zaterdag 7 maart 2020

Pyre Of Descent

Pyre Of Descent
Peaks Of Eternal Light
Terror From Hell
Na een demo in 2018 komt het in Berlijn gevestigde Pyre Of Descent aanzetten met een eerste vier nummers tellende ep. Spilfiguur is een zekere Dave S. die zich onderdompelt in mysterieuze zielenroerselen, occultisme, visioenen, spiritualiteit en psychedelica. De melancholische en melodieuze muziek kun je onderbrengen in de categorie dark rock (met een streepje gothic). Doet meermaals denken aan Fields Of The Nephilim en aanverwante acts als Sensorium, NFD (Noise For Destruction) en The Nefilim. De beste track is opener ‘Fyre’. Daarna raakt Pyre Of Descent een beetje op de dool. Af en toe kent het gezelschap een opflakkering met een paar fraaie instrumentale passages. Toch gaat het nog helemaal mis wanneer inspiratieloos gepingel en duister gegrom (‘†’, ‘To See Into The Dark (VI Wheel)’) in de vorm van een plots opdoemende dikke mist, de veelbelovende sibillijnse tocht in de kiem smoort.

Crowhurst and Gavin Bryars

Crowhurst and Gavin Bryars
Incoherent American Narrative
Prophecy

Gavin Bryars is een gerenommeerde Engelse componist en contrabassist. Inmiddels 77 jaar oud, maar nog steeds zeer productief. Voelt zich thuis in zowel jazz, vrije improvisatie, minimalisme, klassieke en experimentele muziek, avant-garde en neoklassiek. De in Philadelphia gevestigde band Crowhurst is opgericht in 2011 en het geesteskind van Jay Gambit. Crowhurst heeft naast banden met noise en black metal ook raakvlakken met drone, vrije improvisatie en minimale muziek. Beide artiesten - die een ellenlange lijst van releases kunnen voorleggen - werken hier voor het eerst samen. De bron van de drie stukken op deze ‘Incoherent American Narrative’ ligt bij niet eerder gebruikte fragmenten afkomstig van diverse geluidsbronnen en opgediept uit het rijkgevulde arsenaal van Gavin Bryars. Op het eerste gehoor misschien onsamenhangend ontvouwt er zich na verschillende luisterbeurten een desolaat landschap waar ook bijzondere accenten in weerklinken (klokkenspel, hoorn). De tracks hebben een sterk filmisch karakter waarbij monotone, massieve drones en op minimale muziek gebaseerde loops het geheel sturen en domineren. De overwegende teneur is somber en naargeestig, doch ook reflecterend, huiveringwekkend en monumentaal. Andere kunstenaars die hier als referentiepunt kunnen dienen zijn Brian Eno, Philip Glass, Sunn O))) en de tandem Trent Reznor/Atticus Ross. 

Folian

Folian
Blue Mirror
Anima

David Stephen Fylstra, een in Portland, Oregon residerende muzikant, componist, geluidskunstenaar en eigenaar van het platenlabel Anima Recordings is een bezige jongen. Naast zijn huidige, volwaardige solodebuut ‘Blue Mirror’ werkt(e) hij mee aan tal van andere projecten en experimentele acts als Ramprasad (met leden van Lumbar, Process Black), Flood Peak (met muzikanten van Lament Cityscape, Juracán), KVØID (een samenwerking met kunstenaar Dylan Garrett Smith), Canadensis (een duobezetting met Dragon Turtle's Tom Asselin), Bible Black Tyrant. Meer recent zijn er nog The Stargazer Lilies (Rad Cult / Graveface) en Drowse (The Flenser). Op deze ‘Blue Mirror’ put David uit een mengsel van verschillende muziekstijlen (shoegaze, metal, noise, drone, psychedelische rock en elementen uit de popmuziek) en voegt daar nog eigen veldopnames aan toe. De teksten zijn gebaseerd op eigen ervaringen zowel relationeel als emotioneel. Het is een voortdurende tweestrijd, een zoektocht naar het vinden van de juiste balans. De sfeer is er een van depressie, angst en drugverslaving. Naast het gedrukte tempo is ook de zangstijl van Folian weinig hoopgevend en klinkt hij mismoedig. Je zou er zelf moedeloos van worden. In die optiek lijkt Fylstra in zijn opzet te slagen. Ideaal voor wie graag wegzinkt in het grijs en de gure kilte van februari.

Human Impact

Human Impact
Human Impact
Ipecac

In New York City en omstreken zal men hier durven gewagen van een supergroep. Human Impact smeed immers een band tussen klinkende namen als Chris Spencer (Unsane), Jim Coleman (Cop Shoot Cop), Chris Pravdica (Swans, Xiu Xiu) en Phil Puleo (Cop Shoot Cop, Swans). Martin Bisi - nog een veteraan uit de New Yorkse scene - werd aangezocht om in de studio alles in goede banen leiden. Ipecac was er dan ook als de kippen bij om de band vast te leggen. De vier doorwinterde muzikanten maken hun reputatie helemaal waar. Het groepsgeluid is een mix van industrial, noise en vuige rock. Het typische gitaargeluid en stem van Spencer worden naar voren gestuwd door het filmische en futuristische karakter van Coleman zijn toetseninstrumenten en doordringende samples. Zowel drummer Puelo als bassist Pravdica staan garant voor een geraffineerd samenspel van bijna ritmische perfectie. Het geheel wordt verstoord door scherpe geluidsvervormingen die een samenleving in verval voorspiegelen en een luguber beeld schetsen van een nabije toekomst. Human Impact is vandaag hét ultieme klankbord voor NYC (‘The City That Never Sleeps’), de uit zijn voegen barstende, grootste metropool in de VS. Geniet van opruiende pareltjes als ‘Consequences’, ‘This Dead Sea’, ‘Protester’, ‘Cause’ en het sublieme ‘Portrait’. 

Mitochondrial Sun

Mitochondrial Sun
Mitochondrial Sun 
Argonauta
Niklas Sundin is gitarist en mede-oprichter van de Zweedse band Dark Tranquility. Na een carrière van dertig jaar brengt hij nu een eerste soloalbum uit. Aanleiding was het verlangen om tijdens zijn ouderschapsverlof
muzikaal actief te blijven. De aankoop van nieuw studiomateriaal sterkte het idee om zich te wagen aan het experimenten met elektronische muziek. De grondslag voor de meeste composities ligt in het verleden. Niklas zocht in zijn collectie van oude cassettes en cd-r’s naar materiaal dat destijds niet geschikt bleek om te gebruiken bij Dark Tranquility, maar nu van pas kwam en naar zijn mening de tand des tijds wel had weten te doorstaan. Favoriete riffs en melodieën werden in een nieuw kleedje gestoken en verwerkt in dit tien nummers tellende solodebuut. Voor het maken van ‘Mitochondrial Sun’ kreeg Sundin hulp van zijn maatje bij Dark Tranquility, toetsenist Martin Brändström, celliste Annika Blomfeldt en producer, geluidstechnicus, muzikant en fervent liefhebber van vintage apparatuur

Anders Lagerfors. Op zijn eersteling brengt Niklas verschillende werelden bij elkaar. Naast echte instrumenten zijn er de elektronische elementen. Samen staan ze voor de beeldvorming van het evolueren en verstrijken van de tijd. Wat genres betreft is er voldoende afwisseling. Naar klassieke muziek neigende composities worden afgewisseld met futuristische ambient of industrial getinte taferelen, diverse filmmuziek, etnische muziek en eenmaal aanleunend bij metal in de afsluiter ‘The Great Filter’. Dit alles vormt een stijlvol geheel waar je wel de nodige tijd moet voor uittrekken.

Then Comes Silence

Then Comes Silence
Machine
Oblivion/SPV

Zweeds postpunk en gothic combo dat na drie eerder verschenen albums op het bescheiden Novoton label onderdak vond bij Nuclear Blast en in 2017 een doorbraak kende met hun vierde langspeler ‘Blood’. De meeste ideeën voor hun teksten halen ze bij het thema dood. Dat de groep in al zijn facetten, nadrukkelijk morbide en macaber voor de dag komt spreekt voor zich. Voor zanger/bassist en songsmid Alex Svenson-Metés is de dood bijna een obsessie. ‘Hoewel sterven verdriet en pijn brengt aan degenen die achterblijven, moeten we accepteren dat het de uiteindelijke bestemming van iedereen is. Ik denk elke dag aan de dood en dat maakt me een aardiger persoon, dat weet ik zeker’, aldus nog Alex. Muzikaal sluit men nauw aan bij de goth/postpunk scene, een nog altijd immer populair genre. Je hoort wat Sisters Of Mercy, Joy Division, The Mission, Bauhaus en daar maakt men een uitgekookte, eigentijdse mix van. Ondanks de kille, ijskoude grondtoon zijn er aangrijpende songs als ‘Ritual’, ‘We Lose The Night’, ‘Apocalypse Flare’ ‘W.O.O.O.U’, ‘Devil’, ‘Dark End’ die nog dagen in je hoofd blijven rondspoken. Andere zijn nog iets meer sinister, duister en zwartgallig van aard: ‘Cuts Inside’, ’In Your Name’, ‘Glass’, ‘Kill It’ en ‘I Gave You Everything’, maar kwalitatief moeten ze niet onderdoen voor de eerder genoemde titels. Fijne plaat deze ‘Machine’ van Then Comes Silence.

Rosetta

Rosetta
Terra Sola
Pelagic

Amerikaanse band, actief sinds 2003 en gestaag zoekend naar nieuwe texturen en concepten. Omschrijven zelf hun groepsgeluid als ‘metal voor astronauten’. Boekten tot nu toe hun grootste succes met de langspeler ‘The Anaesthete’ (2013). Na een lange, twee jaar durende toernee ter ondersteuning van hun meest recente release ‘Utopioid’ - uitgebracht in 2017 - komt men terug aan het platenfront met de ep ‘Terra Sola’. Daarop gaat men verder op de ingeslagen weg van ‘Utopioid’ met mooie instrumentale, uitgewerkte en melodieuze passages afgewisseld door de bekende forse naar hardcore en sludge metal neigende uithalen. De nadruk ligt duidelijk op een meer ruimtelijke dimensie die afdwaalt van het metal pad. De drie composities op deze ‘Terra Sola’ zijn heel geraffineerd en delicaat. Eigenlijk is het hier enkel nog in de elf minuten lange titelsong dat de moker nog wordt gehanteerd. Zowel het stijlvolle ‘57844’ als het dromerige ‘Where Is Hope’ stralen rust uit. Benieuwd welke weg men zal bewandelen met het volgende volwaardige album.

Pray For Sound

Pray For Sound
Waves
dunk!

Hoop en geluk vinden in muziek, het kan. En dat zelfs zonder maar één woord uit te spreken. Het uit Boston afkomstige instrumentale postrock gezelschap Pray For Sound wou met zijn vierde album een positieve boodschap brengen. Dit in tegenstelling tot vooral dan hun eersteling waar oprichter Bruce Malley uiting gaf aan zijn frustraties (Bruce is doof in zijn linkeroor). Directe aanleiding voor deze totaal andere benadering was de zware rugblessure van Nick Stewart die daardoor op non-actief kwam te staan. Ondanks alles nam hij toch deel aan het creatieve proces en met de hulp van zijn medemuzikanten was hij in staat om zo de pijn te kanaliseren. Ook voor Malley was de uitkomst gunstig. De onderlinge steun stelde hem in staat om de ergernis over zijn doofheid definitief achter zich te laten. Die triomfantelijke sfeer dringt door in de composities op ‘Waves’ een titel die symbool staat voor een emotionele achtbaan van hoogte- en dieptepunten. De songs zitten boordevol goed in het gehoor liggende melodieën, energieke riffs, robuuste bastonen, luisterrijke synths, tribale percussie en dat alles afgewisseld met meer rustige, spirituele passages. Pray For Sound hoopt zijn enthousiasme en positivisme, men spreekt zelfs van een genezende kracht, over te brengen naar de luisteraar. Geniet van fonkelende liedjes als ‘All The Days’, ‘Spiral’, ‘Talus’ en de titelsong.

rýr

rýr
Left Fallow
Narshardaa

rýr is IJslands en betekent kaal, schaars, zwak. Is nochtans geen IJslandse formatie, maar afkomstig uit Berlijn. Het Duitse viertal kiest voor een instrumentaal parcours en ‘Left Fallow’ is hun eerste langspeler. Wisselt in en mengt sfeervolle, heldere en weidse postrock/ambient fragmenten met vernietigende, monumentale en slopende doom/metal riffs. Het doel van rýr is om een kruisbestuiving tot stand te brengen tussen deze zeer van elkaar verschillende muziekstemmingen. In hun optiek complementerend en helemaal geschikt om voor een aantrekkelijk en opwindend live spektakel te zorgen. De composities klinken niet gekunsteld en werken in op een gevoelsmatige en persoonlijke inleving. ‘Left Fallow’ staat garant voor een geschakeerd veld van elkaar opvolgende prikkels, soms een tikje sentimenteel, doch meestal in balans waarbij de postrock en post metal elementen als vanzelfsprekend in elkaar overlopen. Interessant debuut en het wordt inderdaad uitkijken hoe ze het er live gaan van afbrengen.

The Glad Husbands

The Glad Husbands
Safe Places
Atypeek

Italiaans trio dat in 2012 debuteerde met het album ‘God Bless The Stormy Weather’. Ze hebben er enkele jaren voor nodig gehad, maar de opvolger ‘Safe Places’ is nu een feit en daarop halen de The Glad Husbands alles uit de kast om de luisteraar in de watten te leggen. Toch de liefhebber van een ongebreidelde mix van math rock, noise, post-hardcore en punk. Soms probeert het drietal alle stijlen in één enkele song te proppen waarbij talloze, complexe tempowisselingen elkaar opvolgen. De impressies die men krijgt zijn dubbel en te omschrijven als ‘dwars liggen’ en ‘onhandig aanvoelen’. De nummers worden wel passioneel en explosief ingespeeld. Het turbulente ‘Midas’ is daarvan het perfecte uitvloeisel, maar hangt tegelijk met haken en ogen aan elkaar. Met uitzondering van afsluiter ‘Like Animals’ wordt het doorgaans wervelende effect deels teniet gedaan en wat overblijft is een nerveus slingerend traject van een band met een aardig potentieel, maar die nog niet de ideale weg heeft gevonden om zijn stijle ambities waar te maken.

dinsdag 7 januari 2020

Pleiadees

Pleiadees
Pleiadees
Subsound

In hoeverre stellen we onze geest en ons hart nog open voor impressies van buitenaf? Een overdenking die de drie muzikanten van het Italiaanse Pleiadees aanzetten tot het maken van deze langspeler. Zowel drummer Cristiano Calcagnile, Massimo Pupillo (basgitaar) en multi-instrumentalist Xabier Iriondo zijn naast muzikant ook componist. Alle drie hebben ze al een mooie staat van dienst in het Italiaanse rockcircuit en hebben elkaar nu gevonden in dit ambitieuze project. De plaat bevat slechts drie nummers die wel goed zijn voor veertig minuten muzikaal vertier. ‘Pleiadees’ is een grensoverschrijdend, hedendaags werkstuk waarin men op zoek gaat naar de oerkrachten van melodie en ritme die de mens al sinds zijn ontstaan met zich meedraagt. Het trio ging op zoek naar dat vergeten gevoel waarin ook de eigenlijke bedoeling van muziek ligt besloten: de geest verheffen en naar de aanwezigheid van het goddelijke leiden. Bij het luisteren openbaart er zich een onbekend universum. Genres en stijlen als ambient, jazz, rock, psychedelica en volksmuziek worden met gemak overstegen. Je krijgt een nieuwe vorm van wereldmuziek. Naast vrije improvisatie zijn de samples van gezongen fragmenten hier doorslaggevende componenten die deze muzikale reis intensifiëren en tegelijk aan de complexiteit van onze samenleving uitdrukking geven. Elk van de drie fragmenten legt zijn eigen accenten waarin de luisteraar zich kan verliezen. Niet vanzelfsprekend, want het vraagt een inspanning om mee in hun verhaal te stappen.

Izakaya Heartbeat

Izakaya Heartbeat
Subterranean Sunset
Handmade/PIAS”

Izakaya Heartbeat is niet de naam van een Japanse eettent, maar wel van een muziekband afkomstig uit de Noorse hoofdstad Oslo. Na ‘Ancient Asobi / In Arcadia’ (2010) en ‘Enter - Rainbow Lake’ (2013) is het viertal met ’Subterranean Sunset’ toe aan zijn derde worp. Die verschilt niet zoveel van hun voorgaande releases. Het kwartet heeft een voorliefde voor versatiele, grimmige noise rock ferm gedipt in een pittige saus van psychedelische drones. Het geluidspalet wordt verrijkt met tragere naar stoner neigende uitstapjes, een streep shoegaze of verwijzingen naar postrock. Izakaya Heartbeat haalde de mosterd bij de generatie al of niet illustere Engelstalige underground gitaargroepjes van eind de jaren tachtig, begin de jaren negentig. Het plaatje heeft verschillende luisterbeurten nodig om zijn verscheidenheid en kleine nuances prijs te geven. Zo kom je na wat rondjes te hebben gedraaid in de cd-speler tot de vaststelling dat ‘Subterranean Sunset’ een goede mix bevat van meer luchtige (pop)rock (‘Sometimes’, ‘Into The Ocean’), venijnige, instrumentale rock (‘Primitive Psyche’, ‘Endless Kiss’), hypnotische noise erupties (‘Collective Unconsciousness’, ‘Planetarium High’)  en beklijvende shoegaze (‘Hallucinating Past And Future’, ‘Fierce Femme’). Heel degelijke plaat deze ‘Subterranean Sunset’ van Izakaya Heartbeat.

Jamhed

Jamhed
Gelée Royale
Teppich/Cargo

Aan de slag sinds 2007 slaat het Duitse viertal van Jamhed een nieuwe weg in. Was hun vorige schijf ‘Lollipop Giveaway in Wee-Wah-Wonderland’ meer afgestemd op progressieve rock dan kiest men nu voor een meer psychedelische insteek die sterk doorklinkt in nummers als ‘Appleteenie’, ‘Elevator No. 3’, het fellere ‘I’m Fine’ ‘Big City Supercat' en het instrumentale ‘Creme Royale'. De invloeden van de jaren zeventig worden opgefrist en met allerlei effectjes en lagen van overdubs waarvan de opnames enkele maanden in beslag namen. Een instrumentaal tussendoortje als ‘Marble Slide’ is luchtig en vrolijk. Ook songs als ‘Cold Turkey’ en ‘Not There’ kabbelen rustig voorbij en zorgen voor een ontspannen stemming. In het eveneens relaxte ‘Pythia’ komt er toch plots een onverwachte wending. Zo krijg je een mooie mengeling van met psychedelica doordrongen pop en rock. Voor wie eens iets anders wil horen dan hardrock of metal is deze ‘Gelée Royale’ best het beluisteren waard.

Jaz Coleman

Jaz Coleman
Magna Invocatio: A Gnostic Mass For Choir And Orchestra Inspired By The Sublime Music Of Killing Joke
Spinefarm

Jaz Coleman, frontman van het legendarische Killing Joke, is naast wereldburger ook een klassiek geschoold muzikant en componist. Op zijn palmares staan naast het Killing Joke repertoire ook een aantal albums met eigen composities. Daarnaast nam hij ook tijdloze nummers van Pink Floyd (‘Us and Them: Symphonic Pink Floyd’), Led Zeppelin (‘Kashmir: Symphonic Led Zeppelin’) en The Doors (‘Riders On The Storm - The Doors Concerto’) onder handen. Killing Joke bestaat veertig jaar en blijkbaar vond Jaz de tijd rijp om de muziek van zichzelf en zijn band in een orkestraal en symfonisch kleedje te steken. Het album werd opgenomen met het oudste muziekensemble dat Rusland rijk, het filharmonisch orkest van Sint Petersburg. ‘Magna Invocatio’ is een imponerende plaat met hedendaagse klassieke muziek die ook dienst zou kunnen doen als geluidsband voor een grootse filmprent. Bij vijf van de dertien composities ‘Absolute Descend Of Light’, ‘Intravenous’, ‘Invocation’, ‘Into The Unknown’ en ‘Magna Invocatio (Gloria)’ komt er ook een koor aan te pas dat het dramatische, het theatrale en de alteratie nog wat aanwakkert. Coleman is niet voor niets een gewijd priester, verbonden aan een kerk in Nieuw-Zeeland en dan krijg je wel eens de neiging om een mooi en magisch ritueel uit je hoed te toveren. Het is Jaz zijn bedoeling om de luisteraar naar een andere met magie bevolkte dimensie te brengen en dat op een zinvolle manier. ‘Magna Invocatio’ is dan ook een prachtige plaat, de ultieme bekroning en een zeldzaam pad om tot transcendentale verbondenheid te komen.Waar ik wel geen raad mee weet is welke score hier aan te geven.

Thy Catafalque

Thy Catafalque
Naiv
Season Of Mist

Hongaars combo dat reeds toe is aan zijn negende volwaardige langspeler. De black metal van hun beginperiode zijn ze al een tijdje ontgroeit. De groep is door de jaren heen geëvolueerd en onder commando van Tamás Kátai - na het vertrek van János Juhász in 2011 de enige overlever van de oorspronkelijke bezetting - wordt er nu een breed gamma aan muziekstijlen door elkaar gehaspeld. Onder meer ambient, gothic, volksmuziek, jazz, rock, pop, electro en metal komen in een of andere vorm aan bod. Ik was in het begin nogal sceptisch over wat ik te horen zou krijgen, maar het valt allemaal best mee. Op een uitgekiende manier weet Kátai verschillende en op het eerste gehoor niet bij elkaar horende genres binnen hetzelfde nummer met elkaar te verzoenen. Een andere prima beslissing was het uitnodigen van verschillende gastzangers plus muzikanten die traditionele instrumenten bespelen (oud, klassieke gitaar, quena fluit, viola). Dit zorgt voor een zekere dynamiek en diepgang. Eigenlijk valt er heel wat te beleven op ‘Naiv’. Het is een gevarieerde plaat die op geen enkel moment verveelt en best meerdere luisterbeurten kan verdragen. 

Timelost

Timelost
Don’t Remember Me For This
Golden Antenna

Amerikaans duo uit Philadelphia dat voluit kiest voor shoegaze. Met ‘Don’t Remember Me For This’ maken ze hun debuut. De twee hebben zich helemaal ingeleefd in voornoemd genre en alle typische kenmerken zitten verwerkt in hun groepsgeluid. Tijdens het maken en schrijven van nummers voor hun eerste plaat ervoeren beide heren een nogal turbulente periode. Persoonlijke ervaringen over verlies, pijn, angst en zelfreflectie - waarbij de emoties soms hoog opliepen - zijn verwerkt in de elf liedjesteksten. Naast de dromerige, blikkerige duozang zijn er de verwachte, steeds weerkerende galm effecten en levendige, aan en af rollende gitaarriffs. De angel zit in het slotakkoord. Een cover van Marilyn Manson zijn ‘Cryptorchid’ (terug te vinden op ‘Antichrist Superstar’ uit 1996) en het enige nummer waarin deze twee zichzelf als metalheads bestempelende muzikanten een beetje hun ware aard laten zien. Al gaan ook het felle tweeluik ‘Heart Garbage’ en ‘Closure Is Expensive’ die kant uit. Verre van origineel deze ‘Don’t Remember Me For This’, maar wel met overtuiging gebracht.

Törzs

Törzs
Tükör
Eigen Beheer

De Aggtelek druipsteengrot maakt deel uit van een grottencomplex gelegen in een Hongaars nationaal park dat ook erkend werd als werelderfgoed. Het werd gekozen als locatie door dit postrock/shoegaze trio om er ‘Tükör’ (spiegel) live op te nemen. Dit heeft uiteraard zijn weerslag op het groepsgeluid. De zes instrumentale composities klinken uitzonderlijk helder. De galmende studio effecten worden hier ruimschoots overtroffen door de natuurlijke elementen. Het weerkaatsen tegen de wanden heeft een totaal andere impact, is luider én ook scherper. De titel van het album verwijst naar de individualiteit van elk van de drie muzikanten. De drie muzikanten van Törzs houden zichzelf een spiegel voor en kijken wat hun inbreng tijdens het spelen van het songmateriaal doet met met henzelf en hun onmiddellijke omgeving. Ze beoordelen en nemen waar en gebruiken die impressies om elkaar te inspireren. Ook al zijn ze instrumentaal en de titels gewoon een opsomming van één tot zes; de songs hebben diepgang en vertellen elk hun eigen verhaal. Hun zweverige en glimmende palet van klanken is mild al komt er soms die scherpe gitaarriff die alles doormidden klieft. Qua beeldvorming speelt men open kaart met de luisteraar. Ieder bepaalt zijn vorm van beleving en dat is nog altijd de meest eerlijke manier om van de muziekliefhebber een deelgenoot te maken.

We Lost The Sea

We Lost The Sea
Triumph & Disaster
Bird’s Robe/Dunk!

Het klinkt cynisch, maar terwijl we de wereld aan het verkloten zijn laten meer en meer muziekgroepen zich inspireren door de toenemende problematiek rond klimaatverandering en alle ermee gepaard gaande oorzaken (overconsumptie, overbevolking, egoïsme, isolement) en rampen (overstromingen, aardbevingen, smeltende ijskappen, slechte luchtkwaliteit). Met als doel meer plaatjes te verkopen en meer centjes te verdienen. Ook het Australische We Lost The Sea pakt voor zijn vierde langspeler uit met een conceptplaat over de ondergang van de wereld of toch in ieder geval de teleurgang van de mensheid. In hun versie wordt het doemscenario gezien door de ogen van een moeder en haar kind tijdens de laatste dag die ze op aarde doorbrengen. En het moet gezegd: We Lost The Sea hun muzikale pleidooi komt als zeer geloofwaardig over. Ze brengen hun verhaal over vernietiging en tragedie op een overtuigende manier met krachtige soms lang uitgesponnen composities. Onder meer ‘Dust’ is een pareltje en bezorgt je koude rillingen. De harmonie van het kalm ogende ‘Parting Ways’ neemt ongeveer halverwege een andere wending en krijgt een meer onrustwekkend en gejaagd karakter. Naar het einde toe keert de rust terug. Een prachtige weerspiegeling van aardse schoonheid valt je ten deel in het stemmige ‘Distant Shores’. Het is slechts uitstel van executie. Die wordt voltrokken in het imposante ‘The Last Sun’. Het laatste woord is aan de moeder, hier vertolkt door Louise Nutting in ‘Mother’s Hymn’ met de hamvraag: ‘zijn we echt te laat om het tij nog te keren’.

Meth Assassin

Meth Assassin
Reptilian Side Of God
Terratur Possessions

Meth Assassin is een nieuw project van IX (Urfaust) en Dolen (Hooded Priest). De eerste neemt de zang voor zijn rekening. De tweede bepaalt de muzikale patronen. 25 jaar geleden sloegen ze al eens de handen in elkaar. Die opnames kwamen uiteindelijk terecht op het Urfaust debuut ‘Geist Ist Teufel’ (2003). Dit Nederlandse duo zit gebeiteld in black metal. Ze hebben echter ook een boontje voor industrial bands uit de jaren tachtig zoals Skinny Puppy, G.G.F.H. en Front Line Assembly. Daar voegen ze nog een paar hedendaagse subgenres aan toe (witch house en horrorcore). Et voilà je hebt het volledige muzikale palet waarmee Meth Assassin uitpakt. Persoonlijk ben ik niet onder de indruk van ‘Reptilian Side Of God’ die het duo zelf omschrijft als een meedogenloze en dystopische tour de force. Men probeert met trage, elektronisch aangestuurde instrumentatie een bepaald sfeertje te creëren. Voor de rest zijn er de bekende, typische black metal zang elementen aangevuld met weinig tot de verbeelding sprekende samples en synthesizers. Na een paar nummers heb je het wel gehad. Alleen het sluitstuk ‘Invocating The Adversary’ komt nog enigszins verrassend over.

Deathwhite

Deathwhite
Grave Image
Season Of Mist

Met hun tweede album, de opvolger voor ‘For A Black Tomorrow’ schetst het Amerikaanse Deathwhite een minder fraai beeld van de mensheid en de toestand waarin de wereld zich bevindt. Ik vermoed dat hun eersteling, te oordelen naar de titel, ook al die richting uitging. De groep kiest voor een samenspel van sentiment en beproeving. De duistere teksten worden begeleidt door een mix van doom/dark en gothic metal. Denk aan Katatonia, Paradise Lost, Anathema en My Dying Bride. ‘Grave Image’ is redelijk zwaar op de hand onder meer door de op sommige tracks toegevoegde orkestratie. De heldere, bewogen zang is een beetje het contrapunt, al versterkt die tegelijk het dramatische effect. Deathwhite probeert zich een weg te vinden in wat hun genrekeuze vandaag te bieden heeft. Een nadeel vind ik dat de groepsleden in verspreide slagorde wonen. Er is een gebrek aan cohesie. Ik mis de chemie en de kracht die kan uitgaan van het samen musiceren. Tot de betere nummers horen ‘In Eclipse’, ‘Among Us’, ‘Words Of Dead Men’, ‘No Horizon’ en ‘Plague Of Virtue’.

dinsdag 3 december 2019

Lumen Drones

Lumen Drones
Umbra
Hubro

Vijf jaar geleden debuteerden Nils Økland (Hardangerviool), drummer Ørjan Haaland en gitarist Per Steinar Lie als trio onder de naam Lumen Drones. Nu in 2019 komt er met ‘Umbra’ een vervolg op hun toen als indrukwekkend omschreven eerste plaat. Het drietal combineert verschillende muziekstijlen. Komen hier aan bod: jazz, rock, traditionele volksmuziek, folk en indie rock. Alles is doorweven met experimentele nuances en ook de natuur speelt zijn rol in het muzieklandschap van Lumen Drones. De hoes is een prachtige weergave van de indrukken en impressies die uitgaan van de muziek. De interactie tussen de drie muzikanten is van een hoog niveau. Alle instrumenten zijn evenwaardig en vullen waar nodig elkaar aan. ‘Umbra’ is ook een weemoedige plaat waarin de nadruk wordt gelegd op schoonheid in het algemeen en de liefde voor muziek. De finesse en meesterschap uit zich in psychedelische toetsen en het baanbrekende gebruik van drones. Het maakt van ‘Umbra’ een betoverend en spannend avontuur waarin je als luisteraar soms wordt overrompeld door de vele facetten die dit album kleur geven. Vooral nummers als ‘Avalanche In A Minor’ en ‘Etnir’ laten zich opmerken als een soort van tegenpolen van elkaar. ‘Umbra’, een prima soundtrack om uren van te genieten tijdens de lange winteravonden.     

maandag 18 november 2019

Queen Elephantine

Queen Elephantine
Gorgon
Argonauta

In 2006 in Hong Kong opgerichte formatie - nu gevestigd in Philadelphia - is met ‘Gorgon’ toe aan zijn zesde full cd. Deze vreemde act verdiept zich in psychedelica, doom, stonerrock, drone, noise, free jazz en religieuze, rituele (heilige) muziek van over de hele wereld. Hebben een voorkeur om te putten uit de mythologie en het godendom als het gaat over themakeuze. Zo kan ‘Gorgon’ verwijzen naar de Griekse Gorgonen (vrouwen met slagtanden, handen van brons, gouden vleugels en slangen in plaats van haren. Iedereen die hen aankeek werd veranderd in steen) of het Ethiopische fabeldier catoblepas met als eigenschappen een dodelijke blik en schadelijke, smerige adem. Het is lang geleden (twintig jaar of meer) dat ik nog zo een combinatie van avant-garde en psychedelische, experimentele muziek heb gehoord. De er aan komende apocalyps krijgt hier een kosmische extensie. ‘Unbirth’ kent nog een enigszins normaal verloop. In de drie overige tracks word je bedolven onder spirituele en afwisselend hypnotische passages waar je soms kop noch staart aan krijgt. De sporadische zang is daarbij meestal reciterend van toon. De muzikanten lijken met gitarist en zanger Indrayudh Shom als voorganger eerst zichzelf in een soort van trance te brengen om dan hun muzikale bezweringen over de toehoorder uit te storten. Heel speciaal plaatje en dit een score geven is alleen maar bijzaak, een futiliteit en helemaal niet in overeenstemming met het grote geheel.

Noorvik

Noorvik
Omission
Tonzonen

Kwartet afkomstig uit Keulen en genoemd naar een Iñupiat stadje gelegen in de Northwest Arctic Borough van Alaska. Verwezen de songtitels op hun titelloos debuut nog naar plaatsen en locaties in Alaska dan is de thematiek op hun tweede worp ‘Omission’ verschoven naar de leefomstandigheden en de impact van de omgeving op de bewoners aldaar. Hun muziek is opgebouwd naar het voorbeeld van een welluidend postrock concept. Klinkt zelfs een beetje zoet en zachtliefelijk. Tot men plots overschakelt naar een meer dynamisch geluid doorspekt met progressieve facetten en post metal elementen. Het maakt het geheel afwisselend van aard. Noorvik schippert tussen een meer ontspannen, rustige en kristalheldere stemming en combineert dat met luide, krachtige en stormachtige impulsen waarin toch die herkenbare postrock riffs in doorklinken. ‘Omission’ is niet echt verrassend, al bevat het enkele interessante stijlvarianten die dit album net iets meer spankracht geeft dan de doorsnee postrock plaat. Als we een favoriete track naar voor moeten schuiven dan is het ‘(Utterly) Hidden’. Die spreekt het meest tot de verbeelding.

Wolfbrigade

Wolfbrigade
The Enemy: Reality
Southern Lord

Eerst als Wolfpack en sinds begin 2000 onder de naam Wolfbrigade zijn deze Zweden toe aan hun tiende album. De roedel vindt zijn oorsprong in de gure vlaktes van Skaraborg. Hongerig zijn ze terug op jacht en de behoefte naar warme en verse prooien is groot. Deze naar bloed hunkerende horde grijpt terug naar de oervorm van Zweedse hardcore en death metal. In minder dan een half uur hakken ze met tien explosieve en verpletterende songs onverbiddelijk in op lichaam en geest. Wolfbrigade laat hier al zijn woede en frustraties de vrije loop. Het beeld dat ze schetsen van de ‘naakte apen’ die de planeet waar ze wonen om zeep helpen is niet fraai. Onderwerping, manipulatie, onrecht, ongelijkheid en het onvermogen om echt dingen te veranderen zijn de kernbegrippen. Of we het nu willen of niet, we zijn kuddedieren en zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Vooral ‘Fire Untamed’, ‘The Wolfman’, ‘Hammer To The Skull’ en ‘Human Beast’ zijn barbaars en genadeloos goed.

Vircator

Vircator
Arcano
Raging Planet

Naar eigen zeggen verdiept dit Portugese instrumentale rockkwartet zich op zijn derde langspeler in de geneeskracht van planten en de spiritualiteit die ermee gepaard gaat in een tijd waarin de mens op aarde veel dichter bij de natuur stond dan nu het geval is. Het was een samenleving waarin men respect had voor zijn omgeving, eruit leerde en probeerde die kennis dan in het dagelijkse leven te integreren. Hun muzikaal palet bestaat uit postrock en stoner, waarin ook ruimte is voor metal en psychedelische elementen. Het viertal laat zich soms leiden door sentiment en gevoel door dramatiek. Een mooi voorbeeld daarvan krijg je in ‘Mandrake’. De gevoelskracht is tegelijk rustig en ingrijpend. Samen met ‘Agrimony’ is het de enige track die een diepgaande binding met het verleden tentoon spreidt. De overige songs hebben een minder uitgesproken thematiek. Daartegenover staat soms een meer dynamische en intense beleving. Voorop in die strijd gaat hier het geweldige ‘Juniper’. Vircator probeert op deze ‘Arcano’ nieuwe stappen te zetten en de beperkingen die het genre postrock zichzelf oplegt te overstijgen. Iets waar ze slechts gedeeltelijk in slagen.

The Wraith

The Wraith
Gloom Ballet
Southern Lord

The Wraith en meer bepaald frontman Davey Bales (ex-Lost Tribe) heeft een grote bewondering en admiratie voor postpunk cultbands van de jaren tachtig als Death Cult, New Model Army, Blitz, Killing Joke en deathrock helden T.S.O.L. (True Sounds of Liberty) en Samhain. Om de sound van zijn idolen zo goed mogelijk te benaderen zijn kosten nog moeite gespaard. Zo kan het gezelschap gebruik van maken van vintage instrumenten en apparaten als een zeer zeldzaam Fairlight CMI-werkstation (oorspronkelijk eigendom van Michael Jackson), een mengpaneel dat voorheen toebehoorde aan de groep Devo, een jaren tachtig Roland Jazz Chorus gitaarcombo en een originele Roland Juno-60, de synthesizer die onvermijdelijk verbonden blijft met new wave in het algemeen en eigendom is van Smashing Pumpkins-gitarist James Iha. Dat ze onderdak vonden bij Southern Lord is te danken aan labelbaas Greg Anderson die eens een ander groepsgeluid aan zijn scala van bands wou toevoegen. Het is soms bangelijk om te horen hoe nauw The Wraith aansluiting vindt bij New Model Army, Death Cult en Killing Joke. Bales en co. laten ons die mooie tijd herbeleven. Maar is het dan niet meer aangewezen om de originele acts hun oude platen opnieuw af te spelen? Ja en toch werkt het ook met deze hedendaagse variant. The Wraith heeft genoeg klasse om er een moderne en eigengereide toets aan toe te voegen. Niet alle nummers zijn even geslaagd, doch bij het luisteren naar ‘Ballad Of Aeon’, ‘Wing Of Night’, ‘Toil’, ‘Of The Earth’, ‘Pyro’ en ’Gift Of Suffering’, kregen we toch een fikse, nostalgische opstoot. ‘Gloom Ballet’, toch voor ondergetekende, een fijne trip ‘down memory lane’.

Syberia

Syberia
Seeds Of Change
Metal Blade

Syberia is een instrumentale rockband met als uitvalsbasis Barcelona. Opgericht in 2010 brengt het viertal na ‘Drawing A Future’ (2012) en ‘Resiliency’ (2016) met ‘Seeds Of Change’ een derde album uit. Horen in hetzelfde rijtje thuis van Caspian, Mogwai en Russian Circles. Hun variant van postrock wordt aangevuld met dreampop, post metal en shoegaze elementen. Tijdens het tot stand komen van het songmateriaal - nam een groot deel van 2018 in beslag - kampte het kwartet met interne strubbelingen en stond bijna op het punt om ermee te kappen. Met de interesse die uitging van Blacklight Media en vooral Metal Blade liep alles opeens weer op wieltjes en ging men er andermaal met volle goesting tegenaan. De metal ingrediënten zorgen voor een meer robuust en potig groepsgeluid. Men begint al meteen op volle snelheid en doortastend met ‘Empire Of Oppression’. Ook de ronkende bas in de intro van ‘Rogues Hunt’ laat het beste verhopen en het nummer bezit inderdaad een felle dynamiek en intensiteit. Ook al hebben beide tracks als tussenstuk een zachtere passage. Een iets andere stemming (kwetsbaar en fragiel) gaat uit van het korte ‘Buried Idol’ en het zwierige ‘Beirut’, al komt men in de tweede helft ook hier meer onder stoom. De overige songs behouden overwegend hetzelfde stramien. ‘Seeds Of Change’ krijgt een mooie en afwisselende finale met het epische sluitstuk ‘Shigir’ waar alle eerder aangehaalde componenten samenkomen.

Petbrick

Petbrick
I
Rocket Recordings

Petbrick is de naam van het nieuwe project dat het tweetal Wayne Adams (Big Lad, Death Pedals, Johnny Broke) en Igor Cavalera (Sepultura, Soulwax, Mixhell) samen hebben op poten gezet. Na een vorig jaar verschenen ep is dit hun eerste volwaardige langspeler. Voor de gelegenheid doet het duo beroep op een aantal gastzangers. Full Of Hell's Dylan Walker is te horen in het bloedstollende 'Radiation Facial’, Integrity's legendarische vocale exorcist Dwid Hellion ontbindt zijn duivels in 'Some Semblance Of A Story’. Met haar zwoele stem neemt Laima Leyton ‘Coming’ voor haar rekening en Mutado Pintado gaat helemaal loos in ‘Gringolicker’ (doet een beetje denken aan de exploten van Jello Biafra). De plaat staat bol van de elektronische effecten waarin een mix van stijlen aan bod komt: hardcore, noise, psychedelica, breakcore, industrial en punk. Rond het geheel hangt een futuristische sfeer, een kijk op een nieuwe, denkbeeldige  wereldorde met dystopie als voornaamste kenmerk. De speelstijl van Cavalera leent zich perfect voor dit soort van (drum) excessen en Adams kan zich helemaal uitleven met het produceren van luide, experimentele en vreemde elektronische muziek. Met Petbrick wordt alweer een muzikale grens gesloopt.

Örnatorpet

Örnatorpet
Vid Himinsenda
Nordvis
Deze ‘Vid Himinsenda’ is na ‘Hymner Från Snökulla’ al de tweede plaat dit jaar voor het Zweedse Örnatorpet. Deze act zijn muzikale voorkeur zal wel voor een deel te maken hebben met zijn geboorteplaats Brämhult waarvan de oudste gebouwen dateren uit het midden van de vijftiende eeuw. De variant van dark ambient en dungeon synth roept zowel herinneringen op aan de oude tenoren (denk aan begin de jaren negentig en artiesten als Burzum, Mortiis, Trolltjern en Wongraven). Tegelijk vindt Örnatorpet aansluiting bij de nieuwe trend in gang gezet door bands als Fief, Erang en Darkstroll en waarbij middeleeuwse muziek en ambient folk wint aan invloed. De grondslag blijft evenwel geënt op black metal. De synths spuien kerkorgel klanken en verwijzen naar de donkere tijden van de middeleeuwen waar alles nog was verhuld in magie, mystiek, geheimzinnigheid en waar oorlogen, ziektes en een kerkelijke heerschappij er op regelmatige tijdstippen voor zorgde dat de wereldbevolking werd uitgedund. Voor wat afwisseling zorgen gefluisterde teksten, koorzangen, drumcomputers en nog meer synthesizers die ook wel doen denken aan jaren negentig soundtracks van videogames. Örnatorpet blijft doorgaan met het maken van ijzige en onheilspellende geluidssculpturen en doet dat zo te zien aan een hels tempo. De liefhebbers van het genre een extra traktatie.

Invunche

Invunche
II
Babylon Doom Cult

‘II’ werd een jaar geleden uitgebracht op cassette (honderd stuks), net als hun titelloze debuut dat een eerste keer verscheen in 2014 en daarna nog eens in 2017. Nu is ‘II’ voor het eerst verkrijgbaar op elpee in een eveneens beperkte editie van driehonderd exemplaren. Invunche is een Nederlandse black metalband met een Chileense zanger. Vandaar de Spaanse teksten en songtitels. Invunche ontleent zijn naam aan het mythologische en legendarische monster uit de Chileense Chilote folklore. Het combo windt er geen doekjes rond. Men kiest voor pure black metal oude stijl met daarin verweven een soort van oerpunk en psychedelische rock. Het gezelschap houdt er een razend tempo op na. Elf van de twaalf songs zijn stuk voor stuk korte erupties van tomeloze woede en tovenarij. Het aan de Brujo Chilote (magiër en heksenmeester) onderworpen monster is een hier niet te stoppen pletwals. Alleen in ‘La Sombra’ hanteert men Zuidamerikaanse instrumenten (percussie en panfluit). Een één minuut durend rustpunt. Erna barst de hel weer los en is het hek van de dam. Verbluffend sterk met vooral de in het oog springende psychedelische toets.