donderdag 14 november 2019

Yann Novak

Slowly Dismantling
Room40

Voor de cover van zijn nieuwe plaat ‘Slowly Dismantling’ gebruikt Los Angeles coryfee Yann Novak een foto van het hotel Washington. Het gebouw stond bekend als dé ontmoetingsplaats voor de homoseksuele gemeenschap in Madison, Wisconsin, de thuishaven van Yann. Het ging in vlammen op in 1996. Tot dan kon je er op restaurant, naar de kapper; het café of een homobar bezoeken. Novak was toen zeventien en was er maar enkele keren geweest. Yann lag niet zozeer overhoop met zijn homoseksualiteit. Wel met de kunst en muziek die werd uitgedragen en een weerspiegeling was van de gangbare weergave van de homocultuur. Dit had zijn weerslag op de manier waarop Novak zich als kunstenaar zou ontwikkelen. Zelf omschreef hij zich als introvert, met een gebrek aan zelfvertrouwen, zichzelf beperkingen opleggend waardoor hij nooit helemaal zichzelf kon zijn in zijn creaties. Daar kwam verandering in toen hij dit voorjaar deelnam aan een holebi muziekbijeenkomst. Het was voor hem een openbaring. Je kon er helemaal jezelf zijn en werd er geaccepteerd zonder beoordeeld of veroordeeld te worden zoals nog te vaak gebeurt in de dominante en reguliere culturen. ‘Slowly Dismantling’ heeft voor Yann dan ook een bevrijdende functie. Het is een herinterpretatie van hemzelf. Alle onzekerheden heeft hij van zich afgeworpen. Routines zijn doorbroken. Aan de hand van pure synthese presenteert Novak een album dat persoonlijker en eerlijker is dan ooit tevoren. Net als de wereld voortdurend verandert, transformeert ook onze identiteit. ‘Slowly Dismantling’ is een uitnodiging om op andere manieren het bewustzijn en ‘het zelf zijn’ te verkennen. Het zijn deze aanhoudende veranderingen die bevrijding mogelijk maken. Muzikaal uit zich dit in geluiden die uit hun context worden gerukt. Deconstructie, reflectie, bevrijding, identiteit zijn de begrippen die aan de basis liggen van het creëren van sonische velden die zich monotoon en statisch aandienen. De synthese die Novak daarvoor gebruikt werd vastgelegd in de Melbourne Electronic Sound Studio (MESS) en de in Stockholm gevestigde Elektronmusikstudion (EMS).

Simon Grab

Simon Grab
Posthuman Species
-OUS

Naast muzikant, producent, geluidskunstenaar, componist en discjockey geeft Simon Grab ook nog les aan de kunstuniversiteit van Zürich, de radioschool klip + klang en de School of Audio Engineering SAE. Grab is dus een drukbezet iemand, maar vind toch nog de tijd om plaatjes te maken. Na de recente ep ‘Diamonds’ met de Togolese rapper Yao Bobby en de elpee ‘Hirnmusik #2 - What You Hear Is What You Hear’ (2017) luidt deze ‘Posthuman Species’ een nieuwe fase in. In het huidige werkstuk zit al zijn door de jaren heen verworven kennis en ervaring besloten. De muzikale context waarin Grab zich beweegt is dan ook heel breed. Op ‘Posthuman Species’ blikt Simon vooruit en laat ons kennismaken met een nog onbekende wereld waarin een nieuwe orde is ontstaan en ‘The New Kind’ de suprematie heeft afgedwongen. Grab voelt zich hier duidelijk in zijn sas en put uit een gamma van drones, laagfrequentie oscillatoren, feedback, filters, analoge effecten, allerlei elektronica en een speciaal voor dit project opgezet mixing systeem. Afwisselend hoor je kortere en langere fragmenten waarin geschakeerde geluidsontwerpen zich onthullen en Simon zijn expertise tot uiting komt die hij verwierf met het componeren van muziek voor film en documentaire en zijn bedrevenheid als DJ. Na een eerste beluistering krijg je een impressie en gevoel van dit is onvolledig, onafgewerkt. Doch naarmate je meer en intensiever luistert, past alles beter in elkaar en krijg je zicht op het geheel als project. Het album sluit af met het verhalende, vijftien minuten durende ‘Posthuman Wonderland’ waarin Grab uittest hoe hij een breekbaar evenwicht kan creëren én behouden tussen de aangestuurde minimale drones, subtiele effecten en elektronische hulpmiddelen. Op deze ‘Posthuman Species’ schetst Simon het beeld van een futuristische planeet aarde. Grab zorgt er voor dat de nieuwsgierigheid het wint van de dreigende, onheilspellende sfeerschepping. Nog vermelden dat de opnames plaatsvonden in de door Simon Grab mee opgerichte ganzerplatz studio’s in Zürich.        

Maria W. Horn

Maria W. Horn
Epistasis
Hallow Ground

Deze Zweedse componiste kan sinds de release van haar solodebuut ‘Kontrapoetik’ van vorig jaar op heel wat belangstelling rekenen. Nochtans is ze al geruimere tijd actief in wat we gemakshalve zullen omschrijven als de ‘Europese underground’ muziek. Zo is ze onder meer mede-oprichter van het XKatedral cassette label. Haar nieuwe schijf ‘Epistasis’ geeft ons een andere kijk op hedendaagse klassieke muziek. Ze hanteert en manipuleert hier verschillende compositorische technieken en onttrekt traditionele klassieke instrumenten aan hun vertrouwde milieu. Het uit twee delen bestaande ‘Interlocked Cycles’ was oorspronkelijk een compositie bestaande uit verschillende componenten met naast muziek, licht en geluid. Het stuk ging in première aan het Royale College of Music in Stockholm. Onder meer een computergestuurde piano en modulatie maken hier deel uit van een opzet met afwisselend akoestische en elektronische geluiden. Het titelnummer is bestemd om te worden uitgevoerd door een acht stemmig dubbel strijkkwartet. Hiervoor haalde Horn inspiratie uit de harmonische structuren van doom en black metal muziek uit de jaren negentig. Versterkende technieken verbeteren en vervormen de karakteristieken van de strijkinstrumenten. Het geheel kreeg achteraf nog een extra laag met feedback van elektrische gitaar overdubs. Met ‘Konvektion’ bewandelt Maria een geheel ander pad en ging te rade bij Arvo Pärt en zijn ‘Tintinnabuli’ techniek. Het komt er hier op neer om een complexe harmonische structuur te laten samengaan met de ademhalingscycli van twee organisten die hetzelfde instrument bespelen. Het is een tegelijk weelderig en gelaagd werk met interactie en tonaliteit. Horn kanaliseert op ‘Epistasis’ haar radicale benaderingen van compositie. De grens tussen klassieke instrumenten en elektronische middelen/technieken vervaagt. ‘Epistasis’ vormt een heel fraai neoklassiek geheel dat zowel gevarieerd, melodieus als tijdloos is. 

John Chantler

John Chantler
Tomorrow Is Too Late
Room40

De in Australië geboren John Chantler woont sinds een aantal jaren in Stockholm. Daarvoor verbleef hij lange tijd in Londen en Japan. Zijn gehele oeuvre beslaat een twintigtal releases. Deze ‘Tomorrow Is Too Late’ is zijn vijfde soloplaat op het Room40 label. Het is een album gemaakt in opdracht van INA GRM (Groupe de Recherches Musicales) en uitgevoerd op hun Présences Électronique festival in 2018. Dit Franse ‘Institut national de l’audiovisueI’ staat erom bekend dat ze artiesten stimuleren in het verbreden van hun horizon door het aan te durven om te experimenteren en om onbekend terrein te verkennen. Met Chantler hebben ze iemand in huis gehaald die bij geen enkel van zijn werken vooraf weet hoe het finaal gaat klinken. Doorgaans werkt John met synthesizers, elektronica en orgels. Voor ‘Tomorrow Is Too Late’ gebruikt hij een combinatie van synthesizers hem aangeboden door het GRM, eigen synths uit zijn1703 studio in Stockholm en het orgel van de Elbphilharmonie in Hamburg. Als hij kiest voor een (kerk)orgel dan liefst eentje dat niet perfect onderhouden of afgestemd is, want daar zit het verschil tussen ‘opwindend’ of ‘saai’, aldus nog Chantler. ’Tomorrow Is Too Late’ bestaat uit twee langere, negentien minuten durende composities (‘Tomorrow Is Too Late’ en ‘We’re Always At The End’). Elk op zich kan je die nog eens onderverdelen in een aantal bewegingen een soort van aan en af rollende ritmes waarin hij ook gebruik maakt van ruimte en stilte om bepaalde facetten te accentueren. De ene keer krijg je een zee van elektronische geluiden, dan weer monotone drones, subtiele microtonale bewegingen of pulserende passages. Het spaarzaam omgaan met al die elementen maakt van deze plaat een verrijkende uitstap. ‘Tomorrow Is Too Late’ wordt wel eens omschreven als een krachttoer en wie zijn wij om dat tegen te spreken. 

Jean-Philippe Gross

Jean-Philippe Gross
Reflex
Eich

Op dezelfde dag als ‘Curling’ (5 september) bracht Jean-Philippe Gross op zijn eigen Eich label met ‘Reflex’ nog een tweede cd uit. En die is van een totaal andere orde dan het verrassende en fel gesmaakte ‘Curling’. ‘Reflex’ is een uit dertien delen opgebouwd werk uitgevoerd op een Serge analoog modulair synthesizer systeem. De ‘Serge’ werd ontwikkeld door deze drie knappe koppen, Serge Tcherepnin, Rich Gold en Randy Cohen in CalArts ( het California Institute of the Arts) eind 1972. De modulaire synthesizer heeft de laatste jaren opnieuw aan populariteit gewonnen. Of dat de reden is voor het maken van deze plaat laat ik in het midden. Dat Gross er al een tijd mee bezig was blijkt uit het gegeven dat deze opnames al plaats vonden in 2013, 2016, 2018 en gefinaliseerd werden in de periode december 2018 tot april 2019. Het geheel is fragmentarisch, er niet echt gestructureerd. Het lijkt alsof Jean-Philippe op goed geluk de voor hem interessante geluiden er uit puurt en die dan heeft verzameld. Ook de tijdsduur van de stukken speelt mee en gaat van vijfentwintig seconden tot zes minuten. ‘Reflex’ heeft veel weg van een terugkeer naar de begindagen van de elektronische muziek. Een tijd waarin er volop werd geëxperimenteerd en de mogelijkheden van het ‘instrument’ werden in kaart gebracht. Gross brengt hier een zeer gevarieerd aanbod van verschillende ‘bewegingen’, samengesteld uit een breed gamma aan geluiden en gaande van bijna onhoorbaar tot heel luid. Stuk voor stuk laat hij ze in hun meest pure vorm. De luisteraar mag/moet zelf maar zijn conclusies trekken. Mij klinkt het allemaal te abstract en onsamenhangend. Al zitten er ook een paar interessante passages bij die de verbeelding stimuleren. 

Jean-Philippe Gross

Jean-Philippe Gross
Curling
Eich

De Franse componist Jean-Philippe Gross, als muzikant van origine een drummer, is sinds 2001 actief in het gebied van elektronische, experimentele en geïmproviseerde muziek. Recent componeerde hij muziek voor theater, dans en uitvoeringen van hedendaagse ensembles. Daarnaast werkt hij samen met andere musici in zowel duo bezettingen als kwartetten. Voor de release van eigen nieuw werk en zijn samenwerkingsverbanden heeft hij met Eich een eigen label opgericht. ‘Curling’ is gebaseerd op de sport curling. Een Schotse precisiesport die gespeeld wordt op ijs en waarbij men zoveel mogelijk punten moet proberen scoren door de negentien kg. granieten stenen zo dicht mogelijk naar het centrum (de dolly) van de cirkel aan de overkant van de ijspiste te loodsen. Curling is een erg tactisch spel waarin de te volgen strategie wordt bepaald door de ‘skipper’. Na het gooien geeft hij instructies aan zijn teamgenoten door hard of zacht te roepen. Die weten dan hoe er met de borstels moet geveegd worden. Gross heeft zijn muziekstuk gebaseerd op een opname van een curling wedstrijd, die laat op de avond op televisie te zien was. (Ik gok op de finale van het laatst gehouden wereldkampioenschap voor gemengde teams tussen Canada en Noorwegen). Naast de spelers hoor je ook de reacties van het aanwezige publiek, zeg maar de supporters. Je hoeft geen sportliefhebber of kenner van curling te zijn om je helemaal in te leven in dit iets meer dan twintig minuten durend geluidsfragment. Jean-Philippe zijn bijdrage beperkt zich tot het leveren van een stille en minimale ambient/drone geluidsband. Als luisteraar ga je mee in de - zo klinkt het toch - dramatische ontwikkelingen die zich op het ijs afspelen. Afgaand op de stemmen ga je bepaalde spelers meer sympathiek vinden dan andere. Gross slaagt er in om deze wedstrijd te laten uitgroeien tot een bijzonder evenement waarbij het laaiend enthousiasme van de spelers en de spanning zich ook verplaatst naar de luisteraar. En dat zonder het te kunnen zien. Merkwaardig en tegelijk exceptioneel.      

Ian Wellman

Ian Wellman
Bioaccumulation
Room40

De wetenschappelijke term bioaccumulatie wordt gebruikt om de concentratie van giftige stoffen in het milieu te beschrijven. De opeenhoping er van vindt plaats wanneer een organisme een stof sneller opneemt dan dat het deze kan verliezen door het afbreken of uitscheiding. Dit proces wordt alleen maar groter als het zich door de voedselketen kan verplaatsen. Ian Wellman begon aan deze conceptplaat nadat hij een workshop had bijgewoond over bioakoestiek in het Cornell Lab of Ornithology. Het zette hem aan het denken over de relatie van de mens tot de natuur. Wellman gebruikt hier het vermogen om dieren te observeren via hun geluidsomgeving. De invloed van de mens speelt daarin een cruciale rol. Naast de enorme hoeveelheden geluidsoverlast die we dag in dag uit creëren kan gewoon onze aanwezigheid van invloed zijn op de natuurlijke omgeving en de biotoop waarin we ons op dat moment begeven. Ian assembleert elk fragment op deze ‘Bioaccumulation’ via een 4-sporen bandopnemer. Voor de veldopnames gebruikte hij verschillende microfoons en technieken zoals het maken van loops door middel van digitale synthesizers en die dan nog eens te bewerken met effectpedalen. De facetten die het geheel domineren belichamen de manier waarop we de rijkdommen van de aarde aan het uitputten zijn en de daarmee gepaard gaande toenemende, onhoudbare druk op het milieu. Ondanks al die destructieve gedachten en schuldgevoelens hoopt Wellman dat we het tij nog kunnen keren en het evenwicht met de natuur herstellen. Als producer en geluidstechnicus slaagt Ian om zijn composities te laten samensmelten. Het wordt een cinematografisch verhaal dat zijn uitwerking niet mist. ‘Bioaccumulation’ biedt genoeg stof om over na te denken, ook al komen er geen woorden aan te pas. Het geschreeuw van de vogels en de onheilspellende geluidssculpturen spreken voor zich.

Eucalyptus

Eucalyptus
Minoa Linear A
False Industries

Het Lineair A en Lineair B zijn twee geschriften die gebruikt werden tijdens de Minoïsche beschaving op het Griekse eiland Kreta (3000 - 1370 v.Chr.). Lineair A is meteen het eerste Europese schrift, maar tot op vandaag nog altijd niet helemaal ontcijferd. Lineair B heeft zich uit A ontwikkeld en werd voornamelijk op het Griekse vasteland gebruikt. Het kwartet Eucalyptus koppelt zijn muziek aan deze geschriften met als gedachtengang het vergankelijke van de menselijke beschaving, hoe vlug we de voeling met cultuur en verleden vergeten/loslaten plus de snel op elkaar volgende ontwikkelingen die altijd toekomstgericht zijn. De desolate landstreken die muzikaal geënt zijn op shoegaze, ambient, minimale muziek en drone, verhalen over de sporen die mensen achterlaten telkens ze zich ergens vestigen en na verloop van tijd weer verder trekken. In alle Amerikaanse districten vind je verlaten dorpen en steden, leegstaande complexen, half verwoeste gebouwen en al of niet ontmantelde fabrieken. Oorden van eenzaamheid en vergane glorie. Toch is ‘Minoa Linear A’ geen klaagzang. De vier muzikanten gaan op zoek naar emoties en het mooie, de uitgestrektheid van het land, het gevoel van vrijheid, het mysterie van het leven. Eucalyptus werd opgericht midden de jaren negentig in de Sonoma Valley in Noord-Californië. Een eerste track van Eucalyptus (‘Refractions’) is terug te vinden op de verzamelaar ‘Tonalism’ (2001) op het Pehr label. Het viertal heeft zijn groepsgeluid geperfectioneerd door vijf jaar lang elke dag hun live improvisaties op te nemen. Daarvoor gebruikten ze een Texas Instruments cassetterecorder. Op het eerste gehoor is de muziek op deze ‘Minoa Linear A’ monotoon en slaapverwekkend, doch wie zich ingraaft in de muziek zal merken dat elk van de twaalf tracks verschillende facetten en elementen met zich meedraagt en die een prachtig beeld schetsen van voor de mens verwachtingsvolle bestaanskansen. Wie Linear A zegt, zegt ook B. Dat er een tweede luik zit aan te komen lijkt vanzelfsprekend. Wordt verwacht in 2020. 

Ernest Hood

Ernest Hood
Neighborhoods
Freedom To Spend

Ernie Hood (geboren in 1923) begon zijn muzikale carrière als gitarist bij een jazzband. In de jaren vijftig was hij één van de slachtoffers van een endemische polio besmetting. Hij bracht een jaar door in een ijzeren long en zou de rest van zijn leven beugels, krukken en een rolstoel nodig hebben om zich te kunnen verplaatsen. Gitaar spelen was niet meer mogelijk, dus schakelde hij over op instrumenten als citer en synthesizer. De kinderverlamming zou na verloop van tijd nog meer van zijn mobiliteit én zijn spraakvermogen wegnemen. Was zijn loopbaan als jazzmuzikant voorbij, toch bleef hij actief in de muziek. Hij was medestichter van een maatschappelijke radiostation in Portland, had er zijn eigen programma en begon met draagbare bandrecorders en een microfoon stads-, omgevings- en natuurgeluiden te verzamelen. Het idee om deze veldopnames te combineren met stukken gespeeld op citers, synthesizers plus stemmen van zijn eigen familie en vrienden kwam er pas in 1974. Een jaar later werd er een plaat van gemaakt (‘Neighborhoods’) en de enkele honderden exemplaren werden voornamelijk uitgedeeld onder vrienden en kennissen. Het Freedom To Spend label heeft nu met veel zorg en respect voor het oorspronkelijke werk een vernieuwde versie uitgebracht, gespreid over vier vinyl plaatkanten en ook op cd. De geluidsbronnen zijn spelende kinderen, auto’s en vrachtwagens, tsjilpende vogels, tsjirpende krekels, gesprekken, een regenbui en nog tal van andere klanken. Die zijn universeel en in bepaalde opzichten nog altijd actueel. Een deel heeft een nostalgisch karakter en roept herinneringen op uit de vervlogen tijd van de jaren vijftig en zestig. Tussendoor laveren de melodieën van Hood, soms mijmerend, soms vrolijk of met een jazzy ondertoon. ‘Neighborhoods’ documenteert niet alleen. De manier waarop de veldopnames zijn geïntegreerd geven het geheel een dromerige en familiaire ambiance. Sommige delen zijn ook sterk verwant met cinema en zouden als soundtrack kunnen dienst doen. Dit album wordt door sommigen ook gezien als de voorloper van wat we vandaag verstaan onder ambient muziek. Deze remake is alvast een mooi eerbetoon aan een baanbrekend artiest die met veel gevoel voor detail zijn leefwereld voor de eeuwigheid heeft vastgelegd. Ernest Hood overleed in 1995.

Benedicte Maurseth

Benedicte Maurseth
Benedicte Maurseth
Heilo

Benedicte Maurseth is al meer dan tien jaar in Noorwegen, maar ook ver daarbuiten een gevestigde waarde en een specialist in het bespelen van de Hardanger viool. Bijna dertig jaar heeft ze gestudeerd bij Knut Hamre, de Hardanger vioolmeester bij uitstek. Op haar vorige albums, met uitzondering van ‘Alde’ (2010), werkte ze samen met andere muzikanten en nu op deze titelloze plaat kiest ze andermaal voor een solo-uitstap. Naast twee eigen composities brengt ze hier voornamelijk traditionele muziek die teruggaat tot de zeventiende en achttiende eeuw. Alleen opener ‘Huldre Mi’ van Lars Skjervheim is een meer recente compositie. De hoofdmoot van dit album is opgedragen aan ‘Huldreslåt’ een genre vioolmuziek waarin een in het woud levend mystiek vrouwelijk wezen zich aan de vioolspeler openbaart in zijn of haar dromen. Heel mooi en melancholisch is het door haarzelf gecomponeerde en prachtig gezongen ‘Og Fargane Skiftar På Fjorden’. Een ode aan de soms snel evoluerende en wispelturige weersomstandigheden aan de Noorse westkust. Maurseth koestert met haar eigen interpretaties op een bijzondere manier de erfenis van de traditionele Noorse muziek. Noorwegen is een uitgestrekt land met specifieke geografische kenmerken die zich weerspiegelen in de volksmuziek. Naast het landschap waren er de barre omstandigheden, de armoede en het harde werken dat kenmerkend was voor het (over)leven in Noorwegen. Veel van deze muziek, alhoewel zwaarmoedig en mistroostig werd ook gespeeld bij geboortes en huwelijken, zij het de ochtend na de feestelijkheden bij het wakker worden. Om het ultieme effect te sorteren en de juiste sfeer te creëren, vonden de opnames plaats in een kerk (de Strandebarm kerk in Hardanger). Voor Benedicte is deze collectie liedjes een momentregistratie in de tijd. Ondertussen is ze al bezig met nieuwe dingen (zoals het poëzieconcert ‘Blått Svev’), want ‘niets staat ooit stil’. Maar even wegdromen en ruimte scheppen voor u zelf hoort bij dit werkstuk. Laat u betoveren door de virtuositeit van Benedicte Maurseth en de natuurlijke manier waarmee ze de traditionele Noorse muziek benadert en de artistieke rijkdom benadrukt.

donderdag 24 oktober 2019

Skemer

Skemer
Benevolence
Avant! Records

Een eerste ontmoeting een achttal maanden geleden tussen model, styliste en zangeres Kim Peers en Amenra gitarist Mathieu Vandekerckhove (Syndrome) resulteerde in meer dan een amoureus treffen. Het duo puurde er ook een muzikale samenwerking uit. Onder de naam Skemer (schemering) brengen ze op 25/10 een eerste album uit. Kim heeft een voorliefde voor techno, dark wave, garage, punk als met maar een duister kantje heeft en haar toelaat om te dansen. Mathieu van zijn kant kent het klappen van de zweep en is op allerlei muzikale fronten thuis. Terwijl Peers de teksten voor haar rekening neemt, zorgt Vandekerckhove voor een passend muzikaal concept. Dualiteit lijkt hier de bepalende factor te zijn. Skemer duikt in de wereld van new en dark wave, techno, minimale, strakke beats, kille electro en sporadisch synthpop die het geheel een wat zachter randje bezorgt. Kim slaagt er in om elke song een iets ander timbre mee te geven dat de ambiance die het nummer moet uitstralen net die extra toets geeft. Zo is ‘Shout Or Cry’ nogal koud en afstandelijk. Het als eerste single gelanceerde ‘Sunseeker’ heeft meer zwoele accenten. ‘Rhoeas’ ligt lekker in het gehoor, waarna de dreunende beats, repetitieve synths en de declamerende stemmen het futuristische ‘Best’ gestalte geven. Qua opzet is ‘Call Me’ vergelijkbaar met ‘Rhoeas’. ‘Heartbreak’ is dan weer meer gitaar gericht. De zang ijl en fragiel. In ‘Wait For Me’ komt het tweevoudige karakter helemaal tot uiting. Zweverig en tegelijk indringend. Overal hoor je ook echo’s van andere acts, doch dat neemt niet weg dat ‘Benevolence’ een meer dan fraai debuut is.   

Larsen

Larsen
Arrival Vibrate
Important Records/Cassauna

Het Italiaanse collectief Larsen werd opgericht in Turijn in 1993. Vijfentwintig jaar later zijn ze met deze ‘Arrival Vibrate’ toe aan hun zeventiende volwaardige album. Het is een eerbetoon aan de op 16 december 2017 overleden Amerikaanse kunstenaar en muzikant Z’EV (echte naam Stefan Joel Weisser) met wie ze al eens hadden samengewerkt voor hun project ‘In V.Tro’ in 2011. ‘Arrival Vibrate’ is gebaseerd op het gelijknamige gedicht van Z’EV en uitgewerkt in een vergelijkbare partituur waarin Z’EV zijn kabbalistische muzikale theorieën (‘Rhythmajik’-1992) in praktijk brengt. Wat je te horen krijgt is het eerste live optreden ooit van dit stuk, opgenomen tijdens het benefietconcert van Larsen op 13 maart 2018 ten voordele van de organisatie Médecins Sans Frontières International. De twee uitgevoerde versies verschillen in die zin dat deel twee werd herzien en verrijkt door John Duncan, één van Larsen en Z’EV’s vrienden. Duncan is een muzikant en beeldend kunstenaar die faam verwierf en verbonden is aan de Free Music Society in Los Angeles. De compositie is enigszins anders opgevat. Wie er de tijd voor neemt kan op zoek gaan naar de verschillen. Op deze opname bestaat Larsen uit Fabrizio Modonese Palumbo op gitaar en elektrische altviool, Marco Schiavo op drums, percussie en glockenspiel, Paolo Dellapiana op toetsen, accordeon en electronics plus Roberto Maria Clemente op gitaar en shruti-box. Al deze instrumenten krijgen een specifieke rol toebedeeld. Het blijft een moeilijke oefening om dit soort van experimentele muziek te omschrijven. In dit vijfentwintig minuten durende fragment zijn elementen met elkaar verweven van minimale muziek, postpunk, drone, industrial, ambient en noise. Een hele boterham en de ambiance die het stuk oproept kent dan ook diverse gradaties gaande van kil en vreemd tot bedwelmend en fascinerend. Beide versies van ‘Arrival Vibrate’ staan sowieso garant voor een boeiende luisterervaring en zijn uiterst geschikt voor de ruimdenkende muziekliefhebber.  

De Marion

De Marion
Down The Road Of Mainstream I Saw You, Canzone
Noja Recordings

Achter De Marion gaat Dario Serra schuil, de gitarist van de Italiaanse alternatieve rockers van Suzanne’Silver. Bracht met ‘De Marion’ in 2005 en ‘My Kingdom For A Couch’ (2008) al twee soloplaten uit. Op zijn nieuwe release is de eenmansbezetting met de komst van Danillo Garro (Mashrooms), die drums en synthesizer voor zijn rekening neemt, uitgebreid tot een tweetal. Gastbijdragen zijn er ook van Mauro Felice, Carlo Barbagallo, Roberto Cappellani and Swingy Pirlo. De opnames voor ‘Down The Road Of Mainstream I Saw You, Canzone’ namen nogal wat tijd in beslag en zijn gespreid over een periode van vijf jaar (2013 tot 2018). De Marion blijft hoe dan ook een lo-fi project. Dario heeft een grote bewondering voor Syd Barrett en dat hoor je ook in zijn songs. De elf tracks zijn erg fragmentarisch. Het zijn geknakte, hakkelende kleinoden die soms plots worden afgebroken. Korte, los van elkaar staande fragmenten worden dan ook afgewisseld met meer doortimmerde liedjes. Je krijgt de indruk dat zijn stroom aan ideeën wel te groot leek om alles op deze ene plaat te kunnen vatten. Als liedjesschrijver maak je fouten en die maken nu eenmaal deel uit van het proces. Het heeft dan ook geen zin om die proberen uit te vlakken, aldus nog Serra. Dus voor het horen van de perfecte compositie(s)  ben je hier aan het verkeerde adres. Wat je wel krijgt is een eerlijke songsmid die grasduint en schippert tussen alternatieve rock, folk en blues en een voorliefde heeft voor nutteloze samples, fuzz effecten en die verwerkt in zijn eerder sinister klinkende liedjes. Het meest hebben we genoten van fragiele pareltjes als ‘Sun Distorted You’, het instrumentale ‘Sburramento Fulmineo In La Minore’ en ‘Spoon’.   

Trrma’ and Charlemagne Palestine

Trrma’ and Charlemagne Palestine
Sssseegmmeentss Frrooom Baaari
BeCoq Records

Trrma’ is een Italiaans duo bestaande uit Gionanni Tadisco (percussie) en Giuseppe Candiano op synthesizers. De Amerikaanse, maar sinds 1999 in België verblijvende, beeldend kunstenaar en componist CHARLEMAGNE PALESTINE ontmoetten ze in hun thuisstad Bari tijdens het daar gehouden Time Zones festival van november vorig jaar. Ze leerden in enkele dagen elkaar beter kennen en  besloten om samen een plaat op te nemen. De synergie tussen het bijzondere pianospel van Charlemagne en de gemoduleerde synthesizers en percussie van respectievelijk Giuseppe en Gionanni omschrijft men in de bio als ‘stochastisch’. Een van oorsprong wiskundig proces dat ook in de muziek wordt gebruikt. Het betekent dat een opeenvolging van toevallige uitkomsten van systemen of fenomenen vervolgens op een willekeurige manier lijken te veranderen. Een omschrijving die blijkbaar opgaat voor de composities van het duo Trrma’. Het uit twee segmenten bestaande werk wordt gezien als een dialoog tussen de drie protagonisten. ‘Segment 1’ is een broeierig en beladen fragment dat onderling de machtsverhoudingen weergeeft. ‘Segment 2’ gaat samen met gezangen in een onbekende taal. Klinkt bezwerend en neigt naar exorcisme. De perceptie ervan is helemaal voor rekening van de luisteraar. De akelige sfeer is hoe dan ook verontrustend. ‘Sssseegmmeentss Frrooom Baaari’ mag luid worden afgespeeld.

Skarbø Skulekorps

Skarbø Skulekorps
Skarbø Skulekorps
Hubro

In Noorwegen heeft iedere zichzelf respecterende school een schoolband of korps. Daar hoort ook een uniform bij. Drummer en banjospoler Øyvind Skarbø nam het idee over om zijn eigen schoolkorps - inclusief passende uitmonstering - samen te stellen na het zien van een advertentie waarin een school haar oude uniformen aanprijst en verkoopt en hij zich de kledij kon schaffen. Skarbø heeft zich in eigen land op korte tijd een reputatie bij elkaar gesprokkeld en speelt/speelde in verschillende groepen zoals Crab Is Crap, Bly De Blyant, 1982, Honeyleap, Linus + Skarbø / Leroux en Stian Around A Hill. Het kostte hem dan ook geen enkele moeite om muzikanten te vinden voor zijn ‘schoolproject’. Naast saxofonisten Signe Emeluth en Eirik Hegdal, trompettist Stian Omenås, organist en synth-speler Anja Lauvdal zijn dat gitarist Johan Lindström en bassist Chris Holm. In het openingsnummer ‘1-555-3327’ zijn ook de drie vocalisten van de band Real Ones (Jørgen Sandvik, Ivar Chelsom Vogt en David Chelsom Vogt) van de partij. Het mooie aan Noorse schoolbandjes is dat ze naast het bekende repertorium van marsen tijdens schoolconcerten ook voor liedjes kiezen uit het pop en rock archief. Øyvind neemt dat mee in zijn concept. De muziek die zijn Skarbø Skulekorps brengt is dan ook zeer avontuurlijk en gevarieerd. Qua stijlen is er ruimte voor zowel funk, jazz, folk als improvisatie en experimentele muziek. Zeven maanden heeft Skarbø besteed aan het schrijven van de composities voor deze plaat. Naast het reeds eerder genoemde ‘1-555-3327’, het enige nummer naast het fraaie sluitstuk ’50 MB RAM’ waarin er wordt gezongen, bevat Skarbø Skulekorps een aantal heerlijke nummers. Het pittige en funky ‘Turnamat’ is er één van. In dezelfde categorie hoort het vurige ‘Four Foxes’ plus het speelse ‘Kadó’. ‘Farrier And The Hoof’ is gedurfd en creatief. ‘Lysets Hastighet’ is een mooi eerbetoon aan de Belgische muzikant Ruben Machtelinckx waarmee Øyvind samenspeelde (Linus + Skarbø / Leroux) en ‘Gliploss’ brengt de verschillende genres samen in een geslaagde kruisbestuiving. De muzikale verbeelding van het Skarbø Skulekorps zorgt hier voor leuk vertier waarbij je ook nog eens lekker kunt relaxen.

Multi-Panel

Multi-Panel
Empty Handed
Eigen Beheer

De Nederlandse muzikant Ludo G. Maas maakt al twintig jaar muziek en heeft met ‘Empty Handed’ een vierde album uit. Zelf omschrijft hij zijn muziek electro-folk en daar valt wel iets voor te zeggen. Naast akoestische gitaar zijn er zijn zacht fluwelen stem, een veeltal aan elektronische geluiden, passende tekstsamples en niet al te harde beats die zijn geluidspalet vervolledigen. Alleen in ‘Ape’ is de percussie wat luider. Dat levert twaalf fraaie liedjes op die me op een bepaalde manier doen terugdenken aan ex-Dream Theater toetsenist Kevin Moore zijn soloproject Chroma Key. De nummers zijn nogal kort (slechts vier tracks halen de drie minuten grens) en mede door de lieflijke en tedere inkadering eerder vluchtig van aard. Maas stelt zich kwetsbaar op en geeft je toegang tot zijn muzikale universum. Het wordt een fijne en gave trip langsheen met melancholie verweven landschappen. Het is er aangenaam vertoeven en het gaat nooit vervelen. Voor je het weet is het ook voorbij, wat het moeilijk maakt om bepaalde songs beter of minder goed te vinden. Het twaalftal is gelijkwaardig en dat op zich is ook al een prestatie. De verpakking - een kunstwerkje van de eveneens in Breda residerende Femke Dekkers - is al even mooi als de muziek.

Inutili

Inutili
New Sex Society
Aagoo Records

Het Italiaanse Inutili durft zich als groep in vraag te stellen en is steeds op zoek naar verandering. Hun muziek is een kruisbestuiving van allerlei stijlen en hun pad is grillig en onvoorspelbaar. Als laatste escapade nodigden ze saxofonist Luca Di Giammarco uit die hier op twee van de negen tracks - ‘Rooms’ en ‘Seeds (Japanese)’ - zich naar hartelust mag uitleven en een heel gamma bestrijkt van free jazzy rock tot luide, experimentele uitwassen. Ook de overige groepsleden doen hun duit in het zakje door van de hak op de tak te springen en je telkens te verrassen met de meest maniakale en psychedelische uitbarstingen. Er zijn ook meer rustige passages, maar die toch onderhuids koortsig en klam het schizofrene blijven belichamen. De zang is meestal onverstaanbaar en maakt onderdeel uit van het niet aflatende rumoer waarin fuzzbox en wah-wah effecten, noise en no wave elkaar in de armen vallen. Inutili houdt ook van complexe en langere excessen zoals twee nummers die moeiteloos de kaap van achttien minuten halen. Er gebeurt heel wat en soms lijkt de aaneenschakeling van stijlvariaties eindeloos te duren. Sporadisch kun je signalen opvangen van ‘gewone’ rock songs (in ‘Space Time Bubble’ en ‘Star Whores’), doch die zijn een kort leven beschoren. Echt rocken doen ze één keer met het korte en compacte ‘Tiny Body’. Op deze zesde langspeler laat het vijftal geen spaander heel van het begrip ‘rock muziek’. Op geheel eigenzinnige wijze verzoenen ze zich met hun bewuste keuze om keet te schoppen. Doordachte, experimentele en met verve gebrachte teringherrie. Moet kunnen. 

Gareth Davis & Duane Pitre

Gareth Davis & Duane Pitre
Nótt
Midira Records

Klarinettist Gareth Davis studeerde eerst in Londen bij Antony Pay en Roger Heaton. En vervolgens bij de Nederlandse basklarinet virtuoos Harry Sparnaay in Amsterdam. Later ging hij ook nog kamermuziek studeren. Sinds zijn debuut op zijn achttiende in de Wigmore Hall in Londen is hij een veelgevraagd muzikant. Naast orkesten en klassieke ensembles werkte hij samen met ondermeer Elliot Sharp, Aidan Baker, de noise band Nadja, Rutger Zuydervelt, Scanner en Machinefabriek. Duane Pitre is een componist en muzikant in experimentele muziek. Hij gebruikt zowel elektronische en akoestische instrumenten en verkent het gehele spectrum: van chaos tot discipline en omgekeerd. Momenteel ligt zijn focus op het onderdeel ‘Just Intonation’ waarin hij specifieke harmonieën en ritmes in stelling brengt. Naast solowerk heeft hij platen gemaakt met Jon Mueller, Cory Allen en Eleh. Beide muzikanten hebben reeds tal van albums op hun conto staan, maar het is voor het eerst dat ze nu de handen in elkaar slaan. De titel ‘Nótt’ (Nacht) is ontleent aan de Noorse mythologie en verwijst naar de grootmoeder van Thor. Het is een 34 minuten lange, epische en langzaam evoluerende elektronische drone met als overlapping de geluidslandschappen gecreëerd door de basklarinet van Davis. De minimalistische aard van het stuk gaat goed samen met de continue aangestuurde diepe en lage drone tonen. De accenten van de basklarinet zorgen voor een constante verschuiving die nergens en overal toe leidt. Subtiel zijn de gradaties in textuur en volume. ‘Nótt’ is een bijzondere combinatie van niet voor de hand liggende instrumenten en een interessante luisterervaring. 

Daniel Menche

Daniel Menche
Melting Gravity
SIGE Records

Na het prestigieuze drieluik ‘Sleeper’, gevolgd door nog een drietal split cd’s met andere artiesten en de sequel ‘Slumber’ komt deze Amerikaanse meester van abstracte muziek met een nieuwe drone plaat die als titel ‘Melting Gravity’ meekreeg. Het album telt slecht twee tracks van net geen twintig minuten. De gestage drone voortgang en het zichzelf herhalende thema zijn opgetrokken uit een mengeling van aanhoudende tonen van diverse snaarinstrumenten, oscillatoren en gruizige geluidsgolven. Onderliggend is er een niet evenwijdig gelaagde baslijn, bovenliggend komt er soms een luchtig getingel het monotone verloop doorbreken. Deel twee is in het begin rustiger en transcendent. Een soort van mantra in slow motion. Langzaamaan druppelt er een iets meer intense, onrustige ruis binnen plus melodische beltonen, puur en helder. De titel van de plaat verwijst naar een zinnebeeldige voorstelling over het menselijk streven naar het hier en nu van het bewustzijn en al de erbij horende gevoelswaarden. Menche heeft ruim zestig albums uit en dan wordt het niet eenvoudig om nieuw werk binnen dit imposante aanbod een plaats te geven. Toch mag je deze ‘Melting Gravity’ zien als een volwaardig onderdeel van zijn nu al legendarische catalogus.  

The Touchables

The Touchables
The Noise Is Rest
Conradsound

Het Noorse duo Ole-Henrik Moe en Guro Skumsnes Moe liepen tot nu toe een eigen parcours. Violist Ole-Henrik studeerde in Parijs bij Iannis Xenakis en staat bekend als componist van kamermuziek en muziek voor orkest. Ging ook al eens over het muurtje kijken en speelde onder meer met Motorpsycho, Todd Terje en Andre Bratten. Guro Skumsnes (bas) heeft met MoE een eigen rockband, is actief bij het akoestische noise gezelschap Sult, schrijft filmmuziek, componeert voor de vocale groep Oslo 14 en maakt muziek voor poppentheater. Voor het eerst spelen ze nu samen. Op deze ‘The Noise Is Rest’ gebruiken ze twee volledig van elkaar verschillende snaarinstrumenten. Qua verschil in grootte spreekt de hoesfoto voor zich en is best wel grappig. Ole-Henrik speelt op een piccoletto viool. Je kunt ermee frequenties met een hoger register luider en duidelijker spelen. Plus de resonanties zijn veel sterker. Aan de andere kant van het spectrum vinden we Guro met haar octobass. Er zijn er momenteel slechts zeven gemaakt. Ze bestaan in verschillende maten en hebben slechts drie snaren. Uiteraard zijn het bij dit instrument de lagere registers die een rol van betekenis spelen. Met deze experimentele plaat, een eerste poging in hun zoektocht naar het extreme, overstijgt het tweetal het begrip noise. De reeksen geluiden zijn zowel gevarieerd als abstract en hebben soms een duaal karakter. Verschillende fragmenten zijn eerder rustgevend, maar kunnen ook een onrustwekkend gevoel opwekken. Andere emoties die de acht tracks oproepen zijn verlangen, wanhoop, droefenis en melancholie. ’The Noise Is Rest’ is een unieke plaat die de limieten van toonhoogte en -laagte plus tonaliteit grondig in kaart brengt en bijzondere muzikale dimensies verder uitdiept.   

Todd Anderson-Kunert

Todd Anderson-Kunert
Conjectures
Room40

Deze Australische kunstenaar heeft al een tiental releases, onder meer op cassette, USB flash drive en vinyl op zijn conto staan. Voor het label Room40 is deze ‘Conjectures’ zijn eerste uitgave. In zijn werk sluipt er altijd een vorm van twijfel. Aarzeling en besluiteloosheid ten overstaan van de wereld. Die kloof probeert hij te dichten door het vergaren van kennis, het leren waarderen en proberen te begrijpen. Ieder project begint hij met met een zoektocht naar de juiste insteek. Voor de realisatie van ‘Conjectures’ trok Todd naar de Electronic Sound Studio in Melbourne die wordt gerund door zijn Room40 kameraad Robin Fox en artiest Byron Scullin. Hij mocht er alle beschikbare synthesizers uitproberen. Na enige tijd kwam Anderson-Kunert tot de vaststelling dat hij voor het ontwerp en inspelen van ‘Conjectures’ slechts één instrument nodig had. Zijn keuze viel op de Moog System 55 Synthesizer, een uitzonderlijk apparaat waarvan er slechts enkele in omloop zijn. Tijdens het proces ontdekte Todd de rijkdom aan timbres en intonaties. Het uit twee tracks bestaande werk is ruim overdacht en gedetailleerd. De stroom aan elektronische geluiden hebben als kern frequentie en dynamiek. Het sonisch palet bestaat uit manipulaties geleend van genres als noise, modern klassiek en elektronische muziek. ‘Conjectures’ biedt zich aan als een herhaaldelijk te overdenken werkstuk, dat verbinding maakt met wat Anderson-Kunert ziet als een entiteit waarin vertrouwen, twijfel en mysterie een plaats hebben. Op het eerste gehoor monotoon, maar wie er het geduld voor kan opbrengen en meermaals luistert groeit deze ‘Conjectures’ uit tot een interessante luisterervaring.

Erkki Veltheim

Erkki Veltheim
Ganzfeld Experiment
Room40

Deze in Finland geboren, maar naar Australië uitgeweken componist, violist en performer is al meer dan tien jaar een veelgevraagd artiest als het gaat over geluidswerken. Naast zijn vioolpraktijk beslaat zijn interessegebied audiovisuele installaties, improvisaties, electro-akoestische composities, multidisciplinaire uitvoeringen en muziek in het algemeen. Hij maakt ook samen met Anthony Pateras (piano) en Scott Tinkler (trompet) deel uit van het trio North Of North. Erkki speelde eveneens bij tal van orkesten, ook in Europa. Het ‘Ganzfeld Experiment’ is zijn eerste solorelease. In de parapsychologie is het Ganzfeld experiment ontworpen om buitenzintuiglijke waarneming en telepathie op te roepen. De proefneming stelt de proefpersoon bloot aan continue, uniforme stimuli terwijl iemand telepathisch contact probeert te maken. Veltheim maakt er een audiovisueel werk van voor elektrische viool-, video- en signaalverwerking. In die optiek vertaalt de muzikale textuur zich in termen als mystiek, rituelen, hallucinogene beelden en geluiden, magie, transformatie, trance, telepathie, provocatie en euforie. Een laag met ruis pulseert onophoudelijk. Andere geluiden, in het bijzonder van de elektrische viool, vermengen zich stilaan met het ijle geritsel. Het volume neemt soms in kracht toe, intensifieert tot een luide kakofonie en neemt dan weer af tot een bijna niet te horen minimalistische ruis. 45 minuten duurt deze muzikale variatie op de methodiek van dit experiment waarbij de muzikant en uitvoerder op een suggestieve manier zijn interpretatie aanbiedt via steeds, soms nauwelijks hoorbare, veranderende geluiden en beelden. Het blijkt een ware stimulans te zijn voor de fantasie.

dinsdag 8 oktober 2019

Marooned

Marooned
Crossing Boundaries
Eigen Beheer

Marooned, opgericht in 2017, is een Belgisch viertal uit West-Vlaanderen. De groepsnaam leenden ze van de gelijknamige song terug te vinden op de elpee ‘The Division Bell’ van Pink Floyd. De muzikanten zijn niet aan hun proefstuk, want speelden voorheen in een resem andere bands (onder meer When Titans Roam, Transcoder, Blood Redemption en Solid). Marooned beschikt over verschillende, uitstekende troeven. Er is de variatie aan muzikale invloeden gaande van metal over hardcore tot groove rock, stoner, arena rock en grunge. Zangeres Lynne Maes heeft een heldere en krachtige stem. Zij is de ideale frontdame. Gitarist Ward Spruytte weet telkens de songs passend in te vullen met pakkende en ruige riffs die het rock/metal gehalte de hoogte in stuwen. En dan heb je nog de vloeiende baslijnen van Miguel Wensch plus drummer Frederik Roger Denolf die ten alle tijde zijn medemuzikanten op sleeptouw neemt met zijn secure en/of solide drumpatronen. Elk van de vier nummers heeft specifieke kenmerken met genre overschrijdende elementen. ‘Crossing Boundaries’ is dan ook een zeer fijne kennismaking. Ondertussen werken ze aan een eerste full cd. En daar zijn we nu al erg benieuwd naar.

Astrosaur

Astrosaur
Obscuroscope
Pelagic

Van bij de eerste noten vliegen de riffs je om de oren op deze tweede langspeler van dit Noorse post metal gezelschap waar ook facetten van mathrock, jazz, black en progressieve metal in zijn terug te vinden. Astrosaur is het geesteskind van frontman Eirik Kråkenes (ook actief bij Brontupisto en sessiemuzikant bij onder meer Leprous, Ihsahn en nog tal van andere bands). Bezige jongen dus die weinig tijd heeft om songs te schrijven voor zijn eigen groep. Daardoor had men slechts zes dagen om de aangebrachte ideeën in de studio uit te werken en te verfijnen. Deels dankzij meerdere spontane ingevingen en voor een stuk improvisatie werden de opnamesessies voor ‘Obscuroscope’ binnen het vooropgestelde tijdsbestek met succes afgerond. Het is een avontuurlijk en wervelend album geworden met zoals reeds aangegeven een ruim aanbod van gevarieerde riffs waarbij de drie muzikanten hun virtuositeit volop kunnen en mogen etaleren. De lat ligt hoog en het drietal blijft met deze tweede plaat zijn eigen muzikale universum verder uitdiepen. Wat goed samengaat met het thematische aspect waar men zich concentreert op exploratie, het verborgene en het onbekende. Liefhebbers van voornoemde genres kunnen zich likkebaardend dit schijfje aanschaffen, doch ook de doorsnee metal fan moet zijn/haar oor maar eens te luisteren leggen.

Ancient VVisdom

Ancient VVisdom
Mundus
Argonauta

Amerikaanse neofolk, hard- en deathrock groep met een voorliefde voor occultisme en satanisme. Debuteerde in 2010 met ‘Inner Earth Inferno’, een split 12 inch ep met niemand minder dan Charles Manson. Na ’33’ in 2017 is deze ‘Mundus’ hun tweede release onder de vlag van het Italiaanse label Argonauta. Frontman Nathan Opposition (alias voor Nate Jochum) is erg pissig. De wereld is verpest en hij is er kapot van. Veel artiesten besteden daar volgens hem te weinig aandacht aan. De teksten op ‘Mundus’ doen dat wel. Opposition brengt zijn standpunten en zijn visie naar voor over hypocrisie, onverdraagzaamheid, haat en de onrechtvaardigheden van onze moderne samenleving. Samen met zijn broer Michael en Justin ‘Ribs’ Mason (Iron Age) wil Jochum zijn stem laten horen en de wereld veranderen. Uitsterven is de regel, overleven de uitzondering, aldus nog Nate. De muzikale omkadering verschilt niet zoveel met wat we te horen kregen op ’33’. Alleen de akoestische gitaren komen iets vaker aan bod en ook synthesizers geven kleur aan enkele van de nummers. Het timbre van Nathan zijn stem is laag en donkerder met een gothic toets en past wonderwel bij de rampspoed die het drietal verkondigd. Ook de harmonieuze zang is een verfraaiende factor. Opener ‘Human Extinction’ is wel nog een typische AVV track, net als ‘I Am Everywhere’ en ‘Desensitized’. ‘Plague The Night’ is de eerste van neofolk getinte liedjes.  Vooral ‘Will To Destroy’, ‘Severed Ways’ en Edget Of The Abyss’ zijn ondanks de kritische en dramatische teksten meeslepende songs. ’The Glory Of The Grave’ op zijn beurt vertoont epische trekjes. Ancient VVisdom geniet een cultstatus en deze ‘Mundus’ zal daar weinig of niets aan veranderen. 

Wires & Lights

Wires & Lights
A Chasm Here And Now
Oblivion/SPV

Na een eerste teken van leven op de compilatie ‘Pagan Love Songs Vol. 3’ met een demo versie van ‘Swimming’ in 2014, gevolgd door een aantal liveshows, is het eerste album van het Berlijnse Wires & Lights een feit. Frontman is postpunk en gothic rock veteraan Justin Stephens die eerder het mooie weer maakte met zijn vroegere jaren negentig band Passion Play. Justin heeft met Ralf Hünefeld op gitaar en toetsen, Gabriel Brero op bas en drummer Sebastian Hilgetag drie vrienden/muzikanten rond zich verzameld die toen ook al in diverse acts actief waren. Het is dan ook logisch dat Stephens met Wires & Lights trouw blijft aan zijn eigen muzikale erfenis. ‘A Chasm Here And Now’ bevat dan ook geen grote verrassingen en is een typische postpunk/gothic plaat. Het heldere groepsgeluid klinkt wel hedendaags en mag bogen op een hoogwaardige productie. Het viertal weet ook de verschillende elementen die het genre rijk is ten volle te benutten. Alle songs krijgen zo kleine schakeringen die elk op zich herinneringen oproepen aan het rijke postpunk verleden. Het album barst van de mooie melodieën en opwindende gitaar gedreven songs. Ook de teksten hebben meer diepgang en werken inspirerend. Naast de reeds uitgebrachte singles ‘Drive’, ‘Swimming’ en ‘Sleepers’ behoren ook het pittige ‘Electric’ en fraaie nummers als ‘Going, Going, Gone’, ‘24H’, ‘Cuts’ en ‘Dead To Us’ tot mijn favorieten. 

Sons Of Alpha Centauri

Sons Of Alpha Centauri
Buried Memories
H42

‘Buried Memories’ is de opvolger voor het in 2018 verschenen ‘Continuum’. Het wordt aangekondigd als het tweede deel van Sons Of Alpha Centauri hun progressieve ‘dark rock’ saga. Het eerste nummer ‘Hitmen’ verscheen eerder op hun debuut van eind november 2007. Het krijgt hier een andere gedaante door de hand van Justin K. Broadrick in niet minder dan drie verschillende versies. De eerste onder zijn eigen naam, dan onder zijn pseudoniem van Jesu en finaal in de gedaante van JK Flesh. In de eerste mix neigt de klankkleur eerder naar post metal dan naar postrock. In de ‘Jesu remix’ is het tempo flink gezakt en ligt de nadruk meer op het filmische karakter met veel keyboards. Het derde luik gaat nog verder en dient zich aan als een zweverig postrock/ambient epos. Pas halverwege gaat het er wat harder aan toe wanneer de gitaren hun opwachting maken. James Plotkin krijgt met ‘Warhero’ en ‘Remembrance’ twee nieuwe nummers toegestopt en neemt ook ‘SS Montgomery’ (eveneens afkomstig van hun eerste langspeler en toen gelanceerd als single) onder handen. ‘Warhero’ is een typische SOAC track waarin postrock, ambient en post metal in elkaar overvloeien. Meest dreiging gaat uit van het slepende, naar doom neigende ‘Remembrance’. Ook de meesterlijke en imponerende industrial/metal remix van ‘SS Montgomery’ is van uitstekende makelij. Sons Of Alpha Centauri weten telkens gerenommeerde artiesten (eerst Karma To Burn, dan Aaron Harris (Isis) en John McBain (ex- Monster Magnet) en nu Broadrick/Plotkin) te overtuigen om hun medewerking te verlenen. En dat is ook een kunst.

Nasca Space Fox

Nasca Space Fox
Pi
Tonzonen/Bertus

Duits trio uit Frankfurt dat zijn debuut maakte in 2017 met een titelloze plaat die in geen tijd was uitverkocht. Na vele live shows trok men opnieuw naar de studio om hun tweede langspeler ‘Pi’ - wat plaats of locatie betekent bij Indiaanse volkeren - op te nemen. Nasca Space Fox opteert voor instrumentale postrock doorweven met psychedelische en stoner invloeden aangevuld met populaire gitaareffecten. Hun songs zijn geworteld in de traditie van de jaren zeventig waar lange jamsessies bon ton waren. Bepaalde songstructuren komen steevast terug wat de herkenbaarheid bevorderd. Het gevaar schuilt er in om dan af te glijden naar te veel van hetzelfde. Gelukkig weet men deze kaap te omzeilen. Het drietal slaagt er in om bij momenten een ferme geluidsmuur op te trekken zoals in ‘Hummingbird’ en dit af te wisselen met meer delicate passages (‘Space Drift’) of met pittige gitaarriffs ‘Space Farm Blues’. Met een beetje fantasie maak je met deze ‘Pi’ een indrukwekkende reis die je van de uitgestrekte woestijn naar de al even weidse melkweg brengt.

donderdag 26 september 2019

Ensemble neoN

Ensemble neoN
Niblock / Lamb
Hubro

Voor het Ensemble neoN was het een uitdaging om de uitvoering van deze twee totaal verschillende muziekstukken tot een goed einde te brengen. Beide vullen elkaar aan in die zin dat ze op drones zijn gebaseerd. ‘To Two Tea Roses’ is van de hand van de legendarische, Amerikaanse componist, kunstenaar en cineast Phill Niblock. ‘Parallaxis Forma’ is gecomponeerd door de in VS geboren, maar in Berlijn residerende violiste Catherine Lamb. Op het eerste gehoor klinken er weinig nuances door in het aan Niblock zijn vriend/componist en teler van theerozen Walter Branchi schatplichtige ‘To Two Tea Roses’. Nochtans is het een fysiek veeleisend stuk. Het vergt het uiterste van de muzikanten om het drone-achtige geluid te produceren en drieëntwintig minuten aan te houden. Men duikt letterlijk in de muziek om het fysieke ongemak te vergeten en men wordt zich zo meer en meer bewust van de interactie tussen geluid en beweging. Men creëert een auditieve illusie van toonkleuren die de verbeelding prikkelt. In ‘Parallaxis Forma’ is een bijzondere rol weggelegd voor de twee zangeressen Stine Janvin Motland en Silje Aker. De drones zijn van een lichtjes andere structuur. De toon is iets lichter en meer ingetogen. Iets meer delicater ook. De meditatieve component roept het beeld op van met je hoofd in de wolken te zitten. De ongewone intonatie van ‘Parallaxis Forma’ maakt het de muzikanten wel moeilijker om alle instrumenten, inclusief de zang, op elkaar af te stemmen. Beide stukken hebben gemeenschappelijke componenten en zijn tegelijk heel verschillend. Als luisteraar moet je mee evolueren met de muziek en blijven zoeken naar dat delicate evenwicht tussen bedenkers en spelers.

Mats Eilertsen

Mats Eilertsen
Reveries And Revelations
Hubro

Contrabassist Mats Eilertsen is nog maar mid veertig, maar wordt nu al aanzien als een veteraan van de Noorse jazz. Ook in de rest van Europa raakte hij bekend als een gedreven rasartiest. Hij maakt(e) deel uit van tal van groepsbezettingen in trio vorm of als kwintet en is lid van het Trondheim Jazz Orchestra. Van bij de oprichting in 2009 brengt hij platen uit bij het Hubro label. Voor deze soloplaat doet hij met Geir Sundstøl, Eivind Aarset, Per Oddvar Johansen, Thomas Strønen en Arve Henriksen beroep op een aantal van de meest gerenommeerde muzikanten uit het Noorse jazzmilieu. De werkwijze waarop het album tot stand kwam is onconventioneel, toch voor een jazzplaat. Er werd niet samen in een studio gemusiceerd, noch geïmproviseerd. Eerst stuurde Mats zijn muziekbestanden naar elk van de muzikanten. Zij konden er naar eigen goeddunken hun bijdrage aan toevoegen. Alleen bij Thomas Strønen verliep de procedure net andersom en koos Mats uit muziek die Thomas hem per mail had bezorgd. Eilertsen gebruikte dan de bekende knip en plak techniek om iedereen zijn muziek in te passen in het geheel van zijn eigen gecomponeerde stukken. De bas speelt uiteraard een significante rol. Alle speeltechnieken en speelmogelijkheden van de contrabas komen aan bod. Je krijgt in de tien tracks een bijna compleet overzicht van wat Mats met het instrument kan. Veel van de fragmenten zijn experimenteel, filmisch, kunstig en schetsmatig. Echt vernieuwend is het niet. ’Reveries And Revelations’ is een overwegend rustige en dromerige plaat, bestaande uit een veelzijdig palet van geluidslandschappen.

The Cray Twins

The Cray Twins
In The Company Of Architects
Fang Bomb

The Cray Twins zijn Gordon Kennedy en Paul Baran. Een eerste kennismaking kwam er met het duo hun debuutplaat ‘The Pier’ in 2016. Het tweetal gaat erin op zoek naar de muzikale grensgebieden aan de hand van het ontleden van zowel elektronische als akoestische audiosystemen. Het introspectieve element is hier het hoofdbestanddeel met de pier als eindstation. Verder ligt de diepte, het onbekende, het ongehoorde. Op hun tweede langspeler ‘In The Company Of Architects’ zetten The Cray Twins hun zoektocht verder. Ze verzamelden rond zich opnieuw een keur aan muzikanten waaronder gitarist Werner Dafeldecker, Sergio Merce (saxofoon) en sopraan Lavinia Blackwall. Het tweetal is niet alleen componist. Ze nemen ook de rol op zich van dirigent/regisseur en samensteller/verzamelaar. Ze zorgen voor het onderlinge verband en samensmelting tussen wat de verschillende muzikanten bijdragen en voegen er zelf nog een aantal toevallig gevonden geluiden aan toe. Het titelnummer duurt maar liefst 38 minuten. Het is een opmerkelijke collage waarin distorsie, improvisatie en harmonie mee de melodie bepalen die zich doorheen de compositie slingert. Nauwelijks waarneembare fluctuaties in achtergrondgeluiden en drones versterken het spanningsveld. De zang effent het pad naar een soort van tweede luisterervaring binnen de contouren van hetzelfde muziekstuk. Deel twee ‘The Abscence Of Architects’ drijft op een melodie van mellotron en synthesizers, met ingesloten een gesproken tekst door Jessica Evelyn. De laatste track, ’Anarchitects’ heeft een luchtiger, meer zweverig karakter waarin koorstemmen in samenspel met elektronische geluiden uitmonden in een naar chaos neigende finale. Voor wie geïnteresseerd is: Fang Bomb heeft eerder met ‘Panoptic’ (2009) en ‘The Other’ (2015) ook twee solo langspelers van Paul Baran uitgebracht.

Luís Fernandes

Luís Fernandes
Demora
Room40

Als titel voor zijn eerste soloproject koos de Portugese geluidskunstenaar Luís Fernandes voor één woord dat zijn muziek perfect zou moeten omschrijven. ‘Demora’ betekent vertraging. Een andere betekenis kan zijn dat iets te lang duurt of dat iemand of iets op zich laat wachten. Fernandes wou met deze plaat een in een elkaar vloeiend geheel creëren. Het enige instrument dat voor hem daarvoor in aanmerking kwam was een modulaire synthesizer. Alles werd in één take opgenomen. Het resultaat is een gestructureerd uit vijf delen bestaand muziekstuk. Variaties zijn slechts miniem aanwezig. De verfijning zit in de details die je op een subtiele manier doorheen ‘Demora’ moeten loodsen. De muziek heeft verschillende eigenschappen en facetten. Soms is het abstract en vluchtig, dan weer intens en tintelend. Het begin is eerder teleurstellend. Het lijkt alsof ‘Rising Edge’ is ‘aangetast’. De ruis gaat nooit helemaal weg en is naar mijn gevoel een ‘storende factor’. Het daarop volgende ‘Fractured Harmony With Pulse’ is ook letterlijk wat je te horen krijgt en heeft als thema kosmische muziek. Centraal staan ‘Demora part 1 en 2’. De eindeloos lijkende tonen worden vermengt met een niet aflatende stroom van drone muziek. Beide delen hebben het betoverend effect van verwachting om tot iets groots uit te groeien, maar tegelijk sluimert in de kern het monotone. Kil en koud wordt het in de korte afsluiter ‘Refracted Cloud’. Deze release laat je alvast kennismaken met een ‘andere’ Luís Fernandes dan degene die we kennen als Astroboy en daarnaast als gitarist van de alternatieve rockband Peixe:Avião.

Frode Haltli

Frode Haltli
Border Woods
Hubro

Voor het inspelen van ‘Avant Folk’, uitgebracht in 2018, verzamelde accordeonist en componist Frode Haltli nog een tiental muzikanten rond zich. Voor ‘Border Woods’ is zijn begeleidingsband, bestaande uit Emilia Amper (harp) en percussionisten Håkon Stene en Eirik Raude afgeslankt tot een trio. De muziek op ‘Border Woods’ dateert eigenlijk al van 2015 en werd voor het eerst opgevoerd tijdens het Osa Festival in het Noorse stadje Voss. De opnames voor de cd vonden plaats in de Rainbow Studio in Oslo en werden afgerond in april 2018. Net als bij ‘Avant Folk’ mixt Haltli traditionele Scandinavische volksmuziek met hedendaagse folk, wereldmuziek en durft daarnaast ook nog wel te improviseren. Emilia Amper speelt op de nyckelharpa, het traditionele Zweedse instrument bij uitstek. Frode op zijn beurt is een virtuoos accordeonist. De twee kunnen het goed met elkaar vinden en spelenderwijs laten ze hun twee instrumenten in elkaar overvloeien en zelfs imiteren. Soms is het bijna onmogelijk om beide uit elkaar te houden. De twee percussionisten Stene en Raude zijn al even bedreven en meesters in hun vak. Ze complementeren het groepsgeluid met vibrafoon, marimba, trommels en allerlei objecten die als percussie kunnen dienst doen. In het droevig klinkende ‘Quietly The Language Dies’ spelen alle vier de musici met op kwarttonen afgestemde instrumenten. De accordeon die Haltli hier bespeeld werd afgestemd in de Egyptische hoofdstad Cairo, waarmee de link wordt gelegd met Indiase en Arabische toonladders en wereldmuziek in het algemeen. ‘Winds Through Aspen Leaves’ kent een wat vreemdsoortig, onvoorspelbaar en experimenteel begin. Pas in ‘Mostamägg Polska’ komen de meer traditionele elementen op de voorgrond. Maar dat is slechts van korte duur. In de vijftien minuten lange compositie vertrekken de vier muzikanten op verkenning en gaan grensoverschrijdend musiceren. In het korte ‘Wood And Stone’ krijgen Stene en Raude vrij spel. ‘Valkola Schottis’ bied je een kijk door verschillende vensters op een steeds veranderend muzikaal landschap. De grens van ‘Border Woods’ is overal en nergens, aldus nog Haltli die met deze nieuwe langspeler zijn symbiose tussen folk, avant-garde, minimale muziek en improvisatie verder verfijnd.

Paolo Spaccamonti

Paolo Spaccamonti
Volume Quattro
Escape From Today

Paolo Spaccamonti is een in Turijn gevestigde gitarist en componist. Naast enkele soloplaten werkt hij samen met andere artiesten zoals Jochen Arbeit van Einstürzende Neubauten of Daniele Brusaschetto. Maakt ook muziek voor televisie en componeert soundtracks voor film en heeft een voorkeur om live uitvoeringen te geven met zowel muzikanten, fotografen, video-en geluidskunstenaars. De titel ‘Volume Quattro’ dekt hier de lading, want het is zijn vierde solowerk. Spaccamonti neemt je mee op gevarieerde trip, gewapend met alleen zijn gitaar. Alleen in het als single uitgebrachte ‘Ablazioni’ is er Davide Tomat die instaat voor ondersteunende, zuinige beats. Sommige tracks roepen spookachtige beelden op andere creëren een mistroostige of zelfs dreigende sfeerschepping (‘Nessun Codardo Tranne Voi’, ‘Tutto Bene Quel Che Finisce’ en ‘Luce’) of laten je dromen en fantaseren (‘Nina’, ‘Un Gelido Inverno’). De eenvoudige textuur van de songs werkt wonderbaarlijk in op de gemoedsgesteldheid en nodigt uit om op zoek te gaan naar innerlijke rijkdom. De weg er naartoe is soms caleidoscopisch, soms desolaat. Het fraaie ‘Rimettiamoci Le Maschere’ blijft als enige mooi in het midden van de weg. Meer luchtig en opgewekt is ‘Paul Dance’ waarna een korte uitbarsting volgt van ijselijke klanken en dreunen in ‘Fumo Negli Occhi’. Ook sluitstuk ‘Diagonal’ zindert nog lang na. Met ‘Volume Quattro’ toont Paolo Spaccamonti aan dat alleen maar instrumentale muziek eveneens kan zorgen voor een avontuurlijk verloop met een erg levendige en creatieve verhaallijn.

Fischer-Z

Fischer-Z
Swimming In Thunderstorms
So Real

27 december viert John Watts zijn vijfenzestigste verjaardag, maar dat belet hem niet om met zijn band Fischer-Z nog muziek te maken. Voor deze gelegenheid koos Watts voor een ruimere bezetting en laat zich omringen door vier doorwinterde muzikanten. Inmiddels is ‘Swimming In Thunderstorms’ het twaalfde studioalbum van deze toch wel legendarische act die al ruim veertig jaar bestaat. Echter het succes van begin de jaren tachtig met hits als ‘The Worker’, ‘So Long’, ‘Marliese’ en ‘Berlin’ zit er al lang niet meer in. Watts moet het vooral hebben van zijn talent als componist. Dat hij de vinger aan de pols houdt bewijst hij met zijn maatschappijkritische teksten. Daarnaast bezingt hij ook alle aspecten van de liefde. Haaks op de harde actualiteit en amoureuze perikelen staat overwegend vrolijke en luchtige muziek. Leuke pop melodieën worden afgewisseld met uitstapjes naar reggae, lichtvoetige jazz en fijnzinnige poprock. Met ouder worden klinkt de stem van John Watts iets brozer en heser, maar dat doet weinig of geen afbreuk aan de veertien songs die ‘Swimming In Thunderstorms’ rijk is. Integendeel, hoe meer je naar deze plaat luistert hoe meer sommige van de liedjes zich in je hoofd nestelen. In opener ‘Big Wide World’ dwaalt nog een beetje de echo van de Fischer-Z begindagen. Heel fraai is dan weer ‘The Heaven Injection’ dat doet denken aan Fleetwood Mac. ‘Stamp It Out’, ‘Half Naked Girl On The Windowsill’, ‘Films With Happy Endings’ en ‘Cardboard Street’ krijgen een sentimentele toets mee, zonder dat het klef wordt. Ook de tropisch getinte nummers ‘Stolen’ en ‘Prime’ zijn leuk. In zijn geheel is ‘Swimming In Thunderstorms’ een verdienstelijk album, maar ook niet meer dan dat.