zaterdag 30 november 2013

Vatican Shadow


Vatican Shadow
Remember Your Black Day
Hospital Productions / NEWS
Achter Vatican Shadow gaat labelbaas, geluidskunstenaar en noise adept Dominick Fernow schuil. De man is/was actief in tientallen andere projecten, teveel om op te noemen. Als Vatican Shadow bracht hij tot nu toe enkel cassettes en vinylplaten uit. 'Remember your Black Day' is zijn eerste cd release. De titels van de acht tracks zijn politiek geladen en verwijzen naar de gruwel en destructie van oorlog en gewapende conflicten. De muziek van Vatican Shadow is gebed in zware beats en donker getinte techno met een sterk repetitief karakter en leunt dicht aan bij industrial. De stukken zijn fragmentarisch en stoppen soms heel abrupt. Percussie speelt een belangrijke rol, bijvoorbeeld in het aanhoudende staccato geweld van 'Not The Son Of Desert Storm, But The Child Of Chechnya'. Alleen in het met metal invloeden doorspekte 'Enter Paradise' en de meer sluimerende afsluiter 'Jet Fumes Above The Reflecting Pool' maakt Fernow gebruik van een steeds terugkerende elektrische gitaar riff. Behalve deze laatste, gaat van alle overige nummers een zekere dreiging uit. Tegelijk brengt Dominick een futuristisch beeld van een koude en kille wereld met desolate landschappen van uitgestorven straten en tot puin herleide huizen. Het ritme van de pulserende titelsong is misschien wel de meest overtuigende track en brengt je als luisteraar in een soort trance. Al is de thematiek somber; de verleiding tot dansen is groot. 'Remember Your Black Day' geeft een impressie van de onmenselijkheid van het mensdom wanneer alleen de wapens spreken. Of hoe een instrumentale plaat, de stem samples buiten beschouwing gelaten, toch heel wat zeggingskracht heeft.

STAER


STAER
Daughters
Horse Arm Records
Het Noorse STAER heeft na een jaar rond trekken in Europa de tijd genomen om zijn tweede langspeler in te blikken. Met ‘Daughters’ gaat men door op de ingeslagen weg van hun titelloos debuut. Staer staat garant voor een eigentijdse portie, aan avant-garde gelieerde noise rock. Opener ‘Flashing Teeth Of Brass’ komt nooit echt uit de startblokken en blijft ergens in het ijle zweven met als houvast een steeds terugkerende riff. In de overige vijf nummers is het al feedback en effecten dat de klok slaat. De opbouw van elke song is bijna identiek waarbij men steeds werkt rond een thema dat zich dan herhaalt en zwervend een weg zoekt doorheen de tracks. De nuances liggen bij de improvisaties die op het eerste gehoor lukraak binnen het kader van de compositie worden gedropt. De ene keer is het de saxofoon van gastmuzikant Kjetil Möster die de bovenhand neemt, de andere keer zijn het de drums van Thore Warland of gitarist Kristoffer Riis die met aanhoudende geluidsgolven de boel op stelten zetten. ‘In One Million Love Units’ gaan die laatste twee samen door het lint. Als stevige pijler van het geheel is er nog bassist Markus Hagen die pal staat terwijl rondom hem de hel losbreekt. In afsluiter ‘Future Fuck’ komt de sax nog eens aan zet. Samen met trommels en gitaar gaat Möster wild tekeer. Het trio STAER houdt er een aparte stijl op na die hen op dit terrein wel een ongenaakbaar maakt en met 'Daughters' de ultieme geluidsguerrilla voert.

Maschinenkrieger KR52 vs Disraptor


Maschinenkrieger KR52 vs Disraptor
RotTEN Years
Hands Productions
In 2002 sloegen Maschinenkrieger KR52 en Disraptor voor het eerst de handen in elkaar. Met 'RotTEN Years' - hun zevende album - willen ze dit tienjarig bestaan vieren en door middel van deze plaat dit vreugdevol feit extra in de verf zetten. Het duo mikt nog altijd op de dansvloer, zij het die waar men tuk is op industrial. Men houdt vast aan het oude procédé van vervormde ritmes, beats, stem samples en noise in de breedste zin van zijn betekenis. 'Oh My Presents', 'Omega Weapon', 'Helldone', 'Hit And Drum', 'Beltra' hebben veel met elkaar gemeen en worden in een bijna identiek tempo afgehaspeld. In 'CHM05, 'Player' en 'Break Core' wordt de snelheid wat opgevoerd. Deze in groepjes ingedeelde tracks vormen een eenheidsworst, maar dan wel van de categorie 'oorverdovend schril en luid'. Het tweetal gunt zich ook de ruimte om wat te experimenteren. Dat is het geval in rauwe en totaal overstuurde nummers als '1,5 Gray', 'Kiitos', 'Post MorTEN' (grappig is de sample van de filmmuziek uit 'Le Gendarme De Saint-Tropez') en afsluiter 'Gallery'. Op deze 'RotTEN Years' krijg je veel van hetzelfde. Het gebrek aan afwisseling legt de zwakte bloot van deze release. Het enige wat je uiteindelijk bijblijft zijn de eindeloos lijkende, ritmische beats. Steken net boven de middenmoot uit: 'Tone' en 'Break Core'.

KK Null + The Noiser


KK Null + The Noiser
KK Null + The Noiser
Monotype Records
Julien Ottavi is van vele markten thuis. Naast componist en muzikant is hij filmmaker, media-activist, onderzoeker en ontwerper van computerprogramma’s. Hij werkte mee aan tal van projecten en sinds enkele jaren speelt hij, onder het pseudoniem The Noiser, samen met KK Null, alias voor de Japanse cult artiest Kazuyuki Kishino. Sinds de vroege jaren tachtig is Kazuyuki een voortrekker op het gebied van noise en experimentele muziek. Dit eerste album geeft een beeld van zowel hun artistieke uitspattingen in de studio als op de bühne. Beide gaan heel ver met hun experimenten. Altijd zijn ze op zoek naar vernieuwing. Het belangrijkste element in hun composities is improvisatie. Daarmee verkennen ze de grenzen van het elektronische spectrum. Het tempo en ritme wisselen ongelijkmatig. Het landschap is versplinterd. Extreme noise golven worden afgewisseld met electro akoestische fragmenten, beats en drones. Als luisteraar moet je wel mee glijden met de stroom. De akoestische episodes zorgen voor meerdere rustpunten die even snel weer ongedaan worden gemaakt door een chaotische brij van krassende geluiden, feedback, vervormingen en gesis. Geen titels. Alleen aan de tijdsduur herken je de tracks. In de afsluiter van 25 minuten bundelen de twee nog eens in dit ultiem epos hun muzikale ideeën. Het levert een spervuur op met afwisselend kalmerende percussie, messcherpe glitches, getjirp van krekels, vogeltjes die fluiten, zenuwachtig piano getokkel en drones. Deze plaat is voor Ottavi en Kishino pas een eerste stap en de aanloop naar nog een groter avontuur.

Hydrus


Hydrus
Nodes
Narrominded
De twee muzikanten van Hydrus doen het kalm aan. Het duo Herman Wilken en Almer Lücke brengt veel tijd door met het programmeren van eigen software om hun muziek gestalte te geven. Een langspeler in elkaar boksen duurt dan ook meerdere jaren. Op plaat straalt Hydrus ook rust uit. Op dit mini album met zes tracks kiest men voor een mix van electro, jazz en drum ‘n’ bass. De sterke grooves en relaxte sfeer nodigen uit om zachtjes over de dansvloer te schuifelen. Emoties mogen hier niet te hoog oplaaien. Alles gebeurt stijlvol en met klasse op de tonen van afgemeten beats. Het geeft het geheel een onderkoelde stemming, maar dat doet geenszins afbreuk aan de schoonheid van het geheel. 'Nodes' klinkt mooi, zuiver en beheerst. Vooral het pure is opmerkelijk, temeer omdat alle geluiden eigen werk zijn van Wilken en Lücke. Met zijn 26 minuten nodigt dit schijfje zich uit om meerdere keren na elkaar af te spelen. Iets wat we met plezier hebben gedaan.

Emmanuel Allard


Emmanuel Allard
Nouvelles Upanishads Du Yoga
Baskaru
Een label dat bekend staat om zijn manier van selecteren en kiezen met wie het wil samenwerken én waar men mee nadenkt over wat er wordt uitgebracht. Een artiest die zich jarenlang verdiept in het onderzoeken en experimenteren om een palet van uitzonderlijke geluiden bij elkaar te sprokkelen en tegelijk spaarzaam platen uitbrengt; dan moet het resultaat wel heel speciaal zijn. De in Parijs residerende visuele kunstenaar en geluidstovenaar Emmanuel Allard is met ‘Nouvelle Upanishads Du Yoga’ pas toe aan zijn tweede album. In 2003 bracht hij onder het pseudoniem Fabriquedecouleurs nog ‘Imite Moi’ uit. Tien jaar later is Allard zijn kijk op muziek danig veranderd. Emmanuel heeft zich zijn Buchla 200e systeem helemaal eigen gemaakt, binnenste buiten gekeerd en ontleed. De serie geluiden die hij ten gehore brengt zijn complex in al hun eenvoud en als composities erg abstract. Het woord upanishad, net als de term yoga, komt uit Hindoeïstische geschriften en betekent letterlijk 'neerzitten bij': de leerling zit aan de voeten van de meester. In bepaalde tracks - 'Séance', 'Elan', 'L'Art Noir' en 'Gold Rand' - krijg je ook dat gevoel en zit je intens te luisteren naar de bijzondere geluidscollages die Allard uit zijn feedback circuits weet te puren. In andere sculpturen als Antimoine', 'Adelphi Wave' tast Emmanuel met schrille geluidserupties de grenzen af van wat het oor zoal kan verdragen. Het doel van yoga is om de de mens zijn ware aard terug te geven en er in overeenstemming mee te leven. Of deze muziek daartoe bijdraagt moet iedereen voor zichzelf uitmaken, doch ongeacht elke vorm van religie, is dit werkstuk in al zijn facetten een veeleisende oefening.

vrijdag 8 november 2013

30.000 Monkies


30.000 Monkies
Somewhere Over The Painbow
Consouling Agency
Na ‘Womb Eater Wife Beater’ is dit de tweede ep voor het uit Beringen afkomstige combo 30.000 Monkies. Het kwartet brengt door alles heen klievende noise met een flinke schep stoner rock, sludge en een neut doom metal. ‘Somewhere Over The Painbow’ bevat vier tracks die meermaals de pijngrens overschrijden. 30.000 Monkies doet echter meer dan de trommelvliezen geweld aan doen. Het viertal wekt soms de indruk alles op een hoopje te gooien. Een lepe misleiding. Zo is ‘Batteram’ een uitgekiend nummer. Het te verwachten doemscenario wordt voorafgegaan door een fijne, bijna kinderlijk eenvoudige, maar meeslepende intro waarop je zachtjes heen en weer kan wiegen. Dan doet de groep zijn reputatie alle eer aan, gaat hevig te keer, buldert en dreunt en laat schrille, gierende gitaarriffs de vrije loop. ‘Amazones’ is een wat vreemde combinatie tussen melodieuze riffs en messcherpe noise. Ook ‘Czarring’ is een mengeling van verschillende subgenres, inclusief drones. Al maken twee ep’s de lente niet; 30.000 Monkies is een band die het nog ver kan schoppen.

Joe Bonamassa


Joe Bonamassa
Tour De Force – Live In London
Provogue Records/Mascot
Gitarist Joe Bonamassa brengt de laatste tijd met regelmaat dvd’s uit. Na ‘Live Fom New York - Beacon Theatre’ (2012) en ‘An Acoustic Evening At The Vienna Opera House’ (2013) pakt hij nu uit met een vierdelige set van telkens twee dvd’s die in een speciale verzamel box (de verpakking heeft de vorm van een miniatuur Marshall versterker) of afzonderlijk te koop zijn. Vier avonden in Londen in vier verschillende concertzalen geven telkens een ander beeld van deze Amerikaanse stergitarist. De speellijst is iedere keer anders, net als de groepsbezetting. The Borderline is een kleine club met een capaciteit van tweehonderdtal toeschouwers. Joe Bonamassa brengt er als trio, samen met drummer Anton Fig en bassist Michael Rhodes, nummers uit het begin van zijn carrière; liedjes waarvan het jaren geleden is dat hij ze nog live heeft gespeeld. De avond in het Shepherd’s Bush Empire heeft als thema bluesmuziek en om het blues gevoel helemaal tot zijn recht te laten komen hoort daar een blazerssectie bij. In het Hammersmith Apollo komt er eerst een korte akoestische set gevolgd door fellere rock geïnspireerde nummers. Last but not least is er zijn passage in de Royal Albert Hall. Daar brengt Joe een bloemlezing van zijn meest bekende songs met in het eerste luik een akoestische invulling. In de tweede helft gaat men vol elektrisch. Gewoonlijk brengt Bonamassa een aantal gastmuzikanten mee. Deze keer is dat niet het geval en stelen enkele beroemde vintage gitaren de show. In totaal brengt Joe zestig songs. Naast alle muziek kan je bij elk van de vier releases genieten van telkens vier pagina’s 3D foto’s (een 3D brilletje krijg je bijgeleverd). Van Provogue kregen we een sampler toegestuurd met van iedere show drie en van het Royal Albert Hall concert vier nummers. Het geeft een fraai beeld van wat je mag verwachten van de koop versies. Joe Bonamassa blijft een fenomenaal gitarist. Samen met producer Kevin Shirley werden de speellijsten samengesteld. Dit en de verschillende groepsbezettingen maken van elk van deze vier dvd’s een aparte belevenis. Je krijgt waar voor je geld met maar liefst negen uur live muziek en als surplus vier uur aan bonus materiaal.

Ulver


Ulver
Messe I.X-VI.X
Kscope
Het Noorse Ulver blijft zichzelf heruitvinden. Na de eigengereide kijk op obscure, psychedelische rock uit de jaren zestig op het album ‘Childhood’s End’ neemt het gezelschap opnieuw de handschoen op om een volgende uitdaging tot een goed einde te brengen. Over metal spreken we bij Ulver al geruime tijd niet meer, want die periode ligt ver achter ons. Toch blijft het gezelschap op één of andere manier trouw aan de kern, de ziel van metal. Dat is ook het geval op deze ‘Messe I.X-VI.X’. Deze langspeler is onder invloed van klassieke meesters als Gorecki, Mahler en Holst opgevat als een Rooms-katholieke mis. Hier bestaan verschillende variaties van. Bijvoorbeeld de missa brevis bestaat net als deze ‘Messe’ uit zes misdelen. ‘Messe I.X-VI.X’ is eigenlijk in opdracht gemaakt voor het Kulturhus in Tromsø en werd een eerste keer uitgevoerd met het Tromsø kamerorkest op 21 september 2012. Het is een overwegend duister en somber werkstuk waarin klassieke instrumenten en elektronische muziek elkaar treffen. Naast voornoemde componisten verwijzen de muzikanten van Ulver zelf naar onder meer Nurse With Wound, When, Ash Ra, John Carpenter en Terry Riley. In het met een politiek geladen titel openingsfragment kan men zich zo ontij, rampspoed en oorlogstaferelen inbeelden. Melancholische klanken zijn verwegen met onheilspellende drones en samples, waarna de strijkers de overhand nemen en zich naar een hoogtepunt toewerken. Het is een verbluffend instrumentaal tafereel. In ‘Shri Schneider’ staat krautrock – denk aan Neu!, Kraftwerk, Harmonia - centraal. Met ‘Glamour Box (ostinati)’ ligt de klemtoon op het repetitieve karakter. Het is een compositie die nauw aanleunt bij minimal music. Pas in ‘Son Of Man’ komt zanger Kristoffer Rygg voor het eerst aan de bak. Het is meteen de meest theatrale en majestueuze track. In ‘Noche Oscura Del Alma’ daal je af naar de krochten van de hel. Zo voelt het toch aan. De sinistere afsluiter ‘Mother Of Mercy’ gebruikt de monotone klanken van een orgel als bindend element tussen het orkest en de groep. Met deze plaat weet Ulver alweer, in positieve zin, te verrassen. Je moet het toch maar doen, om telkens weer nieuwe bronnen aan te boren en de muziekliefhebber voor je zaak te winnen. De mannen van Ulver doen het met brio.

Sainthood Reps


Sainthood Reps
Headswell
No Sleep Records
Drietal, bestaande uit zanger/gitarist Francesco Montesanto, Derrick Sherman op gitaar en achter het drumstel Bradley Cordaro die weet wat het wil en zijn sterke troeven handig uitspeelt. Na hun debuut 'Monoculture' van 2011 gaat Sainthood Reps op deze ‘Headswell’ een stap verder. De stijlvariaties zijn beter uitgewerkt en verfijnd. Naast grunge (‘Shelter’, ‘Run Like Hell’) word je op ‘Headswell’ getrakteerd op flagmenten en invloeden van postrock (‘The Last Place I Left You’, ‘Quitter’), hardcore (‘Desert Song’, 'Headswell'), alternatieve rock (‘Drone’, ‘Rapture Addict’) , shoegaze (‘Fall’). Sainthood Reps dompelt zich hiermee helemaal onder in de sfeer en muzikale trend van de jaren negentig van de vorige eeuw. Maar ze doen het met verve, overtuiging en inzicht. Het aanbod is gevarieerd en de songs hebben voldoende kwaliteit en bast. Het op akoestische gitaar gebrachte 'Breath Worth Breathing' heeft een hoger emo gehalte en valt hier een beetje uit de toon. 'Fall' en 'The Last Place I Left You' krijgen het predicaat 'beste track' opgespeld.

Rublood


Rublood
Star Vampire
Bakerteam Records
Naar eigen zeggen geïnspireerd door Rammstein, Depeche Mode, Deathstars en Joy Division debuteert Rublood met de cd ‘Star Vampire’. De groep kwam op het voorplan dankzij de film ‘Studio Illegale’ waarin ze het nummer ‘Through The Looking-Glass’ brengen. Diezelfde track wordt ook gelanceerd als eerste single. Het songmateriaal klinkt weinig verheffend en is overwegend geënt op het groepsgeluid van Deathstars. Herkenbaar is ook het bekende piano motiefje van Paradise Lost in ‘Heart’. Het enige wat naar Depeche Mode refereert is een zoutloze cover van ‘Policy Of Truth’. Soms springt het als single naar voor geschoven nummer uit de band, maar dat is hier helemaal niet het geval. ‘Through The Looking-Glass’ loopt even mank als de rest van de songs. Rublood mist persoonlijkheid, inventiviteit en vakmanschap. De zangpatronen, gitaarriffs en zelfs dezelfde synthesizerlijnen komen telkens terug. Slechts in ‘Rainfall’, ‘Goth Love’, ‘Ignition’ en ‘In Love We Trust’ zit er wat meer afwisseling. Niet dat dit veel zoden aan de dijk brengt, want de liedjes blijven deplorabel zwak. 'Star Vampire' is een erg matige plaat. Zijn nog enigszins te smaken: de titelsong en ‘Ignition’.

Lamia Culta


Lamia Culta
Woman Scarred
Vox Inferni Press/ Section XIII Coma
Eenmansproject van de uit Oekraine afkomstige duivelaanbidster Fosco Culto. Lamia Culta heeft zijn roots in de black metal scene. In zowat de helft van de songs gromt en grauwt Fosco er dan ook lustig op los. De teksten zijn sowieso een viering van de opperdemon, zwarte missen en andere rituelen die het daglicht schuwen. De muziekstijl is geëvolueerd naar een mengeling van klassiek en dark ambient. Grenst soms aan het lachwekkende zoals de niet aflatende doodsreutel in ‘Fonce Foulard Fragile’. Altijd geweten dat vrouwen de enige wezens zijn die het Pad der Vlammen kunnen trotseren.

Die Krupps


Die Krupps
The Machinists Of Joy
Synthetic Symphony / SPV
Ja, ze bestaan nog. Die Krupps, één van de groepen die aan de wieg stonden van het industrial genre brengen voor het eerst in dit millennium een nieuw studio album uit (hun laatste ‘Paradise Now' dateert van 1997). Engler en co. grijpen op ‘The Machinists Of Joy’ - de titel verwijst naar hun langspeler ‘Machineries Of Joy’ van 1989 - terug naar hun originele geluid van de jaren tachtig en voegen daar elementen aan toe van andere, gelijkgestemde bands waarvan sommige generatiegenoten zijn: Nitzer Ebb, Laibach, Eisbrecher, Front 242, Rammstein en KMFDM. Zelfs een referentie naar Kraftwerk duikt hier en daar op. De kerngedachte van de muziek gaat uit naar industriële machines wiens geluiden door kille fabriekshallen galmen. ‘Metal Machine’ en Electronic Body Music in zijn meest pure vorm. Al spelen ook de strikt afgelijnde gitaar riffs van Marcel Zürcher hun rol van betekenis in het aanbod. Tekstueel krijg je sarcastische, kritische beschouwingen over wat er zich vandaag in de wereld afspeelt. Om hun internationale status in ere te houden wordt er afwisselend in het Duits en Engels gezongen. De songs zitten in een strak keurslijf van beats, synths en drumcomputers. Het zijn net gedrilde elite troepen die voorbij marcheren. Dat belicht tegelijk het zwakke punt van dit album waar wat meer variatie wonderen had kunnen doen. Het lijkt wel alsof Die Krupps zich opnieuw willen bewijzen als dé industrial vaandeldragers. Met een aantal nummers slaan ze hier wel de spijker op de kop. De twee bonustracks ‘Nazis Of Speed’, ‘Industrie-Mädchen’ en ‘Ein Blick Zurück Im Zorn’, ‘Schmutzfabrik’, ‘Risikofaktor’, ‘Robo Sapien’, ‘The Machinist Of Joy’ zijn echt wel top. Vanaf ‘Essenbeck’ stokt de tot dan toe geoliede machine. Een echte herstart komt er pas met de twee voornoemde bonus songs. Laat er echter geen misverstand over bestaan: Die Krupps kennen nog altijd het klappen van de zweep en voor elke industrial fanaat is dit verplichte kost.

vrijdag 1 november 2013

Lowfield


Lowfield
Start The Machine
Echozone
Na twee albums brengt het Duitse Lowfield als voorloper van hun in het voorjaar van 2014 te verschijnen derde langspeler de ep ‘Start The Machine’ uit. De zes tracks laten een groep horen die aan maturiteit heeft gewonnen. Het trio hoort thuis in het indie rock circuit en heeft een stevige op gitaren afgestemde sound. Zanger Uwe Heucher heeft een apart timbre en zijn intonatie een melancholische klank wat voor een fraai contrast zorgt met de muzikale invulling. Een mooi voorbeeld is het fijnbesnaarde 'Vertigo', maar ook in 'Sunshine' (denk aan The Connells) en 'Painted In Pink Snow' (met dank aan U2) laat Uwe zijn emotionele kant zien. Heel sterk is ook het prachtig gezongen 'Don't Leave Me Now', een prima mix van synth pop en indie rock. 'Start The Machine' is een leuk tussendoortje dat meteen de toch al hoge verwachtingen nog iets meer opvijzelt.

Vaselyne


Vaselyne
The Fire Within
Echozone
Nederlands duo bestaande uit Yvette Winkler (Sea Of Souls) en Frank Weyzig (ex-Clan Of Xymox, Born For Bliss). ‘The Fire Within’ is hun debuut dat in de lente verscheen (alleen in digitale versie), maar nu ook te koop is als reguliere cd. Het tweetal zou zo uit de stal van het 4AD label kunnen komen. Hun muziek is nauw verwant met acts als This Mortal Coil, Cindytalk, Cocteau Twins en natuurlijk Clan Of Xymox. Zwaarmoedigheid in al zijn pracht en praal waarbij je heerlijk kan wegdromen en al je zorgen even van je af kunt zetten. Elk nummer heeft zijn specifieke kenmerken en accenten. Op delicate wijze zorgen akoestische gitaar, cello, piano of fluit voor golven van weemoed. Tegen de stroom in hebben enkele samples, de stem van Weyzig in ‘Not To Be Mine’, sommige elektrische gitaar effecten een licht dreigende ondertoon. Het geeft ‘The Fire Within’ in zijn totaliteit meer diepgang. De uitstekende cover van Depeche Mode hun ‘World In My Eyes’ past wonderwel bij de rest van songs. Toch kent de plaat enkele mindere passages. Komt doordat het tempo laag ligt en de stem van Winkler bij momenten naar het monotone neigt. De sterkte van de composities en de vakkundigheid van Weyzig als multi-instrumentalist laten echter de balans ruimschoots naar de positieve kant overhellen. 'The Fire Within' is hoe dan ook een heel sterk debuut.

TMGS


TMGS
Rivers & Coastlines: The Ride
Green Cookie Records
Voorheen The Moe Greene Specials (nu gebruiken ze alleen nog vier letters als groepsnaam) bestaan al sinds 2001. De single ‘Heart In Ruin’ zorgde in 2010 voor radio bekendheid en ook de langspeler ‘Borders OK’ deed het goed. ‘Rivers & Coastlines: The Ride’ is de opvolger en hun vierde elpee. Was hun eerste album nog een instrumentale surf plaat dan staan deze Kempenzonen vandaag garant voor een warm groepsgeluid. Grote troeven zijn de prachtige, meerstemmige zang, Mexicaans trompetgeschal, het speelse orgel en de country gitaren. Geen voor de hand liggende combinatie, maar TMGS speelt zich er met glans doorheen. Daarnaast kleurt het gezelschap nog meer buiten de lijntjes en krijg je impressies van psychedelische rock (It's A Ride'), new wave ('Slow Me Down'), indie rock ('The Fear') en stevige rock in de stijl van Neil Young ('Evening Blues'). De overige nummers hebben een hoog countryrock gehalte. Dat is geen beletsel om te mogen spreken van een modern pop album met internationale allures. Heel fraai allemaal met nog een speciale vermelding voor de schitterende afsluiter 'Wolves Come Out'.

Splitter


Splitter
Thea
Finaltune
Actief sinds 2009 en pas negentien, maar niet aan zijn proefstuk toe. Meer nog; dit is al de vierde release voor Benjamin Sievers, alias Splitter. Wel de eerste die effectief op cd uitkomt. 'Thea' duurt ruim een uur. Dat is lang, soms te lang. Al doet Splitter er alles aan om via variaties in stijl en tempo te zorgen voor aangenaam tijdverdrijf. Naast ambient en electro bestaat het gamma van Splitter uit dance, minimal music en industrial. Toch blijft het repetitieve karakter van de overwegend instrumentale songs dominant aanwezig. Dit fnuikt de poging om de diversiteit ten volle te benutten. Sievers weet wel oude electro stijlelementen te implementeren en te laten samen smelten met nieuwere varianten. Heel knap is de exotische toets van tabla's in 'Concrete Jungle'. Net als het prachtige en indringende 'Das Leben Zieht An Mir Vorbei' (de klok tikt achteloos de seconden weg, terwijl het leven tussen je vingers wegglipt). Ook het dromerige 'Chrystal Child' is van een ongekende schoonheid. Meer abstract en afstandelijk is 'Secondary'. De zang is beperkt tot gefluister en de drumbeat gestaag en monotoon. Heel wat beter vergaat het Splitter in 'The First December' waar akoestische gitaar in tweestrijd gaat met samples en synths. Het gebrek aan samenhang op dit album is misschien wel de grootste struikelblok. 'Thea' zijn veertien losse componenten, momentopnames waarbij Benjamin de beelden in zijn hoofd omzet naar muziek. Is de opzet niet helemaal geslaagd, dan toch blijft 'Thea' best genietbaar.

Space Invaders


Space Invaders
Invasion On Planet Z
Nasoni Records
Gelegenheidsproject ontstaan in 2009 toen leden van verschillende bands uit Duitsland en Zwitserland tijdens het Burg Herzberg-Festival elkaar ontmoeten en ervaringen uitwisselden tijdens enkele jam sessies. De huidige bezetting bestaat uit gitarist Mike Häfliger (Spacenote), bassist Paul Pott (Zone Six, Vibravoid), Dennis Gockel (Weltraum, Blotch) op drums, toetsenist Dirk Jan Müller en Dirk Bittner (gitaar, percussie). Die laatste twee zijn allebei actief in Electric Orange. 'Invasion On Planet Z' is de eerste langspeler voor de Space Invaders. Het is de weerslag van een live concert van februari dit jaar in het Zwitserse Zofingen. De locatie noemt Planet Z. Vandaar de titel, die weinig aan de verbeelding overlaat. Gelukkig is het anders gesteld met de muziek. De vijf muzikanten verkennen hier alle uithoeken van het psychedelische en space rock spectrum. Al is men vertrouwd met dit concept dat al een halve eeuw bestaat; toch blijft het verwonderlijk dat dit vijftal uit een op het eerste gehoor volledig geïmproviseerde sessie toch tot muziekstukken komt die de luisteraar in de ban houden. 'Invasion On Planet Z' bestaat uit vier lange passages, vol interactie dynamiek, geladenheid en verscheidenheid. Je moet dit gewoon ondergaan om de intensiteit en het scala aan klanken te kunnen vatten. De plaat heeft een speelduur van 79 minuten en 55 seconden. Meer kan je op één schijfje niet krijgen. Een interessante release voor ware space rock discipelen.

Programmist


Programmist
Bofü – KP1 Episode 1 Reloaded
Echozone
Voor de eerste stappen van het project Programmist moeten we terug naar midden de jaren negentig van de vorige eeuw en de release 'Stupid Scums'. De eigenlijke onderneming die tot 'Bofü – KP1 Episode 1 Reloaded' zou leiden begon pas te kiemen in 2005. Voor het eerst werd toen het idee opgevat om een praatstuk om te zetten in een muzikaal idee. Basis is de satirische tekst ‘KP1’ met als voornaamste tekstleverancier publicist Arno Schürhoff (Snorr). Hij was één van de stichters van het satirische magazine ZYN! en schrijver van heel wat artikels. Het componeren van de acht tracks als onderdeel van ‘KP1’ nam twee jaar in beslag. Na een eerste uitgave on line in 2007 is er nu deze ‘2013 Reloaded’ editie. Men heeft getracht om zoveel mogelijk de originele teksten te behouden. Toch zijn er enkele refreinen en vertel stukjes toegevoegd. Muzikaal, en om te vermijden dat het ene nummer op het andere zou gaan lijken, heeft men schaamteloos gepikt. Invloeden van Coil, Controlled Bleeding, Sol Invictus, New Order en Sisters Of Mercy pik je er zo uit. Dat men ook het experiment niet schuwt bewijzen tracks als 'Da Zappelt Was', ‘EBM Loser’, ‘Sprueh Dies’, 'Third Order' en het als single naar voor geschoven 'Whistleblower'. Zorgt de muzikale verscheidenheid voor een speelse aanpak; dan zijn er ook de teksten die de aandacht naar zich toe trekken. Op die manier vervagen de muzikale grenzen en neemt het onconventionele karakter de bovenhand. 'Bofü – KP1 Episode 1 Reloaded' is een interessante release en onvoorspelbaar in elke geleding.

Lost In Desire


Lost In Desire
Skin
Echozone
Het in Wenen residerende Lost In Desire brengt een combinatie van alternatieve rock en synth pop. Gezien het aantal releases dat verschijnt, een nog altijd goed in de markt liggende stijlvariant. Net als bij vocalist Uwe Heucher van Lowfield bezit zanger Stephan Sutor over een karakteristieke stem. Het nadeel van Sutor is dat zijn timbre en intonatie iets meer beperkt zijn. Een begrenzing die hem parten kan spelen, want bij sommige luisteraars kan zijn manier van zingen als zeurderig en saai overkomen. In de eerste helft van het album zit er ook weinig variatie in de arrangementen. Alleen in ‘Deathwish’ probeert men de bakens wat te verzetten. ‘Hero’ heeft al wat meer pit dankzij snellere riffs en breakbeats, afgewisseld met tragere passages. Het is dan wachten op 'The Weight Of The World' om aan de door 'Hush Little Baby' en 'Sun' opgewekte lethargie te ontsnappen. In 'Zero' vechten synthesizer en elektrische gitaar een leuk robbertje uit. Met 'Transience' komt er weer een dipje dat op zijn beurt wordt goed gemaakt met het door een donkere baslijn gedomineerde 'Crimson Poetry'. Afsluiter 'Insomnia' is een waardige poging om op het gemoed in te spelen, maar ook hier brengt de stem van Sutor geen soelaas.

Dynamic Syndicate


Dynamic Syndicate
Higher State Of Consciousness
Echozone
Na ‘Noises’ (2012) is dit de tweede worp voor het Duitse trio Dynamic Syndicate. Zelf omschrijven ze hun muziek als electro break rock. Andere bands die min of meer in dit hokje passen zijn The Prodigy, Linkin Park, The Chemical Brothers en The Crystal Method. De combinatie van synthesizers, breakbeats en de schrille, naar heavy metal neigende gitaarriffs valt dik tegen. Ook de stem van frontman Sascha Schneider mist panache en zeggingskracht en gaat mee kopje onder. Het valt niet mee om uit deze collectie bloedarme liedjes toch nog een paar lichtpuntjes te filteren. Met 'The Death Comes Slowly' en 'Feel Free' zijn we toch nog aan twee stuks geraakt. De rest is echt ondermaats. Zo lijkt het inspiratieloze 'Raise Your Head Up' uit het album 'The Fat Of The Land' van The Prodigy geplukt. Voor de titel van slechtste nummer staat men hier te dringen. Er is 'Mindmiles' met zijn slapstick synths, maar ook 'No More Chance' en 'Sorry About' waarin alles op een hoopje wordt gegooid zijn grote kanshebbers.

dinsdag 8 oktober 2013

Loomec


Loomec
Personal Drugstore
THYX Records
Het Oostenrijkse Loomec bestaat al zes jaar maar 'Personal Drugstore' is pas hun eerste album. Dat er zoveel tijd over ging komt onder meer door de drukke bezigheden van Stefan Poiss, want de man is actief in verschillende andere projecten, met name Thyx en mind.in.a.box. Loomec is een samenwerking tussen Poiss en zijn landgenoot Martin Majzlik. Het tweetal brengt een mix van overwegend jaren tachtig electro pop en new wave (denk aan Ultravox, New Order, Depeche Mode, Visage, New Musik) met rockelementen, voornamelijk elektrische gitaar. De teksten worden afwisselend in het Duits of het Engels gezongen. Poiss en Majzlik hinken op twee gedachten en proberen zowel een meer rock gericht publiek als synthpop liefhebbers voor zich te winnen. De heren hebben ook een voorliefde voor stemvervormingen. Door deze ongewone mengeling klinken enkele nummers scabreus, bedenkelijk en hoogdravend ('Sag Mir Doch Warum' en 'Liebeslied N° 1'). Meest opvallende track is het als 'kortverhaal' opgevatte 'Tijuana', inclusief vuurgevecht en heftige gitaren, over de drugsoorlog in Mexico.

Hunter Complex


Hunter Complex
Heat
Narrominded
De nieuwe elpee van het Nederlandse Hunter Complex laat de temperatuur hier ten huize een paar graden stijgen en dat komt niet alleen door de titel. 'Heat' wentelt, zwelgt en beweegt op de tonen van een warm, suggestief symfonisch klanktapijt. Het gamma aan keyboards, drummachines en synthesizergeluiden lijkt onuitputtelijk. 'Heat' zou ook de soundtrack van een nog te maken film kunnen zijn. De meeste composities houden op een subtiele manier een onderhuidse spanning levend, het soort dat je onrustig op je stoel laat schuiven. De manier van zingen van Lars Meijer lijkt sterk op die van Graham Lewis (groepslid van het legendarische Wire en actief in tal van andere projecten als He Said, Ocsid en Duet Emmo). 'Room' zou je zelfs bijna bestempelen als een Wire song. Soms is het wat te veel van het goede zoals in 'Atlantic' en 'Space; allebei pompeus en gekunsteld waarbij de synthesizers vrij baan krijgen. In het mooie, instrumentale 'Daylight' en het knappe, wat meer robuuste 'China Rain' wordt alles iets beter gedoseerd en dat loont. Heel fraai is ook het prima onderbouwde 'Hours', meteen een fijne afsluiter voor deze 'Heat'.

Generation Of Vipers


Generation Of Vipers
Howl And Filth
Golden Antenna
Derde langspeler voor dit uit Knoxville, Tennessee afkomstige trio. Met de komst van nieuwe bassist Travis Kammeyer lijkt het drietal zijn stek te hebben gevonden in het doom en sludge metal circuit. De groep onderscheidt zich van andere bands door het creëren van een volumineus, agressief en verpletterend groepsgeluid. Vervormde, gruizige, soms dreinende gitaar riffs, een pompende bas, donderende mokerslagen en ver in de mix verscholen oerschreeuwen zijn hun handelsmerk. De tragere fragmenten houden de dreiging en verwachting levend in afwachting van een volgende explosieve cocktail van alle instrumenten samen. De intro van opener 'Ritual' kluistert je meteen vast aan je stoel en dendert als een op hol geslagen trein voorbij. Ook 'Silent Shroud' houdt de luisteraar in zijn ban. Met het instrumentale, spookachtige ‘All This Is Mine’ wordt een soort van rustpunt ingebouwd, al blijft de sfeer broeierig en onrustig. Ronduit overweldigend zijn ‘Slow Burn’ en ‘The Misery Coil’. Een meerwaarde zijn de subtiele tempowisselingen. Voeg daar de uitzonderlijke stijl van producer Kurt Balou (Converge) aan toe en je krijgt een doortastend werkstuk. ‘Howl And Filth’ is een festijn voor fans van onder meer U.S. Christmas, Storm Of Light, Neurosis, Planks, Unsane en Tombs.

Factory Floor


Factory Floor
Factory Floor
DFA
Factory Floor zijn gitariste/zangeres Nik Colk, drummer Gabe Gurnsey en toetsenist Dominic Butler. Ze vonden elkaar eind 2009 en scoorden de twee volgende jaren in dansmiddens met een aantal ep’s en 12 inch platen. Gerenommeerde muzikanten als Stephen Morris (New Order) en Chris Carter (Throbbing Gristle) sloot het trio in de armen en spaarde de superlatieven niet. In 2013 vonden ze de tijd rijp om hun debuut album uit te brengen. Het trio concentreert zich op een minimale invulling waarbij de verscheidenheid en het accent ligt bij allerhande percussie en repetitieve beats ondersteund door ouderwetse synthesizers. De gemanipuleerde (robot)stem draagt bij tot een kil en futuristisch sfeertje. Factory Floor kiest uit techno, minimale muziek, acid, dub en post industrial om een eigen geluid te distilleren. De tracks zijn uitgebeend, gestript en herleidt tot de essentie met de klinische precisie van een scalpel. Alles is gefundeerd en geconcentreerd op ritme. Daarom dat je moeilijk kan blijven stilzitten, ook al ben je niet echt een dans type. 'Fall Back' werkt daarbij zeer aanstekelijk. Meest 'opgewekte' nummer 'How You Say' leent zich ook voor het betere voetenwerk. Minpunt is dat de songs onderling veel gelijkenissen vertonen en de dreinende, klagerige manier van zingen niet altijd past bij de prikkelende beats ('Two Different Ways', 'Work Out' en 'Breathe In'). Toch is dit een sterk debuut en misschien wel één van de platen van 2013.

Edirol Orchestra


Edirol Orchestra
Autumnal
Murphy Albums
Edirol Orchestra is het eenmansproject van Erick de Deyn die we kennen van Tannhauser en Blissard. ‘Autumnal’ is na ‘Symphony For The Strawberry ‘ uit 2009 zijn tweede langspeler. Die andere projecten krijgen doorgaans voorrang op zijn solowerk. Daarom dat het enkele jaren heeft geduurd om 'Autumnal' te realiseren. De opnames zijn gespreid over de laatste vier jaar en vonden telkens plaats op verschillende locaties. Erick zingt en speelt alle instrumenten zelf in. Als Edirol Orchestra brengt de Deyn fragiele en fijnzinnige popsongs. Zoals de titel weergeeft baden de liedjes in een zachte herfstgloed. Nummers als ‘Barefoot’ en ‘Stay’, naast ‘Every Day Is The Same Day’ het enige uptempo nummer, zijn terecht als singles naar voor geschoven. Ook ‘Doomed’, 'Lazarus Rex' en ‘Peace Out’ klinken bekoorlijk. ‘Autumnal’ is een fraai popalbum waarbij de Deyn terugblikt en inspiratie haalt bij tal van uitvoerders en liedjesschrijvers van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Instrumenten als glockenspiel, melodica, piano of akoestische gitaar leggen mooie accenten en geven de liedjes gratie en lieflijkheid. De plaat telt ook een paar mindere momenten. De stem van Erick is even breekbaar als zijn composities en daardoor bekruipt je soms een overmatig gevoel van sentiment en kwetsbaarheid. Wie houdt van gedegen popsongs zal hier zeker zijn gading vinden.

zaterdag 5 oktober 2013

New Model Army

New Model Army

‘L’heure entre chien et loupe’: leven tussen hoop en vrees



New Model Army vierde in 2010 zijn dertigjarig bestaan. Het vijftal toerde die zomer intensief en verschillende releases als box sets, dvd’s en een tijdschrift gaven die verjaardag nog meer glans. Midden 2012 begon men, na een laatste rondreis, met de voorbereidingen om een nieuwe plaat uit te brengen. Die is nu een feit en over ‘Between Dog And Wolf’ en nog veel meer hadden we een gesprek met zanger en centrale figuur Justin Sullivan. We kregen hem te pakken net na een repetitie in hun eigen studio in hun thuishaven Bradford.

Paul Van de gehuchte

Hoe verschillend is ’Between Dog And Wolf’ van het vorige studio album ’Today Is A Good Day’?

‘Als je ‘Between Dog And Wolf’ zuiver geluidstechnisch bekijkt is dit ons beste werk ooit. Daar zijn twee redenen voor: primo, we hebben veel nagedacht en overlegt hoe deze plaat moest klinken voor we met de opnames begonnen en secundo, we speelden al veel langer met het idee om gebruik te maken van veel gelaagde drums. Typerend voor New Model Army muziek zijn de complexe drumpatronen, de laag gestemde gitaren en de lage toonaard waarin ik zing. Daar zijn we min of meer van afgestapt door terug te grijpen naar de essentie van de muziek zonder daarbij elementen als kracht, diepgang en ruimte uit het oog te verliezen. Het biedt ook meer mogelijkheden. Een extra troef was dat we de drumpartijen op band konden inspelen in plaats van op de computer. Wat het geluid van bij het begin ten goede kwam.’

‘Naar het einde toe zochten we een technicus die de finale mix in goede  banen kon leiden. We hadden een drietal namen op ons verlanglijstje waaronder die van Joe Barresi. Die had de muziek gehoord en zag het helemaal zitten om met ons samen te werken.’

Nochtans staan op Joe zijn palmares groepen die meer hardrock en metal gericht zijn als Soundgarden, Queens Of The Stone Age, Tool en Bad Religion.

‘Dat klopt, maar ik heb veel met Joe gepraat en hij heeft echt wel een brede muzikale smaak. Hij is bijvoorbeeld een fan van The Beatles en hij houdt van heel uiteenlopende genres en artiesten. Joe kent en kan dus veel meer dan alleen datgene waarmee hij bekend is geworden en een reputatie heeft opgebouwd.’

En dan heb je nog delicate verwijzingen naar allerlei wereldmuziek. Je hebt het koor, de muzikale invloeden van anderen continenten…

‘Ja, maar die zijn niet dominant. Ze geven de desbetreffende songs meer kleur. Onze vorige drie platen waren rockgericht, zonder franjes. Daar is niets mis mee, want we zijn nu eenmaal een rockband. Voor ‘Between Dog And Wolf’ vonden we tijd rijp om een andere benadering, een andere invalshoek te zoeken. Wanneer je creatief omgaat met muziek dan is er de drang om iets anders te proberen en dat is juist de kern van je bestaan als muziekgroep. Je gaat uitdagingen niet uit de weg. Wat het bijzonder interessant maakt: we zijn nu volop aan het repeteren en zoals ze op plaat klinken kunnen we deze songs live niet spelen. Dus hoe gaan we dit aanpakken? Tegelijk brengt dit ons in euforie. We scheppen iets nieuw, we moeten vernuftig zijn en kunstzinnig. We weigeren om met tapes te werken. Als we live spelen dan is het echt live. Dus gaan we de arrangementen aanpassen. Het lijkt me ook verschrikkelijk saai om iedere avond hetzelfde te moeten spelen. Voor ons zou dat de doodsteek zijn. Nu gaat ieder concert verschillend zijn. De ene keer speel je wat sneller, de andere maal trager, je creeërt wat ruimte voor improvisatie, de ingeving van het moment en dat maakt het toch allemaal meer spannend dan als je gebruik maakt van voorgekauwde kost.’

Turbulente tijden

De laatste jaren waren heel hectisch. Er waren blijde gebeurtenissen – dertig jaar NMA, de release van box sets, dvd’s, zelfs een tijdschrift – en er waren droevige momenten – het plotse overlijden van jullie manager, de brand die jullie studio vernielde, de diefstal van jullie materiaal in juni 2012 tijdens een tournee. Hoe ben je daar mee omgegaan?

‘Wat ons bijzonder heeft aangegrepen was het plotse overlijden op 23 december 2008 van onze manager en vriend Tommy Tee. Eigenlijk was hij veel meer dan manager. Hij was onze vertrouwenspersoon waarop we blindelings konden vertrouwen. Tommy runde Attack Attack Records ons platenlabel, hij beheerde de financiële zaken, de website, was onze tourmanager… . Je kan je voorstellen dat we verweesd achterbleven. We stonden voor enkele moeilijke beslissingen en hebben dan alles zelf in handen genomen. Het heeft toch wel een hele tijd geduurd voor alles terug naar wens verliep. Al die gebeurtenissen die je opsomde hebben ‘tijd gestolen’. Het is één van de redenen waarom we nu pas – vier jaar na ‘Today Is A Good Day’ – een nieuw album kunnen uitbrengen.’

 Was het moeilijk om nieuw materiaal te beginnen schrijven?

‘Nee, eigenaardig genoeg niet. Vorig jaar in augustus stopten we alle andere activiteiten en concentreerden ons volledig op de nieuwe langspeler. Begin dit jaar in februari was de klus helemaal geklaard tot en met de finale mix. Het ging dus allemaal erg snel.’

Naar welke concertzaal gaat je voorkeur uit?

‘Eén van onze favoriete locaties is de Markthalle in Hamburg. Het is een eerder kleine club en de opbouw doet denken aan die van een amfitheater. Vanaf het podium zie je de toeschouwers in een boog voor je staan. Aan de zijkanten loopt het opwaarts. Je hebt ook rechtstreeks contact met het publiek. Dus het is heel gemakkelijk om een soort van wisselwerking tot stand te brengen en als één grote familie de muziek te beleven.’

Hebben jullie speciale wensen wat betreft eten of drank?

‘Niemand in de groep drinkt alcohol en als het op eten aankomt dan zien we wel wat de pot schaft. Nee, bij ons heeft er niemand kapsones of excentrieke trekjes. Voor ons geen magnum champagneflessen, geile tangodanseres of roodgekleurd wc papier op de rider.’

Luister je soms naar oude New Model Army albums?

‘Heel zelden. Alleen als we van plan zijn om tijdens een concert een oud nummer te spelen. Je moet je van je eigen werk kunnen distanciëren. Nu ben ik met ‘Between Dog And Wolf’ nog te veel verbonden. Het zal zeker twee jaar duren voor ik deze plaat nog eens ga opzetten. Dan kan je de songs ook beter beoordelen en naar waarde schatten. We kijken ook altijd vooruit, nooit achterom. We gaan een vreemde periode tegemoet, want ze gaan een film maken over New Model Army. Daardoor waren we wel verplicht om terug te keren in de tijd en ons verleden onder ogen te zien. ’

Je hebt ooit een bijna doodservaring gehad en dat heeft je overtuigd van het bestaan van een betere wereld. Maar stel dat je overlijdt, hoe zou je willen dat men je op deze aardkloot herinnert?

‘Daar lig ik niet wakker van. Ik kan best leven met het vooruitzicht van tot stof te vergaan. Ik ben niet geïnteresseerd in het nageslacht, noch in een vermelding, hoe klein of groot, in de geschiedenis van de rockmuziek. Het laatste nummer van ‘Between Dog And Wolf’ gaat over de dood. Je leeft verder in de gedachtenis van je vrienden, geliefden en familie. Zo werkt het en dat is fijn zo.’


Drie favoriete albums aller tijden van Justin Sullivan:

Various Artists: Motown Chartbusters

Justin: ‘Tamla Motown heeft een schitterende reeks uitgebracht. Ik weet niet precies hoeveel, maar schat een twintigtal volumes met al hun grote hits. Het is een indrukwekkende serie. Hun piek kende Tamla Motown in de periode 1966-1970. De mix van gospel, soul en pop was uniek en is één van de hoogtepunten in de geschiedenis van de popmuziek. Mijn favoriete muzikant is bassist James Jamerson. Hij was lid van The Funk Brothers, een groep sessiemuzikanten en te horen op de meeste Motown hits opgenomen in de jaren zestig tot begin de jaren zeventig.

‘Quadrophenia’ van The Who

Justin: ’Het mooie en verrassende van dit album is het laten versmelten van uiteenlopende stijlen en stemmingen als schoonheid en pracht met gewelddadig en ruig. Niemand had het hen ooit voorgedaan. Keith Moon en John Entwistle blijven zichzelf en houden de typische Who stijl in eer. Fantastische dubbelelpee, donker en mysterieus met het aan en afrollen van witschuimende golven als rode draad.’

Kate Bush ‘Hounds Of Love’

Justin: ‘En dan kies ik nog voor ‘Hounds Of Love’ van Kate Bush. Muzikaal perfect, wonderbaarlijk en van een buitenaardse dimensie. Al staat mijn favoriete Kate Bush song ‘This Woman’s Work’ op ‘The Sensual World’, toch kies ik voor ‘Hounds Of Love’. Voor mij is het een meesterwerk.’

End Of Green

End Of Green

Passie en pijn: de laatste twee constanten in het leven van de mens

De Duitse groep End Of Green heeft met ‘The Painstream’ een achtste album uit. Sinds ‘Dead End Dreaming’ van 2005 zoekt het gezelschap naar de ideale balans tussen verschillende muziekstijlen als alternatieve rock, metal, gothic en poprock. Met iedere  nieuwe plaat lijken ze een stukje dichter bij het volmaakte model te komen. In hun thuisland blijven ze populair. Alleen de rest van Europa en de wereld springt niet mee op de End Of Green trein. Tijd dus om daar verandering in te brengen en End Of Green nog eens een forum te geven in uw lijfblad. Gesprekspartner van dienst was net als vijf  jaar geleden gitarist Sad Sir.
Paul Van de gehuchte

Tussen ‘The Painstream’ en jullie vorige plaat ‘High Hopes In Low Places’ zit een periode van drie jaar. Wat hebben jullie in die tussentijd uitgespookt? Even stoom afgeblazen en er tussenuit geknepen?
‘Nee, net het tegenovergestelde. We hebben ons twintigjarig bestaan gevierd met een groots opgezette tournee. Elke avond speelden we een drie uur durende show. Daarnaast werkten we aan nieuwe nummers. Het was een intense tijd waar we met volle teugen hebben van genoten. Vrijaf nemen was er niet bij en is voor End Of Green nooit een punt van discussie geweest.’

Thema’s voor het nieuwe album zijn pijn en passie. Waarom precies die twee: een drijfveer en een symptoom? Hoe ervaar je dit zelf en hoe ga je er mee om in je eigen leven?
‘Echt kiezen was het niet. Ze hebben zich gewoon gemanifesteerd (lacht). Ik denk dat pijn en passie twee constanten zijn in het leven. Van zodra er passie is, komt ook de pijn. Mijn ervaringen zullen wel identiek zijn aan die van de meeste mensen. Je probeert er mee om te gaan, er het beste van te maken en indien nodig weerwerk te bieden. Soms helpt dit, soms niet.’

Jullie werkten opnieuw samen met Corni Bartels. Verander nooit een winnend team?
‘Het heeft niet zozeer te maken met winnen (lacht). De laatste jaren is er tussen ons en Corni een hechte vriendschapband ontstaan. Hij heeft een bijzonder gehoor en dan in het bijzonder voor wat wij als groep op muzikaal gebied willen bereiken. We werken graag met hem en de sfeer is altijd goed. Hij is een prima kerel met een groot hart. Gedreven en geestdriftig als het over muziek gaat.’

 Jullie vermengen verschillende muzikale stijlen tot een persoonlijke en geheel eigen mix. Is dat gegroeid uit een natuurlijk proces of is dit speciaal uitgedokterd en maken jullie gebruik van een methode waarbij alles in balans blijft en geen enkele stijl gaat overheersen?
‘Het eerste en dat typeert ons wel. We zijn vijf individuen elk met een persoonlijke muzikale smaak en voorkeur. We worden End Of Green wanneer we samen spelen en het creatieve proces gewoon zijn gang laten gaan. Vooraf wordt er geen lijn of richting uitgestippeld. We hebben er ook geen nood aan. Onze kracht ligt juist in het onvoorspelbare en het natuurlijke beloop.’

Wat is je muzikale achtergrond? Naar welke muziek luisterde je als kind?
Welke muziek heeft je sterk beïnvloedt?
‘Als kind luisterde ik naar The Beatles. Simpelweg omdat mijn tante geen platen van andere artiesten in huis had. Als ik wat ouder was kwamen Kiss en Ramones aan bod. Bepalend en de grootste impact hadden punkrock en metal. Persoonlijk hecht ik geen belang aan genres. Laatst ben ik naar een concert geweest van Eyehategod en bijvoorbeeld The National vind ik gewoon briljant. Als de onderliggende gedachte maar die is van hart gedreven werk. Dat is voor mij het belangrijkste.’

Wat zijn de nadelen aan het leven van een muzikant en wat als de verveling toeslaat tijdens een tournee?
‘De roofbouw die je soms pleegt op je eigen lichaam en meer specifiek een gebrek aan conditie (lacht). Er zijn nog meerdere oorzaken die een leuke dag kunnen verpesten je niet goed informeren is er één van. Ik ben graag een beetje voorbereid op wat komen gaat en als we op tournee gaan zamel ik informatie in over de plaatsen die we aandoen. Ik probeer alles wel in de juiste context te plaatsen. Overdrijven in iets is nooit goed. Op tournee aan de verveling ontsnappen is een makkie. Je stapt het podium op en laat de muziek bezit van je nemen.’

Heb je zelf een grote verzameling albums en koop je ook vandaag nog platen? Wat is je top drie aller tijden?
‘Op dit gebied ben ik ben een beetje wereldvreemd (lacht). Meestal koop ik vinyl en ik deins er niet voor terug om de ‘red splatter’ versie van een plaat te kopen ook al heb ik reeds een ‘marbeled brown’ exemplaar in mijn collectie staan. Mijn top drie? Wel ik ben al iets ouder en ga gewoonlijk voor meer. Als je aandringt en ik echt moet kiezen dan hou ik het op deze:
‘Gentlemen’ van Afghan Whigs – passioneel, intens en psychotisch
‘Houdini’ van The Melvins en deze mag zeker niet ontbreken:
‘Holy Diver’ van Dio.’

In welke landen zijn jullie populair als je kijkt naar de platenverkoop en het aantal verkochte concerttickets?
‘Toch vooral Duitsland waar we ook het meest optreden. Maar ik heb er niets op tegen dat daar andere landen bijkomen (lacht).’

Wat zijn je favoriete bestemmingen enerzijds om op te treden en anderzijds om je vakantie door te brengen?
‘Eerlijk gezegd, het maakt  niet zoveel uit waar we spelen. Voor mij is elk land en stad oké. Mijn laatste twee vakanties hadden als bestemming Tel Aviv en Edinburg. Prachtige steden met elk een rijke historie en talrijke bezienswaardigheden. Plaatsen die cultuur uitademen en waar je vriendelijk en respectvol wordt bejegend.’

Naast zijn rood gekleurde baard heeft Sad Sir ook een paar opvallende tatoeëringen. Hebben alle groepsleden van End Of Green tatoeages? Van wanneer dateert bij  jou de eerste en waarom doe je het?
‘Nee, alleen drummer Lusiffer, zanger Michelle Darkness en ikzelf hebben tatoeages. Ik ben een laatbloeier, want mijn eerste is de cover van onze elpee ‘The Sick’s Sense’ van 2008. Ik ben wild enthousiast als het over tatoeëren gaat, maar probeer me ook niet te veel te laten meeslepen. Soms overvalt het me en laat ik een nieuwe zetten die dan verband houdt met een speciaal moment of een gebeurtenis in mijn leven waar ik blijvend aan herinnerd wil worden.’

Is het moeilijk om je privé leven af te schermen van je publieke leven als muzikant? Zijn jullie beroepsmuzikanten?
‘Binnen een groep als End Of Green wordt er geen onderscheid gemaakt tussen de twee. Iedereen werkt, heeft een baan en zijn eigen gezinsleven. Toch is End Of Green daar een belangrijk onderdeel van. Dikwijls overschaduwd het groepsgebeuren het familieleven. Iets wat altijd heel gevoelig ligt en waar je steeds spijt van hebt is dat iemand van je huisgenoten zijn verjaardag viert en dat je er niet bij bent omdat je op rondreis bent met End Of Green. ‘

Als je terugkijkt op je carrière tot nu toe: wat was het meest memorabele moment? Je reist veel en ontmoet veel mensen. Welk treffen met een bekend persoon is je bijgebleven?
‘Wat voor jou gedenkwaardige voorvallen zijn lijken meestal saai en stomvervelend eenmaal je erover begint te vertellen.  Als je een volgepakte toerbus tot tranen toe aan het lachen kunt brengen is bijvoorbeeld iets waar ik jaren later nog met plezier aan terugdenk. Eens heb ik negentig minuten naar de kont van Dave Lombardo zitten staren tijdens een concert van Slayer op Wacken. Telt dat ook? (lacht) En onvergetelijk voor mij zijn de uren die ik met Shane en Mitch van Napalm Death heb doorgebracht, liggend in het gras en maar leuteren over Britse indie muziek en postpunk. En ik was de ijverige ‘Fanboy’ die Mike Ness van Social Distortion maar sullige vragen bleef stellen over ‘Like An Outlaw (For You)’, de derde track  van hun tweede langspeler ‘Prison Bound’.’

End Of Green werd opgericht in 1992. Hoelang denk je nog door te gaan in de veronderstelling dat je gezond blijft, fysiek en mentaal?
‘Kom op man, niet overdrijven zeg. We zijn geen ploeg profvoetballers (lacht). En zo oud zijn we nu ook weer niet.’

Hoe is de relatie tussen de groepsleden onderling?
‘We zijn echt vrienden van elkaar en dat is waarschijnlijk de reden waarom we na al die jaren nog steeds samen zijn en muziek spelen.’

Wat fascineert je aan het leven?
‘Het leven zelf. Meer moet dat niet zijn.’

Aan wie of wat heb je een hekel?
‘Racisten. Ik haat dat soort mensen en dat zal altijd zo blijven.’

Panoptikon

Panoptikon
Red Scare
Eigen Beheer 
Nederlands kwartet dat  teruggrijpt naar death metal oude stijl. Ook de keuze van thema – de koude oorlog – is van lang geleden. Een crooner intro à la Tony Bennett zorgt voor vijftig seconden verwarring, maar dan gaat het gezelschap er zonder franjes keihard tegenaan. De vier songs tellende ep verkoopt je een dreun van jewelste en klinkt lekker verfrissend. Vooral ‘Meltdown’ blaast je van de sokken. Hun credo: ‘Death metal tot op het bot’. En daar lusten we wel pap van.

White Slice

White Slice
Antarctica
Suburban 
White Slice bestaat uit muzikanten die voorheen actief waren in bands als Malkovich, Gewapend Beton, Local Spastics, Brat Pack en Bullersbug. De heren winden er geen doekjes om en in ijltempo – negen nummers in negentien minuten – knallen hun van punk en garagerock doordrenkte liedjes uit de boxen. Je wordt er een beetje tureluurs van en als het ware koud gepakt. Kort maar krachtig en voer voor wie graag een snelle hap weet te waarderen.

Thousand Foot Krutch

Thousand Foot Krutch
The End Is Where We Begin
Hassle Records/Suburban
Christelijk geïnspireerde rockband uit Canada die in 2003  een doorbraak kende met het album ‘Phenomenon’ en sindsdien in buurland Amerika grote sier maakt en het met deze ‘The End Is Where We Begin’ het zelfs tot nummer één schopte in de Bilboard Hard Rock lijst. Hier zien we het zo een vaart niet lopen. Al pakt Thousand Foot Krutch het slim aan. Het gezelschap steelt als de raven. Passeren de revue: Rage Against The Machine, Limp Bizkit, Back Street Boys of eender welke andere boysband, Disturbed, Linkin Park en dan vergeten we er nog wel een paar. De teksten buiten beschouwing gelaten en zuiver muzikaal bekeken telt ‘The End Is Where We Begin’ maar enkele nummers die echt overtuigen. Het is allemaal wat te gladjes en uitgekookt. Zoutloos en zonder branie.

The Mission

-->
The Mission 
The Brightest Light
Oblivion / SPV 
2011: ter gelegenheid van 25 jaar The Mission en de daarbij behorende festiviteiten, begint het bij frontman Wayne Hussey opnieuw te kriebelen en het idee te rijpen om met The Mission een nieuwe elpee te maken. (Hun vorige studio album ‘God Is A Bullet’ dateert van 2007.) Twee van de originele bandleden – gitarist Simon Hinkler en bassist Craig Adams – zijn ondertussen teruggekeerd naar het oude nest en hebben de plooien met Hussey glad gestreken. Als nieuwe drummer werd de jonge Mike Kelly aangetrokken. Producer van dienst is new wave en gothic rock icoon David M. Allen (The Cure, Depeche Mode, The Human League, The Chameleons, Shelleyan Orphan). Vandaag liggen de hoogtijdagen van The Mission hun gothic rock periode ver achter ons en is de groep getransformeerd tot een alternatieve rockband die met één been in het verleden en het andere in het heden staat. Je vindt hier dus geen nummers in de stijl van ‘Belladonna of ‘Serpent’s Kiss’. Met ‘The Brightest Light’ lijkt The Mission een nieuw elan te hebben gevonden, een tweede jeugd. Het album zet in met een lange gitaarintro; een indicatie naar de nieuwe rol van Simon Hinkler als gitarist. Hij treed op deze langspeler uit de schaduw van Hussey en speelt een belangrijke rol in hoe de nummers worden ingekleurd. Adams en Kelly houden een strakke lijn aan en bepalen mee het ritme. Wayne van zijn kant houdt een wat rauwere zangstijl aan. Voeg alle elementen samen en in liedjes als ‘Everything But The Squeal’ en ‘Sometimes The Brightest Light…’ komen ze aardig in de buurt van wat hun vrienden van The Cult brengen. ‘Born Under A Good Sign’ is een opgewekte pop/rock song en single kandidaat. Af en toe komt The Mission ‘oude stijl’ nog eens aan de oppervlakte. Dat is het geval in ‘The Girl In A Fur Skin Rug’, ‘From The Oyster Comes The Pearl’ en het prachtige ‘Swan Song’. Met ‘When The Trap Clicks Shut Behind’ is er ook die onvermijdelijke rock ballade. Meeste verrassende en voor mij beste track is ‘Ain’t No Prayer In The Bible Can Save Me Now’. Nog een surprise is ‘Just Another Pawn In Your Game’ dat lijkt weggeplukt uit de catalogus van Bruce Springsteen. Afsluiten doen Hussey en co. met de ingetogen klaagzang ‘Litany For The Faithful’, toch ook wel een heel sterk nummer waarin Hinkler zijn capaciteiten als gitarist nog eens mag etaleren. Met ‘The Brightest Light’ is blijkbaar een nieuwe The Mission opgestaan. Eén die in elk geval hier ten huize in de smaak valt.