zaterdag 25 december 2010

Warsickle


Warsickle
MMXII
Eigen Beheer
Warsickle is het eenmansproject van de in Praag residerende Vanson. Thema van dit album is oorlog en verval. De titel verwijst naar het begin van einde. De huidige maatschappelijke vorm zou verdwijnen ten laatste in 2022. Althans volgens Vanson. Het muzikale kader is een retro vorm van industrial en electronic body music, inclusief vervormde stem. De sfeer is dan ook grimmig, onheilspellend en obscuur en refereert naast EBM zelfs naar death en black metal. Niet zo verrassend trouwens want Vanson is ook actief in de black metal band Black Hole 23, het EBM/industrial project Krytoboys en een industrial ambient vehikel genaamd Vanity Against Nothingness. ‘MMXII’ bevat een aantal interessante tracks als ‘I Am Your Pain’, ‘Time Wave Zero’ en ‘Golden NWO Age’. Daarmee is het vet van de soep, want de rest drijft er een beetje stuurloos bij en na verloop van tijd heb je de boodschap wel begrepen. Je kunt niet blijven mekkeren over ondergang en destructie op één en hetzelfde ritmepatroon. Zelf een oordeel vellen kan nooit kwaad natuurlijk. Daarom verwijzen we naar onderstaande website waar je het album desgevallend kan bestellen.

Stayte


Stayte
The Two Sisters
Spiralchords Records
Clayton Worbeck en zijn maatje Joshua Bradford stichtten Stayte in 1997 in Vancouver. Intussen zijn ze verkast naar het zonnige Californië en bezetten ze samen met Sin Quirin de posities in het in 2006 door Al Jourgensen nieuw leven ingeblazen Revolting Cocks. Worbeck is daarnaast ook bekend als producer en remixer (onder meer voor Ministry, Filter en Prong). ‘The Two Sisters’ is pas de vierde release voor Stayte. Er is dan ook heel lang aan gewerkt. Beide protagonisten zijn perfectionisten en dat is er aan te horen ook. Je hoort wel invloeden van Nine Inch Nails en Ministry, maar het leuke aan dit album is de originaliteit en vakmanschap die de twee heren aan de dag leggen. Als groep, met de hulp van enkele gastmuzikanten, slaagt men erin om de grenzen van industrial te overstijgen, want de muziek van Stayte vertoont eveneens eigenschappen van pure metal en gothic dramatiek. Onder meer de titelsong, ‘Shangri-LA’, ‘iEnemy’, ‘The Screen Becomes A Blur’, ‘Coming Apart’, ‘Queen Of The Old Ways’ en ‘Lady Of The Lake’ getuigen stuk voor stuk van topklasse. ‘The Two Sisters’ wordt - voorlopig toch - alleen te koop aangeboden als digitale download via Facebook MyStore en iTunes.

Jens Bader


Jens Bader
Climax
Independent Electronic Music
Duitse muzikant afkomstig uit Stuttgart die zijn klassiekers kent. Jens speelt synth- en electro pop en neemt het niet zo nauw als het er op aankomt te ‘lenen’ bij zijn meer bekende genregenoten. Tot zijn favorieten mag je alvast Erasure, Pet Shop Boys, New Order, Depeche Mode en De/vision rekenen. Met ‘Climax’ scoort Jens laag als het op originaliteit aankomt. Veel wordt goedgemaakt door het moderne jasje waarin hij zijn bij elkaar gesprokkelde riffs, melodielijnen en samples steekt en tot songs omsmeedt. Eenvoud siert en dat is in het geval van Jens Bader zeker van toepassing. Je wordt hier getrakteerd op vlotte, pretentieloze en hapklare liedjes. Minder goed vergaat het Bader als zanger. Zijn stem komt enkele keren zeurderig over (‘In Excess’, ‘Orgy In Private’, ‘Exceptions Are Possible’) en er klinkt al eens een valse noot in door (‘Teach Me A Lesson’). In dat compartiment is er dus nog werk aan de winkel. Naarmate de cd zijn rondjes draait krijg je ook meer van hetzelfde. De verleiding is groot om dan maar meteen te skippen naar het volgende nummer. ‘Climax’ voert je niet echt naar een hoogtepunt, doch voor wie houdt van luchtige electro pop zal hier best van kunnen genieten.

Inertia


Inertia
Deworlded
Cryonica Music
Met deze cd is Inertia toe aan zijn elfde album. Op zoek naar nieuwe invalshoeken, ideeën en technieken hebben ze drie jaar aan ‘Deworlded’ gewerkt. Tekstueel worden thema’s aangesneden als liefde, verdriet, geluk en spiritualiteit. Daarbij moet je volgens Reza Udhin, frontman en bezieler/stichter van Inertia, buiten je eigen besloten wereld stappen. Dan pas kan je objectief oordelen en zien wat voor verbetering vatbaar is. Zijn de teksten eerder donker getint dan is de muziek lichter verteerbaar. Op hun messcherpe mix van industrial, electro en EBM kan, ondanks de inbreng van metal gitaren en repetitieve ritmepatronen, lekker gedanst worden. Het album bevat zelfs een aantal dansvloer krakers in wording als ‘Deworld’, ‘Feed’, ‘Feline Fantasy’, ‘Repeat & Follow’, ‘Gone’ en ‘Round And Round’. Dat het ook anders kan bewijzen ze met het zweverig instrumentale ‘Strange Familiar’, het teergevoelige tweeluik ‘Alien’ en ‘Capture’ en het bezwerende ‘Anticulture’. De band slaagt erin om de vele invloeden moeiteloos tot een energiek geheel om te smeden en er een eigen richting aan te geven. Alleen ‘Fallout’ valt hier uit de toon. Met ‘Deworlded’ zet Inertia alweer een stap vooruit richting topdivisie.

Christian Dörge




Christian Dörge
Analog & Analog (marlene-edition)
Black October Records
Christian Dörge (Syria, Borgia Disco, The Atomic Nurses) is niet aan zijn proefstuk toe als solo artiest. Sinds 1992 heeft hij met ‘Lycia’, ‘Antiphon’ en ‘Moldavia’ en dat in verschillende uitvoeringen, drie elitaire, conceptuele en ambitieuze werken uitgebracht. ‘Analog’ is daar nu het vervolg op. Dörge kiest voor een combinatie van klassieke muziek, minimal music, ambient, electro en dark wave. Naast muziek schrijft Christian proza, theaterstukken, romans en teksten. Deze combinatie van het literaire met het muzikale krijgt hier andermaal gestalte. Het sfeerbeeld dat Dörge schept is tegelijk kil, claustrofobisch, afstandelijk, experimenteel, beangstigend, weemoedig, contrastrijk en abstract. Je zou hier eindeloos over kunnen schrijven, maar het is beter van er gewoon naar te luisteren. Dompel je onder in de magische en surrealistische wereld van Christian Dörge. Luister naar zijn prachtig gedeclameerde gedichten en tekstfragmenten. Hij krijgt hierbij vocale steun van Zasu Menil (Syria, The Atomic Nurses), Stina Suntland (Syria, The Atomic Nurses) en Nandita Goswami (Timeworm). Het vraagt wel een inspanning van de luisteraar en het is minder toegankelijk dan de doorsnee pop/rockplaat. Maar het hoeft niet altijd pulp en plat te zijn. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is en wie zich gemakkelijk in iets kan inleven heeft hier een streepje voor. We kregen tijdens het beluisteren van ‘Analog’ wel een gevoel van verzadiging. Een dubbelalbum van dit kaliber lijkt veel om in één keer te verwerken. Gelukkig bepaal je als luisteraar nog altijd zelf wanneer je de stop knop indrukt. Van ‘Analog’ bestaat er een variant die als titel ‘Analog (marlene edition)’ mee kreeg. Dörge heeft blijkbaar grote bewondering voor Marlène Dietrich. Het enige verschil met ‘Analog’ zijn de tracks ‘Imperial 36’, 'Todeswürfel K.' en 'Malpertuis-Ikonographie'. Exclusief voor ‘Analog’ zijn dan weer de titels ‘Zone des Nichts’, 'Dünen-Arabeske' en 'Malpertuis-Parallaxe'.

donderdag 11 november 2010

Yverdoom


Yverdoom
Pestalozzi Platz Massacre
Headstrong Music
Inspiratie voor zowel bandnaam als albumtitel zochten deze Zwitsers dicht bij huis. De heren zijn afkomstig uit Yverdon-Les-Bains en midden de grote markt van hun stad staat een standbeeld van de pedagoog, schrijver, filantroop, hervormer, politicus en filosoof Johann Heinrich Pestalozzi. De groepsleden van Yverdoom waren voorheen actief in verschillende andere acts en als Yverdoom maken ze met deze ‘Pestalozzi Platz Massacre’ hun debuut. Het schijfje valt in de categorie extreme metal wat betekent: loeihard, chaotisch, energiek, schreeuwerig, claustrofobisch, trashy en heavy. In zijn genre best wel overtuigend, maar geen spek voor de bek van ondergetekende. Telt gelukkig slechts acht nummers en klokt af op zesentwintig minuten. Alleen geschikt voor liefhebbers van Meshuggah, Entombed, Pantera, Crowbar en aanverwanten.

Pure Inc.


Pure Inc.
IV
Brownsville Records
Na ‘Parasites And Worms’ van eind 2008 was het uitkijken of het Zwitserse Pure Inc. de positieve berichtgeving over die plaat zou kunnen bevestigen. Met hun vierde die ze gewoon ‘IV’ als titel meegaven gaan ze verder op de ingeslagen weg met hun energieke mix van grunge en heavy metal. De stem van zanger Gianni Pontillo is er zelfs op vooruit gegaan. Waar hij al eens problemen had met de hogere noten kan de man nu zelfs bogen op één van de betere strotten in (heavy) metal land. Ook de keuze van songs is geënt op hetzelfde concept – stevige uptempo nummers worden afgewisseld met iets tragere, maar even zwaarmoedige stukken. Neem daarbij dat de elf songs staan als een huis en je hebt een meer dan degelijk album onder de arm. Hun directe en veerkrachtige aanpak loont en een deel van alle lof mag je ook richting het duo Tommy Vetterli (Coroner, Kreator) en V.O. Pulver (GURD, Pro-Pain, Destruction) zwaaien die dit plaatje op kundige wijze hebben ingeblikt. Die van Soundgarden zijn terug samen, doch Chris Cornell en co. krijgen met Pure Inc. een serieuze concurrent die ze wel eens een pad in de korf zou kunnen zetten en de scepter overnemen.

Blowsight


Blowsight
Dystopia Lane
Fastball Music
De grootste troef van dit Zweedse viertal is hun veelzijdigheid. De heren weten op een geheel eigen wijze pop met metal en punk te combineren. Naar eigen zeggen brengen ze de muziek van de toekomst. De wegen van God zijn ondoorgrondelijk, dus dit zou wel eens bewaarheid kunnen worden. Ik hoop in elk geval van niet. Het kwartet brengt romantische liedjes op een bedje van emotioneel geladen punkrock en metal gitaren en kwakt daar regelmatig een batterij zoetgevooisde strijkers, synthesizers of een streep piano tegenaan. Met tegenzin moet ik toegeven dat het een formule is die af en toe werkt. Zo heb ik me mezelf betrapt op het mee neuriën van ‘Things Will Never Change’ en ‘Miracle’. Aan de ballade ‘Days Of Rain’ kunnen zelfs Take That of Boyzone een punt aan zuigen. Daarna vergrijpen ze zich aan Lady Gaga’s (!) ‘Poker Face’. Niet zo verwonderlijk, want op hun eerste album namen ze ‘Toxic’ van Britney Spears al eens onder handen. De overige eigen tracks zijn inhoudelijk arm en luchtig als ether. Voor je het goed en wel beseft zijn ze je gehoorgang gepasseerd. Nee, ik denk dat alleen een kudde gillende, met knuffels werpende tienermeiden de jongens van Blowsight in de armen zal sluiten. Toch voor eventjes.

woensdag 10 november 2010

Locust Control


Locust Control
287
Eigen Beheer
Dit instrumentale kwartet met als thuisbasis Kuurne heeft met ‘287’ een eerste mini uit. Die bevat slechts drie tracks. Deze zijn echter stuk voor stuk representatief voor het muzikale avontuur dat Locust Control voor u luisteraar in petto heeft. De twee gitaristen Babak en Koen vullen elkaar goed aan en zorgen voor inventiviteit en variatie terwijl bassist Stefaan en drummer Ben voor een uit graniet gehouwen grondslag zorgen. Het viertal speelt vettige hardrock en zwoele stonerrock in combinatie met verfijnde progrock invloeden. Locust Control verrast in die mate dat ze zeer gefocust blijven en met hun broeierige en onrustige muziek de toehoorder stevig in hun greep houden. Dit is alvast een zeer aangename kennismaking.

Weezer


Weezer
Hurley
Epitaph/PIAS
Na de release van ‘Ratitude’ begin november 2009 verbrak Weezer de banden met zijn platenmaatschappij Geffen. De groep was wel nog van plan om verder nieuw materiaal uit te brengen, maar wist niet goed via welk kanaal. Tenslotte vond men onderdak bij Epitaph. Het begin van een nieuw hoofdstuk dat een start nam met het uitbrengen van ‘Hurley’ op 13 september 2010. De plaat bereikte pas deze maand de redactie van Rock Tribune. Gelukkig kregen we wel de ‘Limited Deluxe Edition’, want die bevat vier extra tracks. En die zijn niet van de minste. Onder meer hun cover van Coldplay’s ‘Viva La Vida’ valt best te pruimen en je kon je geen betere uitsmijter wensen dan ‘Represent (Rocked Out Mix)’. De reguliere cd bevat slechts tien nummers waarmee Weezer terugkeert naar zijn fundamentele vertrekpunt, een mix van emo, power pop en punkrock. Tegelijkertijd kiest het viertal voor een eigentijdse insteek. Elk nummer op zich is erg catchy en nodigt uit tot meezingen. Zelfs wanneer men op de meer emotionele toer gaat en uitpakt met een ballade inclusief violen blijft het genieten. In de tweede helft van de plaat zakt het kwik een paar graden met ‘Run Away’ en ‘Time Flies’ die toch wat afbreuk doen aan het geheel, al zijn het evenmin slechte songs te noemen. Is ‘Hurley’ niet Weezer hun beste album ooit, het behoort zeker tot hun betere werk.

Tides Of Man


Tides Of Man
Dreamhouse
Rise Records
Vorig jaar debuteerde Tides Of Man niet onaardig met ‘Empire Theory’. Voor de opvolger koos men voor een wat hardere aanpak. De songs zijn meer gebald en sneller gespeeld. Qua stijl mikt men op een mix van emo- en progrock. Het tweede element wordt nog meer versterkt door de zangstijl van frontman Tilian Pearson wiens stem het midden houdt tussen die van Yes frontman Jon Anderson en Jonas Bjerre van het Deense Mew. Deze formule zorgt voor een bedrukte, opgeblazen en beladen stemming waarbij de riedels en hoge uithalen je om de oren vliegen, maar zelden langer dan de duur van de respectievelijke nummers blijven hangen met uitzondering dan voor ‘Statues’. De steeds terugkerende thematiek maakt van ‘Dreamhouse’ een monotoon werkstuk. Het maakt het luisteren naar dit album tot een vermoeiende onderneming, bijna een beproeving. Ook al valt er niet te twijfelen aan de intrinsieke kwaliteiten van de groepsleden als muzikant en zetten ze met ‘Dreamhouse’ een flinke stap voorwaarts dan nog heeft Tides Of Man nog een lange weg te gaan.

The Sorrow


The Sorrow
The Sorrow
Drakkar/Sony Music
Het Oostenrijkse The Sorrow heeft met deze naar zichzelf genoemde langspeler een derde album uit. Voor de opnames trok men naar de vertrouwde beslotenheid van The Principal Studios in Münster en dat samen met huisproducer Toni Meloni. Veel is er dan ook niet veranderd in vergelijking met hun voorgaande releases. Er is wel meer aandacht besteed aan het dramatische effect van de muziek en een doorgedreven zoektocht naar nieuwe muzikale uitwegen heeft hen toch iets bijgebracht. De nummers worden gedragen door melodieuze riffs die de schreeuwerige uithalen van zanger Mathias Schlegel moeten ondersteunen. Het blijft een ongewone combinatie waarbij je een vreemd gevoel van wrevel en ongenoegen bekruipt. Hier zat zeker meer in. Nu klinken alle nummers eerder patetisch en je wordt er niet echt door aangegrepen. Alleen fans van metalcore en melodieuze death metal zullen misschien dit plaatje naar waarde kunnen schatten. Al hebben in dit segment anderen zoals bijvoorbeeld In Flames het er al stukken beter van afgebracht.

The Judge Band


The Judge Band
The Judge Band
16 Second Stare Records/Intensity Entertainment
Al op jonge leeftijd (7 jaar oud) zette Tim Shanks zijn eerste muzikale stappen. Hij zong mee in de rondreizende gospelband waar zijn familie deel van uitmaakte. Negen jaar later was hij actief in zijn eerste rockgroep. Hij trad veel op in allerlei rock bars in zijn thuisstad Detroit. Shanks leefde het tumultueuze leven van een rockster en kende een carrière van vallen en opstaan. Dit titelloze debuutalbum laat een getormenteerde muzikant horen die veel watertjes heeft doorzwommen. Zijn teksten behandelen ernstige thema’s eigen aan het leven in de grootstad. De muziek is een kruising van blues, soul en hardrock, maar dan van de jaren tachtig. Als een gewonde beer klauwt en grauwt Tim om zich heen. Het songmateriaal klinkt echter weinig overtuigend en zelfs clichématig. Eenheidsworst met voorgekauwde gitaarriffs. Absolute dieptepunt is een barslechte cover van het traditionele ‘Amazing Grace’ als afsluiter.

Such A Surge


Such A Surge
Alpha
Nuclear Blast/Metal Mind Productions
Sant in eigen land, is een gezegde dat zeker van toepassing is voor de Duitse band Such A Surge. In 2005 brachten ze een laatste album uit en dat wordt nu door Metal Mind opnieuw gereleast. De groep stond bekend voor zijn crossover stijl, een mix van hardcore, rap en nu metal. Na een aantal keren naar ‘Alpha’ te hebben geluisterd is de relevantie me niet helemaal duidelijk. Such A Surge zit geprangd tussen acts als Everlast en Oomph!. Bovendien is het album nog maar vijf jaar oud en het klinkt nu al een beetje uit de tijd. Als je dan nog het merendeel van de platen die verschijnen in ogenschouw neemt, dan hoort deze ‘Alpha’ ondanks een paar behoorlijke composities helemaal thuis in de grijze middenmoot die het metal aanbod rijk is. En voor die ene bonustrack (‘Stark Sein’) en de extra video van ‘Mission Erfüllt’ hoef je het ook niet te doen.

Spirit


Spirit
West Coast Legends Vol. 3
Rockpalast/WDR/SPV
Na de dvd editie in mei vorig jaar (zie Rock Tribune nummer 85) brengt men als ‘in memoriam’ release (frontman Randy California verdween op 2 januari 1997 in de golven van de oceaan nadat hij zijn zoon Quinn van de verdrinkingsdood had gered) hetzelfde concert nu ook uit op cd, zij het in ingekorte versie, want van de zeventien tracks zijn er hier slechts twaalf weerhouden. Een dubbel cd release was voor de platenmaatschappij blijkbaar geen optie. Voor de rest hebben we eigenlijk niet veel toe te voegen aan wat we toen schreven. Alleen ontbreekt nu het beeld en wat ons nu opvalt is dat California niet altijd stemvast bleek te zijn. Iets wat vreemd genoeg niet helemaal tot ons is doorgedrongen tijdens het bekijken van de dvd. Hoe dan ook blijft dit een tijdsdocument – de opname dateert van 5 maart 1978 - dat de oudere rockfanaat zeker zal weten te waarderen. Al blijven we de voorkeur geven aan de dvd uitgave.

Quest For Fire


Quest For Fire
Lights From Paradise
Tee Pee Records/Suburban
Na het ter ziele gaan van The Deadly Snakes besloten Andrew Moszynski (gitaar) en Chad Ross (gitaar, zang) om samen met Mike Maxymuik (drums) en Josh Bauman (basgitaar) Quest For Fire op te richten. Met hun nieuwe band verkoos het viertal om de psychedelische toer op te gaan. Hun muziek is dan ook en mix van psychedelica, space en stoner rock. Opener ‘The Greatest Hits By God’ drijft op de vioolklanken van gastmuzikante Sophie Trudeau (Godspeed You! Black Emperor, A Silver Mt. Zion) en is in wezen een rustig, beetje zweverig nummer net als het fraai uitgevoerde ‘Psychic Seasons’. In de overige tracks zijn het de gitaren en drums die de bovenhand halen. Mede door het trage tempo wordt het accent hier gelegd op het stoner aspect. Zanger Ross doet dan weer denken aan David Gilmour (Pink Floyd). In de epische afsluiter ‘Sessions Of Light’ gaat men helemaal flippen en zijn ‘acid’ en ‘fuzz’ de kernwoorden die dit nummer kenmerken. De mengeling van al deze facetten is juist de sterkte van deze Canadezen die met ‘Lights From Paradise’ een debuut afleveren dat best wat van uw aandacht verdient.

Persephone’s Dream


Persephone’s Dream
Pan: An Urban Pastoral
ProgRock Records/Bertus
Gezelschap uit Pittsburg, Pennsylvania dat al aan de weg timmert sinds begin de jaren negentig. Met deze ‘Pan: An Urban Pastoral’ zijn ze toe aan een vijfde album. Ze gaan ermee op de concepttoer, meer nog men waagt zich zowaar aan een soort van rock opera. Wat de inhoud betreft zoekt men, net als met hun vorige album, ’Pyre Of Dreams’ zijn heil bij onderwerpen als wetenschap, sciencefiction en mythologie. In tegenstelling tot andere progressieve rock of symfo bands worden hier langere composities afgewisseld met korte fragmenten. Die lopen weliswaar in elkaar over, wat ze dan weer ‘lang’ maakt, maar toch is er een duidelijk hoorbaar verschil. Daarnaast zijn er de invloeden van klassiek en jazz, de afwisselende zangpartijen tussen Ashley Peer en de eveneens als toetsenist fungerende Jim Waugaman die van deze ‘Persephone’s Dream een zeer aangenaam, verfijnd en tegelijk mysterieus werkstuk maken. En al hoor je legio invloeden van progrock bands van de jaren zeventig en is de opbouw traag toch is dit zowel qua textuur als structuur een modern klinkend symfonisch album. Men begint ietwat aarzelend met een ‘prelude’ en ‘invocatie’ en even was er vrees voor een dood bloedend einde met drie langere stukken als finale, maar deze muzikanten weten precies wat ze willen en ontwijken met brio de val van het eindeloos soleren of het tot vervelens toe herhalen van thematische fragmenten. ‘Pan: An Urban Pastoral’ is een plaat die geen moment verveeld en in het genre zeker tot de betere cd’s van 2010 mag gerekend worden.

New Model Army


New Model Army
Anthology
Attack Attack/Bertus
Nu ze dertig jaar bestaan kan zelfs een eigenzinnig combo als New Model Army niet weerstaan aan het commerciële aspect van deze gebeurtenis. Daarom komt er een lucratieve terugblik in de vorm van een ‘Anthology’ box met twee cd’s en maar liefst drie dvd’s. New Model Army zou echter New Model Army niet zijn en pakt het enigszins anders aan, zeg maar zoals het een band met cultstatus betaamt. Frontman en stichter Justin Sullivan ging voor het samenstellen van de speellijst advies vragen aan de huidige bezetting van muzikanten en vroegere groepsleden. Zij gaven hun favoriete nummers door en zo krijg je een interessant overzicht met songs afkomstig van alle New Model Army elpees met tegelijk alle diverse line-ups. Als voorsmaakje kregen we enkel cd 1 in de bus. Het plaatje geeft alvast een indicatie van het doel dat men bij NMA voor ogen had en voldoet mijns inziens zeker aan de verwachtingen. Oude krakers als ‘Vengeance’, ‘Purity’, ‘Drag It Down’ en ‘Masterrace’ hebben nog niets van hun glans verloren en spreken nog altijd tot de verbeelding. Ook de minder bekende elpee tracks en meer recente nummers zijn van een hoog niveau. De drie dvd’s bevatten op hun beurt live materiaal van concerten uit 1985, 1990, 1996 en 2006 plus nog eens alle promotionele video’s en enkele niet eerder verschenen artistieke video’s. Alsof dit nog niet genoeg is heeft men de schijfjes verder echt wel volgepropt met bootleg materiaal die fans in de afgelopen dertig jaar hadden gefilmd en opgestuurd. Justin distilleerde daaruit dan een selectie. Alles bij elkaar heb je op de drie dvd’s samen voor bijna 9 uur beeldmateriaal. Genoeg om er een NWA indigestie aan over te houden. Hoe dat aanvoelt, daar kunnen we ons zelf echter geen idee van vormen aangezien we de dvd’s niet te zien kregen. New Model Army heeft hoe dan ook drie decennia overleefd. Een huzarenstukje, toch voor een act die het vooral moet hebben van een eerder bescheiden, maar fanatieke aanhang.

Nelly Olson


Nelly Olson
Tits
M&O Music
Laat u niet misleiden door de naam van de groep, want dit viertal is afkomstig uit Frankrijk en resideert in Bordeaux. Begonnen als akoestisch trio in 2005 gooide het gezelschap al snel het roer om en schakelde over op elektrische instrumenten. Met ‘Lips’ verscheen er een eerste album waarmee men op tournee trok, maar dan alleen in de eigen regio. Al snel kwamen Tita, Delf en Pierre tot de conclusie dat ze nood hadden aan een vierde man en daarom werd als drummer Guillaume ingelijfd. In ‘What Do I Do How’, het openingsnummer en ‘Sorry’ komt het kwartet aardig in de buurt van Skunk Anansie, maar daarmee houdt de vergelijking op. Nelly Olson ontpopt zich in de eerste plaats als een energiek bandje dat alternatieve gitaarrock koppelt aan punkrock elementen en een indie geluid. Een beproeft recept waarin hen al talrijke Amerikaanse acts zijn voorgegaan. Enige verschil is dat ze naast Engels ook in hun moerstaal zingen en men in sommige van hun liedjes neigt naar het typische chanson en dat werpt toch een beetje en ander licht op deze plaat. Met ‘Tits’ maakt Nelly Olson geen slechte beurt, doch het is evenmin een album dat je grijs gaat draaien.

Ministry And Co-Conspirators


Ministry And Co-Conspirators
Undercover
13th Planet Records/Eastworld Recordings
Ministry bestaat niet meer, maar er is wel nog dit clubje van samenzweerders die Al Jourgensen in zijn zog meevoert. In 2008 verscheen het album ‘Cover Up’, een verzameling rock klassiekers die een industrial jasje kregen aangemeten en nu is er ‘Undercover’. Ik ben in het verleden nog maar één groep tegen gekomen die zichzelf covert en dat was Love Like Blood op het album ‘Chronology Of A Love-Affair’. Ministry doet dat nu ook, zij het onder de paraplu van Co-Conspirators, op hun nieuwe langspeler met maar liefst vijf nummers: ‘N.W.O.’, ‘Stigmata’, ‘Jesus Built My Hotrod’, ‘Every Day Is Halloween’ en ‘Khyber Pass’. Jourgensen en co. openen de debatten met ‘Iron Man’ van Black Sabbath. Daarvan hebben we al betere uitvoeringen gehoord. ‘Strangehold’ van Ted Nugent schiet goed uit de startblokken, maar zakt daarna als een pudding in elkaar. De eerder genoemde eigen nummers die hier aan bod komen hebben met uitzondering van ‘Stigmata’ en ‘Every Day Is Halloween’ weinig nieuws te bieden. Het niveau wordt wat opgekrikt met ‘Purple Haze’, doch de pret is van korte duur wanneer ‘Paranoid’ door de mangel wordt gehaald. De interpretaties van ‘Thunderstruck’ en ‘Sharp Dressed Man’ zijn dan wel weer leuk en geslaagd te noemen. Zo blijven de betere momenten afgewisseld worden met mindere. Meest vreemde keuze lijkt me ‘Rehab’ van Amy Winehouse dat hier onherkenbaar door de boxen knalt en van ‘Paint It Black’ waren ze ook beter afgebleven. ‘Undercover’ is een teleurstellende plaat en hopelijk beseft Jourgensen dat het de hoogste tijd is om met deze formule – het coveren van klassiekers - te stoppen. Hij maakt ermee zichzelf belachelijk en haalt er Ministry mee van zijn voetstuk en dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Iggy Pop & James Williamson


Iggy Pop & James Williamson
Kill City
Alive Naturalsound Records/Bomp!/Sonic Rendezvous
Het heeft ontzettend lang geduurd, maar uiteindelijk hebben de twee protagonisten het besluit genomen dat met hun goedkeuring deze historische plaat van 1977 opnieuw mag uitgebracht worden. De opnames dateren van twee jaar eerder en de kwaliteit was bedenkelijk te noemen en door de jaren heen zelfs nog verslechtert. Omdat men de originele tapes kwijt was gebruikte men één van de oorspronkelijke groen gekleurde vinyl exemplaren om telkens nieuwe edities, zij het op cd, cassette of elpee te persen. Daarom heeft Williamson zelf samen met Ed Cherney de songs stuk voor stuk gerestaureerd, opnieuw gemixt en geremasterd. Een ander discussiepunt waren de omstandigheden waarin ‘Kill City’ tot stand kwam. Iggy was in die periode aan het afkicken in een rehabilitatiecentrum en alles moest binnen een paar dagen ingeblikt zijn. Het album zou eerst uitdraaien op een zoveelste flop en werd pas later naar waarde geschat en erkend als een belangrijke release. In bepaalde nummers komt de invloed van David Bowie of The Rolling Stones aan de oppervlakte. Dat is onder meer het geval in ‘Sell Your Love’, ‘Beyond The Law’ en ‘Consolation Prizes’. Er is ook een voorname rol weggelegd voor saxofonist John Harden. Daarnaast wordt er wat geëxperimenteerd in ‘Night Time’ en ‘Night Theme (Reprise). ‘Kill City’ is niet het soort langspeler dat in een bepaald vakje past. Het is een volwassen rockplaat die ook vandaag nog vele rockliefhebbers kan aanspreken. Voor wie ‘Kill City’ destijds kocht op vinyl is er goed nieuws, want ook deze editie verschijnt op een gelimiteerde versie van duizend stuks in, jawel groen gekleurd vinyl.

Heirs


Heirs
Fowl
Denovali Records/Cargo Records
Na een tournee waarbij men zowel Japan als Europa aandeed begonnen de groepsleden van het Australische Heirs met het schrijven van nieuwe nummers voor de opvolger van hun debuut ‘Alchera’. De twee centrale figuren die dit proces in goede banen leidden zijn drummer Damian Coward en gitarist Brent Stegeman. Het tweetal zocht hierbij terug aansluiting bij hun electro roots. Verwacht echter geen luchtige bliepjes. Heirs’ muziekpalet is zwartgerand en doorweven met industrial en gothic elementen. De composities hebben een lange aanloop nodig om dan plots uit te barsten in postrock explosies. Soms leidt dit tot chaotische en atonale geluidscontouren die de zenuwen op de proef stellen. Een uitzondering daarop maakt het sterk op industrial geënte ‘Tyrant’. Alles in acht genomen is ‘Fowl’ een weinig toegankelijke plaat, dissonant en monotoon. Het verschil zit hem in de details, maar die zijn niet altijd makkelijk te onderscheiden doorheen de gestage stroom van in distortion gedrenkte lagen geluid. ‘Fowl’ oefent ondanks deze minder positieve bedenkingen een grote aantrekkingskracht uit. Een wel heel vreemde plaat gemaakt door een eigenzinnig stel muzikanten.

Del Rey


Del Rey
Immemorial
Golden Antenna/Broken Silence
Sinds hun oprichting twaalf jaar geleden is Del Rey één van de weinige overlevende bands van de instrumentale postrock scene van Chicago. Niet zo voor de hand liggend aangezien dat de meerderheid van de groepsleden een gezin met kinderen heeft en dat meestal familieperikelen een reden zijn om de muzikale ambities terug te schroeven. ‘Immemorial’ is inmiddels hun vierde plaat en die ligt in het verlengde van hun vorige werk en bouwt verder op het kosmische geluidspalet van postrock en electro. Met de inbreng van muzikale invloeden uit het Midden-Oosten, Zuid Azië, Afrika en Cuba krijgt het geheel een exotisch tintje. Tekenend voor het groepsgeluid op ‘Immemorial’ zijn de twee drumkits en het incorporeren van uitheemse instrumenten als de guzheng (China) en taiko (Japan). Toch klinkt ‘Immemorial’ weinig verrassend. Wel hoor je gedreven muzikanten die erin slagen om met regelmaat heftig uit te halen in een voor de rest cinematografisch en evocatief klanktapijt.

David Minasian

David Minasian
Random Acts Of Beauty
ProgRock Records/Bertus
David Minasian is bekend als componist en regisseur van films en dvd’s. Eén van de bekendste op zijn palmares is ongetwijfeld ‘Coming Of Age’, een live registratie van een concert van progrock pioniers Camel. Zelf bracht hij midden de jaren tachtig een eerste symfonisch getint album uit: ‘Tales Of Heroes And Lovers’ dat toen onopgemerkt bleef in de overvloed aan new wave en electro releases. Een kwarteeuw later probeert hij het met deze ‘Random Acts Of Beauty’ een tweede keer, daarbij geholpen door zijn zoon Justin die hier de gitaarpartijen voor zijn rekening neemt. David laat zich inspireren door rockiconen als The Moody Blues, Barclay James Harvest en Camel wat zich zowel vertaalt in de muziek als de zang. De structuur van de overwegend lange composities is bijna identiek. Minasian zet in met een piano of akoestische gitaar intro, waarna orkestraal opgebouwde melodieën het overnemen. Na een paar luisterbeurten valt op hoe saai deze muziek wel klinkt. Slechts een paar keer wordt het tempo echt opgedreven tijdens het middenstuk: in ‘Frozen In Time’ en ‘Storming The Castle’, meteen de enige nummers waar wat pit in zit. Deze ‘Random Acts Of Beauty’ is alleen geschikt voor liefhebbers van rustig kabbelende, op klassieke leest geschoeide symfonische rock.

Broughton Rules


Broughton Rules
Bounty Hunter 1853
Relapse Records
Het uit Pittsburgh afkomstige Broughton Rules bestaat uit muzikanten die voorheen actief waren in Don Caballero en Blunderbuss. De groep brengt een vorm van underground rock, een samensmelting van epische postrock, een portie distortion, krautrock en klanktapijten die refereren naar de filmmuziek van Ennio Morricone. Het viertal slaagt erin om met zijn overwegend instrumentale nummers de luisteraar een brede waaier van muzikale kleurschakeringen aan te bieden. Men weet de spankracht op te bouwen door middel van tempowisselingen of door een strak afgelijnde constructie die als een zwam opensplijt of tot een climax leidt. Ben Matthews, Jeff Ellsworth, Dennis Kern en Jim Nemeth zijn echte klasbakken die je onverhoeds kunnen verrassen met tegendraadse hooks of een splijtende riff. Daar moet je dan wel voor openstaan, want dit versterkt en benadrukt de complexiteit van de composities. In ‘Broadside’ wordt er ook gezongen en dat zorgt dan weer voor een ander soort variatie. Toch blijft het moeilijk om voor honderd procent geconcentreerd te blijven luisteren en soms gaat je geest afdwalen. Tot de beste tracks behoren het licht zweverige en moderne ‘Childhood Sun’, het melodieuze ‘Glass Eye’, het stevig rockende, maar zachtjes uitdovende ‘Ghost Heavy Days’ en het felle ‘El Indio’. ‘Bounty Hunter 1853’ komt uit op 29/11.

Astpai


Astpai
Heart To Grow
Ass-Card Records/Sonic Rendezvous
Punkrock en hardcore uit Oostenrijk, ja het bestaat. Astpai combineert de vrolijke sing-a-long stijl met ernstige, soms politiek getinte teksten.. Een eervolle poging om zich uit het strakke punk keurslijf te wringen, maar meer is het ook niet. Schreeuwerige zang, rommelig gespeeld, het lijkt wel alsof men bewust het repetitiestadium op plaat wilde overbrengen. Als dat de bedoeling was dan is deze ‘Heart To Grow’ meer dan geslaagd. Zelf voelt Astpai zich verwant met None More Black en Trial By Fire en wie zijn wij om dat tegen te spreken. Sommigen omschrijven Astpai hun muziek ook als energiek, aanstekelijk en catchy en daar zijn we het dan volkomen mee oneens. Als je ladderzat in een kelder kruipt om met je maats liedjes te zingen: voor mij niet gelaten, maar daarom hoef je dat nog niet wereldkundig maken via een cd.

Adai


Adai
We Are All Dead
Make My Day Records/H’ art
Toen één van de twee gitaristen en de bassist van Adai beslisten om er een punt achter te zetten stonden de twee overblijvers, gitarist Devin en drummer Justin voor een dilemma: doorgaan of de stekker er helemaal uittrekken. Ze kozen voor het eerste en om te zien of het geen gevecht tegen windmolens zou worden speelden ze meteen en live concert. De formule werkte, meer nog de respons was uitermate positief. Dat sterkte hen in hun keuze en brengt ons meteen bij hun debuutplaat ‘We Are All Dead’. Het tweetal speelt postrock met een zware (doom) metal inbreng. De grafstem van Devin, samples en drone geluiden maken het plaatje compleet. Je kan het album in twee delen opsplitsen. De eerste vijf nummers werden opgenomen in 2006 en geproduceerd door Kurt Ballou. De vijf resterende zijn van recentere datum, meer bepaald 2009 en de productie is van Matt Talbott. ‘We Are All Dead’ bevat een paar meesterlijke tracks. Voor deel één zijn dat ‘Home’ en ‘A Mark Of Ownership’. De monumentale geluidsmuur die het duo hier optrekt is zonder meer indrukwekkend. ‘Hawkins’ is enigszins anders opgevat en misschien wat te lang uitgesponnen. De songs van het tweede luik zijn experimenteler en bevatten meer drone elementen. Het is kenmerkend voor de evolutie die Adai als groep doormaakt. Hier zijn ‘Bodies’ en het verpletterende ‘Graves’ de meest in het oog springende composities. Adai uit zich met zijn debuut als een wispelturige, maar passionele band waarvan we hopelijk nog veel goeds mogen verwachten.

donderdag 4 november 2010

Engines Of Necessity


Engines Of Necessity
The Preliminary Sounds Of Upheaval
Eigen Beheer
Engines Of Necessity ook bekend als EoN, engines_of_necessity en engnec is het eenmansproject van Jake Bormann uit Brighton, Colorado. Met ‘The Preliminary Sounds Of Upheaval’ heeft Jake een eerste volwaardige cd uit. Bormann kent zijn klassiekers en put inspiratie uit een brede waaier van bekende en minder bekende acts. Gelukkig is er ook een eigen inbreng en daarmee verkent hij de grenzen van het industrial genre. Het album telt twaalf tracks die elk een eigen leven kunnen leiden en tegelijk een onderdeel zijn van het geheel. Opener ‘The Currrent’ is meteen een zeer intigrerende compositie waarin heel wat facetten aan bod komen. ‘Just Stop’ drijft op een pompende baslijn en ‘From The Muck’ klinkt naar mijn gevoel dan weer te artificieel. Naast het soms monotone karakter van enkele van de nummers is dit een van de minpunten waar moet aan geschaafd worden. De andere kant van de medaille is dat het album je in een bepaalde sinistere en kille sfeer onderdompelt die toch sterk refereert naar wat Trent Reznor met Nine Inch Nails of Nivek Ogre zowel solo als met Skynny Puppy betrachtte. Naast ‘The Current’ zijn het vooral ‘Disaster’, ‘Pump And Prominence’, ‘Upheaval’ en ‘Will’ die het langst blijven nazinderen. Voor zijn teksten zoekt Bormann het dicht bij huis en put uit zijn herinneringen, eigen wederwaardigheden en gevoelens. ‘The Preliminary Sounds Of Upheaval’ is dan ook een eerlijk werkstuk waarmee Jake een stukje van zijn ziel bloot legt. Een aanzet die hopelijk een vervolg kent, want EoN heeft toch wat meer te bieden dan de doorsnee industrial band. Wie kennis wil maken met de muziek van engnec kan mp3s beluisteren. Tracks kopen kan ook. Dat alles via de reverbnation link en dan betaal je 0,75 dollarcent per nummer. Vanaf 5 november is het mogelijk om de volledige cd te downloaden/kopen.

zaterdag 23 oktober 2010

The LoveCrave


The LoveCrave
Crisalide EP
Repo Records
Nog niet zolang geleden, meer bepaald in mei, verscheen ‘Soul Saliva’ het tweede album van het Italiaanse The LoveCrave en hop daar zijn ze al met een volgende release. Weliswaar een ep, maar eentje die toch elf nummers telt. Naast het op single uitgebrachte ‘Thriller’ – jawel, een cover van het Michael Jackson vehikel - bevat deze ‘Crisalide’ twee remixes, drie demo’s, een live track en vier akoestische versies van songs opgenomen in 2007 in de studio van TotalRock Radio, London. Dit lijkt me eerder een plaatje voor de echte fan van The LoveGrave, want de groep heeft een paar specifieke eigenschappen waar niet iedereen warm voor loopt. Zo is er de stijl of het gebrek er aan. The LoveGrave speelt geen pure hardrock, geen darkwave, noch gothic. Ze pikken wel overal een graantje van mee. En dan is er nog de karakteristieke stem van zangeres Francesca Chiara waar je voor of tegen bent. Een tussenweg is er niet en ik ben alvast geen voorstander van het frêle gefluister, het magere popstemmetje. Dat laatste wordt nog eens extra pijnlijk in de verf gezet in de vier ‘unplugged’ songs en de live uitvoering van ‘Vampires (The Light That We Are)’. Nee, tussen mij en Francesca komt het nooit goed.

Various Artists


Various Artists
Nachtaktiv – Gothisch Zusammengewürfelte Soundfiles 1
Echozone
In samenwerking met het Nachtaktiv magazine bracht Echozone reeds begin augustus deze dubbele verzamelaar uit. Om een of andere duistere reden kwam een promo exemplaar pas nu aan op de redactie van Dark Entries. Echozone maakt van de gelegenheid gebruik om de meerderheid van de artiesten die bij hen onder dak zijn voor te stellen (niet minder dan 37 bands krijgen een forum). Er is voor elk wat wils, want het muzikale gamma gaat tamelijk breed. Electro, synthpop, gothic, EBM, industrial, metal, future pop, darkwave, het passeert hier allemaal in één of andere vorm de revue. Het ene nummer valt ook al meer in de smaak dan het andere, maar de liefhebber van bovenstaande muziekstijlen of een mix ervan komt hier zeker aan zijn trekken. Het verschil tussen cd A en cd B is dat de stijlvarianten op de eerste minder uitgesproken zijn terwijl nummer twee juist meer gevarieerd is. Werden hier ten huize op het meeste applaus onthaald: reADJUST, Enter And Fall, X Marks The Pedwalk, Distance, Indica, [die!] en In Viro.

Traumtaenzer


Traumtaenzer
Der Weisse Raum
Echozone
Traumtaenzer werd opgericht in mei 2008 door Tom O’Connell, voormalig lid van Garden Of Delight. Samen met Tom maken ook Marco B. en sinds 2010 de dames Sandra S. (ex-Le Cri Du Mort) en Eva P. (ex-Anubiz en Unrein) deel uit van Traumtaenzer. De naam van de groep is een goede afspiegeling van het muzikale doel dat Tom en co. voor ogen hebben. Op ‘Der Weisse Raum’ houdt men zowel rekening met het dansbare aspect via beats, synthesizers en elektrische (metal) gitaren die de uptempo songs vooruit stuwen en daarnaast kan je wegdromen bij enkele sfeervolle soundscapes. Net als zovele andere Duitse acts speelt het viertal in op de emoties en het sentiment. Het klinkt soms nogal theatraal zonder echter te vervallen in een soort van goedkope droefgeestigheid of meligheid. Luister maar naar het schitterende ‘Eisprinzessin’, ‘Die Maschine’, ‘Die Wahrheit’ of de clubhit in wording ‘Stigmata’. Nochtans is de stijl van musiceren van Traumtaenzer een recept dat al meermaals is beproefd, net als de tegenstelling tussen een donkere bariton mannenstem en zijn engelachtige, vrouwelijke tegenhanger. Waar het de composities aan originaliteit ontbreekt wordt dit deels opgevangen door een insteek van electro, folk, etnische, filmische en klassieke elementen. Die geven het geheel toch een extra glans. Met ‘Der Weisse Raum’ als debuut heeft Traumtaenzer zijn entree alvast niet gemist en het is zeker een aanrader. Deze editie heeft als bonus nog drie remixes van achtereenvolgens ‘Stigmata’, Für Die Nacht’ en ‘Die Wahrheit’.

Leichenwetter


Leichenwetter
Legende
Echozone
Bombastisch kwartet dat er om bekend staat gedichten op muziek te zetten. Ook nu doen ze hun reputatie alle eer aan en brengen ze met deze ‘Legende’ alweer een eerbetoon aan enkele van hun favoriete poëten waaronder Georg Trakl, Ernst Stadler en Johann Wolfgang von Goethe. Eén van de grote troeven van Leichenwetter is ontegensprekelijk zanger Numen. De man beschikt over een machtig en donker stemgeluid die hem in het verleden ook al enkele rollen bezorgde in musicals. Wat het muzikale departement betreft schippert men tussen Neue Deutsche Härte en gothic metal aangevuld met synthesizer (electro) sequenties. En daar wringt een beetje het schoentje. De arrangementen zijn niet altijd in evenredigheid met de kwaliteit van de teksten en de georkestreerde stukken klinken erg theatraal. Zo gaat ‘Erlkönig’ helemaal de mist in en balanceren nummers als ‘Verkläring’, ‘Anrede’, ‘Herbstseele’ en Romanze Zur Nacht’ op de rand van de afgrond. Enige uitzondering op de dichterlijke capriolen is een cover van de Falco song ‘Out Of The Dark’ die evengoed deelt in de algemene malaise van dit album. Af en toe klopt hun formule toch en dan is het genieten geblazen. Conclusie: het idee achter Leichenwetter is eigenlijk wel goed te praten. Nu alleen nog de arrangementen, de muzikale invulling en de uitgekozen gedichten beter op elkaar afstemmen.

In Viro


In Viro
Gehorche! Fühle! Glaube!
Echozone
Net als Traumtaenzer is In Viro afkomstig uit Duitsland en is ‘Gehorche! Fühle! Glaube!’ hun eerste album. In tegenstelling tot eerstgenoemde gaat dit duo meer rechttoe rechtaan. Dante Frost en Joey Six graaien in de grabbelton van de Neue Deutsche Härte familie. Zonder compromissen te sluiten zet het tweetal er van bij de opener en titelsong er lekker de beuk in. Om de hoek loeren onvermijdelijk Rammstein, Oomph!, [die!] en aanverwanten. Geen verrassingen dus, zij het misschien dat de teksten provocatief en kritisch getint zijn. Al zijn er een paar composities die je als uitschieters kan bestempelen. Dat is het geval met ‘Küss Mich!’, ‘Vaterland, Oh Vaterland’, ‘Ich Bin…’ en ‘Kreuzzug’. De overige nummers klinken nogal stereotiep en om niet het woord monotoon te gebruiken, doen de grenzen tussen de songs onderling vervagen. Op het eerste gehoor breng je In Viro onder in de middenmoot, doch naar mijn gevoel heeft deze act zeker nog de marge om progressie te maken. Toch maar in de gaten houden.

woensdag 6 oktober 2010

Spiritual Beggars


Spiritual Beggars

Neemt een nieuwe start en haalt meteen verwoestend uit

Vijf jaar na de release van het studio album ‘Demons’ komt het Zweedse Spiritual Beggars terug in de schijnwerpers met een nieuwe, erg sterke plaat die als titel ‘Return To Zero’ meekreeg. Ondanks een op til staande hectische periode van toeren en optreden vonden verschillende groepsleden de tijd om het nieuwe werkstuk te promoten. Wij kozen als gesprekspartner voor ‘stille kracht’ drummer Ludwig Witt.

Waarom zit er vijf jaar tussen de release van ‘Demons en ‘Return To Zero’?
Ludwig: ‘Er zijn verschillende redenen waarom het vijf jaar heeft geduurd voor dit album is tot stand gekomen. Ieder groepslid is nog actief in andere bands en dan is het moeilijk om iedereen zijn agenda op elkaar af te stemmen. Michael Amott had het erg druk met Arch Enemy net als Sharlee D’Angelo. Dan is er nog Per Wiberg die in Opeth speelt en onze nieuwe zanger Apollo Papathanasio die dubbelt in het Griekse Firewind. Zelf speel ik nog in Firebird met Bill Steer (Carcass, Gentlemans Pistols). Michael schrijft het leeuwenaandeel van de songs, dus is het altijd wachten tot wanneer we van hem groen licht krijgen om uit de startblokken te schieten. Tot voor kort speelde ik als tijdverdrijf ook nog in een coverband, maar daar ben ik mee gestopt.’

Naar welke groep gaat je voorkeur uit: Firebird of Spiritual Beggars?
Ludwig: ‘Ik hou ervan om in alle twee te spelen. Beide zijn gelijkwaardig en muzikaal verschillen ze weinig van elkaar. Het is niet alsof je de ene keer in een popgroepje speelt en de andere dag in een heavy metalband. Alleen de bezetting is anders (Firebird is een trio –pvdg). De laatste jaren ben ik vooral in Firebird actief geweest dus is het wel een beetje een uitdaging om nu opnieuw met Spiritual Beggars aan de slag te gaan.’

Hoe verloopt het schrijfproces?
Ludwig: ‘In het begin stadium zijn het in de eerste plaats Michael en ikzelf die aan de nummers sleutelen. Met gitaar en drums zorgen we voor een soort van arrangementen. Die nemen we dan op en daarvoor gebruiken we een goedkoop bandrecordertje. Dat neemt Michael dan mee naar huis en begint er met het schrijven van de teksten. Eenmaal dat achter de rug is het tijd om de overige leden op te trommelen en met de repetities te starten. Gelukkig wonen we allemaal in dezelfde streek in Zweden. Anders zou het nog moeilijker worden om iedereen bij elkaar te krijgen. Apollo, onze nieuwe zanger woont bijvoorbeeld in Halmstad dezelfde stad waar Michael en ik wonen en waar ook de studio is gevestigd. Dus dat maakt het toch een stuk makkelijker. Ik kende Apollo van bij de coverband waar ik bij speelde. Onze vorige frontman Janne ‘JB’ Christoffersson kon zich niet vrij maken en zo moesten we op zoek naar een nieuwe zanger. Apollo had dit ergens opgevangen en stelde me voor om auditie te doen. Ik opperde zijn naam bij Michael en eerst was er wat twijfel, want tot dan had hij alleen in een power metal act gezongen. Michael zocht dan op internet naar videofilmpjes en audio fragmenten met hem en stelde voor om Apollo een kans te geven. Met ons drieën kwamen we dan samen om wat te jammen en Spiritual Beggars nummers te spelen en we waren meteen verkocht. Hij was de man die we zochten. Eenmaal we dan met de volledige band aan de repetities begonnen voelde je dat er elektriciteit in de lucht hing. We oefenden eerst met oudere SB songs, speelden een paar covers en kregen een soort van onoverwinnelijk gevoel. Dit zou een ijzersterke plaat worden.’

Begin oktober starten jullie met een reeks concerten. Hoe verloopt de voorbereiding?
Ludwig: ‘De laatste dagen hebben we intens gerepeteerd dus ik denk dat we er klaar voor zijn. Eerst gaan we naar Griekenland en dan de Verenigde Staten en Japan. Er komen nog wel meer data, dus hou onze website in de gaten. Het zal zwaar worden, want we gaan twee weken bijna elke dag optreden. Om fysiek paraat en in conditie te blijven is live spelen het wondermiddel. Het houdt je scherp en bij de les. Op vrije dagen ga ik soms wat fitnessen of joggen. In het verleden was ik een zware drinker, maar daar ben ik gelukkig mee gestopt. Ik voel me nu veel fitter op mijn achtendertigste dan als ik twintig was.’

Hoe verklaar je jullie populariteit in Japan?
Ludwig: ‘Van bij de release van onze eerste elpee in 1994 was het meteen raak. ‘Heartwork’, het laatste album van Carcass met Michael, viel er erg in de smaak en blijkbaar was men daar tuk op alles waar de naam Michael Amott mee verbonden was, want ook Arch Enemy scheert er hoge toppen. Dus onze populariteit hebben we voor een groot deel aan hem te danken. Ik ga telkens graag terug naar Japan, ook al ben ik dan ver van huis. Alles is er anders dan bij ons in Europa. Het is een prachtig en fascinerend land en de mensen zijn er heel gastvrij.’

Er nooit aan gedacht om een ander instrument te spelen dan drums?
Ludwig: ‘Nee, niet echt. Thuis heb ik een gitaar staan, maar kan er niet echt goed op spelen. Van bij het begin heb ik voor het drumstel gekozen en ik heb geleerd dat als je iets tot een goed einde wil brengen je het best op dat ene kan concentreren. Sommigen spelen allerlei instrumenten en zingen daarbij nog ook. Doch ik ben er van overtuigd dat je slechts op één instrument kunt uitblinken en voor mij zijn dat de drums. Dat ik niet als een zanger of gitarist constant in de schijnwerpers sta? Daar heb ik geen behoefte aan. Trouwens ik zit niet verstopt achter mijn drumkit. Die is eerder bescheiden en je kunt me goed zien zitten. (lacht) Voor mij geen extra trommels of cimbalen. Ik hou het simpel en strak. Nicko McBrain van Iron Maiden was toen ik naar hardrock en metal begon te luisteren mijn eerste held om zo te zeggen. Later ontdekte ik de hardrock muziek uit de jaren zeventig en leerde ik trommelaars kennen als Ian Paice (Deep Purple), John Bonham van Led Zeppelin, Don Brewer van Grand Funk Railroad … . En zo zijn er nog tientallen anderen waar ik waardering voor heb en respect kan voor opbrengen. Tegenwoordig ben ik ook geïnteresseerd in jazz. Daar zitten ook erg goede drummers tussen zoals Elvin, Jones, Johnny Williams en Billy Cobham.’

Welke andere interesses heb je behalve muziek?
Ludwig: ‘Er is niet zoveel waar ik de tijd voor neem. Ik hou van films kijken, maar daar houdt het zowat op. Wat verzamelen betreft: ik heb een mooie vinylplaten verzameling. Ongeveer zeven à achthonderd stuks. Er zitten vooral oudere elpees tussen van de jaren zeventig en tachtig vooral hardrock. Ik koop af en toe nog wel nieuwe platen, maar ik heb het moeilijk om alles bij te houden. De laatste jaren is het aanbod vinyl opnieuw sterk toegenomen en dat maakt het er niet eenvoudiger op. Er zit zeker muziek tussen die ik graag hoor, maar voorlopig houd ik het maar bij het oudere spul.’(lacht)

Je hebt al een succesvolle carrière achter de rug, maar wat zou je nog willen bereiken als muzikant?
Ludwig: ‘Ik heb al aan een aantal albums meegewerkt, maar je wilt altijd wel meer en beter. Drummen is het enige waar ik echt goed in ben en dat wil ik zolang mogelijk doen. Nog meer platen opnemen en zoveel mogelijk live spelen. Ik heb geen baan dus kan je stellen dat ik een professioneel muzikant ben. Je zult me niet horen klagen over mijn inkomen. Echt breed heb ik het niet, maar ik heb nu eenmaal deze keuze gemaakt. Ik heb geen villa of dure auto. Misschien na de release van het nieuwe album. Wie weet komt het geld dan niet binnenstromen en kan ik me eindelijk een huis kopen. Ik probeer toch een beetje te sparen, want als je alles meteen uitgeeft en je hebt zoals ik geen vast inkomen dan zou het wel eens kunnen dat je de volgende maand de rekeningen niet meer kan betalen. Dus een beetje reserve op bouwen kan geen kwaad. Wat het gewone leven betreft: ik kan voorlopig niet meer verlangen. Ik ben niet verplicht om tegen mijn zin gelijk welk werk aan te nemen. Ik krijg de kans om te doen wat ik graag doe, dus ik ben best wel een tevreden man.’

Denken jullie ook aan het milieu als jullie een concert spelen? Laatst zag ik Manfred Mann’s Earth Band live aan het werk en alle elektriciteit werd geleverd via zonnepanelen.
Ludwig: ‘Ik wist niet eens dat dit al kon. Dat lijkt me heel interessant. Op een bescheiden schaal proberen we wel onze bijdrage te leveren. Zo is de digipak versie voor de release van ‘Return To Zero’ gemaakt uit gerecycleerd papier en wordt er geen plastic gebruikt.’

Net als België en Nederland is Zweden een monarchie. Hier gaan er al een tijdje stemmen op om het koningshuis af te schaffen. Hoe staan de Zweden daar tegenover?
Ludwig: ‘De politieke macht van de koning in Zweden is al sterk ingeperkt. Hij heeft in feite alleen maar een protocollaire functie. In Zweden is de koning en zijn familie erg geliefd. Ik denk dat ze naar de buitenwereld toe een positieve invloed hebben op hoe de rest van de wereld naar Zweden kijkt. Ze maken zich dus nuttig. Dat geldt ook voor Denemarken en Noorwegen. Daar zijn ze even gek op hun koningshuis.’

Ben je bijgelovig en hou je er bepaalde rituelen op na?
Ludwig: ‘Nee, totaal niet. Als ik moet optreden dan stap ik gewoon het podium op. Ik ben altijd heel ontspannen en dat voelt goed aan. Ik zorg er wel voor dat ik goed opgewarmd ben. Mijn warming up duurt toch minstens een half uur. Na een concert voel ik me nooit echt uitgeput. Ik ben moe, maar het is een aangenaam, rustgevend gevoel. Jaren geleden was ik na een show altijd compleet uitgeteld, maar sinds ik wat fitness en wat meer aandacht besteed aan mijn gezondheid gaat alles stukken beter. Ook mijn techniek is verbeterd en automatisch ga je dan je inspanningen beter doseren en verspeel ik niet nodeloos energie. Ik denk dat ik hier nog wel een tijdje kan mee doorgaan. Je hebt drummers van zestig en zeventig jaar nu dus waarom niet? We leven ook langer en ik ben nu 38 jaar oud dus als het even mee zit ik heb nog een lange weg te gaan.’

Wat vind je het meest fascinerend aan het leven?
Ludwig: ‘Dat je zelf het verschil kan maken. Persoonlijk heb ik nu veel meer vertrouwen en geloof in eigen kunnen dan enkele jaren terug. Ik kan ook alles beter in het juiste perspectief plaatsen. Ik denk niet dat er een hiernamaals bestaat dus het is nu dat je er beste moet van maken. Als je tijd gekomen is om te gaan dan is het definitief over en uit.’

Aan wie of wat heb je de grootste hekel?
Ludwig: ‘Eigenlijk aan niets of niemand. Ik heb geen haatgevoelens. Ik probeer altijd het positieve te zien in de mensen en alles op een positieve manier te benaderen en tot nu toe lukt me dat aardig.’

http://www.myspace.com/spiritualbeggars

Discografie albums

Spiritual Beggars (1994)
Another Way To Shine (1996)
Mantra III (1998)
Ad Astra (2000)
On Fire (2002)
Demons (2005)
Return To Zero (2010)

Deine Lakaien



Deine Lakaien

De ogen zijn de spiegel van de ziel

De laatste keer dat ik met Alexander Veljanov sprak was ter gelegenheid van zijn soloalbum ‘Porta Macedonia’ van eind 2008. Intussen zijn we weer bijna twee jaar verder en ligt de bal weer in het kamp van de hoofdact Deine Lakaien waar hij samen met Ernst Horn deel van uitmaakt. De darkwave act vierde drie jaar geleden zijn 20 jarig bestaan en koppelde daaraan een uitgebreide tournee en de release van een luxueze dvd en cd set. Voor op hun lauweren te rusten was er voor Horn en Veljanov geen tijd. Begin 2009 begon men met het schrijven van materiaal voor een nieuw album. ‘Indicator’ is nu een feit en dat gaf ons de mogelijkheid om nog eens een gesprek te hebben met de zanger met de mooie bariton.

De nieuwe plaat kreeg als titel ‘Indicator’. Alexander: ‘We hadden totaal geen inspiratie en niet genoeg tijd dus hebben we het album maar ‘Indicator’ genoemd. Nee, grapje hoor. Het is een interessante term. Het is een woord dat emoties kan oproepen. In het Duits is het ‘Anzeige’, een woord met verschillende betekenissen. Wij wilden een verklaring, een verduidelijking geven. Waar kom je vandaan en waar wil je naartoe? Het is belangrijk voor een muziekgroep om af en toe een balans op te maken en een nieuwe route uit te stippelen, ook als je al twintig jaar of langer bestaat. Wie ons al langer kent kan het huidige Deine Lakaien vergelijken met hoe we in het verleden klonken’.

In welk opzicht is het nieuwe album anders dan jullie vorige studioalbum ‘April Skies’ (2005)?
Alexander: ‘Indicator’ sluit nauwer aan bij elektronische muziek. Er wordt minder gebruik gemaakt van akoestische instrumenten. Soms neigt het zelfs naar minimalistische muziek zoals bijvoorbeeld in ‘Gone’ of ‘Six O’ Clock’. Wat de teksten betreft: we gebruiken minder metaforen dan vroeger. Het is een meer directe aanpak, politiek is een belangrijk item. We willen de mensen en meer bepaald de jongeren aansporen om de problemen in de wereld aan te pakken. Zij hebben het voordeel van de jeugd. Ze zijn vitaal, sterk en moeten er nu maar eens hun schouders onder zetten’.

Wanneer zijn jullie begonnen met het schrijven van nieuw materiaal en hoe gaan jullie te werk?
Alexander: ‘Begin 2009 dacht ik. We gaan niet methodisch te werk. Ernst schrijft teksten, ik schrijf teksten… er zit niet echt een lijn in. Meestal is het Ernst die de muziek componeert. Mijn bijdrage bleef beperkt tot de muziek van ‘Blue Heart’ en Along Your Road’. Soms schrijf ik verschillende teksten voor eenzelfde nummer en bijvoorbeeld voor ‘Without Your Words’ in vier verschillende talen en toevallig was het dan de Engelse versie die het heeft gehaald. ‘Europe’ is dan weer deels in het Frans, deels in het Engels. We benaderen alles met een open geest en zijn niet bang om te experimenteren. Ernst en ik komen samen op een regelmatige basis. Voor het maken van ‘Indicator’ zijn we een achttal keer samen geweest en dat voor periodes van één tot twee weken. Dan wordt er wel intensief gewerkt. We verliezen geen tijd. Druk van een platenmaatschappij hoeven we niet te vrezen, want we hebben er geen. We hebben zoveel slechte ervaringen met majors dat we besloten om in 1991 zelf de touwtjes in handen te nemen. We stichtten toen Chrome Records. Wij kiezen nu zelf de mensen waar we mee willen samenwerken zoals nu met het Duitse label Ministry Of Sound. Zij zijn een betrouwbare partner en alles is klaar en duidelijk gestipuleerd. Alleen de distributie gaat via Warner Music en tot nu verloopt dat perfect. Nog vertellen dat we nooit hebben toegestaan – ook niet Sony en EMI – om een platenmaatschappij te laten bepalen welke songs er zouden gekozen worden om op een album te verschijnen of als single te worden uitgebracht. Artistiek zijn we altijd al onafhankelijk geweest en dat zal altijd zo blijven. Voor ‘Indicator’ hadden we helemaal geen gebrek aan inspiratie. Alles liep gesmeerd. Meestal neemt het maken van een album meer tijd in beslag. Op het eind hadden we een twintigtal afgewerkte nummers. Eigenlijk hebben we nog nooit eerder zoveel songs voor één album bij elkaar gekregen. Het was dan ook moeilijk kiezen welke liedjes er op de plaat zouden komen. De rest gaat niet verloren hoor. Van ‘Indicator’ verschijnt naast de reguliere cd een gelimiteerde versie in beperkte oplage met zeven bonus tracks plus twee video’s en ook de single ‘Gone’ krijgt met ‘Kraken’ en ‘Prince’ een toemaatje. Er is dus voor elk wat wils.’ (lacht)

Is de professionele relatie tussen jou en Ernst nooit onder druk komen te staan? Nooit gevreesd dat Deine Lakaien zou ophouden te bestaan?
Alexander: ‘Ja natuurlijk. We hebben onze ups en downs gekend. Welke samenwerking ook kent moeilijkheden en spanningen. Het is dan zaak er op een volwassen manier mee om te gaan en te proberen om een oplossing te vinden. Gelukkig hebben we ook veel mooie en leuke momenten gedeeld. Een project als het onze is niet louter zakelijk. Het kan er erg emotioneel aan toe gaan. Soms moet je compromissen sluiten en dat is niet altijd evident.’

Er zijn al duizenden liefdesliedjes geschreven. Wat maakt van een liefdeslied een goed nummer en kan je over de liefde schrijven zonder zelf liefde te hebben gekend?
Alexander: ‘ Het is heel moeilijk om een overtuigend liefdeslied te schrijven. Ik blijf het maar proberen en ik denk dat ik maar een klein stukje meer ben verwijderd van de perfecte ‘love song’. Nummers als ‘Without Your Words’, ‘Along Your Road’, ‘One Night’ en ‘Gone’ dragen stemmingen als hoop, geluk, droefheid, tragiek in zich, maar dan gemeend en oprecht. Dat is het moeilijkste: geloofwaardigheid. Ik denk wel dat je kan schrijven over dingen die je zelf niet hebt ervaren. Bijvoorbeeld Gustave Flaubert schreef zijn roman ‘Madame Bovary’ zonder dat hij zelf de kans had gezien om zoiets te beleven. Het werd een bestseller.’

Geloof je in de multiculturele samenleving?
Alexander: ‘Absoluut. Ik geloof in de innerlijke kracht, in de schoonheid en creativiteit die iedere mens bezit. Het moet mogelijk zijn om in een maatschappij te leven waar niemand wordt onderdrukt, waar de scheppingsdrang van de mens niet wordt beknot, waar iedereen zichzelf kan zijn en waar we alles met elkaar delen. Daar zijn we vandaag ver van verwijderd en dat vind ik vreselijk. Is er sprake van overbevolking? Dat is een moeilijke vraag. Ik denk dat er nog genoeg grondstoffen zijn om het leven op aarde aangenaam te maken en in iedereen zijn behoeften te voorzien. Het grote probleem vandaag de dag is profijt. Er is een minderheid die de andere mensen uitbuit en zich zo verrijkt. Men gelooft niet meer in de christelijke gedachte van naastenliefde. Het is trouwens niet alleen in de christelijke wereld dat het scheef zit. Er heerst zoveel radicalisme binnen alle godsdienstige strekkingen. De toestand is dramatisch. Door de eeuwen heen zijn er altijd botsingen geweest tussen culturen en godsdiensten en toch zeg ik: blijf geloven in de goedheid van de mens. Iedereen leeft naar zijn eigen vermogen. Voor mij is dat als zanger. Het is voor mij een manier om te overleven’.

Als commentaar bij ‘Six O’ Clock’ schrijf je dat kinderen en vrouwen dikwijls het slachtoffer worden van discriminatie zowel op maatschappelijke, economische als religieuze gronden. Kan je daar een voorbeeld van geven?
Alexander: ‘Eén van de meest verwerpelijke toestanden is wel het seksueel misbruik van kinderen, maar op een bepaalde manier toch ingeburgerd. Hoeveel Westerlingen trekken er niet elk jaar naar Azië, Zuid-Amerika of waar dan ook ter wereld om hun lusten op kinderen bot te vieren. De macht van het geld nietwaar. Kijk ook naar kinderarbeid of vrouwen en mannen die in erbarmelijke en gevaarlijke omstandigheden zich te pletter moeten werken voor een dagloon van 1 euro of voor een kom rijst of een bord soep. Wij vragen ons niet af hoe de producten die we hier in de winkel kopen worden gefabriceerd. Als bewuste en kritische consument kan je daar iets aan doen. Het is een kwestie van het nemen van verantwoordelijkheid. Het overgrote deel kijkt alleen naar de prijs en wil zijn jeansbroek, sportschoenen, dressoirkast of exotisch fruit zo goedkoop mogelijk en daar maken de grote bedrijven en multinationals handig gebruik van. Je ziet het ook in de wereld van de muziek. De grote mediaketens gooien cd’s op de markt aan dumpingprijzen. Mensen verwachten vandaag dat je cd’s kan kopen voor 5 of 6 euro en zo nek je de kleinere spelers die voor hun artistieke arbeid een eerlijke prijs vragen. Hetzelfde met het downloaden van het internet. Dit betekent de doodsteek voor creativiteit en artisticiteit. Het is diefstal. Je gaat toch ook niet naar de bakker, neemt een brood uit het rek en gaat naar buiten zonder de betalen’.

Je zegt ook dat muziek op zich soms meer zeggingskracht heeft dan woorden. Kan je dat even toelichten?
Alexander: ‘ Ik zal het duidelijk maken via een voorbeeld. De zomer is voorbij en de herfst komt er aan. Dat kon je gisteren merken; het regende pijpenstelen in Berlijn. Het was echt een grauwe, triestige dag. Wel ik luisterde naar een sonate van Bach en die muziek verwoordde - zonder woorden, want het is een instrumentaal stuk – op perfecte wijze mijn gemoedsgesteldheid, mijn gevoelens. Dat bedoel ik met de uitdrukking ‘sometimes music speaks louder then words’.

Onlangs heeft de Duitse regering bij monde van kanselier Angela Merkel besloten om de oude kerncentrales toch langer open te houden dan gepland. Hoe sta je tegenover die beslissing?
Alexander: ‘Ik ben kwaad, want andermaal draait het om geld en profijt. Het is een schande. Men houdt geen rekening met de huidige en toekomstige generaties die nog voor tientallen jaren met kernafval zitten opgescheept. Het is een desastreuze en foute keuze. Er zijn nochtans alternatieven genoeg voor handen. Zonne-energie, waterkrachtcentrales, windturbines. Dit vraagt natuurlijk politieke moed, want je zal de macht van de grote petroleummaatschappijen en energiereuzen aan banden moeten leggen. Het is toch te gek dat we ons nog altijd verplaatsen in voertuigen die op fossiele brandstof rijden, terwijl het al jaren mogelijk is – mits een extra inspanning - om auto’s te bouwen met een elektrische motor of gebruik te maken van zonnecellen of waterstof. Maar men kiest voor de gemakkelijkste en minst pijnlijke oplossing, maar ten koste van wat? Onze gezondheid, een leefbaar perspectief voor onze kinderen en kleinkinderen? Dat zijn zaken die je niet kan uitdrukken in sommen geld’.

Wat zijn behalve muziek, je andere interesses?
Alexander: ‘Politiek vind ik heel belangrijk. Dat houdt me wel bezig en daarnaast hou ik van alles wat met cultuur te maken heeft. Opera, literatuur, dans, theater maar ook sport. Ik ben gek van voetbal. Het is de perfecte uitlaatklep. Zaterdagavond de Bundesliga op televisie. Meer heeft een mens niet nodig om zijn zinnen te verzetten. Mijn favoriete team is FC Nürnberg waar nu de Belg Timmy Simons (ex-PSV Eindhoven) speelt. Ik kook ook graag. Of ik een verzamelaar ben? Ja, in mijn platenkast zitten toch meerdere duizenden platen. Het merendeel nog op vinyl. Mijn eerste elpee kocht ik toen ik zes jaar oud was. Van jongs af aan was ik gebeten door de muziekmicrobe. Het dreef mijn ouders soms tot wanhoop, want mijn kamer was altijd tot de nok gevuld met stapels platen. (lacht) Later ben ik dan begonnen met het kopen van cd’s. Mijn boekencollectie is niet zo groot en telt slechts een paar honderd exemplaren’.

Wat is het meest excentrieke/dure item dat je voor jezelf hebt gekocht?
Alexander: ‘Ik hecht niet zoveel belang aan luxe, maar als professioneel muzikant vind ik het belangrijk om je publiek te verwennen en mooie kleren zijn daar een onderdeel van. Daarom heb ik me ooit eens een schitterend, maar heel duur pak gekocht van de in februari dit jaar overleden mode ontwerper Alexander McQueen. Tegen een goede fles rode wijn zeg ik ook niet nee. Dat hoeft daarom niet altijd dure wijn te zijn, doch aan wijn durf ik af en toe wel wat geld aan spenderen’.

Als artiest ontmoet je waarschijnlijk veel andere beroemdheden. Welke ontmoeting heeft op jou het meeste indruk gemaakt?
Alexander: ‘Meestal blijf ik ver weg van allerlei celebratie feestjes en society evenementen, maar af en toe kan je er niet onderuit en word je verwacht van aanwezig te zijn. Toen ik zes, zeven jaar was had ik een grote bewondering voor Vicky Leandros, je herinnert je misschien nog haar overwinning van het Eurovisie songfestival in 1972 met het liedje ‘Après Toi’ waarmee ze uitkwam voor Luxemburg. Enkele jaren geleden was Deine Lakaien genomineerd voor de Echo Deutscher Musikpreis in de categorie alternatieve rock en Vicky Leandros was daar ook. Op een gegeven moment kwam ze naar me toe en was blijkbaar zeer geïnteresseerd in mijn kapsel. Het was heel vreemd en tegelijk grappig om één van je jeugdidolen te ontmoeten. Ik voelde me even terug kind en wist niet goed wat ik moest zeggen’. (lacht)

Als je terugblikt op je carrière welk advies heb je ooit in de wind geslagen, maar had je beter wel ter harte genomen?
Alexander: ‘Een serieus beroep aanleren. Eigenlijk wou ik tandarts worden. Somtijds mis ik wel de structuur en indeling van iemand die alle dagen gaat werken. Nu moet ik altijd voor mezelf beslissen wat ik ga doen en het klinkt misschien raar, maar af en toe wens ik dat iemand anders dat besluit voor me maakt. Ach, dat is het leven. Het is belangrijk dat je de nieuwsgierigheid die je had als kind blijft behouden. Anders wordt alles maar een saaie en dooie boel’.

Laatste vraag: Mocht je de keuze kunnen maken op welke manier zou je willen sterven.
Alexander: ‘Zonder pijn te voelen en zonder angst. Met ouder worden ga je meer aan de dood denken, zeker als er mensen uit je naaste omgeving sterven. Ik vergeet nooit de dag dat mijn vader stierf. Het zet je aan het denken over de zin van het leven en de weg die je aflegt van de wieg naar het graf. Je weet niet wanneer je gaat sterven dus komt het erop aan om een waardig leven te leiden. Misschien ken je dan ook een waardig einde’.

http://www.deine-lakaien.com/
http://www.myspace.com/deinelakaien

Discografie

First (1986)
Dark Star (1991)
2nd Star (EP) (1991)
Dark Star Live (live) (1992)
Forest Enter Exit (1993)
Mindmachine (EP) (1994)
Acoustic (live) (1995)
Winter Fish Testosterone (1996)
Kasmodiah (1999)
White Lies (2002)
Live In Concert (2003)
1987 (The Early Tapes) (destijds niet uitgebracht tweede album) (2003)
April Skies (2005)
20 Years Of Electronic Avantgarde (2007)
Indicator (2010)

Deine Lakaien
Indicator
Chrome Records/Ministry Of Sound
Het duo Alexander Veljanov en Ernst Horn hebben doorheen hun meer dan twintigjarige loopbaan steeds een haat-liefde verhouding gehad met een potentiële achterban. Door steeds consequent de artistieke vrijheid als hoogste goed te ambiëren sloot je als muziekliefhebber Deine Lakaien in de armen of je liet ze meteen vallen. Het tweetal was niet van plan om ook op hun nieuwe plaat maar enige toegeving te doen en hanteert als credo ‘of je gaat mee in ons verhaal of helemaal niet’. Met ’20 Years Of Electronic Avantgarde’ werd in 2007 een hoofdstuk afgesloten. Met ‘Indicator’ neemt men een nieuwe start. Het is een veel gelaagd album geworden dat de diversiteit in de wereld probeert te ontsluiten. De songs behandelen zowel politieke thema’s als verhalen over de liefde. Die laatste zijn geen sentimentele draken van liederen, maar composities die de emoties in taal omzetten. Vertellingen over hoop, toekomst, tegenslagen, dromen en nachtmerries. Men spreekt de luisteraar op een directe manier aan. De muziek is voornamelijk opgebouwd rond elektronische instrumenten. Slechts sporadisch komen de warme klanken van viool of cello aangewaaid. Het geeft het geheel een koele, afstandelijke, afgemeten invulling. Daartegenover staat lijnrecht de mooie bariton van Veljanov die de menselijkheid in het totale concept van Deine Lakaien letterlijk een stem geeft. ‘Indicator’ is een prachtig werkstuk dat de perfectie benaderd. Het is ontegensprekelijk één van de hoogtepunten op muzikaal gebied dit jaar. Zeker in het darkwave en electro genre. Met deze plaat nodigt Deine Lakaien iedereen uit om kennis te maken met hun wereld van schitterende melodieën en bevlogen teksten. Stel uw hart open en laat u overdonderen en betoveren.
Paul Van de gehuchte - 95

Titan


Titan
Sweet Dreams
Relapse Records
Brooklyn’s Titan heeft zich gespecialiseerd in epische rock met overwegend symfonische en progressieve kenmerken. Je zou denken dat ze aan het jammen zijn, doch er zit wel degelijk een lijn in de wervelende reeksen riffs. De synthesizers zorgen voor een spanningsboog en geven het geheel een bombastische tint die je af en toe met een flashback naar veertig jaar geleden opzadelt. Behalve het uitsluitend door synths gedragen ‘Synthasaurs’ leiden de composities je naar een crescendo om dan weg te ebben om zich dan opnieuw naar nieuwe hoogtes te stuwen. De snelheid van uitvoering is spectaculair, maar soms word je er ook tureluurs van en is het zelfs vermoeiend om de hele tijd bestookt te worden met Titan’s supersnelle series muzieknoten. ‘Wooded Altar Beyond The Wander’ en ‘Maximum Soberdrive’ lieten de beste indruk na. ‘Sweet Dreams’ verschjnt op 12/10.

The Sword


The Sword
Warp Riders
Kemado Records/Munich Records
Met The Sword heb ik een eerste keer kennis gemaakt toen ze aantraden op 3 juli ll. als voorprogramma van Ozzy Osbourne tijdens het iTunes Festival in The Roundhouse in London. Live maakten ze toen geen slechte beurt dus was het uitkijken hoe sterk ze voor de dag zouden komen op hun nieuwe langspeler. Voor deze Amerikanen met als thuisstad Austin is ‘Warp Riders’ al hun derde album. De groep heeft heel wat progressie gemaakt en vormt hier met producer Matt Bayles, bekend van onder meer Isis, Botch en Mastodon een (h)echt team. Bovendien kunnen de muzikanten technisch gezien hun mannetje staan en je voelt ook aan dat ze door veel te toeren aan zelfvertrouwen hebben gewonnen. The Sword koos deze keer voor een bepaald thema en pakt uit met een sciencefiction verhaal dat ons naar een ver verwijderd universum voert. Muzikaal zit men gebeiteld in klassieke hardrock plus het subgenre power metal. Al doet de stem van zanger John D. Cronise meermaals denken aan die van Ozzy Osbourne toch is The Sword geen flauw afkooksel van Black Sabbath. Het viertal probeert via de contouren van een conceptalbum zich een eigen plaatsje te veroveren en op te vallen in het overaanbod van heavy metal cd’s. Voor driekwart is ‘Warp Riders’ een geslaagde onderneming. Vooral nummers als ‘Tres Brujas’, ‘Arrows In The Dark’, ‘Night City’, ‘The Chronomancer II: Nemesis’ en ‘(The Night The Sky Cried) Tears Of Fire’ hebben een onweerstaanbare drive en groove die je tot ver voorbij de grenzen van het eigen zonnestelsel voeren. Met ‘Warp Riders’ zet The Sword een flinke stap voorwaarts. Hopelijk kunnen ze die positieve tendens verder zetten om met hun volgende worp definitief door te breken.

Poobah


Poobah
Let Me In
Ripple Music/Clear Spot
Net als de JPT Scare Band stamt dit trio uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Hun debuut ‘Let Me In’ werd uitgebracht 1972 en kent nu dankzij het Ripple label een reerelease. Het origineel telde slechts zes nummers en daar komen er nu op de cd versie maar liefst 12 bonus tracks bij. Poobah wordt aangevoerd door zanger/gitarist Jim Gustafson, bijgestaan door bassist Phil Jones en drummer Glenn Wiseman. Het drietal pakt uit met voor die tijd stevige en heavy rocksongs, inclusief een flinke dosis blues en psychedelica. De titelsong ‘Let Me In’ bevat zelfs een lange drumsolo, die qua stijl doet denken aan John Bonham van Led Zeppelin. Voor de rest doet de muziek ook denken aan grootheden als Blue Cheer, Black Sabbath, Grand Funk Railroad, Jimi Hendrix, Cream en Hawkwind. Zoals te vrezen was en zeer typerend is voor die tijd gaat men in enkele van de bonusnummers flink loos en is het jam gehalte groot. Het steekt hier niet op een effectpedaal meer of minder. Voor wie het wat te veel wordt: die heeft altijd nog de ‘ff’ knop die redding kan brengen. Aangezien deze elpee lang niet meer te verkrijgen was mag men de waarde ervan, zowel muzikaal als geldelijk, niet onderschatten. De aanschaf er van is zeker het overwegen waard. Ook al slaat men soms aan het klooien.

JPT Scare Band


JPT Scare Band
Acid Blues Is The White Man’s Burden
Ripple Music/Clear Spot
Toen ik de eerste noten hoorde klonk dit als muziek uit een lang vervlogen tijdperk. En dat is het ook. Alles werd wat duidelijker na het lezen van bijgeleverde tekstboekje. Voor dit plaatje mijn richting uit kwam had ik nog nooit gehoord van de JPT Scare Band. Bleek dat deze act al jaren actief is en zeven albums op de teller heeft staan. (Hun debuut ‘Acid Acetate Excursion’ verscheen wel pas in 1994). Blijkbaar is de JPT Scare Band één van die goed bewaarde geheimen van uit de jaren zeventig en tegelijk één van de vergeten pioniers van de heavy metal. Sinds hun eersteling zijn ze blijven graaien in hun rijk gevulde archieven en met deze ‘nieuwe cd’ is dat weerom het geval. De oudste track op deze ‘Acid Blues …’ dateert van 1974, de meest recente uit 2004. JPT zijn Jeff Littrel, Paul Grigsby en Terry Swope en de drie heren grossieren in psychedelische, blues- en hardrock tunes die refereren naar Jimi Hendrix, Led Zeppelin, Ten Years After en Cream. In zijn stijl is dit best wel een aardige vingeroefening. Al krijg je soms de indruk naar een jamsessie te zitten luisteren en zijn enkele van de tracks letterlijk opgenomen in de kelder. Ik ben oneerbiedig om sommige stukken te omschrijven als ‘gitaar gefriemel’, maar zo komen ze nu eenmaal over. Dat is vooral te wijten aan het feit dat het trio tijdens hun sessies dikwijls planeet aarde verliet om een tripje te maken in de door rook benevelde, muzikale kosmos. Naar verluidt zou de JPT Scare Band genieten van een cultstatus en daar zal deze release geen verandering in brengen.

Joan Jett And The Blackhearts


Joan Jett And The Blackhearts
Greatest Hits
Blackheart Records/RSK Entertainment
The Runaways was een uitsluitend uit vrouwen bestaande hardrock formatie die midden de jaren zeventig enkele successen kende. In 1979 viel het doek over dit ‘riot girrrls’ gezelschap. De twee bekendste gezichten – Lita Ford en Joan Jett – bouwden verder aan een eigen carrière en die laatste brengt ons bij Joan Jett And The Blackhearts. Aanleiding voor het uitbrengen van deze ‘Greatest Hits’ dubbelaar is de film ‘The Runaways’ waarin Kristen Stewart de rol speelt van Joan Jett. Voor deze gelegenheid werden een aantal van de oude nummers in 2009 opnieuw opgenomen. Meestal is dat niet zo een goed idee, maar in de situatie van Jett valt het nog best mee. Joan is nog altijd even goed bij stem als in haar glorieperiode en deze versies moeten niet onder doen voor de originele uitgaven. Iedereen kent Joan Jett And The Black Hearts van de megahit ‘I Love Rock ‘n’ Roll’, maar het combo had nog wel meer pijlen op zijn boog. Onder meer ‘Cherry Bomb’, ‘Bad Reputation’, ‘You Don’t Know What You’ve Got’ en ‘Crimson And Clover’, oorspronkelijk van Tommy James & The Shondels, rocken best een eind weg. Het tweede schijfje bevat nog meer covers met interpretaties van songs van Gary Glitter, Sly And The Family Stone, Bruce Springsteen, Sonny Curtis, The Replacements en The Sweet. Joan Jett weet ze stuk voor stuk naar haar hand te zetten en een eigen invulling te geven. Voor wie nog niets van Joan Jett And The Blackhearts in huis had is dit een buitenkansje en ook de jarenlange fan kan hier nog een zaak doen, want de dubbelaar kan men zich voor een zacht prijsje aanschaffen.

Fen


Fen
Trails Out Of Gloom
Ripple Music/Clear Spot
Doug Harrison is nog een echte songsmid. In het beginsegment van opener en titelsong ‘Trails Out Of Gloom’ biedt hij zich aan als een getormenteerde ziel die eenzaam en alleen zijn zwaarmoedige liedjes brengt en daarbij zichzelf begeleidt op akoestische gitaar. Dat is slechts en eerste indruk en schijn, want achter het Canadese Fen gaat een echte band schuil. Het viertal blaast zowel warm als koud, wisselt serene momenten af met krachtige uithalen, mixt progressieve met folk en alternatieve rock . Bovendien beschikt Harrison over een welluidende stem die tot falset hoogte kan reiken. Elke song is somber, maar bloedmooi van opbouw en voorzien van prachtige melodieën. Doug beoogt daarmee een maximum aan dramatisch effect en slaagt daar wonderwel in. De stille, soms naar ambient en folk neigende passages zullen niet door elke metalhead geapprecieerd worden. Toch vinden we dat Fen met zijn vierde album in de roos heeft gemikt. Het is een werkstuk dat een breed publiek kan aanspreken, want zowel liefhebbers van symfo, prog, klassieke als alternatieve rock kunnen zich aangesproken voelen. Bovendien heeft het album nog een flinke groeimarge, want bij iedere luisterbeurt ontdek je wel nieuwe aspecten. Vergelijken met andere acts is moeilijk, doch als het toch moet dan kan je met wat goede wil verwijzen naar Porcupine Tree, Tool en Anathema.

Cuzo


Cuzo
Otros Mundos
Alone Records/Clear Spot
Na hun begin 2009 verschenen debuut ‘Amor Y Muerte En La Tercera Fase’ komt het Spaanse Cuzo nu voor de pinnen met ‘Otros Mundos’ (‘Andere Werelden’). Daarmee verkent het drietal andermaal de grenzen van de psychedelische muziek op instrumentale wijze. Tegelijk gooit men wat fragmenten stoner, prog- en hardrock in de blender. Naar eigen zeggen zou ‘Otros Mundos’ de ideale soundtrack zijn voor een film gedraaid in de nadagen van een nucleaire ramp. De synths zorgen inderdaad voor een futuristische toets, bijvoorbeeld in ‘Robots En Movimiento’, Ni Vivos Ni Muertos’ en ‘Coche Imaginario’. Met het inbouwen van stijlveranderingen en tempobreaks tracht men de aandacht van de luisteraar gaande te houden. En als men gaat soleren dan zet een herhaling van het themamotief van de song de heren terug op het juiste spoor. Keerzijde van de medaille is dat hoe dan ook je gedachten afdwalen en de verveling kan toeslaan. Dat risico loop je altijd met dit soort platen, ook al doet men nog zo zijn best om te schakeren. De superlatieven laten we deze keer in de kast al blijft ‘Otros Mundos’ zeker een aanrader voor wie eens lekker wil uitfreaken.