatuur en voorzien van een streep metal. Het Britse Her Despair is zo een band. Het debuut album ‘Hymns For The Hopeless’ (2015) was een soloproject van zanger J. Inmiddels is de bezetting uitgebreid tot een kwintet dat de studio indook voor de opnames van het vijf nummers tellende en in eigen beheer uitgebrachte ‘Mournography’. Op het eerste gehoor lijkt het een zoveelste doorslag van The Sisters Of Mercy, maar heeft na meermaals beluisteren toch iets meer te bieden. In hun teksten combineren ze het religieuze met het erotische: Devotie en begeerte, dood en liefde, het woord van God en godslastering. De vijf spiritueel inspirerende tracks zijn kwalitatief evenwaardig met een lichte voorkeur voor ‘Blaspheme With Me’, het bezwerende ‘Valentine’s Mourning’ en het dramatische en hoogdravende ‘In The Arms Of A Sadist’. 

Talons

Talons
We All Know
Holy Roar

Uit Hereford afkomstig sextet dat met ‘We All Know’ toe is aan zijn derde album. De groep onderging sinds hun oprichting in 2008 een gestage evolutie en heeft nu het punt bereikt waarop hun compositorische kwaliteiten het best tot uiting zouden moeten komen. De songs zijn opgebouwd uit meerdere, exuberante lagen die elkaar overlappen. Naast de voor postrock typerende tremolo gitaarriffs kiest het gezelschap voor warme vioolklanken, ronkende baslijnen en kraakheldere drums plus percussie. In hun oeuvre zitten toespelingen verweven op volks- en wereldmuziek, (hedendaags) klassiek en filmmuziek. Het concept is groots opgezet. Omvangrijke en monumentale fragmenten worden afgewisseld met trage en dromerige passages. Die komen iets te veelvuldig voor en zijn soms iets te langdradig, wat ten koste gaat van de dynamiek. Dat het allemaal uitstekende muzikanten zijn, daar wordt niet aan getwijfeld. Alleen klinken ze hier als een zelfingenomen zestal dat het opwindende en meeslepende effect telkens doodknijpt met tussendoor die saaie en lang uitgesponnen stukken. Misschien dat het geheel als soundtrack van een of andere documentaire of speelfilm wel beter tot zijn recht zou komen.

Lord Of The Lost

Lord Of The Lost
Thornstar
Napalm

De zesde van het Duitse combo Lord Of The Lost is een heus concept album geworden en dan nog wel een dubbelaar. Het is frontman Chris Harms die de bakens uitzet bij Lord Of The Lost. Als thema koos zijne doorluchtigheid Harms voor de verloren beschaving van de Pangals, ook wel Chalokh genoemd. Die zouden grote delen van Europa bevolkt hebben tijdens de periode 12000 tot 9000 voor Christus. Harms is vooral gefascineerd door hun cultuur, religie, saga’s, mythes en spiritualiteit. Dit alles is vervat in de mythologie van G’hahyr. Muzikaal kun je Lord Of The Lost onderbrengen onder de noemers goth rock, dark rock, metal en industrial. Qua stembereik kleurt Chris van een donkere bariton tot rauwe death grunts. Lord Of The Lost bespeelt het gehele spectrum van bombastisch (‘The Art Of Love’) en theatraal (‘Naxxar’) tot melodramatisch (‘Morgana’), beenhard (‘Lily Of The Vale’) en melodieus (‘In Our Hands’). Wie al fan was komt hier zeker aan zijn trekken. Maar ook wie nu pas kennismaakt met Lord Of The Lost kan mogelijks blij verrast worden. ‘Thornstar’ steekt vernuftig in elkaar en is een ruim gestoffeerde dubbel cd. Er steekt genoeg variatie in om het geheel boeiend te houden. Bijzonder veel aandacht ging ook uit naar de uitwerking van het grafische luik, de artistieke vormgeving en fotografie. ‘Thornstar’ scoort wat originaliteit betreft minder goed, doch is, het genre indachtig, in vele opzichten een prima album.

dinsdag 26 juni 2018

Pest Modern

Pest Modern
Rock’N Roll Station
Cleopatra Records
Pest Modern is een vader en zoon project. Vader Joël Hubaut is een kunstenaar van hedendaagse kunst. Hij is een moeilijk te classificeren artiest. Hij realiseert voornamelijk installaties, tekeningen, schilderijen en is paradoxaal genoeg het meest bekend om het voordragen van zijn poëtische teksten. Epidemies en besmetting reflecteert hij via zijn kunst, vandaar ook de naam ‘pest modern’. Zoon Emmanuel Hubaut verdiende zijn sporen als zanger en muzikant bij onder meer Dead Sexy Inc., Les Tétines Noires en LTNO. Het idee om samen een plaat te maken kwam er door hun gezamenlijke admiratie voor de cult track ‘Rock’N Roll Station’ (1977), geschreven door Jac Berrocal en Vince Taylor en in 1994 al eens gecoverd door Nurse With Wound. De overige acht nummers zitten in de sfeer van psychobilly, surf, postpunk, garage, rockabilly. En daar mag je nog gerust avant-garde, experimentele dichtkunst en verregaande stemcapriolen aan toevoegen. Naast de negen reguliere liedjes hebben een hele resem acts - tien in totaal - hun lusten mogen botvieren met het remixen van een song naar keuze. Een goede zet zo blijkt, want zo krijg je twee totaal van elkaar verschillende ‘albums’ voor de prijs van één. De remixes staan inderdaad haaks op de originele uitvoeringen en vallen qua stijl onder te brengen bij industrial, electro en noise. Lieten de beste indruk na: ‘Pest Modern’ en ‘CKKE Epidemik’. Meest populaire track bij de remixers is ’Les Insectes’ die maar liefst vier keer onder handen wordt genomen, gevolgd door ‘Ca Va Couiner’ en ‘Pest Modern’, die elk twee streepjes achter hun naam krijgen. Ad Fiction maakt een goede beurt met zijn bewerking van ‘Rock’N Roll Station’. Andere verrassende en gesmaakte interpretaties komen er van Mimetic, Autist, Dear Deer en Oberst Panizza.

Sami Baha

Sami Baha
Free For All
Planet Mu

Sami Baha is een Turkse producer die drie jaar geleden besloot om uit te wijken naar South East London en daar zijn geluk te beproeven. Zijn eigen muziek maakte hij voor het eerst kenbaar aan de wereld in 2016 met de ep ‘Mavericks’.  Zelf begonnen als rapper leerde hij de stiel van producer in Turkije en werkte er vooral met lokale rappers. Zijn debuut plaatje was afgestemd op hiphop, doch met ‘Free For All’ trekt Sami de wijde wereld in. Een aantal internationale MC’s verlenen hun medewerking. Naast het Engelse Dimzy (‘Discreet’) is er de Zweed Yung Lean (‘When The Sun’s Gone’) en de in Chicago residerende DJ Nate (‘Thugs’) die acte de présence geven. Meest opvallend en intens is echter de bijdrage van de uit Egypte afkomstige MC’s Dawsha en Adanob in ‘Ahl El M8na’. Baha maakte voor het eerst kennis met het duo tijdens zijn Egyptische tournee. ‘Free For All’ is een relaxt plaatje. Al van bij de dromerige opener ‘Cash Rain’ verwerkt Sami zijn eigen Turkse muzikale roots in zijn muziek. Een deel van de instrumentale tracks vertoont wel wat weinig variatie (‘Aliens’, ‘Gambit’, ‘Free For All’ en ‘NAH’). Het beste - waarmee hij toch tamelijk origineel uit de hoek komt - heeft Sami Baha bewaard voor het einde (‘Limbo’ en ‘Cold Pursuit’). Daarnaast is Baha’s vestimentaire keuze eerder speciaal. Op de hoesfoto en ook in de videoclips dost hij zich uit in een militair Ghillie kostuum dat erg in trek is bij scherpschutters. De setting is de buurt waar hij woont en dagelijks een wandelingetje maakt. Zelf noemt hij zijn vermomming ‘hiding in the light’ in een betonnen jungle.      

Needlepoint

Needlepoint
The Diary Of Robert Reverie
BJK Music/PIAS

Wie herinnert zich nog of kent überhaupt acts als Caravan, Matching Mole, Gentle Giant, Camel, Weather Report, Soft Machine en Return To Forever? Ik denk dat je al enkele jaartjes op de teller moet hebben staan of je bent een fervent liefhebber van progressieve rock, jazzrock en fusion en dan kun je niet omheen het oeuvre van de vermelde groepen. Gelukkig zijn er vandaag nog groepen die hun erfenis in ere houden en verder uitdragen. Het Noorse Needlepoint is er zo één. Hun muziek zit diep gebeiteld in de jaren zeventig van de vorige eeuw waarin jazzrock als genre zijn hoogtepunt bereikte en veel volgelingen kende. Brein is zanger/gitarist en liedjesschrijver Bjørn Klakegg. De stijl die hij en zijn medemuzikanten aanhangt kan heel complex en moeilijk te vatten zijn, maar de maestro houdt het alles in acht genomen tamelijk simpel. Zijn manier van zingen en ook de arrangementen zijn eerder lichtvoetig, speels, enthousiast en zwierig. Ook de sporadische, harmonische samenzang past in het plaatje. De andere leden kwijten zich meer dan voorbeeldig van hun taak en etaleren met brio hun vakmanschap. Een speciale vermelding krijgen drummer Olaf Olsen en toetsenist David Wallumrød. Hun gedreven en vernuftige speelstijl zorgt voor een bijzondere dynamiek. Voor de teksten laat Klakegg zich inspireren door zijn directe omgeving. Hoofdpersonage is Robert Reverie, een alleenstaande, dromerige man die leeft in een dorp waar nog andere zonderlingen en merkwaardige figuren een thuis hebben gevonden. Voor Needlepoint is dit hun vierde album en zonder enige twijfel hun beste. Dit gezegd zijnde: Een nostalgische bui overvalt me. Ik denk dat ik nog eens in mijn muziekverzameling ga rondneuzen en me een tijdje ga zoet houden met het afspelen van oude vinylplaten van eerder vernoemde topbands.

Mai Khoi

Mai Khoi
Dissent
Lidio/PIAS
Voor alles is er een eerste keer. Dit moet de eerste plaat zijn van een Vietnamese artiest die ik onder ogen krijg. Het is er meteen eentje dat kan tellen. In eigen land is Mai Khoi een omstreden en gecontesteerde figuur. Het communistische regime aldaar houdt er niet van als iemand kritiek uit of er een andere politieke mening op nahoudt. Zo kwam ze in 2016 op als onafhankelijk kandidaat voor de parlementsverkiezingen en dat werd haar niet in dank afgenomen. Het werd Mai Khoi verboden om nog in Vietnam te zingen of op te treden. Dit leidde ertoe dat dit album in het geheim en live werd opgenomen in de Phusa Lab Studio in Hanoi. Mai Khoi laat zich begeleiden door twee van de meest gerenommeerde Vietnamese muzikanten: saxofonist Quyen Thien Dac en multi-instrumentalist Nguyen Duc Minh. Die laatste bouwt zijn eigen traditionele, Vietnamese instrumenten (bamboefluiten en -drums, verscheidene percussie instrumenten en mondharpen). De combinatie met Westerse instrumenten (gitaren, klarinet en saxofoons) en naast Vietnamese volksmuziek muziekstijlen als blues, jazz, soul en rock geven het album een geheel eigen en uniek karakter. Ook de stem van Mai Khoi is bijzonder. De zangeres heeft een grote soms dramatische, vocale expressie. Met haar maatschappij oordelende teksten is ze de spreekbuis van een steeds meer kritisch wordende, Vietnamese samenleving. Haar liedjes zijn verhalen over euforie, moed, mislukking en dreiging. Eén nummer, ‘Air Drone’ heeft een volledig Engelse tekst geschreven door Benito del Sur. De gedeeltelijk Engelse tekst in ‘Cuffed Freedom’ is van Anna Högberg en wordt ook door haar ingezongen. Ook het vertederende ‘We Want’ is deels in het Engels gezongen. ‘Dissent’ is een aangrijpend en fascinerend album. Mai Khoi haar manier van zingen ontroerd. Het emotionele aspect wordt nog versterkt door de krijsende of klagende saxofoon en de instrumentenkeuze van Nguyen Duc Minh. En ondanks de taalbarrière komt de boodschap duidelijk over. Sterke plaat.

Espen Berg Trio

Espen Berg Trio
Bølge
Odin/PIAS

Pianist Espen Berg heeft duidelijk de touwtjes in handen in dit naar hem genoemde trio. Niet alleen schrijft hij alle nummers, hij dirigeert en stuurt ook zijn medemuzikanten bassist Bárður Reinert Poulsen en drummer Simon Olderskog Albertsen aan. Berg begint nochtans met een cover, de enige die het album rijk is, ‘Hounds Of Winter’ van Sting. Een heel rustige en warme track en een mooie inleiding voor wat eraan zit te komen. Espen is een uitstekend en veelzijdig pianist en schrikt er niet voor terug om dat hier uitgebreid te etaleren. Hij is ook niet te beroerd om zijn twee kompanen af en toe een eigen platform te geven zoals in ‘XIII’ en ‘Cadae’. Sommige tracks hebben een beweeglijke en koortsachtige onderstroom. Dat is onder meer het geval in ‘Maetrix’, ‘Tredje’, ‘Bridges’ en ‘Skoddefall’. Andere klinken heel klassiek, maar ook spitant en gracieus zoals in ‘For Now’, de prachtige titelsong en het schitterende sluitstuk ‘Climbing’. ‘Bølge’ is een weelderig, hedendaags en heterogeen album dat ook niet jazz liefhebbers veel luisterplezier kan en zal bezorgen. 

Tiktaalik

Tiktaalik
Tiktaalik
Tangrami Records

Naast de missing link tussen vissen en gewervelde landdieren is het uitgestorven Chordadier Tiktaalik ook de naam van een tweeledig triphop combo. Zangeres Layn komt uit Estland en multi-instrumentalist Renaud is een Duitse onderdaan. Ze vonden elkaar ergens in 2016 en deelden dezelfde muzikale smaak. Het tweetal zijn grondslag ligt bij triphop, maar hun debuut bevat veel meer dan dat. Layn bezit een buigzaam stemtimbre dat vele zangstijlen aankan. Renaud is een meester entertainer en een groot voorstander van afwisseling. De muziek kan heel intens zijn of net breekbaar. Zo worden harde dance beats afgewisseld met dromerige passages, opzwepende ritmes of relaxte en cinematografische fragmenten. Heel treffend zijn het korte, doch monumentaal uitgebeelde ‘Kathedral’, de kruisbestuiving tussen sluimerend onheil en aandoenlijke melancholie in ‘Higher Hopes’ waarin strijkinstrumenten de hoofdrol opeisen, het hitsige en pulserende ’Habits’ en het speelse, licht exotische ‘He Won’t Come’ . ‘I Am Instant’ werkt minder inspirerend. Het is één van de weinige songs, samen met ‘Child’s Voice’ die kwalitatief wat ondermaats blijven. Voor de rest is dit een niet onaardig debuut met een aantal heel interessante, muzikale spitsvondigheden.

The Pitch & Splitter Orchester

The Pitch & Splitter Orchester
Frozen Orchestra (Splitter)
Mikroton Recordings

Het Splitter Orchester is met dit album toe aan zijn derde release. Net als bij zijn twee voorgaande langspelers gaat het 24-koppig orkest een samenwerking aan, deze keer met het kwartet The Pitch. Drie muzikanten van The Pitch zijn trouwens ook leden van het orkest. De precies één uur durende compositie is geschreven door het viertal van The Pitch. Door middel van het uitgebreide, zowel elektronisch als akoestisch samengesteld instrumentarium van het Splitter orkest, probeert het kwartet een ruimer opgevat muzikaal landschap te creëren die hun compositie helemaal tot zijn recht moet laten komen. Men vertrekt van bepaalde toonhoogtes aangevuld met drones van ruis en zoekt tegelijk naar een harmonisch evenwicht. Aan de oppervlakte lijkt het muzikale landschap bevroren. Het zijn de individuele keuzes die de muzikanten maken die de textuur veranderen. Er is een constante stroom van geluiden, de veranderingen zijn subtiel en gebeuren bijna onopgemerkt. De monotone drones nestelen zich diep en hebben een hypnotiserend effect. Na ruim twintig minuten komt er een eerste echt hoorbare verschuiving waarbij krakende, gruizige drones en geluidsfragmenten de overige instrumenten verdringen. Na verloop van tijd, ongeveer halfweg de compositie komen die met mondjesmaat terug hun plaats opeisen in het spectrum. De muziek krijgt nu een minimalistisch karakter met klaterende, maar repetitieve pianoklanken. In het vierde kwartier zoekt men opnieuw aansluiting bij het eerste luik. Naar het einde toe is de muziek net als vertraagde beelden, delicaat en met heel kleine nuances. Muziek voor melancholische zielen en liefhebbers van ambient en minimal music. 

Havnes.Järmyr.Serries

Havnes.Järmyr.Serries
Distant Curving Horizon. The Primal Broken Passage. Beneath The Scorching Sun
Midira Records

De drie muzikanten van dit gelegenheidstrio kennen elkaar al langer. Ze speelden echter nooit samen in deze opstelling. Järmyr en Serries zijn onder meer tweederde van de formatie Yodok III. In deze trio bezetting is het gitarist Eirik Havnes die de plaats inneemt van Kristoffer Lo (tuba, flugabone). De heren besloten om op een namiddag een opnamesessie te wijden aan het inspelen van een improvisatorisch stuk van bijna 55 minuten. Men begint een beetje zoekend waarbij drummer Tomas het voortouw neemt. Eirik speelt heldere een sprankelende gitaarpartijen. Dirk zoekt het bij meer teruggedrongen noise die zich langzaam ontwikkelt tot zich herhalende drones. Telkens wordt er toegewerkt naar een climax. De opbouw gaat echter heel traag, doch gestaag en dat zorgt voor een groeiend en toenemend volume. Op het toppunt krijg je de uitbarstingen van Järmyr die op een bepaald moment geweldig te keer gaat en dit ook een poos aanhoudt. Soms krijg je de indruk dat zijn drumstel gaat exploderen. De gitaren klinken schril en vervormd, maar komen dan wel heel plots tot rust. Ongeveer halfweg begint het drietal dan aan een nieuw traject. Hierbij zijn de twee gitaristen onmiddellijk goed op elkaar afgestemd. Drones bepalen de sfeer terwijl op de achtergrond subtiele percussie kabbelt. Maar ook hier worden de rollen weer omgekeerd en is het trommelaar Tomas die andermaal het voortouw neemt en zijn drumvellen en cymbalen geselt. Het spervuur neemt abrupt af en er komt een nieuwe rustige passage, doch niet voor Järmyn die opnieuw begint aan een gedreven en onstuimig parcours. Beide gitaristen willen niet meteen volgen. Wat eerst een wig lijkt te drijven tussen de muzikanten, maar toch een vorm van eenheid schept tussen de huilerige gitaarklanken en de harde en snelle drumroffels. Het leidt naar een laatste, duizelingwekkende uitbarsting.  

Prioratvm

Prioratvm
Adonis
Finalmuzik

Het project Prioratvm werd in 2007 opgericht door de Italiaanse componist en muzikant Mirko Bradaschia. Voor het vinden van een pseudoniem liet hij zich inspireren door de legende van de Priorij van Sion, een door de Fransman Pierre Plantard verzonnen genootschap. De muziek van Prioratvm evolueert constant en is gebaseerd op esoterische kennis, emotionele perceptie en de menselijke psychologie. Dat in combinatie met echte verhalen, kronieken, omschrijvingen en beelden van levensechte landschappen. Dit vertaalt zich in composities en arrangementen gebaseerd op klassieke muziek, doch aangevuld en doorweven met elektronische geluiden en synthesizers met elementen van ambient tot neofolk en de daarmee verwante apocalyptic folk en folk noir stromingen. Het album ‘Adonis’ kwam tot stand met de hulp van Vincent Mercier die  opzoekingswerk verrichtte naar de neoreligieuze beweging van het Adonisme opgericht in 1925. Stichter is de Duitse esotericus Franz Sättler. Enkele belangrijke kenmerken zijn het in praktijk brengen van het sensueel genot van geslachtsgemeenschap, zowel heteroseksuele als homoseksuele. Ook tolerantie ten over staan van andere mensen wordt gezien als een belangrijke deugd. Het gebied waarin men dit kan beoefenen is grenzeloos. Eén van de stelregels van Sättler was ‘Alles begrijpen betekent alles vergeven’. Het is dan ook jammer dat het Adonisme in 1936 door de nazi’s werd verboden. Al werden er na de oorlog nog een aantal schuchtere pogingen ondernomen om de beweging nieuw leven in te blazen. Echter zonder succes. Sommige titels van songs zoals ‘Belus Et Biltis’, ‘Adonis’, ‘La Chute D’Adonis’ en ‘Didusch’ verwijzen naar de figuren die een hoofdrol spelen in de saga. ‘Chajât’ is met zijn futuristische drones en synthesizers, vermengt met traditionele Oosterse klanken al meteen een zeer imponerende track. ‘Belus Et Biltis’ is meer cinematografisch opgevat. Zangeres Maria Cristina Anzola geeft Dido een stem in het feeërieke ‘Didusch’. Vincent Mercier zelf zorgt voor mystiek met zijn voordracht in de taal van de Chaldeeën in ‘La Chute D’Adonis’. De onheilspellende stemming in ‘L’Arbre Interdit’ valt toe te schrijven aan de speciale klanken ontlokt aan de theremin. Met de mooie afsluiter ‘Le Serpent Et La Sagesse’ maakt Mirko B. een einde aan zijn muzikale interpretatie van het Adonisme.  

dinsdag 12 juni 2018

Raum Kingdom

Raum Kingdom
Everything & Nothing
Eigen Beheer

Post metal groep afkomstig uit Ierland die begin 2014 een eerste ep uitbracht die heel wat goede kritieken kreeg. Ze namen ermee een vlucht vooruit en kregen de gelegenheid om op te treden in heel wat Europese landen. Uit de opgedane kennis en ervaring probeerden ze munt te slaan en de bonus aan creativiteit kwam goed van pas tijdens het maken van hun echte vuurdoop ‘Everything & Nothing’. Een debuut waarop het viertal een breder muzikaal spectrum aanboort. Raum Kingdom zingt over hoop en verlossing, over troost en omgaan met verlies, overleven en het afwegen van de eigen daadkracht. De muziek schippert tussen harmonie en felle uitbarstingen, tussen emotie en woestheid, tussen verhevenheid en afdalen in de hel. Soms is het een kwelling om naar het hartverscheurende geschreeuw te moeten luisteren. Zanger Dave Lee zit dikwijls op de rand of er net over. Het getuigt wel van passie. Raum Kingdom heeft raakpunten met Neurosis, Amenra, Tool en Cult Of Luna. Beste tracks zijn ‘Winter’, met een gastrol voor Mia Govoni (Makavrah), ‘Walk With Reality’ en ‘Hidden Pain’.

Paradise Lost

Paradise Lost
'Believe In Nothing’ (remix-remastered)
Nuclear Blast

Na ‘Host’ van afgelopen maart is het de beurt aan ‘Believe In Nothing’ om een opknapbeurt te krijgen. Na het experimenteel synthipop en electro uitstapje met ‘Host’ zocht het gezelschap weer wat toenadering tot het groepsgeluid van ‘One Second’. Het is meteen ook het laatste album van hun zogenaamde ‘lichtere’ periode. De groepsleden zijn het eens dat ze ten tijde van ‘Host’ en ‘Believe In Nothing’ even niet goed meer wisten van waar de wind kwam. Stuk voor stuk zaten ze met psychische problemen, lagen met zichzelf in de knoop en waren in behandeling. Onder meer zanger Nick Holmes zat zwaar aan de anti-depressiva. Het was allesbehalve een leuke tijd toen.  Ze hadden ook tijdens de opnames geen controle over het verloop. Hun creativiteit werd aan banden gelegd door label EMI en noch over de productie van het duo John Fryer/Greg Brimson, noch over het hoesontwerp waren ze te spreken. Het songmateriaal dat ze op zich wel goed vonden krijgt nu een herkansing. Ze gingen in zee met de dezer dagen veelgevraagde producer Jaime Gomez Arellano om het zaakje te remixen en te remasteren. Ze ontwierpen ook een nieuwe cover die beter de sfeer en stemming van het album moet weergeven, in plaats van de zwerm bijen van wie niemand nog weet wiens idee dat was. Of ze er in geslaagd zijn om de songs beter tot hun recht te laten komen is een andere kwestie. Holmes is er alvast rotsvast van overtuigt dat ze daar in geslaagd zijn. Zelf vinden we het een half geslaagde operatie.

Gazpacho

Gazpacho
Soyuz
Kscope

Een album met een bijna goddelijke dimensie, zo omschreven we zelf ‘Molok’ de vorige langspeler van dit Noorse art rock sextet. Of het hun beste werk tot nu toe was hangt af van je persoonlijke smaak, want ook ‘Night’ en ‘March Of Ghosts’ worden dikwijls als nummer één naar voor geschoven. Hoe dan ook wie dacht dat ze hun toppunt al hadden bereikt zal verbaasd opkijken, want ook ‘Soyuz’ blijkt een weergaloze langspeler te zijn. De formule en het stramien zijn nochtans hetzelfde gebleven. Net als zijn voorgangers is ‘Soyuz’ een conceptplaat, bestaande uit onderling met elkaar verbonden verhalen over de eerste Russische ruimtetuigen, de verongelukte kosmonaut Vladimir Komarov en het Seahenge monument als voorbeeld van iets dat eeuwig zal blijven bestaan. De arrangementen zijn nog altijd groots en prachtig, de melodieën diepgaand, gevoelvol, doch ook onheilspellend en pakkend. Meesterlijk van opzet en intensiteit is hun opus ‘Soyuz Out’, maar ook ‘Soyuz One’, ‘Hypomania’ en ‘Emperor Bespoke’ zijn schitterende songs. ‘Soyuz’ is een zorgvuldige en ontzagwekkende reflectie op de menselijke conditie, gevangen in een omlijsting van majesteitelijk georkestreerde, hedendaagse progressieve rock. ‘Soyuz’ is een meer dan een album. Het is een uitval naar de sterren en de hemel.

Duvel

Duvel
Attempts At Speech
Fysisk Format

De Noorse regering heeft aandelen Duvel Moortgat in portefeuille. Of is Duvel het favoriete gerstenat van de  muzikanten van Duvel. Het kan ook zo maar een naam zijn. Feit is dat het trio is opgegroeid in Nesodden en Ås -  landelijke gebieden in de omgeving van Oslo - en redelijk rudimentaire postpunk speelt. Eenvoudig dus, maar wel energiek en rauw deze variant van Duvel. Zanger/gitarist Jack Holldorff zijn stem klinkt bij momenten wel wat geforceerd. Meestal draait het uit op onverstaanbaar gemompel of schril gegil. Producer Bjørn Larsen weet wel de ambiance goed weer te geven. Dat het er hectisch aan toe ging kun je uit die stemming afleiden. De plaat werd in amper twee dagen ingeblikt. De teksten refereren naar de eenzaamheid voor wie zijn weg niet vindt in de grootstad en de angst voor het onbekende. Al die vreemde gezichten waarvan de aantallen alleen maar blijven toenemen. Je weet niet wat ze in hun schild voeren. Alles is mogelijk. Je hebt geen controle en dat is maar een naar gevoel. De muziek weerspiegelt die nervositeit en onrust. De minimalistische invulling heeft wel zo zijn beperkingen. Er is weinig afwisseling. Je moet al wachten tot halfweg met ‘Sacred Place’ en het laatste nummer ‘Birds’ voor een iets of wat andere insteek. ‘Attempts At Speech’, niet meteen een plaat die begeesterd.

Moloch

Moloch 
The Other Side
Via Octurna

De artiestennaam Moloch is nogal wijd verspreidt. Hier gaat het over de outfit van Fabian Filiks een Poolse artiest met een voorliefde voor elektronische muziek en black metal. Is met deze ‘The Other Side’ niet aan zijn proefstuk toe en heeft al vijf albums, twee ep’s en een dubbele verzamelaar op zijn palmares staan. ‘The Other Side’ telt zes tracks. Moloch liet zich voor het maken van ‘The Other Side' onder meer inspireren door het werk van regisseur en muzikant John Carpenter, soundtrack componist Christopher Young en van wat er zo allemaal de laatste twintig jaar aan filmmuziek de revue passeerde in het segment van science fiction en horror. Filiks zijn muziek vertoont enige verwantschap met Maserati, Zombi, Steve Moore en Perturbator. Moloch genereert en vermengt darkwave met electro en black metal gitaarriffs door middel van een batterij synthesizers. Klinkt bijwijlen futuristisch, doch blijft binnen een afgelijnd spectrum. Waardoor het spook van monotonie de kop opsteekt. Meest interessant zijn ‘Escape From The Nameless City’ en ‘The End’.

1099

1099
Blind Passasjer
All Good Clean Records

Noorse vijf mansformatie uit Trondheim. Bestaat al sinds 2003, maar deze ‘Blind Passasjer’ is mijn eerste kennismaking met deze postrockers. Het collectief speelt uitsluitend instrumentale songs. Dan denk je de zoveelste in de rij, maar 1099 is inventief en brengt een meer dan aangename postrock variant. Hun muziek klinkt in de eerste plaats een stuk luchtiger en vrijmoediger dan die van hun stijlgenoten. Met drie gitaristen in de rangen herken je ook de vertrouwde structuren die het genre rijk is. Een mooie aanvulling en verrijking bij het instrumentarium zijn Moog, mellotron, Rhodes, saxofoon en dwarsfluit. Het maakt de composities veelzijdiger. Met deze melange zoekt 1099 aansluiting bij genres als jazz en jazzrock, space en art rock. De stemmingen op deze ‘Blind Passasjer’ wisselen elkaar dan ook stelselmatig af en naast een etherische ervaar je ook een wat donkerder, somberder en/of weemoedige ambiance. Het klankpalet is heel kleurrijk en verveelt geen moment, ook niet bij de nummers die de zeven minuten grens overschrijden en zo zijn er verschillende. Bij wie fan is van bands als Mogwai, Explosions In The Sky, Godspeed You! Black Emperor of Bohren Und Der Club Of Gore zal dit album zeker in de smaak vallen. En met een speelduur van 77 minuten krijg je ook nog eens waar voor je geld.

Viral Crush

Viral Crush
Viral Crush
Cyran

Viral Crush is een nog jonge Belgische band. Opgericht midden 2016 brachten ze met ‘Where Do We Go’ al snel een eerste single uit. Nu zijn ze klaar met hun eerste, vijf nummers tellende extended play. Het vijftal pakt het slim aan en combineert old school heavy metal met blues en rock. Met Sarah Verdeyen hebben ze een prima zangeres in huis met een krachtige stem, soms een tikje sensueel en dat maakt het nog spannender. De vijf nummers zijn kwalitatief sterk en aan elkaar gewaagd. De subtiel aangebrachte verschillende facetten in stijl en muziekgenre zijn voldoende gevarieerd. De twee gitaristen weten van wanten en samen met de ritmesectie staan ze garant voor een stevig groepsgeluid. De vlam slaat meteen in de pan met ‘Cross The Street’. Met de intro van ‘Woods Of Adoration’ laten ze hun meer gevoelige kant zien. Het begin van ‘Keep On Walking’ is dan weer een leuke vondst. ‘Viral Crush’ is een plaatje dat smaakt naar meer van hetzelfde en hopelijk moeten we daar niet te lang op wachten. 

David Eugene Edwards & Alexander Hacke

David Eugene Edwards & Alexander Hacke
Risha
Glitterhouse

Beide muzikanten kenden elkaar al sinds begin de jaren negentig, maar hadden toen nog geen gemeenschappelijke muzikale band. Alleen een grote admiratie voor elkanders werk. In 2013 werden ze naast nog andere artiesten uitgenodigd om mee te werken aan ‘American Twilight’, het reünie album van Crime And The City Solution. Het bleek een aangename ervaring te zijn. Toen spraken ze af om ooit nog eens samen een plaat te maken. Daar hebben ze nu werk van gemaakt en ‘Risha’ is het resultaat. Hacke is een pionier in zowel het Duitse industrial als experimentele en avant-garde circuit. Het meest bekend is hij van Einstürzende Neubauten. Daarnaast maakte hij platen met zijn wederhelft Danielle de Picciotto en als soloartiest. David Eugene Edwards, is de charismatische en bevlogen zanger van 16 Horsepower en Wovenhand. De bewondering die beide protagonisten voor elkaar hebben leidt hier tot een intrigerende, magische en mystieke kruisbestuiving. Het samensmelten van elektronische met etnische instrumenten en westerse met oriëntaalse ritmes maakt dat ‘Risha’ een speciale sfeer uitstraalt. Nummers als ‘Parish Chief’, het mooie ‘Lily’, ‘Teach Us To Pray’, ‘Breathtaker’, ‘Triptych’, het bezwerende ‘Kiowa 5’ plus de twee meer gedreven tracks ‘The Tell’ en ‘All In The Palm’ geven perfect weer wat het duo voor ogen had. Muziek maken die alle genres overstijgt. ‘Risha’ is een universele en prachtige plaat. De inspiratiebron die de aanzet kan zijn tot grootse daden.

Orange Goblin

Orange Goblin
The Wolf Bites Back
Candlelight/Spinefarm

Een nieuwe plaat van Orange Goblin is altijd een garantie op een dolle en denderende stonerrock trip. De groep staat al ruim twintig jaar aan de top van het genre en bewijst met deze ‘The Wolf Bites Back’ dat ze nog niet van plan zijn zich van de troon te laten stoten. Zoals de titel weergeeft bijt het kwartet van zich af met een aantal gemene, ruige en vinnige rocktunes met als uitschieter het in overdrive gespeelde ‘Suicide Division’. Men voorziet wel wat meer afwisseling en variatie in het aanbod. Het geheel klinkt ook meer somber en donkerder dan hun vroegere werk. Eén van de verrassingen naast het geweldige ‘Sons Of Salem’ is het heerlijk psychedelisch getinte ‘Swords Of Fire’, het duale gitaargeweld in ‘Ghosts Of The Primitives’ en ‘Zeitgeist’, de kruisbestuiving van blues, stoner metal en desertrock in ‘The Stranger’ of de klassieke stonerrock van ‘Burn The Ships’. Is de muziek avontuurlijk, dan moeten de teksten daar niet voor onder doen. Ben Ward laat je kennis maken met buitenaardse seriemoordenaars, zombie motorbendes, boeddhistische krijgers en de nazaten van de heksen van Salem. Een kleurrijke verzameling weirdo’s. ‘The Wolf Bites Back’ is een wat extravaganter album, doch ook een typische Orange Goblin langspeler met als onverwoestbare pijler het herkenbare en vertrouwde groepsgeluid.

Orange Goblin

Orange Goblin
Laat nog eens zijn tanden zien
Na de release van ‘Back From The Abyss’ in 2014 ging de meeste tijd van de afgelopen vier jaar naar het toeren en spelen van concerten en festivals. Tot eind juli 2017 het kwartet aankondigde dat het moment was aangebroken om te beginnen aan een nieuwe plaat. Daarmee zijn ze nu helemaal klaar. ‘The Wolf Bites Back’ komt uit op 15 juni. Orange Goblin is een begrip in het wereldje van stonerrock en we lieten de kans niet onbenut om begin mei een gesprek te hebben met de immer sympathieke en praatgrage frontman Ben Ward.
Paul Van de gehuchte


HUN BESTE OOIT
Dikwijls, zo niet altijd, wordt een nieuw album van een artiest door het label en/of de entourage aangekondigd als het beste van wat er tot nu toe is uitgebracht. Dat is ook het geval met ‘The Wolf Bites Back’ van Orange Goblin dat in de bio de hemel wordt ingeprezen. Ben Ward is het daar echter volmondig mee eens. Hij weet dat het stereotiep klinkt en een cliché is zo groot als een huis, toch vindt hij dat de huidige langspeler hun beste ooit is. De aanpak is lichtjes anders. Ze namen wat meer tijd om het songmateriaal te schrijven. De productie is een beetje verschillend met dank aan Jaime Gomez Arellano. Qua stijl heeft het een meer duistere insteek, zowel tekstueel als muzikaal. Het is hun meest gevarieerde en veelzijdige album tot nu toe en ze zijn er trots op. Voor hen is het een grote stap voorwaarts. Toch blijft het ook een distinctieve Orange Goblin plaat met zijn herkenbare sound en met de vertrouwde ingrediënten.   

De vier leden van Orange Goblin hebben elk hun eigen muzikale smaak en voorkeur. Elk heeft dan ook een eigen inbreng, maar het zijn voornamelijk Chris Turner, Joe Hoare en Ward zelf die de meeste ideeën aanbrengen en die dan samen in de studio uitwerken. Van zodra ze klaar zijn met de muziek is het aan Ben om te starten met het schrijven van teksten. Het is een manier van werken die ze aanhouden sinds het prille begin. Ze hebben ooit eens geprobeerd om het andersom te doen: een tekst schrijven en daar muziek aan toevoegen, maar dat was een fiasco en niet voor herhaling vatbaar. Ben heeft al wel eens te maken gekregen met een schrijversblok. Dat komt meestal als je probeert te hard je best te doen. De normale werkwijze van Orange Goblin is een studio - in dit geval de Orgone Studios - te reserveren voor een bepaald aantal weken zodat ze er ook een einddatum kunnen op plakken. Tegen dan moeten ze klaar zijn. Ze zorgen zo voor een beetje druk en dat werkt stimulerend. Soms hoor je van artiesten dat ze twee jaar of langer in een studio hebben zitten werken aan een album. Ben: ‘what the fuck are you doing down there that it takes you two years? Als je te lang aan een nummer sleutelt dan is het natuurlijke en organische gevoel zo verdwenen. Alles bij elkaar heeft het gehele proces van ‘The Wolf Bites Back’ een vijftal maanden in beslag genomen.’

In de teksten figureren vreemde wezens als aliens, zombies en heksen. Voor Ben zijn ze geen metafoor voor wat er gebeurt in het echte leven. Eerder een manier om eraan te ontsnappen. Hij haalt nog altijd de inspiratie uit de boeken die hij leest en de films die hij bekijkt. Of het nu griezelverhalen zijn, fantasy of science fiction. Voor ‘The Wolf Bites Back’ zijn de inspirerende bronnen auteurs als Philip K. Dick, Robert Bloch en H. G. Wells. Vaste waarden zijn ook Tolkien, Stephen King en James Herbert. Ben vindt plezier in het schrijven van teksten door er een eigen draai aan te geven en zijn verbeelding de vrije loop te laten. Ze zijn ook op verschillende manieren interpreteerbaar en dat vindt Ward nog het meest interessante aspect.



TWENTY YEARS AND COUNTING
Orange Goblin heeft fans wereldwijd en die zijn hondstrouw. De groep bestaat nu meer dan twintig jaar en er zijn bewonderaars van het eerste uur die nu nog hun steeds concerten bijwonen en hun albums blijven kopen. In die mate dat ze oud genoeg zijn om kinderen te hebben die ze kunnen meetronen naar optredens van hun favoriete band. Ben vindt dit fantastisch en is heel blij dat er op die manier een hele horde nieuwe fans Orange Goblin leren kennen en waarderen.

Ben: ‘het is leuk om de jonge generatie voor het podium te zien en hun vaders die aan de toog hangen, pintjes bier drinken en de lengte en volume van hun baard met elkaar vergelijken (lacht).’ En zolang de muzikanten plezier en voldoening blijven vinden in wat ze doen gaan ze door. Als het een routine begint te worden en de verveling toeslaat dan trekken ze de stekker eruit.

Echt rijk zijn de vier bandleden niet en dat gaan ze ook nooit worden. Dat beseffen ze maar al te goed. Toch zijn ze gelukkig met hun huidige status. Ze hebben naast het leven als muzikant ieder een voltijdse baan. Financieel haalt Orange Goblin het meest profijt uit het spelen op festivals. Ook de vernieuwde webwinkel lokt heel wat nieuwsgierigen en de verkoop van platen en merchandise loopt als een trein. Eigen geld investeren zoals in de beginjaren hoeft niet meer.   

EEN AANGEPASTE LEVENSSTIJL
Als je hem nu bekijkt zou je het hem niet toegeven, maar in zijn jeugd was Ben een sportieve kerel. Hij heeft ooit twee jaar bij Queens Park Rangers gespeeld op de positie van centrale verdediger of als centrale middenvelder. Tot het niveau van een prof voetballer heeft hij het nooit gebracht. Als snel zag hij in dat hij verder wou gaan als muzikant. Het feit dat hij bier begon te drinken was ook al een minder positief punt. Dat betekende meteen het einde van zijn ontluikende voetbalcarrière. Hij is nog altijd een grote voetbalfan. Zijn favoriete club is Liverpool. In de jaren zeventig en tachtig was het nog betaalbaar voor Jan met de pet om wedstrijden bij te wonen. Nu zijn tickets peperduur. Komt onder meer omdat er exuberante bedragen worden uitgegeven aan transfers en lonen en wat we gemakshalve zullen omschrijven als de professionele omkadering. Hij vindt het verwerpelijk dat een speler (Neymar) per maand meer dan drie miljoen euro opstrijkt om tegen een balletje te trappen. En dan klaagt dat hij twee tot drie wedstrijden per week moet spelen. Ben: ’for that kind of money he should be playing every fucking day.’ Het maakt het voetbal als sport kapot. 

Met ouder worden en ook om zowel fysiek als mentaal fit te blijven heeft Ben zijn levensstijl aangepast. Sinds een paar jaar is hij vegetariër. Hij drinkt en feest veel minder dan vroeger. Nu gaat het niet meer om de eerste dag van een toer zestig sigaretten te smoren, twee flessen whisky soldaat te maken en als toetje drie gram coke te snuiven. Ben: ‘I would be fucked for the rest of the tour (lacht)’. Hij blijft zich amuseren, maar maken het niet meer zo bont. Soms gaat hij samen met zijn vriendin wel eens naar de fitness. De laatste jaren nam hij ook deel aan verschillende fietstochten voor goede doelen. Onder meer fietste hij al drie keer van zijn thuisstad Londen naar het Download Festival in Donington Park. Organisator is trouwens Rod Smallwood, de manager van Iron Maiden, waarmee hij een hechte vriendschap heeft opgebouwd.


MEER CYNISCH MET OUDER WORDEN
Zijn interesse voor politiek is met het verstrijken van de jaren helemaal bekoeld. Hij rekent zich nu tot het kamp dat elke politicus, ongeacht de partij of politieke strekking, beschouwt als graaiers die er zijn om in de eerste plaats hun eigen zakken en die van hun naaste omgeving te vullen (‘lying, thieving and selfish bastards') om dan te kijken of er nog wat kruimels overblijven voor de gewone man en vrouw. Het duurt al een eeuwigheid dat er niets of te weinig wordt geïnvesteerd in het verbeteren van de levensomstandigheden van alle burgers. Ward geeft toe dat dit misschien iets te cynisch is, maar dat heb je met ouder worden.

Wat migratie betreft: hij begrijpt dat mensen oorlogsgebied ontvluchten en een veiliger onderkomen willen of dat ze uit de armoede willen geraken en hun geluk elders zoeken, maar alles heeft zijn grenzen. Een probleem is bijvoorbeeld het dagelijks toenemend aantal transmigranten die vanuit België of Frankrijk op een kans zitten te wachten om de oversteek te maken naar Groot-Brittannië. Vraag is of het Verenigd Koninkrijk die grote aantallen asielzoekers nog aankan, want ook uit de Oost-Europese landen en de vroegere kolonies blijven er migranten komen. Op een bepaald moment kan dit een negatieve weerslag hebben op de werking van het land. Bijvoorbeeld levensonderhoud en huisvesting zijn nu al bijzonder duur. Aantrekkelijk is dan weer de gratis gezondheidszorg en de goed draaiende en nog altijd bloeiende zwarte economie. Jobs genoeg, weliswaar onderbetaald, maar wie niets heeft is met weinig tevreden. Iedereen verdient een eerlijk deel in het leven, doch het is heel moeilijk zo niet onmogelijk om dat te bereiken, aldus nog Ward.

NOCH VERZAMELWOEDE, NOCH RITUELEN
Mannen zijn verzamelaars en ook Ben is een collectioneur. Zijn voorkeur gaat uiteraard uit naar muziek. Hij koopt zowel cd’s als vinyl. Daarnaast bezit hij een collectie griezelfilms en literatuur. Hij is geen fanatiek verzamelaar die bijvoorbeeld alles van Iron Maiden in de kast heeft staan. Laatstleden schafte hij zich nog een aantal platen aan in Eindhoven. Ook de winkel in Vosselaar staat met stip aangekruist. Voorlopig heeft hij nog plaats om alle stukken te stockeren, maar binnenkort is de aanschaf van nieuwe rekken onvermijdelijk en zit er een tripje naar Ikea aan te komen.


Vroeger bestond zijn dagelijks ritueel uit een kop koffie en een sigaret. Vandaag probeert hij het roken zoveel mogelijk te beperken en in plaats van koffie drinkt hij nu Engelse thee. Voor zijn werk neemt hij dagelijks de metro, een absolute nachtmerrie. Op regelmatige basis belt hij met zijn ouders, voor Ben heel belangrijk, want niemand kan voorspellen hoelang ze nog gaan leven. Hij heeft daar een nuchtere kijk op. Ook probeert hij zoveel mogelijk tijd door te brengen met zijn gezin. De laatste jaren is hij veranderd van een nukkig in zichzelf gekeerd iemand met een slecht humeur naar een persoon die glimlacht, relaxt en geniet van wat zich om hem heen afspeelt.  Ben gelooft sterk in lotsbestemming en karma. Wat je geeft krijg je ook terug.  Als hij zichzelf eens in de watten wil leggen koopt hij zich een fles Schotse whisky single malt of als er nog tickets voorhanden zijn, woont hij een match bij van Liverpool. Andere opties zijn cd’s, langspeelplaten of een nieuw hemd, niets extravagant. Om helemaal uit de bol te gaan ontbreekt het hem aan financiële middelen. Zijn grootste en duurste aankoop ooit was een nieuwe auto. Moet zowat tien jaar geleden zijn en pas sinds kort helemaal afbetaald. Een Fiat Bravo. Was een goede investering, want heeft hem in al die tijd nooit in de steek gelaten.

Op de vraag ‘veronderstel dat je carte blanche krijgt van je partner voor een onenightstand wie is dan de uitverkorene’ blijkt dat Ben een tikje ouderwets is en kiest voor traditionele schoonheden als Sophia Loren, Raquel Welch, Elizabeth Taylor, zeg maar het type van de ‘curvy brunettes’, de glamoureuze filmsterren. Met dien verstande dat hij met een teletijdmachine terug kan reizen naar de periode van hun glorietijd, toen ze schitterden op het witte doek.  



zaterdag 26 mei 2018

BRNS

BRNS
Sugar High
Yotanka/PIAS

Deze release dateert eigenlijk al van begin oktober van vorig jaar, maar kregen we pas onlangs toegestuurd. BRNS (spreek uit als ‘brains’) is een Brusselse formatie die in 2012 debuteerde met het album ‘Wounded’. In 2014 kwam dan ‘Patine’ uit en nu zijn ze met ‘Sugar High’ toe aan nummer drie. In het alternatieve en indie rock circuit is het ook in België geen sinecure om opgemerkt te worden. BRNS doet er hier alles aan om dat wel te doen. De tien nummers op ‘Sugar High’ zijn wat meer uptempo en speelser dan van BRNS gewend zijn. Leuk en voor een opgewekt sfeertje zorgen de wisselende, meerstemmige zangpartijen en inbreng van de luchtige en fantasierijke synthesizers. Men probeert ook nieuwe dingen uit. Het pop gehalte is hoog en toch zijn de songs tamelijk complex en hebben bijna allemaal wat weerhaken. Het is een album met een breed gamma aan impressies. Het meest ontvankelijk is het niet toevallig als eerste single uitgebrachte ‘Pious Platitudes’. Tweede single ‘Encouter’ is dat al iets minder. Andere nummers die in de smaak vielen zijn ‘Damn Right’, ‘Forest’ en het nogal onheilspellende ‘So Close’. Het voor de rest fijnzinnige ‘Ishtar’ mist een passend einde. De titel van de langspeler verwijst naar het gevoel dat je krijgt wanneer je een overdosis aan suiker hebt verorberd. ‘Sugar High’ bracht onze suikerspiegel terug op peil, maar van het euforische gevoel bleven we verstoken.

Splashgirl

Splashgirl
Sixth Sense
Hubro

De eerste groep die een plaat uitbracht bij het in 2009 opgerichte Hubro, een sublabel van het Grappa Musikkforlag, was Splashgirl. De eer viel te beurt aan hun tweede album ‘Arbor’. Van dan af kwamen ze met de regelmaat van een klok - ongeveer om de twee jaar - terug met een nieuwe release. Hun zesde langspeler ‘Sixth Sense’ liet iets langer op zich wachten. Vanaf het album ‘Pressure’ (2011) werken ze op verschillende niveaus samen met Randall Dunn, misschien wel één van de bekendste en gerenommeerde studiotechnici en producers. De meest bekende acts met wie hij samenwerkte zijn Boris, Kinski, Sunn O))) en Earth. Splashgirl speelt een hedendaagse, vrije vorm van jazz, ook wel post-jazz genoemd. Het trio breekt op deze ‘Sixth Sense’ resoluut met de bestaande, conventionele normen. De composities zijn opgebouwd uit vele lagen. Er gaat een nooit eerder ervaren soort van densiteit en dynamiek uit. Tussen de instrumenten ontstaan telkens nieuwe vormen van interactie waarbij men ook gebruik maakt van elektronische manipulaties. Het drietal verwerkt in zijn instrumentale songs invloeden van krautrock, musique concrète, fusion, postrock, filmmuziek en leftfield. Een breed spectrum van stijlen die je een panoramisch uitzicht bieden. De zeven tracks staan elk apart, maar kun je ook zien als één geheel. Het geeft je als luisteraar een waaier aan mogelijkheden om deze plaat op eigen wijze te ervaren en te interpreteren. Lichtjes sensationeel is de prikkeling die door je lijf gaat bij het luisteren naar ‘Carrier’, de monumentale titelsong, ‘Half Self’ en ‘Taal Caldera'.