woensdag 30 november 2016

Tiny Fingers

Tiny Fingers
We Are Being Held By The Dispatcher
Eigen Beheer

Laatste van het drieluik Tiny Fingers albums dat heruitgegeven wordt door Pelagic Records. Merkwaardig is dat deze set songs een paar weken later is opgenomen dan die van het in 2014 uitgebrachte ‘Megafauna’. Die opnames dateren van 2 oktober 2012, deze van ‘We Are Being…’ van 24 oktober 2012. Dit album verscheen voor het eerst in eigen beheer in 2013. Je hoort al een zekere evolutie, al is de opnametechniek hier dezelfde als bij ‘Megafauna’: Live in de studio. En ook hier sluit alles naadloos bij elkaar aan. ’We Are Being…’ bevat een korte speellijst van negen tracks met een speelduur van net geen dertig minuten. De metal invloeden zijn volledig gebannen. Nu ligt de nadruk op een freaky, psychedelische space rock variant met een ferme portie dubstep en triphop, veel effecten en manipulaties waarbij een FX synthesizer centraal staat. Het viertal liet zich hiervoor bijstaan door Adir Dadia. Er wordt ook gebruikt gemaakt van tekstsamples, dialogen, geplukt denk ik dan uit één of meerdere films. Waarmee de link wordt gelegd met filmmuziek, want sommige, zo niet al deze nummers kunnen evengoed deel uitmaken van een soundtrack. Meest markante songs op deze ‘We Are Being Held By The Dispatcher’ zijn ‘Moving Q’s’, ‘Dispatcher’, het naar intergalactisch reizen verwijzende en tegelijk verontrustende ‘Space Slavery’, ‘Bushdog’ en het ‘space’ gedrocht ‘1965’.

Tiny Fingers

Tiny Fingers
Megafauna
Anova Music

Net als ‘The Fall’ wordt dit album uit 2014 van het in Tel Aviv residerende kwartet Tiny Fingers opnieuw uitgebracht door Pelagic Records. De groep zat toen duidelijk nog in een overgangsstadium. Men schuwde het experiment niet en trachtte een eigen stijl te distilleren uit verschillende muziekgenres als space rock, dub step, metal en progressieve rock. ‘Megafauna’ werd in één enkele sessie ‘live’ opgenomen in de studio op 2 oktober 2012. De negen songs sluiten naadloos bij elkaar aan. Er eentje uitpikken als favoriet is bijna onbegonnen werk. Komt ook wel omdat na verschillende luisterbeurten merkt dat de nummers niet zoveel van elkaar verschillen. Veel facetten komen in meerdere van de composities terug aan bod. Het gebrek aan variatie is een beetje de achillespees van deze langspeler. Telkens breekt de hel los tot een pandemonium van donkere, ronkende baslijnen, scherpe, door effecten gestuurde gitaarriffs, snelle drumroffels en ijle en spookachtige synthesizer geluiden. Alleen ‘Pasadena Matador’ is een stuk minder heftig, al blijft die dreigende ondertoon sluimeren en verwacht je een zoveelste uitbarsting. Die komt er pas met de intro van ‘Money Time’. ‘Cyclamens’ heeft een iets meer psychedelische tendens, maar klinkt toch nog hard en rauw genoeg om niet uit de toon te vallen. Persoonlijk kan ik de muzikale intenties van Tiny Fingers wel appreciëren, maar als je geen liefhebber bent van sterk naar metal neigende instrumentale muziek volgestouwd met breaks, beats en effecten dan laat je deze ‘Megafauna’ beter links liggen. Tenzij je je graag eens laat overdonderen.

Tiny Fingers

Tiny Fingers
The Fall
Anova Music

Tiny Fingers zijn afkomstig uit Tel Aviv, Israel. Ze hebben sinds hun start vijf albums op hun conto staan, uitgebracht in eigen beheer of op verschillende kleine labels, zoals Anova Productions of Nana Disc. Hun laatste worp ‘The Fall’ dateert van de zomer van 2015 en wordt nu naast nog twee oudere releases, ‘Megafauna’ (2014) en ‘We Are Being Held By The Dispatcher’ (2013) opgevist door het gerenommeerde label Pelagic Records en in een vernieuwd kleedje op de Europese markt gedropt zowel te verkrijgen op al of niet gekleurd vinyl en als cd. De muziek van Tiny Fingers is op ‘The Fall’ uitgegroeid tot de ultieme mix van postrock, psychedelische rock, dubstep, math rock en electro. Daarbovenop komen nog allerlei analoge en door synthesizers gestuurde effecten het geheel opsmukken. Zelf omschrijven ze ‘The Fall’ als een autobiografische vertelling over de verhoudingen tussen de groepsleden onderling. Elke track vertelt een deel van hun verhaal. Over hun angsten, hoop, verlangen, verwarring, pijn, duisternis, maar ook over schoonheid en intelligentie. De muziek kwam tot stand in de loop van 2015. Er werd aan gewerkt in de vrije tijd die hadden tijdens het vele reizen en toeren. Het was ook een heuse zoektocht naar nieuwe elementen, geluiden en invalshoeken. Ook al komen er geen woorden aan te pas, toch word je als luisteraar overweldigd door impressies, sentiment, prikkels en sensaties. Tiny Fingers verschaft je toegang tot hun aparte, muzikale universum die een breed gamma bestrijkt gaande van ongekunstelde, intense rock tot de finesse van reine en puur elektronisch geproduceerde geluiden. Eén van de meest opvallende nummers die alle facetten van het spectrum in zich draagt is ongetwijfeld het hypnotiserende ‘Dispatcher’. Het zweverige en licht psychedelische ‘Music For The Sun’ laat je wegdromen, maar heeft tegelijk een stekelig randje. En zo heeft elk van de negen songs wel een bijzonder treffende component die alle aandacht naar zich toetrekt. Dit alles maakt van ‘The Fall’ een meer dan aantrekkelijke langspeler.  

Cancel The Apocalypse

Cancel The Apocalypse
Our Own Democracy
Get A Life! Records

Deze vorm van muzikaal vertier krijg je als je muzikanten uit het hardcore metal circuit en klassiek geschoolde muzikanten bij elkaar brengt. Zanger Matthieu Miegeville (My Own Private Alaska, Psykup, The Black Painters) en drummer Jérémy Cazorla (Shake Us) slaan de handen in elkaar met gitarist en pianist Arnaud Barat en celliste Audrey Paquet (Trio Milonga, Quatuor Eveil). Samen schetsen ze een beeld van een post apocalyptische wereld de chaos voorbij. De overlevenden komen getekend uit de strijd. Het enige wat ze nog hebben zijn hun dromen. De zang is soms rauw en schreeuwerig, doch zonder de andere instrumenten in het verdomhoekje te duwen. Integendeel, de cello zorgt voor een melancholische toets, de akoestische gitaar neigt naar een variant van donkere folk en folkrock. Enkele van de liedjes brengen soms Violent Femmes in herinnering. De tien songs zijn kort, beknopt. Met een totale speelduur van amper 29 minuten blijf je toch wat op je honger zitten. Anders bekeken is het misschien maar goed dat men binnen dit kort tijdsbestek blijft. De zangstem die tussen extremen in laveert valt niet altijd in goede aarde en roept soms weerzin op. Wie weet is het net dit dat men beoogt. Daarnaast is er het experimentele aspect in bijvoorbeeld ‘We Were Young’, ‘Planes And Bombs’, ’Children’ en ‘Bad Boxer Part 2’. In zekere zin zijn die twee laatste de meest extreme tracks waar de verhoudingen het verst uit elkaar liggen. Een verademing is ’A Bunch Of Roses With Thorns’, een fijnzinnig instrumentaal nummertje waarin cello en piano zich met elkaar verstrengelen. ‘Bad Boxer Part 1’ draagt de typische kracht van een chanson in zich en smacht naar een Franse tekst en dito zang. Besluit: ’Our Own Democracy’ is gedurfd, redelijk origineel en onconventioneel. Moeilijk te vatten ook, maar zijn het net niet die plaatjes waar naar uitgekeken wordt.     

Efterklang & Karsten Fundal

Efterklang & Karsten Fundal
Leaves - The Colour Of Falling
Tambourhinoceros

In eigen land mag je Efterklang beschouwen als erg succesvol. Ze staan er bekend als progressief en als een act die constant tracht te evolueren en op zoek is naar nieuwe muzikale uitdagingen. Na het uitbrengen van ‘Pyramida’ in 2012 trok het tot acht muzikanten uitgebreide gezelschap op tournee. Een aantal optredens, zoals die in het Sydney Opera House gingen zelfs vergezeld van een orkest. In 2014 laste het Deense kerntrio een rustperiode in. Men nam de tijd om het tot dusver afgelegde parcours te overschouwen en een verdere route uit te stippelen. Wat leidde tot het maken van een heuse opera. Die kreeg als titel ‘Leaves - The Colour Of Falling’ en kwam tot stand onder auspiciën van het Copenhagen Opera Festival. Dichteres Ursula Andkjær Olsen schreef de teksten. Die werden bewerkt door de muzikanten van Efterklang in samenwerking met soundtrack componist Karsten Fundal. In de zomer van  2015 werd de opera zestien avonden opgevoerd. Als setting had men gekozen voor een tijdens de periode van de Koude Oorlog duizend m2 grote ondergrondse ruimte, die kon ingericht worden als noodhospitaal en behoorde destijds toe aan het voormalige gemeentelijke ziekenhuis van Kopenhagen. Sinds decennia lang gesloten werd die voor het eerst terug opengesteld voor het publiek. Het hoeft niemand te verwonderen dat het spektakel werd omschreven als bloedstollend, mysterieus en fascinerend en met lof werd overladen. Deze unieke voorstellingen komen er nooit meer. Toch krijgt de opera dankzij deze uitgave een tweede leven en komt er een reeks van concerten met Efterklang en het Happy Hopeless Orchestra. Wat je hier te horen krijgt is een modern opgevatte songcyclus die de grenzen van de opera als verteltrant tracht te verleggen. Het libretto verhaalt over een groep mensen die ondergronds trachten te overleven terwijl bovengronds de wereld ten onder gaat. Men heeft alles te verliezen. Zowel zijn eigen identiteit, het vermogen om lief te hebben als het leven zelf. Representatief als beeldvorming zijn de in prachtige herfstkleuren gevatte, vallende bladeren op een mooie en zonnige herfstdag. Het zachte neerdwarrelen staat symbool voor het feit dat alles vergankelijk is. Voor de cast kon met Lisbeth Balslev een echte Deense operaster strikken. Ze wordt omringd door aanstormende opera talenten. Naast het traditionele element van de markante operastemmen is er het experimentele karakter en de moderne opvatting van de muziek waarbij het ritmische, in de vorm van percussie een hoofdrol krijgt toebedeeld. Deze ‘Leaves - The Colour Of Falling’ klinkt misschien wat elitair, maar is evengoed een genre overstijgende en opmerkelijke release.

Pray For Sound

Pray For Sound
Everything Is Beautiful
dunk!records

Voor Bruce Malley begon Pray For Sound eind 2011 als een soloproject met de release van een eerste album ‘Monophonic’. Door een cyste in zijn linkeroor kreeg hij echter gehoorproblemen. Het gevolg was serieus gehoorverlies, tinnitus en een steeds terugkerende pijn. Veel muzikanten zouden dan eerder opgeven en op zoek gaan naar een andere vorm van beleving, maar niet Bruce. Integendeel, Malley gebruikte zijn aandoening als een hefboom, een bron van inspiratie die zich vertaalde in teergevoelige instrumentale postrock composities. In zijn thuisstad Boston vond hij een aantal muzikanten die hem wilden helpen om zijn muzikale reis verder te zetten. Dat resulteerde in een tweede, in 2014 uitgebrachte langspeler ‘Dreamer’. Voor het maken van ‘Everything Is Beautiful’ trok het vijfkoppige gezelschap naar Glover in Vermont waar ze zich afsloten van de buitenwereld. Hun kluizenaarsbestaan duurde acht dagen. In dat tijdsbestek, niet blootgesteld aan stress en invloeden van buitenaf, vonden ze vernieuwde energie en creativiteit. Het bracht hen in een zekere staat van euforie, een soort van opwinding, met als uitkomst een pakket van elf hedendaagse songs. Pray For Sound slaagt erin om ook op deze ‘Everything Is Beautiful’ meermaals te ontroeren, zoals in het korte openingsfragment ‘The Ringing In Your Ears’ of het religieus getinte ‘Only When It Is Dark Enough Can You See The Stars’, maar ook stevig uit te halen. Soms lukt beide in één en hetzelfde nummer, bijvoorbeeld in ‘Once One Begins There Are Only Endings’, ‘Anything Can Be’ en ‘’til The Summer Comes Again’. IJzingwekkend traag en beklemmend is dan weer afsluiter ‘Valley Of Unrest’. Pray Of Sound probeert op deze ‘Everything Is Beautiful’ zondere woorden een auditieve voorstelling te geven van begrippen als licht en donker. Aan u om uit te maken in hoeverre dat ze is gelukt. 

Asger Techau

Asger Techau
Phonetics
ArtPeople

Misschien kent u Asger Techau wel als drummer van de Deense band Kashmir. Actief sinds 1991 en in eigen land een begrip in het alternatieve rockcircuit. Al een kwarteeuw maakt Asger ook jonge Deense muzikanten wegwijs in de lokale muziekindustrie. Door de jaren heen schreef hij ook een aantal eigen nummers die nu eindelijk hun weg vinden naar het publiek. Techau schrijft over het alledaagse leven en de beslommeringen die erbij horen. Genieten van een zonnige dag in het park, de herinnering aan je eerste liefde, verre reizen maken, heimwee naar thuis en familie. Of er is de meer emotionele instabiliteit tijdens hectische dagen, situaties waarbij een innerlijke tweestrijd woedt, de onzekerheid die aan je zenuwachtig maakt. Producer Mario McNulty (werkte onder meer met David Bowie, Laurie Anderson, Lou Reed en Nine Inch Nails) houdt het simpel, helder en relevant. Een spaarzame werkmethode die perfect de oprechte vertedering onderschrijft die in de liedjes van Techau hun opwachting maken. Asger ontpopt zich hier ook als een uitstekende zanger en speelt ook gitaar. Hij laat zich op deze ‘Phonetics’ omringen door bevriende muzikanten die hij enorm respecteert. Hun interpretaties van zijn songs laten horen dat de waardering en achting wederzijds is. De zuinige invulling laten nummers als ‘Phonetics’, ‘Brother’, ‘Big City Dropout’ nog beter tot hun recht komen. ‘No Misgivings’ op zijn beurt klinkt ondanks de gitaarsolo een tikje melig. Tell Tale Signs’ kan evenmin overtuigen. Het zijn de twee wat mindere momenten op een voor de rest fraaie langspeler.

Blind Ego

Blind Ego
Liquid
Gentle Art Music / Soulfood

‘Liquid’ is het derde soloalbum van RPWL gitarist Karlheinz ‘Kalle’ Wallner. In 2007 debuteerde hij met het melancholische ‘Mirror’, twee jaar later gevolgd door het hardere, meer metal georiënteerde ‘Numb’. Op ‘Liquid’ vinden we naast nieuwe componenten van beide albums elementen terug. De titel van zijn derde solo uitstap verwijst naar de unieke eigenschap van vloeistoffen. Ze zijn ongrijpbaar, glippen tussen de vingers door. Een vloeistof als water is bovendien levensnoodzakelijk, maar bezit ook een verwoestende kracht die niemand of niets ontziet. Grote contrasten die Wallner in zijn muziek heeft verwerkt. De negen songs variëren dan ook van erg heftig en brutaal naar gevoelig en emotioneel. Kalle is een gitaarvirtuoos, maar loopt daar niet mee te koop. Zijn talent etaleert hij met finesse en in de juiste proporties. Zelfs in het instrumentale ‘Quiet Anger’ gaat hij zich niet te buiten aan excessen. Voor de opnames verzamelde hij rond zich een aantal bevriende muzikanten en vocalisten. Op basgitaar zijn dat Sebastian Harnack (Sylvan), Ralf Schwager (Subsignal) en Heiko Jung (Panzerballett). Achter de drumkit zit Michael Schwager (ex-Dreamscape). Gastzangers zijn Erik Blomkvist (ex-Platitude), Arno Menses (Subsignal). Aaron Brooks van Simeon Soul Charger neemt de prachtige afsluiter ‘Speak The Truth’ voor zijn rekening. Andere opvallende songs zijn ‘A Place In The Sun’, het als single uitgebrachte ‘Blackened’, het overweldigende ‘What If’ en het pittige ‘Tears And Laughter’. Karlheinz Wallner heeft er zeven jaar over gedaan om met ‘Liquid’ in het reine te komen. Hij vindt hier wel de juiste balans, een muzikaal evenwicht tussen hard en zacht. ‘Liquid’ is dan ook een prima plaat die een divers publiek kan aanspreken.   

Fragment.

Fragment.
Nothing Will Ever Be The Same
Atypeek Music

Fragment. is het eenmansproject van de Fransman Thierry Arnal. Actief sinds 2006 heeft Arnal via diverse labels in binnen- en buitenland al verschillende releases op zijn naam staan. De meest bekende is misschien nog het album ‘Bittersweet’ uitgebracht in 2010, waarop hij de krachten bundelde met de Britse band Iroha. Thierry Arnal haalt zijn inspiratie bij acts als Godflesh, Jesu en Low. Op deze ‘Nothing Will Ever Be The Same’ is ook bassist Pascal Bertier (Amantra) van de partij. Hoofdbestanddeel is een massief, traag door dissonante en overstuurde metal gitaren gedomineerd geluid, een soort van doom variant aangevuld met stugge, afgemeten drumslagen, grimmige drones en daarover heen gedrapeerd monotoon gezang. Het is treurnis en droefenis alom op deze ‘Nothing Will Ever Be The Same’. Thierry voelt zich duidelijk in zijn sas in deze zelf gecreëerde en lugubere muzikale omgeving van onderdrukking, depressie en verdriet. Alle composities zitten geprangd in hetzelfde strakke keurslijf. In de eenvormigheid schuilt echter het gevaar van afstomping, saaiheid en herhaling. De dreinende, zeurende manier van zingen, waarmee Arnal zijn mindere zangkwaliteiten probeert te maskeren, doet daar nog een schepje bovenop. Dat laatste komt vooral tot uiting in ‘Got To Let You Go’, ‘Lose Yourself” en ‘With Eagle’s Claw’. Meest ‘luchtige’ nummer is nog het instrumentale ‘In Silence’. In zijn geheel is ’Nothing Will Ever Be The Same’ loodzwaar en moeilijk te verteren. Voor liefhebbers van de donkerste soort doom, post metal en shoegaze.

Dirk Serries

Dirk Serries
Microphonics XXVI-XXX: Resolution Heart
Tonefloat
De laatste jaren was Dirk Serries actief in verschillende muzikale constellaties als Yodok III, Kodian Trio en naast nog vele anderen, met muzikanten als John Dikeman, Rene Aquarius, Rutger Zuydervelt en Chihei Hatakeyama. Allemaal uiteenlopende projecten waar meestal de nadruk lag op het experimentele en improvisatie, wat leidde tot op muzikaal gebied heel wat verrassende uitkomsten. ‘Microphonics’ is op zijn beurt een cyclus die begon in 2008 en nu wordt afgerond met een laatste en ultieme deel ‘Microphonics XXVI-XXX: Resolution Heart’. In zijn eentje ontpopt Serries zich als een meester van het ambient genre. Harmonie, melancholie, dynamiek, zuiverheid, schoonheid worden gecombineerd met minimalisme, loutering, stilte, strakheid en dissonantie. Een zacht geruis is de aanzet van ‘Epiphany And Isolation’. Blijvend op de achtergrond komen daaroverheen verschillende lagen opgewekt door elektrische gitaar en viool. Het geeft de compositie iets plechtstatig, bijna religieus. De muziek onderschrijft de meervoudige betekenis die de titel van de song in zich draagt. ‘I Communicate Silence’ heeft een meer cinematografisch karakter. De lucht is ijl, het landschap bar en desolaat. In het oosten komt de zon op. In de schemering van de kille, blauwe lucht kun je een laatste weerspiegeling zien van de maan. Een nieuwe dag kondigt zich aan. In ‘Swept To The Sky’ brengen greinige, korrelige drones een gewemel op gang. Een veelvoud van gestaag aanzwellende geluiden vermengen zich met elkaar en deinen uit tot een in de hand gehouden en gecontroleerde hectiek. Het slotakkoord is ‘The Deprivation Of Heart’. De mens als individu is tot veel in staat. Zowel constructief als destructief. Wat uitnodigt tot een moment van bezinning en reflectie. Er is de aanblik van een zweverig tracé van wisselende stemmingen dat uiteindelijk tergend traag afneemt en uitdooft. Wat rest is een oorverdovende stilte. Deze ‘XXVI-XXX: Resolution Heart’ is een waardig slot voor de ‘Microphonics’ reeks waar je altijd blijvend kan van genieten. Dirk Serries gaat nu ongetwijfeld nieuwe muzikale uitdagingen aan. 

De dag na de officiële release, op 19 november geeft Dirk Serries een eenmalig en exclusief concert van ‘Microphonics XXVI-XXX: Resolution Heart’ in de Singer in Rijkevorsel. Alle info vind je op de site van De Singer.

donderdag 10 november 2016

Krobak

Krobak
Nightbound
Purple Sage

De stroom aan postrock bands blijft verder uit deinen en brengt ons naar verschillende, soms minder voor de hand liggende plaatsen in de wereld. Met Krobak zijn we deze keer aanbeland in Kiev in Oekraïne. Krobak is een act die al een hele tijd aan de slag is en begon als een eenmansproject van multi-instrumentalist Igor Sydorenko in 2006. Zijn debuutplaat ‘The Diary Of The Missed One’ wordt beschouwd als het eerste Oekraïense postrock album. Weinig erkenning deed hem besluiten om in 2009 Krobak te laten voor wat het was en zijn pijlen te richtten op het meer succesvolle Stoned Jesus. Nog eens drie jaar later werd Krobak nieuw leven ingeblazen en met een meer volwaardige bezetting bestaande uit Igor zelf plus Natasha Pirogova (drums), Asya Makarova (basgitaar) en Marko Nikolyuk (viool) kwam er met ‘Little Victories’ een tweede langspeler uit in 2013. Naast invloeden van Godspeed You! Black Emperor, Yndi Halda en Mono vielen er ook elementen te bespeuren van Swans, King Crimson en The Mars Volta. Het groepsgeluid werd nu nog wat verder uitgediept op het huidige werkstuk ‘Nightbound’. Naast de prominente rol van de viool als instrument sluimert in de achtergrond de traditie van lokale volksmuziek vermengt met progressieve rock en een equivalent van hedendaagse postrock. Het album telt slechts vier instrumentale geluidssculpturen. Elk met eigen kenmerken die mee moeten helpen de eenvormigheid van het aanbod aan instrumentale muziek te ontstijgen. Iets wat het viertal met ‘Stringer Bell’, ‘No Pressure, Choice Is Yours’ en ‘So Quietly Falls The Night’ nog lukt ook. ‘Nightbound’ is een intense, gevarieerde en interessante langspeler. Alleen het resterende, op zich wel mooie ‘Marching For The Freedom We Have Lost’ is repetitief en eentonig en blijft wat steken in goede bedoelingen.

Haan

Haan
Sing Praises
Kaos Kontrol

Laten we maar meteen met de deur in huis vallen. De combinatie van sludge metal en noise is Haan op het lijf geschreven. Het in 2012 als No Way opgerichte viertal uit Brooklyn, New York wist zich al snel een reputatie bij elkaar te spelen. Komt onder meer door de macabere teksten en zanglijnen van frontman Chuck Berrett, de overstuurde en jachtige gitaren en een brutale, door alles heen hakkende ritmesectie met achter de drumkit de imponerende Chris Enriquez. Dat ze aan een opmars bezig zijn bewijst de samenwerking met Andrew Schneider die al achter de knoppen zat bij Unsane, Cave In, Shrinebuilder en Pelican. Berrett kan meer dan alleen in de rooie gaan en zich de longen uit het lijf schreeuwen. Het is zelfs pas wanneer hij gewoon gaat zingen dat je het benauwd krijgt. Zijn donkere, indringende timbre jaagt je de stuipen op het lijf. Vooral het nummer ‘Pasture / Abuela’ maakt een verpletterende indruk. Deze steenharde vier tracks tellende ep is een debuut dat kan tellen en beloofd nog veel goeds.

Svin

Svin
Missionær
PonyRec

Baanbrekend kwartet uit Denemarken dat naar lieve lust experimenteert. Het viertal trok voor de opnames van ‘Missionær' in december 2015 naar de gerenommeerde Sundlaugin Studio opgericht door de IJslandse band Sigur Rós. Tien intense dagen waren genoeg om hun zes songs tellende vierde release in te blikken. Zo te horen heeft de overweldigende omgeving, de schoonheid van het in de winter barre landschap een sterke indruk nagelaten en voor de nodige inspiratie gezorgd. In die mate dat de immense vergezichten en panorama’s een voorname plaats innemen in de muziek van Svin. Ook hier veel saxofoon, een instrument dat blijkbaar goed in de markt ligt en dezer dagen in veel verschillende genres aan bod komt en dikwijls een eminente rol vervult. Men gaat van start met het zeer onheilspellende ‘Dødskontainer’, een compositie die tot nadenken stemt. ‘Færge Ellen’ klinkt bijna als een gewone rocksong. Alleen de sombere saxofoon, die zich als een luid loeiende fabriekssirene manifesteert, gooit roet in het eten. ‘Japser’ doet qua structuur een beetje denken aan die andere geweldige saxofonist, de Noor Jan Garbarek. Alleen lopen hier bij de langgerekte noten de koude rillingen over je rug. In ‘Kirkesorgelsafrikaner’ wordt de klankkleur van een kerkorgel, Afrikaanse percussie en Oosterse geluiden nagebootst met de voorhanden zijnde instrumenten. Een sterk staaltje van improvisatie, observatie en toetsing aan wat we vandaag zouden kunnen omschrijven als multiculturele muziek. Het stemmige ‘Stella’ gaat vergezeld van een bijna religieuze gloed. Het zou de voorbode kunnen zijn van één of andere mirakel en een reden om een zalig verklaarde te verheffen tot de status van heilige. Of de nakende komst inleiden van natuurfenomenen zoals de midzomernacht zon of het poollicht. ‘Missionær’ is bijzondere plaat gemaakt door vier uitzonderlijk getalenteerde muzikanten.

Seven Impale

Seven Impale
Contrapasso
Karisma Records

Contrapasso is een literair begrip waarmee bedoeld wordt dat iemand in de hel wordt gestraft met een bij zijn zonde passende straf. Contrapasso's worden veel gebruikt in ‘La Divina Commedia’ van Dante Alighieri. Hier gaat Dante op reis door het hiernamaals. Als hij in de hel komt ziet hij dat veel mensen een dergelijke straf krijgen. Je kunt het begrip ook een muzikale betekenis geven als je letterlijk vertaald: ‘Contra’ is tegen en ‘passo’ stap of tempo. ‘Contrapasso’ is voor het Noorse ensemble Seven Impale de opvolger voor hun bewierookte en door velen als overweldigend bestempeld debuut ‘City Of The Sun’ uitgebracht in 2014. Seven Impale stond dus voor de moeilijke taak om even goed te doen en hetzelfde niveau te evenaren. Ze hebben echter met glans de proef doorstaan, want ‘Contrapasso’ is zo waar nog beter dan zijn voorganger. Het zestal bestrijkt een uitermate breed spectrum en naast progressieve rock zijn er verwijzingen naar jazzrock, funk, metal, elektronische muziek en space rock. Ook de zang is nogal speciaal en soms vervormd. Een prominente rol is weggelegd voor instrumenten als saxofoon, mellotron en Hammond orgel. Om maar te duiden dat ‘Contrapasso’ een album is dat zich moeilijk laat vatten. De complexiteit, het experimentele karakter, de vele contrasten kunnen wel eens een struikelblok vormen. Maar de aanpak van deze nog jonge, getalenteerde muzikanten is verfrissend en origineel, ook al zullen oudere prog adepten raakvlakken vinden met het werk van pioniers als King Crimson, Van Der Graaf Generator of Frank Zappa. Ook ‘nieuwere’ namen als Jaga Jazzist en Beardfish passen in dit plaatje. Persoonlijk ga ik overstag voor de tegendraadse, onverwachte en onvoorspelbare wendingen. ‘Contrapasso’ is een langspeler die je epateert. Een onverbiddelijke aanrader voor elke fan van progressieve rock. En een plaat die je nog lang zal heugen.

Narcosatanicos

Narcosatanicos
Body Cults
Bad Afro Records

Het Deense Narcosatanicos doet zijn naam alle eer aan. Het sextet brengt een broeierig, zwoel, invretend en chaotisch mengsel van  protopunk, noise, avant-garde, psychedelische rock, jazz en krautrock. Je zou kunnen denken; muziek ontstaan tijdens een slechte LSD of heroïne trip. Of het feit dat ze repeteren in de kelders van een oude fabriek, waar er tijdens de tweede wereldoorlog chemicaliën werden gemaakt, kan er ook iets mee te maken hebben. Naar het schijnt zou het bewuste fabrieksterrein nog steeds radioactief besmet zijn. Een zowel voor de lichamelijke als geestelijke gezondheid slechte omgeving. Ik zou alvast uitkijken naar een ander repetitiekot. Een belangrijke rol is weggelegd voor saxofonist Zeki Jindyl Søgaard. Zijn intense, inventieve speelstijl is een verrijking voor het zo al vernuftige en kunstige groepsgeluid. Al is er een wereld van verschil tussen de muziekgenres toch doet Narcosatanicos me soms denken aan het Noorse Shining. Die zetten ook met duivels genot de boel op stelten en vertonen schizofrene trekjes. Het is al meteen prijs met ‘Vulvic Church’ dat redelijk gestoord en onsamenhangend in de oren priemt. Menig luisteraar zie ik al direct afhaken, maar persoonlijk heb wel sympathie voor groepen die kiezen voor een destructieve aanpak. De muzikale gespletenheid zet zich verder door in het verstikkende ‘Vile’, het beklemmende ‘Mania’ en de waanzinnige euforie van ‘Void Kink’ en ‘Bliss’. Noise en avant-garde het is een verraderlijk psychotische cocktail. In ‘Television Dreams’ en ‘Matamoros’ trekt men voluit de kaart van de psychedelica, de jaren zestig revisited, toen paddenstoelen nog erg in trek waren. ‘Body Cults’ is niet het proefstuk van Narcosatanicos, want in mei 2014 debuteerde het zestal met een eerste langspeler, ook al een lofzang op negatieve ervaringen met narcotica. Paranoia tot kunst verheven. Moet kunnen.

Mono

Mono
Requiem For Hell
Pelagic Records/Cargo

Gingen ze met hun vorige langspeler ‘The Last Dawn/Rays Of Darkness’ nog op de retro toer om aansluiting te vinden bij het groepsgeluid uit hun beginperiode, dan tappen de heren van Mono met deze ‘Requiem For Hell’ nu uit een heel ander vaatje. Hun nieuwe schijf getuigt van vitaliteit, intensiteit, spankracht en schoonheid. Onder impuls van gitarist Takaakira Goto, die alle vijf songs componeerde, heeft Mono een nieuw elan gevonden. Frugaal en stemmig, maar ook geestdriftig en gedreven, verrukkelijk en luisterrijk. Een tocht, een reis die parallel loopt met die van Dante Alighieri zijn ‘La Divina Commedia’. Daarom ook koos men op de hoes voor een illustratie van Gustave Doré. Die hoort bij het laatste luik van ‘La Divina Commedia’, ‘Canto XXXI' waarbij Dante en Beatrice hun blikken zijn gericht op het empyreum waar God en de zielen van de deugdzamen zich bevinden. Ook opmerkelijk is de afbeelding van een nog ongeboren kind in de baarmoeder. Het gaat hier om Ely, de eerstgeborene van hun Amerikaanse vriend en labelbaas Jeremy deVine. Die had hen tijdens de zwangerschap van zijn vrouw geregeld foto’s gestuurd en weergaves van haar hartslag. Na de geboorte van Ely besloot men bij Mono om een song aan haar op te dragen; ’Ely’s Heartbeat’ waarbij haar hartslag verwerkt zit in de intro. De opzet en structuur van de songs is naar postrock normen soms ongewoon. Zo begint ‘Death In Rebirth’ tamelijk heftig. Hier geen zachte aanloop of lange intro. Halverwege zit men al aan een piekmoment waarna het tempo nog versnelt om te eindigen met een explosieve cocktail van harde drums en vervormde gitaren. ‘Stellar’ gaat traag van start met piano en strijkers in een meer klassieke opbouw. Het idyllische patroon wordt naar het einde toe verstoord door drone geruis. Ook de titelsong kent een lieflijk begin met een kletterende waterval van heldere gitaarklanken. De stemming slaat al snel om en heel gestaag gaan de muzikanten stevig aan het rocken. Halverwege komt er bruusk een ijzig, kil intermezzo. Van waaruit de langgerekte finale wordt ingeleid. Een ware storm breekt los, de hellepoort staat wijd open, de hitte komt je tegemoet. De verbeeldingskracht van de muziek is zonder meer aangrijpend. Zelden meegemaakt. In de intro van ‘Ely’s Heartbeat’ hoor je dus de snelle hartslagen van de nog ongeboren Ely in een voor de rest fraaie song die Ely als ze wat ouder is wel zal weten te appreciëren. Eindigen doen ze met, in vergelijking met de rest wat tegenvallende track met de toepasselijke naam ‘The Last Scene’. Dat Mono nog altijd hoge ogen kan gooien bewijzen ze andermaal met dit bijna goddelijke werkstuk, ‘Requiem For Hell’.

Meraine

Meraine
Meraine
Moment Of Collapse Records

Uit de as van de vorig jaar ter ziele gegane Duitse act Akela is Meraine opgestaan. Zanger Samuel is er niet meer bij. Het zijn nu drummer Jan Tester en gitarist Florian Gering die de zang voor hun rekening nemen. Nou ja, het zijn machtige uitbarstingen van gekrijs en geraas. De heren stellen hun stembanden erg op de proef en schreeuwen zich helemaal schor. Het gaat er echt rauw, ruw en agressief aan toe. Sporadisch komt er een rustpunt in de vorm van het instrumentale, met samples doorspekte ‘Entropy’ of tijdens nog enkele kortstondige passages in andere songs. In de tweede helft van ‘Abandon’ stevent men zelfs af op een door kille, ijle drones aangestuurd desolaat landschap. Een mijmering die gewelddadig wordt teniet gedaan door het verzengende ‘Marrow’ dat ook een zachte, doch korte uitloper kent. Meraine puurt er alles uit. Zich in het zweet werkend en tot bloedens toe, gaat men fysiek tot het uiterste. Hun post hardcore variant is als een laaiende stroom lava, soms verraderlijk langzaam, maar alles verwoestend. Alles wat nog rest is een tot aan de horizon reikende zee van vuur en as. ‘Meraine’, een plaatje dat je overdonderd.

Madder Mortem

Madder Mortem
Red In Tooth And Claw
Karisma Records/Dark Essence Records

Met belangstelling is uitgekeken naar de terugkeer van Madder Mortem aan het metal muziekfront. Hun laatste wapenfeit was de ep ‘Where Dream And Day Collade’ in 2010 en ‘Eight Ways’, hun laatste studio album zag nog een jaartje eerder het daglicht. De groep wist in het verleden met elke release te verrassen en gaf het progressieve metal genre nieuwe impulsen. Een traditie die ze ook met deze ‘Red In Tooth And Claw’ in ere trachten te houden. Madder Mortem heeft er zijn handelsmerk van gemaakt om buiten de lijntjes te kleuren. Echt vernieuwend zijn ze vandaag niet meer, maar nog wel ‘out of the box’. ‘Red In Tooth And Claw’ is hoe dan ook een uitmuntend album. Madder Mortem weet als geen ander een brede waaier aan facetten te integreren in zijn groepsgeluid. Dat kan gaan van rauw geschreeuw tot zacht gefluister in een veelvoud aan stijlvariaties, gaande van doom, over klassieke hardrock, progressieve rock/metal, jazz en avant-garde. ‘Red In Tooth And Claw’ smeekt om heel luid te worden afgespeeld. De songs lenen zich er wonderwel toe. Zangeres Agnete haalt zoals we van haar gewend zijn alles uit de kast, terwijl de overige instrumenten om haar heen tollen. Dat het er soms onorthodox aan toegaat zal niemand verbazen. Het maakt deel uit van het Madder Mortem recept. Het vijftal sleurt de luisteraar mee in een draaikolk aan emoties en onverwachte wendingen. Het levert overwegend geweldige tracks op als ‘Blood On The Sand’, het fantastische ‘Fallow Season’, ‘Pitfalls’, ’Returning To The End Of The World’, ‘Stones For Eyes’, het wondermooie en ontroerende ‘The Whole Where Your Heart Belongs’ en het machtige ‘Underdogs’. Madder Mortem is terug van weggeweest. En hoe.

Cynic

Cynic
Uroboric Forms – The Complete Demo Recordings
Century Media

Het uitbrengen van een verzameling demo’s als een volwaardig album is altijd een beetje link. De kwaliteit van de opnames is sowieso minder. De songs niet altijd afgewerkt en in hun definitieve vorm gegoten. Dat laatste kan de nieuwsgierigheid aanwakkeren om te weten te komen hoe bepaalde nummers zijn ontstaan. Ook krijg je liedjes voorgeschoteld die het nooit hebben gehaald op één van de artiest in kwestie zijn platen. Of het zij in een heel andere vorm tekstueel, muzikaal of beide. Bij Century Media vonden ze het gerechtvaardigd om alle demo’s van het toch wel legendarische en baanbrekende Cynic te verzamelen en als regulier album uit te brengen. Dat ze echt alles hebben samengeraapt kun je afleiden uit het feit dat ook een auditie tape met twee tracks ingezongen door Brian DeNeffe, die kortstondig deel uitmaakte van de bezetting, zijn weerhouden. Cynic werd opgericht in 1987 en profileerde zich in zijn beginjaren als een death metal band. Technisch complex, maar van progressieve elementen, alternatieve metal of jazz fusion was nog geen spoor te bekennen. Die zouden pas hun intrede doen op hun debuut ‘Focus’ in 1993. De manier van zingen is intussen ook helemaal geëvolueerd. Frontman Paul Masvidal slaat de nagel op de kop wanneer hij zegt dat deze demo’s schetsen zijn van een ontluikende band. Zelf hoort hij en voelt hij aan dat daar de kern ligt, ook wat betreft zijn manier van gitaar spelen, want die hanteert hij ook vandaag nog. Deze demo’s van een kwarteeuw geleden zijn een momentopname. De neerslag van wat Cynic toen representeerde. De voorbode van wat komen zou. Het valt alleszins moeilijk in te schatten hoe relevant deze collectie songs in het huidige tijdsbestek nog zijn.

Leprous

Leprous
Live At Rockefeller Music Hall
InsideOut Music

Voor de registratie van zijn eerste dvd koos het Noorse prog metal gezelschap Leprous voor een thuismatch in Oslo in de Rockefeller Music Hall. Als je in eigen land optreedt dan krijg je de handen van het publiek iets makkelijker op elkaar en het hoeft ook niet te verwonderen dat men speelde voor een vol huis. Muzikaal lag de nadruk op hun meest recente album ‘The Congregation’ (2015), afgewisseld met een aantal oudere, zeg maar de voor Leprous meest representatieve songs. Zoals het een progressieve band betaamt zijn de composities complex. Technisch klopt het plaatje helemaal. De heren pakken graag groots uit met ingewikkelde en snelle drumpatronen met in de hoofdrol trommelaar Baard Kolstad. Zanger/toetsenist Einar Solberg kan heel hoog uithalen en komt soms nogal theatraal over. Lichtjes enerverend zijn een veelvoud aan korte en lange uithalen ‘aha’s’ die hij te pas en te onpas kweelt en die de term ‘aha-erlebnis’ plots een heel andere betekenis geven. Zijn vocale stijlvariant, die me maar matig kan bekoren, ontwikkelde hij samen met het echtpaar Heidi Solberg Tveitan (Starofash) en Vegard Sverre Tveitan, beter gekend als Ihsahn (ex-Emperor). Gelukkig zijn er nog een paar zeldzame passages waarin hij wat rauwe grunts in het pak gooit en de rest van de band in zijn zog meesleurt. Gitaristen Tor Oddmund Suhrke en Øystein Landsverk pakken uit met hun twee nieuwste speeltjes, zes- en achtsnaren tellende Aristides gitaren. Dit zorgt voor een speciale, doch eenzijdige klankkleur. Leprous brengt prog metal met een hoge moeilijkheidsgraad. De uitvoering is echter eerder kil en afstandelijk. Alleen in ‘Foe’, het felle ‘Third Law’ en in de bis ronde lijkt men echt voluit te gaan en gaat het dak eraf. In ‘Contaminate Me’ komt tweede drummer Tobias Øystein Andersen - die al eerder eens ten tonele verscheen tijdens het eerder genoemde ‘Foe’ - nog eens opdraven, samen met Ihsahn en violist Håkon Aase. Het bonusmateriaal op hun eerste live dvd bestaat uit de officiële video’s van ‘Restless’, ‘The Cloak’, ‘The Price’ en ‘Slave’. De verschillen tussen het ‘oude’ en Leprous ‘huidige’ groepsgeluid komt hier aan de oppervlakte. Wat dan te zeggen van een amateuristische en povere, dertien jaar oude opname in diezelfde Rockefeller Music Hall? Een laatste toegift is een al even wazig ‘behind the scenes’ filmpje van vijf minuten. Leprous doet heel hard zijn best om zich te profileren in een poging om anders te klinken dan hun genregenoten. Iets waar ze af en toe in slagen, maar tegelijk aantoont dat hun muzikale universum sterk is afgebakend.

Fvnerals

Fvnerals
Wounds
Golden Antenna Records

Sommige bands laten zich al wel eens totaal overheersen door de muziekstijl die ze aanhangen. Bij wijze van spreken halen ze dan het onderste uit de kan. Zo een act is het in Glasgow residerende Fvnerals. De naam laat er al weinig twijfel over bestaan dat vrolijk huppelende of blije, zonnige deuntjes niet op hun speellijst staan. Fvnerals treed in de voetsporen van Earth en gelijkgestelde zielen als True Widow en King Woman. Duistere, zwaarmoedige, maar machtige doom klanken, traag schuifelende postrock, dreigende drone geluiden, in zichzelf gekeerde shoegaze en een zangeres die op een beklijvende en aangrijpende manier de teksten evoceert. In overeenstemming met de muziek verhalen en beroeren de zeven songs al even sombere onderwerpen als de onomkeerbaarheid van de tijd, chronische depressie, vereenzaming, gelatenheid en de angsten die men uitstaat. Je zou van minder depressief worden. Op het eerste gehoor klinkt ‘Wounds’ monotoon en dompelt je onder in een begrafenisstemming. Het is een album dat meerdere luisterbeurten vereist, want zo ontdek je de verscheidenheid aan nuances en schakeringen. Zo peilt het instrumentale ‘Void’ naar de zwarte duisternis in een zich ver uitstrekkend universum en slaat een monumentale titelsong diepe wonden. Nog tot de verbeelding sprekende tracks zijn ‘Teeth’, ‘Crown’ en ‘Antlers’. ’Wounds’ is de tweede langspeler voor Fvnerals, een plaat die uitnodigt om luid af te spelen en zo nog enige tijd blijft nazinderen.

Crippled Black Phoenix


Crippled Black Phoenix
Ook bronzen objecten kunnen ontzettend mooi zijn
Het was een tijd geleden dat deze Britse formatie nog van zich had laten horen, want voor hun vorige tour de force ‘White Light Generator’ moeten we terug naar maart 2014. Muzikaal brein Justin Greaves en de de zijnen gingen niet op zoek naar goud, toch niet als we afgaan op ‘Bronze’, de titel van de nieuwe langspeler. Brons is samengesteld uit metalen en niet-metalen componenten. Het is een legering met specifieke kenmerken, uniek in zijn soort. En als je het zo bekijkt is de link met de uit vele facetten bestaande muziek van Crippled Black Phoenix of kortweg CBP en de daarbij horende soms macabere teksten niet eens vergezocht. Het was drijvende kracht Justin zelf die ons te woord stond om een en ander toe te lichten.
Paul Van de gehuchte



Fartumalus Purdger
Op Skype kom je de vreemdste aliassen tegen en Justin heeft er ook zo eentje: Fartumalus Purdger. Een naam die me intrigeerde en ik wou wel eens weten of het een verzinsel is of hoe onwaarschijnlijk ook, het een naam is die echt heeft bestaan. Na een beetje zoeken kwam ik terecht bij het boek ‘Morecock, Fartwell, & Hoare: A Collection of Unfortunate but True Names’ van Russell Ash, gepubliceerd in 2009. Justin: ‘Het boek is een verzameling van namen die ouders aan hun kinderen hebben gegeven. Sommige zijn echt wel van de pot gerukt zoals die van het jongetje Fartumalus Purdger, geboren in 1829. Ik vond het wel origineel en tot de verbeelding sprekend om die als pseudoniem te gebruiken. Dergelijke naslagwerken zijn niet het soort lectuur dat ik vaak lees. Eigenlijk lees ik heel weinig boeken, want ik ben dyslectisch. Toen ik jonger was las ik graag de thrillers van James Herbert. Later ben ik dan meer strip- en beeldromans gaan lezen. Voor iemand met dyslexie is dat gemakkelijker. Maar wat mijn artistieke ontwikkeling betreft ligt de nadruk meer op films dan boeken.’

Justin is een liefhebber van kunst in het algemeen en films in het bijzonder. Wat hij graag ziet neemt hij in zich op en koestert het. Wanneer hij muziek schrijft sluit hij zich af van de buitenwereld. De inspiratie komt in vlagen, de ene dag niet, de andere dag wel. Hij moet op zijn gevoel afgaan. Goede ideeën worden onmiddellijk omgezet in demo’s waar hij dan verder mee aan de slag kan om zo tot nieuwe songs te komen. Hij is niet het soort muzikant die op zijn gitaar begint te tokkelen en zo originele ingevingen krijgt. Hij is eigenlijk als drummer begonnen en is dat vele jaren geweest in verschillende groepen. Nu speelt hij alleen nog drums tijdens het opnameproces van CBP albums. Hij wenste dat hij meer tijd had om te drummen, want hij vindt van zichzelf dat hij een betere drummer is dan gitarist. Justin: ‘Mijn favoriete drummers zijn muzikanten die opgaan in de muziek en ten dienste staan van de muziek. Mijn mening is dat drummers die niet opvallen beter zijn dan degene die graag pronken met wat ze kunnen.’

Zelf teksten schrijven doet Justin niet. Nummers die af zijn geeft hij een thema en een titel en dan is het aan zanger/gitarist Daniel Änghede om er woorden bij te bedenken. Zelfs mocht hij een goede tekstschrijver zijn, dan nog zou hij het overlaten aan de vocalist, omdat die de liedjes moet zingen en zich moet kunnen inleven. Een zanger moet zijn hart laten spreken.


Niet te definiëren muziek, maar ook niet uniek
Al sinds de begindagen is de muziek van CBP niet te vatten binnen een specifiek genre of stijl. Met dit zesde album kun je dit zelfs zien als een kenmerk, een stempel. Het is niet iets waar Justin zich van bewust is of rekening mee houdt tijdens het schrijven van nieuwe nummers. Vroeger in vorige bands speelde hij meer stijl gebonden. Eenmaal Justin zijn eigen ding kon doen viel dat als een last van zijn schouders. Alle invloeden uit het verleden werden gesublimeerd en als je geluk hebt komt er dan iets te voorschijn dat anders klinkt. Hij ziet zichzelf als een outlaw. Hij wil geen deel uitmaken van een bepaalde scene waarbij de verwachtingen zijn voorbestemd. Het is aan de luisteraar om uit te maken waar wat thuishoort, de muziek een plaats te geven. Hij ziet het als een voorrecht om in een situatie te verkeren dat mensen moeite doen om de muziek van CBP ergens onder te brengen. Justin: ‘Ik weet niet waaraan het ligt. Misschien omdat ik linkshandig ben, maar rechtshandig gitaar speel. Dat en het feit dat ik van oorsprong drummer ben heeft alleszins een invloed op de ritmiek.’

Wanneer Justin het passend vind maakt hij wel eens gebruik van samples. Hij kiest daarvoor uit een aantal favoriete uitspraken en tekstfragmenten uit films of soundtracks. Niet lukraak, maar steeds afgestemd op de sfeer en de relevantie van de song in kwestie. Dergelijke impulsen kunnen zelfs bepalend zijn voor het verdere verloop of de richting die een album uitgaat. 

Naast Crippled Black Phoenix is Justin nog actief in Se Delan, een duoproject samen met zijn levensgezellin Belinda Kordic. De twee acts staan los van elkaar. Er is muzikaal geen overlapping of kruisbestuiving. De muziek gaat ook een andere richting uit. Meer prog rock en gothic. Belinda kan zich helemaal ontplooien als zangeres en ze schrijft ook de teksten voor Se Delan. Muzikaal graaft Justin in territoria die hij lange tijd heeft onderdrukt, maar die hij dankzij Belinda terug heeft opgerakeld.
 

Roadburn 2017
Crippled Black Phoenix mag volgend jaar voor het eerst aantreden op het gerenommeerde Roadburn Festival, meer bepaalt op donderdag 20 april. Voor Justin is het zijn tweede passage. In 2005 mocht hij al eens aantreden, maar dan als drummer van Electric Wizard. Justin is heel blij met de uitnodiging, doch is ook wat onzeker over hoe de ontvangst gaat zijn. Crippled Black Phoenix valt niet bij iedereen in de smaak. Roadburn is gelukkig een festival met een brede kijk op muziek en een grote diversiteit aan artiesten. Heel wat stijlen en genres komen er aan bod. Het publiek is dan ook voorbereid en tolerant ten over staan van deze veelomvattende waaier aan bands. Justin weet waarover hij spreekt, want heeft al een paar slechte ervaringen gehad, zelfs nog eentje eerder dit jaar. In april waren ze op tournee met Converge. Tijdens hun show in Londen werden ze uitgejouwd en beschimpt door het publiek. Justin: ‘De reden waarom je hier speelt is omdat je uitgenodigd werd door de hoofdact, in dit geval Converge. Maar als zoiets gebeurt dan ga je je toch vragen stellen, want niemand wil in die positie terechtkomen. Niet dat iedereen van onze muziek moet houden, maar een beetje respect is toch het minste wat je verwacht. Het probleem hier was dat wat wij brengen mijlenver afligt van de metalcore van Converge. Als buitenbeentje gaat onze voorkeur dan ook uit naar tournees waar we hoofdact zijn en liefst dan zelf de overige groepen kunnen kiezen - zoals bij onze op stapel staande toer in december met Publicist UK en The Devil’s Trade - of de enige band zijn die speelt. Daarom zijn we een beetje bezorgd over hoe de reacties gaan zijn op Roadburn.’

Zelf fietsen bouwen
Toevallig kwam, wanneer je geen auto hebt en van punt A naar B wil, het onderwerp fietsen en motorrijden ter sprake en wat blijkt: Een hobby van Justin is het bouwen van en rijden met ‘gravity bikes’, fietsen waarbij het zwaartepunt heel laag ligt. Eigenlijk is het een passie. Het is zijn wensdroom om er ooit zijn beroep van te maken en vaarwel te kunnen zeggen aan ‘this silly music business’. Elke fiets is uniek in zijn soort en aangepast aan wie ermee gaat racen. De kaders zijn allemaal verschillend. De wielen moeten wel een doorsnee hebben van 20 inches (50,8 cm.) Het is een extreme sport en gevaarlijk. Begin dit jaar is Justin nog gecrasht en heeft daarbij zijn been gebroken. Je haalt topsnelheden van 80 tot bijna 100 km. per uur op een tuig, dat qua grootte in de buurt komt van een BMX fiets. De belangstelling is niet zo groot, al rijden ze in Engeland wel een soort van kampioenschap. De sport heeft meer aantrek in Italië en Spanje. In Canada was er onlangs nog  het ‘L'Ultime Descent world record speed event’ in Les Eboulements, Quebec. Met zijn vrienden gaat hij ook regelmatig downhill mountainbiken.  

Het maatschappelijk besef
Men verwijt Justin nog al eens dat hij zich te veel bezondigd aan politieke uitspraken op zijn Facebook pagina. Volgens hem spreekt men van politiek, terwijl het in de eerste plaats gaat om maatschappelijk bewustzijn. Hij is een groot voorstander van het vrije denken en zal nooit iemand zijn mening opdringen. Justin: ‘Tegen wie zich bezondigt aan het verspreiden van haat retoriek kan een gerechtvaardigde reactie niet uitblijven, maar dat heeft niets met politiek te maken. Politiek beoefenen is voor degenen die aan de macht zijn. Wij kunnen daar verandering in brengen in het stemhokje. Als je iets deelt op Facebook over dierenrechten, over anti-facisme of over pesten, dan uit je je bezorgdheid over zaken die de samenleving aanbelangen. Ik vind het belangrijk om mensen attent te maken op dergelijke maatschappelijke kwesties en die problemen aan te kaarten.’


Speelt de Brexit het Verenigd Koninkrijk uit elkaar?
Justin vindt in de eerste plaats dat het referendum nooit had mogen plaatsvinden. Het was een totaal foute beslissing. Maar je kunt de klok niet terugdraaien en binnen pakweg twee jaar zeggen de Britten vaarwel aan Europa. Hij beschouwt zich een Europeaan. Zijn moeder is Schots en hij hoopt dat Schotland er in slaagt om onafhankelijk te worden. Dan kan hij een Schots paspoort aanvragen en Europees burger blijven binnen de Europese Unie. Hij gelooft nog in de multiculture samenleving. Justin: ‘Groot-Brittannië heeft al veel van zijn grandeur verloren, maar daar trekt men geen lessen uit. Sommigen dromen van een terugkeer naar het grote en machtige rijk, ‘the great empire’. Daarnaast is er in Engeland een soort van patriotisme, een gevoel van nationale eenheid dat de kop opsteekt. We zijn de grootste en we kunnen het alleen aan. Het leunt zelfs dicht aan bij nationaal socialisme en we weten allemaal waartoe dat kan leiden. Voor de tweede wereldoorlog hadden we een beweging in het VK, ‘the black shirts’ met Oswald Mosley als leider. In het begin trok men zich het lot aan van de arbeider, de werkende klasse, maar al snel sloeg de balans door naar nationaal socialisme en facisme. Groepen werden uitgesloten, immigranten moesten het land uit. Vandaag krijg je hetzelfde beeld. Immigratie is een nijpende kwestie. Het is de schuld van de vreemdelingen. Het echte probleem is de kleine elite van superrijken die alsmaar rijker worden en een steeds groter wordende groep mensen die in armoede leven. De middenklasse is aan het verdwijnen en dat is een gevaarlijke evolutie. En het gebeurt overal in Europa, niet alleen in het Verenigd Koninkrijk.’ 

Even de muziekcarrière overschouwen 
Echte hoogtepunten zijn er niet in de muzikale loopbaan van Justin Greaves. Het opmerkelijkste feit is dat hij vandaag nog altijd aan de slag is in de muziekwereld. Nu toch al zo een dertig jaar. De laatste jaren liep het allemaal wat stroef en moeilijk, maar nu met het nieuwe album en de optredens in het verschiet, ziet het er weer wat beter uit. Dat hij zich zolang creatief zou kunnen uitleven en met zijn muziek mensen bereiken had hij nooit durven dromen. Al blijft het financieel moeilijk om overeind te blijven. Je muziek verkocht krijgen is niet meer zo evident. Dus moet je vindingrijk zijn in het vinden van manieren om als groep te overleven. 

Iedereen maakt wel eens de verkeerde keuze of neemt een foute beslissing. Bij Crippled Black Phoenix is dat niet anders. Spijt heeft Justin niet. Het enige verwijt dat hij zichzelf maakt is dat hij te lang is opgetrokken met een paar mensen, waarvan achteraf bleek dat ze de boel helemaal hadden verziekt. Hij had eerder moeten inzien dat het met hen niet zou lukken in plaats van steeds maar proberen om door te zetten. Bijna had het zijn leven verwoest en dat zou meteen het einde geweest zijn voor CBP als band, want er is niemand die de fakkel kan of wil overnemen. Justin: ‘Ik heb de nodige lessen getrokken uit wat verkeerd liep en wil nog zolang mogelijk doorgaan met Crippled Black Phoenix.

Crippled Black Phoenix

Crippled Black Phoenix
Bronze
Season Of Mist

Sinds de mensheid het geheim van het brons duizenden jaren geleden heeft ontdekt, heeft het glimmende en stralende metaal de loop van de geschiedenis veranderd. Brons bracht vernietiging en oorlog, maar er werden ook objecten mee vervaardigd die getuigen van een extreme schoonheid. Die tweespalt vind je ook terug in de muziek van Crippled Black Phoenix op hun zesde elpee ‘Bronze’. Centrale figuur bij CBP is gitarist Justin Greaves. Zijn preferentie voor films en soundtracks komt tot uiting in een cinematografisch, bloemrijk en aangedikt groepsgeluid. ‘Bronze’ begint met ‘Dead Imperial Bastard’ een vijf minuten lange ouverture die nog een uitloper kent en zich verstrengelt met de intro van ‘Deviant Burials’. Ongewoon, gedurfd en het zoveelste bewijs dat Greaves niet omkijkt naar populaire trends of rage en gewoon zijn zin doordrijft. Naast gevoelens van verdriet, wanhoop, verlangen, verlies, melancholie en nostalgie is er het gevecht tegen innerlijke demonen en de strijd tegen onderdrukking. Dat allemaal ingebed in een lugubere en morbide rapsodie van rock in zijn verschillende gedaantes, gaande van psychedelische en progressieve rock tot metal, gothic, doom, folk en wave. Het summum zijn het mooie door Belinda Kordic gezongen ‘Scared And Alone’, het aan Pink Floyd schatplichtige en experimenteel getinte ‘Winning A Losing Battle’ en het epische ‘Champions Of Disturbance’. Ruim een uur mag je doorbrengen in de magische wereld van Crippled Black Phoenix. Het klinkt als een privilege en dat is het ook, want ‘Bronze’ is een plaat waar met elke luisterbeurt andere elementen en facetten zich aandienen. Het is een fascinerende creatie met veel diepgang en onverwachte wendingen.

Covenant

Covenant
The Blinding Dark
Dependent/Mindbase

De Zweedse band Covenant bestaat dertig jaar en bekroont dat met een negende studio album ‘The Blinding Dark’. Tekstdichter en één van de stichtende leden Joakim Montelius omschrijft de nieuwe plaat als een triomfantelijke omhelzing van de innerlijk strijd die in ieder van ons woedt. Men toont de veerkracht van de ziel waarbij men de donkere schaduwen en demonen die in ons huizen onder ogen durft te zien. Een confronterend werkstuk dat de huidige problematiek van de ontmenselijking in beeld brengt: Nietsontziende terreur, gruwelijke strijdtaferelen en de daarmee gepaard gaande eindeloos lijkende stroom aan vluchtelingen. Een ontwikkeling waarbij het Westerse, sociale model zwaar onder druk komt te staan, ook in hun thuisland Zweden. Dit sombere wereldbeeld krijgt gestalte in elf van kille woede doortrokken tracks. En toch verliest het tot kwintet uitgebreide Covenant de dansvloer niet uit het oog. Via opzwepende, soms naar industrial neigende EBM ritmes blijft het vijftal trouw aan de muziekstijl die hen groot heeft gemaakt. Tussendoor krijg je een sinistere beeldvorming via mistroostige en zwartgallige geluidssculpturen met als hoogtepunten de grimmige opener ‘Fulwell’ en ‘Summon Your Spirit’. Een bijzondere bewerking van een country nummer van Lee Hazlewood, ‘A Rider On A White Horse’ sluit hier naadloos bij aan. In het danssegment zijn het songs als ‘If I Give My Soul’, ‘I Close My Eyes’ en het onweerstaanbare ‘Cold Reading’ die de boventoon voeren. Een buitenbeentje vormt het op het eerste zicht luchtige, maar wie wat dieper graaft, subtiel verhullende, maar verstikkende ‘Dies Irae’. Artistiek waagt Covenant zich met ‘The Blinding Dark’ misschien wel op glad ijs. Daartegenover staat het feit dat men ook na drie decennia nog altijd bepaalde ambities blijft koesteren en dat kun je alleen maar aanmoedigen. 

The Radio Dept.

The Radio Dept.
Running Out Of Love
Labrador Records

Zes jaar hebben we moeten wachten op een opvolger voor het overal geprezen ‘Clinging To A Scheme’. Al verscheen er in 2011 wel nog de compilatie ‘Passive Agressive: Singles 2002-2010’. De oorzaak van de voor de rest lange stilte ligt bij een dispuut met hun nu ex-platenlabel. Een strijd die ze trouwens hebben verloren. Het vierde studioalbum van The Radio Dept., ‘Running Out Of Love’ kaart de problemen aan in de huidige Zweedse samenleving. Het is het verhaal van een maatschappij in verval en dat op verschillende niveaus: politiek, intellectueel, economisch, ethisch. Veel gaat vandaag de verkeerde richting uit. De uitkomst leidt tot onbegrip, angst, apathie, ontkenning. Het is die nefaste ontwikkeling, die neerwaartse spiraal die het duo Johan Duncanson en Martin Carlberg wil aan de kaak stellen. ’Running Out Of Love’ is een prachtige plaat, emotioneel, melancholisch, maar ook direct en met een uitgesproken mening. Niet alleen wat betreft de teksten. Ook muzikaal krijg je hier een volwassen groep te horen waarbij dromerige indie en electro pop wordt afgewisseld met shoegaze elementen en naar elektronische dansmuziek neigende motiefjes. Als referentiepunten kun je daarbij onder meer acts als New Order, Saint Etienne, The Stone Roses en Pet Shop Boys naar voor schuiven. The Radio Dept. is niet het soort band dat zijn standpunten luidkeels gaat verkondigen, maar de boodschap komt wel over. Het is eigen aan de muzikale stijl van The Radio Dept. om bijvoorbeeld een heikel thema als de Zweedse wapenindustrie te laten samen gaan met een vrolijke, opgewekte melodie waarin een zweem van teleurstelling in doorsijpelt. Ook in ‘We Got Game’, ‘Thieves Of State’, ‘Occupied’ en ‘This Thing Was Bound To Happen’ zitten diezelfde tegenstrijdigheden subtiel verweven. Met ‘Running Out Of Love’ maakt The Radio Dept. andermaal zijn reputatie waar en levert hier het bewijs dat een politiek bewustzijn ook een plaats heeft in genres als dream en electro pop. 

The Foxholes

The Foxholes
Un Mal Menor
Creative Commons

The Foxholes vieren dit jaar hun tienjarig bestaan en ze doen dat in stijl met een compilatie album. Dit Spaanse gezelschap of moeten we zeggen Catalaanse, want afkomstig uit Barcelona, heeft al zes langspelers op zijn conto staan. De keuze van de songs beperkt zich echter tot hun eerste drie releases en als enige nieuwe track de titelsong. Vier nummers komen van hun titelloos debuut, twee zijn gelicht uit ‘Com O Doin Fier No’ plus eentje van hun derde plaat ‘bRutal’. Van de negen liedjes zijn er drie in het Spaans gezongen. The Foxholes brengen alternatieve rock in een wat breder spectrum dat zowel richting experimenteel als commercieel gaat. ‘México 307’ is een eerste, wat verrassende compositie met een paar gesmaakte en redelijk felle gitaarriffs. Zowel ‘Tu Realidad’ als ‘Un Mal Manor’ zijn degelijke rocknummers, maar ook niet meer dan dat. Vanaf ‘Tiny Speck’, dat ons doet denken aan de Italiaanse band After Hours, kiest men voor een ander en beter traject. Het daarop volgende ‘Goldminer Song’ is doortrokken met wat blues en grunge accenten en is zonder meer uitstekend. In ‘Invaders Proxy’ viert men de teugels en gaat er stevig tegenaan. De vocoder en synthesizer zijn de speeltjes van dienst. ‘Betrayal’ trekt de lijn door en heeft een aanstekelijke melodielijn. Meest hitgevoelig is nog ‘King Cujo’, tenminste als je de combinatie van potige gitaren, dito drums en een meezing refrein weet te waarderen. Deze beknopte verzameling sluiten The Foxholes af met ‘Quiet Castles’ een meer gevoelige, akoestische ballade. Voor wie The Foxholes niet kent is ‘Un Mal Menor’ alvast een fijne introductie, een aangename kennismaking.