dinsdag 12 juni 2018

Raum Kingdom

Raum Kingdom
Everything & Nothing
Eigen Beheer

Post metal groep afkomstig uit Ierland die begin 2014 een eerste ep uitbracht die heel wat goede kritieken kreeg. Ze namen ermee een vlucht vooruit en kregen de gelegenheid om op te treden in heel wat Europese landen. Uit de opgedane kennis en ervaring probeerden ze munt te slaan en de bonus aan creativiteit kwam goed van pas tijdens het maken van hun echte vuurdoop ‘Everything & Nothing’. Een debuut waarop het viertal een breder muzikaal spectrum aanboort. Raum Kingdom zingt over hoop en verlossing, over troost en omgaan met verlies, overleven en het afwegen van de eigen daadkracht. De muziek schippert tussen harmonie en felle uitbarstingen, tussen emotie en woestheid, tussen verhevenheid en afdalen in de hel. Soms is het een kwelling om naar het hartverscheurende geschreeuw te moeten luisteren. Zanger Dave Lee zit dikwijls op de rand of er net over. Het getuigt wel van passie. Raum Kingdom heeft raakpunten met Neurosis, Amenra, Tool en Cult Of Luna. Beste tracks zijn ‘Winter’, met een gastrol voor Mia Govoni (Makavrah), ‘Walk With Reality’ en ‘Hidden Pain’.

Paradise Lost

Paradise Lost
'Believe In Nothing’ (remix-remastered)
Nuclear Blast

Na ‘Host’ van afgelopen maart is het de beurt aan ‘Believe In Nothing’ om een opknapbeurt te krijgen. Na het experimenteel synthipop en electro uitstapje met ‘Host’ zocht het gezelschap weer wat toenadering tot het groepsgeluid van ‘One Second’. Het is meteen ook het laatste album van hun zogenaamde ‘lichtere’ periode. De groepsleden zijn het eens dat ze ten tijde van ‘Host’ en ‘Believe In Nothing’ even niet goed meer wisten van waar de wind kwam. Stuk voor stuk zaten ze met psychische problemen, lagen met zichzelf in de knoop en waren in behandeling. Onder meer zanger Nick Holmes zat zwaar aan de anti-depressiva. Het was allesbehalve een leuke tijd toen.  Ze hadden ook tijdens de opnames geen controle over het verloop. Hun creativiteit werd aan banden gelegd door label EMI en noch over de productie van het duo John Fryer/Greg Brimson, noch over het hoesontwerp waren ze te spreken. Het songmateriaal dat ze op zich wel goed vonden krijgt nu een herkansing. Ze gingen in zee met de dezer dagen veelgevraagde producer Jaime Gomez Arellano om het zaakje te remixen en te remasteren. Ze ontwierpen ook een nieuwe cover die beter de sfeer en stemming van het album moet weergeven, in plaats van de zwerm bijen van wie niemand nog weet wiens idee dat was. Of ze er in geslaagd zijn om de songs beter tot hun recht te laten komen is een andere kwestie. Holmes is er alvast rotsvast van overtuigt dat ze daar in geslaagd zijn. Zelf vinden we het een half geslaagde operatie.

Gazpacho

Gazpacho
Soyuz
Kscope

Een album met een bijna goddelijke dimensie, zo omschreven we zelf ‘Molok’ de vorige langspeler van dit Noorse art rock sextet. Of het hun beste werk tot nu toe was hangt af van je persoonlijke smaak, want ook ‘Night’ en ‘March Of Ghosts’ worden dikwijls als nummer één naar voor geschoven. Hoe dan ook wie dacht dat ze hun toppunt al hadden bereikt zal verbaasd opkijken, want ook ‘Soyuz’ blijkt een weergaloze langspeler te zijn. De formule en het stramien zijn nochtans hetzelfde gebleven. Net als zijn voorgangers is ‘Soyuz’ een conceptplaat, bestaande uit onderling met elkaar verbonden verhalen over de eerste Russische ruimtetuigen, de verongelukte kosmonaut Vladimir Komarov en het Seahenge monument als voorbeeld van iets dat eeuwig zal blijven bestaan. De arrangementen zijn nog altijd groots en prachtig, de melodieën diepgaand, gevoelvol, doch ook onheilspellend en pakkend. Meesterlijk van opzet en intensiteit is hun opus ‘Soyuz Out’, maar ook ‘Soyuz One’, ‘Hypomania’ en ‘Emperor Bespoke’ zijn schitterende songs. ‘Soyuz’ is een zorgvuldige en ontzagwekkende reflectie op de menselijke conditie, gevangen in een omlijsting van majesteitelijk georkestreerde, hedendaagse progressieve rock. ‘Soyuz’ is een meer dan een album. Het is een uitval naar de sterren en de hemel.

Duvel

Duvel
Attempts At Speech
Fysisk Format

De Noorse regering heeft aandelen Duvel Moortgat in portefeuille. Of is Duvel het favoriete gerstenat van de  muzikanten van Duvel. Het kan ook zo maar een naam zijn. Feit is dat het trio is opgegroeid in Nesodden en Ås -  landelijke gebieden in de omgeving van Oslo - en redelijk rudimentaire postpunk speelt. Eenvoudig dus, maar wel energiek en rauw deze variant van Duvel. Zanger/gitarist Jack Holldorff zijn stem klinkt bij momenten wel wat geforceerd. Meestal draait het uit op onverstaanbaar gemompel of schril gegil. Producer Bjørn Larsen weet wel de ambiance goed weer te geven. Dat het er hectisch aan toe ging kun je uit die stemming afleiden. De plaat werd in amper twee dagen ingeblikt. De teksten refereren naar de eenzaamheid voor wie zijn weg niet vindt in de grootstad en de angst voor het onbekende. Al die vreemde gezichten waarvan de aantallen alleen maar blijven toenemen. Je weet niet wat ze in hun schild voeren. Alles is mogelijk. Je hebt geen controle en dat is maar een naar gevoel. De muziek weerspiegelt die nervositeit en onrust. De minimalistische invulling heeft wel zo zijn beperkingen. Er is weinig afwisseling. Je moet al wachten tot halfweg met ‘Sacred Place’ en het laatste nummer ‘Birds’ voor een iets of wat andere insteek. ‘Attempts At Speech’, niet meteen een plaat die begeesterd.

Moloch

Moloch 
The Other Side
Via Octurna

De artiestennaam Moloch is nogal wijd verspreidt. Hier gaat het over de outfit van Fabian Filiks een Poolse artiest met een voorliefde voor elektronische muziek en black metal. Is met deze ‘The Other Side’ niet aan zijn proefstuk toe en heeft al vijf albums, twee ep’s en een dubbele verzamelaar op zijn palmares staan. ‘The Other Side’ telt zes tracks. Moloch liet zich voor het maken van ‘The Other Side' onder meer inspireren door het werk van regisseur en muzikant John Carpenter, soundtrack componist Christopher Young en van wat er zo allemaal de laatste twintig jaar aan filmmuziek de revue passeerde in het segment van science fiction en horror. Filiks zijn muziek vertoont enige verwantschap met Maserati, Zombi, Steve Moore en Perturbator. Moloch genereert en vermengt darkwave met electro en black metal gitaarriffs door middel van een batterij synthesizers. Klinkt bijwijlen futuristisch, doch blijft binnen een afgelijnd spectrum. Waardoor het spook van monotonie de kop opsteekt. Meest interessant zijn ‘Escape From The Nameless City’ en ‘The End’.

1099

1099
Blind Passasjer
All Good Clean Records

Noorse vijf mansformatie uit Trondheim. Bestaat al sinds 2003, maar deze ‘Blind Passasjer’ is mijn eerste kennismaking met deze postrockers. Het collectief speelt uitsluitend instrumentale songs. Dan denk je de zoveelste in de rij, maar 1099 is inventief en brengt een meer dan aangename postrock variant. Hun muziek klinkt in de eerste plaats een stuk luchtiger en vrijmoediger dan die van hun stijlgenoten. Met drie gitaristen in de rangen herken je ook de vertrouwde structuren die het genre rijk is. Een mooie aanvulling en verrijking bij het instrumentarium zijn Moog, mellotron, Rhodes, saxofoon en dwarsfluit. Het maakt de composities veelzijdiger. Met deze melange zoekt 1099 aansluiting bij genres als jazz en jazzrock, space en art rock. De stemmingen op deze ‘Blind Passasjer’ wisselen elkaar dan ook stelselmatig af en naast een etherische ervaar je ook een wat donkerder, somberder en/of weemoedige ambiance. Het klankpalet is heel kleurrijk en verveelt geen moment, ook niet bij de nummers die de zeven minuten grens overschrijden en zo zijn er verschillende. Bij wie fan is van bands als Mogwai, Explosions In The Sky, Godspeed You! Black Emperor of Bohren Und Der Club Of Gore zal dit album zeker in de smaak vallen. En met een speelduur van 77 minuten krijg je ook nog eens waar voor je geld.

Viral Crush

Viral Crush
Viral Crush
Cyran

Viral Crush is een nog jonge Belgische band. Opgericht midden 2016 brachten ze met ‘Where Do We Go’ al snel een eerste single uit. Nu zijn ze klaar met hun eerste, vijf nummers tellende extended play. Het vijftal pakt het slim aan en combineert old school heavy metal met blues en rock. Met Sarah Verdeyen hebben ze een prima zangeres in huis met een krachtige stem, soms een tikje sensueel en dat maakt het nog spannender. De vijf nummers zijn kwalitatief sterk en aan elkaar gewaagd. De subtiel aangebrachte verschillende facetten in stijl en muziekgenre zijn voldoende gevarieerd. De twee gitaristen weten van wanten en samen met de ritmesectie staan ze garant voor een stevig groepsgeluid. De vlam slaat meteen in de pan met ‘Cross The Street’. Met de intro van ‘Woods Of Adoration’ laten ze hun meer gevoelige kant zien. Het begin van ‘Keep On Walking’ is dan weer een leuke vondst. ‘Viral Crush’ is een plaatje dat smaakt naar meer van hetzelfde en hopelijk moeten we daar niet te lang op wachten. 

David Eugene Edwards & Alexander Hacke

David Eugene Edwards & Alexander Hacke
Risha
Glitterhouse

Beide muzikanten kenden elkaar al sinds begin de jaren negentig, maar hadden toen nog geen gemeenschappelijke muzikale band. Alleen een grote admiratie voor elkanders werk. In 2013 werden ze naast nog andere artiesten uitgenodigd om mee te werken aan ‘American Twilight’, het reünie album van Crime And The City Solution. Het bleek een aangename ervaring te zijn. Toen spraken ze af om ooit nog eens samen een plaat te maken. Daar hebben ze nu werk van gemaakt en ‘Risha’ is het resultaat. Hacke is een pionier in zowel het Duitse industrial als experimentele en avant-garde circuit. Het meest bekend is hij van Einstürzende Neubauten. Daarnaast maakte hij platen met zijn wederhelft Danielle de Picciotto en als soloartiest. David Eugene Edwards, is de charismatische en bevlogen zanger van 16 Horsepower en Wovenhand. De bewondering die beide protagonisten voor elkaar hebben leidt hier tot een intrigerende, magische en mystieke kruisbestuiving. Het samensmelten van elektronische met etnische instrumenten en westerse met oriëntaalse ritmes maakt dat ‘Risha’ een speciale sfeer uitstraalt. Nummers als ‘Parish Chief’, het mooie ‘Lily’, ‘Teach Us To Pray’, ‘Breathtaker’, ‘Triptych’, het bezwerende ‘Kiowa 5’ plus de twee meer gedreven tracks ‘The Tell’ en ‘All In The Palm’ geven perfect weer wat het duo voor ogen had. Muziek maken die alle genres overstijgt. ‘Risha’ is een universele en prachtige plaat. De inspiratiebron die de aanzet kan zijn tot grootse daden.

Orange Goblin

Orange Goblin
The Wolf Bites Back
Candlelight/Spinefarm

Een nieuwe plaat van Orange Goblin is altijd een garantie op een dolle en denderende stonerrock trip. De groep staat al ruim twintig jaar aan de top van het genre en bewijst met deze ‘The Wolf Bites Back’ dat ze nog niet van plan zijn zich van de troon te laten stoten. Zoals de titel weergeeft bijt het kwartet van zich af met een aantal gemene, ruige en vinnige rocktunes met als uitschieter het in overdrive gespeelde ‘Suicide Division’. Men voorziet wel wat meer afwisseling en variatie in het aanbod. Het geheel klinkt ook meer somber en donkerder dan hun vroegere werk. Eén van de verrassingen naast het geweldige ‘Sons Of Salem’ is het heerlijk psychedelisch getinte ‘Swords Of Fire’, het duale gitaargeweld in ‘Ghosts Of The Primitives’ en ‘Zeitgeist’, de kruisbestuiving van blues, stoner metal en desertrock in ‘The Stranger’ of de klassieke stonerrock van ‘Burn The Ships’. Is de muziek avontuurlijk, dan moeten de teksten daar niet voor onder doen. Ben Ward laat je kennis maken met buitenaardse seriemoordenaars, zombie motorbendes, boeddhistische krijgers en de nazaten van de heksen van Salem. Een kleurrijke verzameling weirdo’s. ‘The Wolf Bites Back’ is een wat extravaganter album, doch ook een typische Orange Goblin langspeler met als onverwoestbare pijler het herkenbare en vertrouwde groepsgeluid.

Orange Goblin

Orange Goblin
Laat nog eens zijn tanden zien
Na de release van ‘Back From The Abyss’ in 2014 ging de meeste tijd van de afgelopen vier jaar naar het toeren en spelen van concerten en festivals. Tot eind juli 2017 het kwartet aankondigde dat het moment was aangebroken om te beginnen aan een nieuwe plaat. Daarmee zijn ze nu helemaal klaar. ‘The Wolf Bites Back’ komt uit op 15 juni. Orange Goblin is een begrip in het wereldje van stonerrock en we lieten de kans niet onbenut om begin mei een gesprek te hebben met de immer sympathieke en praatgrage frontman Ben Ward.
Paul Van de gehuchte


HUN BESTE OOIT
Dikwijls, zo niet altijd, wordt een nieuw album van een artiest door het label en/of de entourage aangekondigd als het beste van wat er tot nu toe is uitgebracht. Dat is ook het geval met ‘The Wolf Bites Back’ van Orange Goblin dat in de bio de hemel wordt ingeprezen. Ben Ward is het daar echter volmondig mee eens. Hij weet dat het stereotiep klinkt en een cliché is zo groot als een huis, toch vindt hij dat de huidige langspeler hun beste ooit is. De aanpak is lichtjes anders. Ze namen wat meer tijd om het songmateriaal te schrijven. De productie is een beetje verschillend met dank aan Jaime Gomez Arellano. Qua stijl heeft het een meer duistere insteek, zowel tekstueel als muzikaal. Het is hun meest gevarieerde en veelzijdige album tot nu toe en ze zijn er trots op. Voor hen is het een grote stap voorwaarts. Toch blijft het ook een distinctieve Orange Goblin plaat met zijn herkenbare sound en met de vertrouwde ingrediënten.   

De vier leden van Orange Goblin hebben elk hun eigen muzikale smaak en voorkeur. Elk heeft dan ook een eigen inbreng, maar het zijn voornamelijk Chris Turner, Joe Hoare en Ward zelf die de meeste ideeën aanbrengen en die dan samen in de studio uitwerken. Van zodra ze klaar zijn met de muziek is het aan Ben om te starten met het schrijven van teksten. Het is een manier van werken die ze aanhouden sinds het prille begin. Ze hebben ooit eens geprobeerd om het andersom te doen: een tekst schrijven en daar muziek aan toevoegen, maar dat was een fiasco en niet voor herhaling vatbaar. Ben heeft al wel eens te maken gekregen met een schrijversblok. Dat komt meestal als je probeert te hard je best te doen. De normale werkwijze van Orange Goblin is een studio - in dit geval de Orgone Studios - te reserveren voor een bepaald aantal weken zodat ze er ook een einddatum kunnen op plakken. Tegen dan moeten ze klaar zijn. Ze zorgen zo voor een beetje druk en dat werkt stimulerend. Soms hoor je van artiesten dat ze twee jaar of langer in een studio hebben zitten werken aan een album. Ben: ‘what the fuck are you doing down there that it takes you two years? Als je te lang aan een nummer sleutelt dan is het natuurlijke en organische gevoel zo verdwenen. Alles bij elkaar heeft het gehele proces van ‘The Wolf Bites Back’ een vijftal maanden in beslag genomen.’

In de teksten figureren vreemde wezens als aliens, zombies en heksen. Voor Ben zijn ze geen metafoor voor wat er gebeurt in het echte leven. Eerder een manier om eraan te ontsnappen. Hij haalt nog altijd de inspiratie uit de boeken die hij leest en de films die hij bekijkt. Of het nu griezelverhalen zijn, fantasy of science fiction. Voor ‘The Wolf Bites Back’ zijn de inspirerende bronnen auteurs als Philip K. Dick, Robert Bloch en H. G. Wells. Vaste waarden zijn ook Tolkien, Stephen King en James Herbert. Ben vindt plezier in het schrijven van teksten door er een eigen draai aan te geven en zijn verbeelding de vrije loop te laten. Ze zijn ook op verschillende manieren interpreteerbaar en dat vindt Ward nog het meest interessante aspect.



TWENTY YEARS AND COUNTING
Orange Goblin heeft fans wereldwijd en die zijn hondstrouw. De groep bestaat nu meer dan twintig jaar en er zijn bewonderaars van het eerste uur die nu nog hun steeds concerten bijwonen en hun albums blijven kopen. In die mate dat ze oud genoeg zijn om kinderen te hebben die ze kunnen meetronen naar optredens van hun favoriete band. Ben vindt dit fantastisch en is heel blij dat er op die manier een hele horde nieuwe fans Orange Goblin leren kennen en waarderen.

Ben: ‘het is leuk om de jonge generatie voor het podium te zien en hun vaders die aan de toog hangen, pintjes bier drinken en de lengte en volume van hun baard met elkaar vergelijken (lacht).’ En zolang de muzikanten plezier en voldoening blijven vinden in wat ze doen gaan ze door. Als het een routine begint te worden en de verveling toeslaat dan trekken ze de stekker eruit.

Echt rijk zijn de vier bandleden niet en dat gaan ze ook nooit worden. Dat beseffen ze maar al te goed. Toch zijn ze gelukkig met hun huidige status. Ze hebben naast het leven als muzikant ieder een voltijdse baan. Financieel haalt Orange Goblin het meest profijt uit het spelen op festivals. Ook de vernieuwde webwinkel lokt heel wat nieuwsgierigen en de verkoop van platen en merchandise loopt als een trein. Eigen geld investeren zoals in de beginjaren hoeft niet meer.   

EEN AANGEPASTE LEVENSSTIJL
Als je hem nu bekijkt zou je het hem niet toegeven, maar in zijn jeugd was Ben een sportieve kerel. Hij heeft ooit twee jaar bij Queens Park Rangers gespeeld op de positie van centrale verdediger of als centrale middenvelder. Tot het niveau van een prof voetballer heeft hij het nooit gebracht. Als snel zag hij in dat hij verder wou gaan als muzikant. Het feit dat hij bier begon te drinken was ook al een minder positief punt. Dat betekende meteen het einde van zijn ontluikende voetbalcarrière. Hij is nog altijd een grote voetbalfan. Zijn favoriete club is Liverpool. In de jaren zeventig en tachtig was het nog betaalbaar voor Jan met de pet om wedstrijden bij te wonen. Nu zijn tickets peperduur. Komt onder meer omdat er exuberante bedragen worden uitgegeven aan transfers en lonen en wat we gemakshalve zullen omschrijven als de professionele omkadering. Hij vindt het verwerpelijk dat een speler (Neymar) per maand meer dan drie miljoen euro opstrijkt om tegen een balletje te trappen. En dan klaagt dat hij twee tot drie wedstrijden per week moet spelen. Ben: ’for that kind of money he should be playing every fucking day.’ Het maakt het voetbal als sport kapot. 

Met ouder worden en ook om zowel fysiek als mentaal fit te blijven heeft Ben zijn levensstijl aangepast. Sinds een paar jaar is hij vegetariër. Hij drinkt en feest veel minder dan vroeger. Nu gaat het niet meer om de eerste dag van een toer zestig sigaretten te smoren, twee flessen whisky soldaat te maken en als toetje drie gram coke te snuiven. Ben: ‘I would be fucked for the rest of the tour (lacht)’. Hij blijft zich amuseren, maar maken het niet meer zo bont. Soms gaat hij samen met zijn vriendin wel eens naar de fitness. De laatste jaren nam hij ook deel aan verschillende fietstochten voor goede doelen. Onder meer fietste hij al drie keer van zijn thuisstad Londen naar het Download Festival in Donington Park. Organisator is trouwens Rod Smallwood, de manager van Iron Maiden, waarmee hij een hechte vriendschap heeft opgebouwd.


MEER CYNISCH MET OUDER WORDEN
Zijn interesse voor politiek is met het verstrijken van de jaren helemaal bekoeld. Hij rekent zich nu tot het kamp dat elke politicus, ongeacht de partij of politieke strekking, beschouwt als graaiers die er zijn om in de eerste plaats hun eigen zakken en die van hun naaste omgeving te vullen (‘lying, thieving and selfish bastards') om dan te kijken of er nog wat kruimels overblijven voor de gewone man en vrouw. Het duurt al een eeuwigheid dat er niets of te weinig wordt geïnvesteerd in het verbeteren van de levensomstandigheden van alle burgers. Ward geeft toe dat dit misschien iets te cynisch is, maar dat heb je met ouder worden.

Wat migratie betreft: hij begrijpt dat mensen oorlogsgebied ontvluchten en een veiliger onderkomen willen of dat ze uit de armoede willen geraken en hun geluk elders zoeken, maar alles heeft zijn grenzen. Een probleem is bijvoorbeeld het dagelijks toenemend aantal transmigranten die vanuit België of Frankrijk op een kans zitten te wachten om de oversteek te maken naar Groot-Brittannië. Vraag is of het Verenigd Koninkrijk die grote aantallen asielzoekers nog aankan, want ook uit de Oost-Europese landen en de vroegere kolonies blijven er migranten komen. Op een bepaald moment kan dit een negatieve weerslag hebben op de werking van het land. Bijvoorbeeld levensonderhoud en huisvesting zijn nu al bijzonder duur. Aantrekkelijk is dan weer de gratis gezondheidszorg en de goed draaiende en nog altijd bloeiende zwarte economie. Jobs genoeg, weliswaar onderbetaald, maar wie niets heeft is met weinig tevreden. Iedereen verdient een eerlijk deel in het leven, doch het is heel moeilijk zo niet onmogelijk om dat te bereiken, aldus nog Ward.

NOCH VERZAMELWOEDE, NOCH RITUELEN
Mannen zijn verzamelaars en ook Ben is een collectioneur. Zijn voorkeur gaat uiteraard uit naar muziek. Hij koopt zowel cd’s als vinyl. Daarnaast bezit hij een collectie griezelfilms en literatuur. Hij is geen fanatiek verzamelaar die bijvoorbeeld alles van Iron Maiden in de kast heeft staan. Laatstleden schafte hij zich nog een aantal platen aan in Eindhoven. Ook de winkel in Vosselaar staat met stip aangekruist. Voorlopig heeft hij nog plaats om alle stukken te stockeren, maar binnenkort is de aanschaf van nieuwe rekken onvermijdelijk en zit er een tripje naar Ikea aan te komen.


Vroeger bestond zijn dagelijks ritueel uit een kop koffie en een sigaret. Vandaag probeert hij het roken zoveel mogelijk te beperken en in plaats van koffie drinkt hij nu Engelse thee. Voor zijn werk neemt hij dagelijks de metro, een absolute nachtmerrie. Op regelmatige basis belt hij met zijn ouders, voor Ben heel belangrijk, want niemand kan voorspellen hoelang ze nog gaan leven. Hij heeft daar een nuchtere kijk op. Ook probeert hij zoveel mogelijk tijd door te brengen met zijn gezin. De laatste jaren is hij veranderd van een nukkig in zichzelf gekeerd iemand met een slecht humeur naar een persoon die glimlacht, relaxt en geniet van wat zich om hem heen afspeelt.  Ben gelooft sterk in lotsbestemming en karma. Wat je geeft krijg je ook terug.  Als hij zichzelf eens in de watten wil leggen koopt hij zich een fles Schotse whisky single malt of als er nog tickets voorhanden zijn, woont hij een match bij van Liverpool. Andere opties zijn cd’s, langspeelplaten of een nieuw hemd, niets extravagant. Om helemaal uit de bol te gaan ontbreekt het hem aan financiële middelen. Zijn grootste en duurste aankoop ooit was een nieuwe auto. Moet zowat tien jaar geleden zijn en pas sinds kort helemaal afbetaald. Een Fiat Bravo. Was een goede investering, want heeft hem in al die tijd nooit in de steek gelaten.

Op de vraag ‘veronderstel dat je carte blanche krijgt van je partner voor een onenightstand wie is dan de uitverkorene’ blijkt dat Ben een tikje ouderwets is en kiest voor traditionele schoonheden als Sophia Loren, Raquel Welch, Elizabeth Taylor, zeg maar het type van de ‘curvy brunettes’, de glamoureuze filmsterren. Met dien verstande dat hij met een teletijdmachine terug kan reizen naar de periode van hun glorietijd, toen ze schitterden op het witte doek.  



zaterdag 26 mei 2018

BRNS

BRNS
Sugar High
Yotanka/PIAS

Deze release dateert eigenlijk al van begin oktober van vorig jaar, maar kregen we pas onlangs toegestuurd. BRNS (spreek uit als ‘brains’) is een Brusselse formatie die in 2012 debuteerde met het album ‘Wounded’. In 2014 kwam dan ‘Patine’ uit en nu zijn ze met ‘Sugar High’ toe aan nummer drie. In het alternatieve en indie rock circuit is het ook in België geen sinecure om opgemerkt te worden. BRNS doet er hier alles aan om dat wel te doen. De tien nummers op ‘Sugar High’ zijn wat meer uptempo en speelser dan van BRNS gewend zijn. Leuk en voor een opgewekt sfeertje zorgen de wisselende, meerstemmige zangpartijen en inbreng van de luchtige en fantasierijke synthesizers. Men probeert ook nieuwe dingen uit. Het pop gehalte is hoog en toch zijn de songs tamelijk complex en hebben bijna allemaal wat weerhaken. Het is een album met een breed gamma aan impressies. Het meest ontvankelijk is het niet toevallig als eerste single uitgebrachte ‘Pious Platitudes’. Tweede single ‘Encouter’ is dat al iets minder. Andere nummers die in de smaak vielen zijn ‘Damn Right’, ‘Forest’ en het nogal onheilspellende ‘So Close’. Het voor de rest fijnzinnige ‘Ishtar’ mist een passend einde. De titel van de langspeler verwijst naar het gevoel dat je krijgt wanneer je een overdosis aan suiker hebt verorberd. ‘Sugar High’ bracht onze suikerspiegel terug op peil, maar van het euforische gevoel bleven we verstoken.

Splashgirl

Splashgirl
Sixth Sense
Hubro

De eerste groep die een plaat uitbracht bij het in 2009 opgerichte Hubro, een sublabel van het Grappa Musikkforlag, was Splashgirl. De eer viel te beurt aan hun tweede album ‘Arbor’. Van dan af kwamen ze met de regelmaat van een klok - ongeveer om de twee jaar - terug met een nieuwe release. Hun zesde langspeler ‘Sixth Sense’ liet iets langer op zich wachten. Vanaf het album ‘Pressure’ (2011) werken ze op verschillende niveaus samen met Randall Dunn, misschien wel één van de bekendste en gerenommeerde studiotechnici en producers. De meest bekende acts met wie hij samenwerkte zijn Boris, Kinski, Sunn O))) en Earth. Splashgirl speelt een hedendaagse, vrije vorm van jazz, ook wel post-jazz genoemd. Het trio breekt op deze ‘Sixth Sense’ resoluut met de bestaande, conventionele normen. De composities zijn opgebouwd uit vele lagen. Er gaat een nooit eerder ervaren soort van densiteit en dynamiek uit. Tussen de instrumenten ontstaan telkens nieuwe vormen van interactie waarbij men ook gebruik maakt van elektronische manipulaties. Het drietal verwerkt in zijn instrumentale songs invloeden van krautrock, musique concrète, fusion, postrock, filmmuziek en leftfield. Een breed spectrum van stijlen die je een panoramisch uitzicht bieden. De zeven tracks staan elk apart, maar kun je ook zien als één geheel. Het geeft je als luisteraar een waaier aan mogelijkheden om deze plaat op eigen wijze te ervaren en te interpreteren. Lichtjes sensationeel is de prikkeling die door je lijf gaat bij het luisteren naar ‘Carrier’, de monumentale titelsong, ‘Half Self’ en ‘Taal Caldera'.

Mick Sussman

Mick Sussman
The Rosenberg Algorithmic Music Generator: Selected Works, Vol. 1
The Sublunar Society 

De Amerikaanse avant-garde kunstenaar Mick Sussman is een bolleboos. Deze whizzkid ontwierp  de Rosenberg - de naam is een eerbetoon aan zijn overgrootvader Max Rosenberg - software apparatuur dat met een eenvoudige druk op de knop zelf muziek begint te creëren op basis van een reeks willekeurige processen. Wie de volledige uitleg en alle details wil weten van hoe het allemaal werkt: het staat allemaal beschreven in het cd boekje. De algoritmes, de polyritmiek, het microtonale en repetitieve, het maakt allemaal deel uit van de creatieve ontwikkeling. Een ander belangrijk element is het al dan niet aanwenden van meerdere tempi in één en dezelfde track. Als je ergens op zoek moet gaan naar genres dan kom je in het beste geval uit bij glitch en electro. Hoe dan ook ontstaat er een nieuw soort muziek, volledig kunstmatig. Toch legt Sussman er de nadruk op dat het zijn muziek is die de Rosenberg genereert. Mick kan ten allen tijde de instellingen veranderen en behoudt zo de controle over het verloop en de werking. De muziek is heel ongewoon en ook na een tiental keer naar de 19 fragmenten te hebben geluisterd valt er voor mij geen touw aan vast te knopen. Het is heel moeilijk om ergens een melodie te ontdekken. Waarschijnlijk was het ook nooit de bedoeling om dit compositorisch erin te verwerken. ‘The Rosenberg Algorithmic Music Generator: Selected Works, Vol. 1’ is naar mijn bescheiden mening alleen interessant voor ingewijden en kenners van computergestuurde muziek. 

Yair Etziony

Yair Etziony
Albion Remixes
False Industries

In zijn thuisland Israel is producer, componist, muzikant en labelbaas Yair Etziony in het circuit van de elektronische muziek een icoon. Al jaren is hij de drijvende kracht en probeert telkens de grenzen te verleggen. Zo was hij de eerste die in Israel live op het podium een laptop introduceerde. In het verleden was hij techno DJ en speelde er in verschillende bands. Sinds 2010 runt hij zijn eigen label False Industries. Zijn meeste recente cd ‘Albion’, uitgebracht in 2015 telt acht tracks. Vier er van werden nu onder handen genomen door artiesten als Alex Empire, Daniela Orvin, King Britt en Tim Martin. De remixes zijn zeer uiteenlopend van aard. Ze dragen de duidelijke stempel van de act in kwestie en dat zonder afbreuk te doen aan het origineel. King Britt dient zich aan onder het pseudoniem Fhloston Paradigm. Zijn remix krijgt een sciencefiction tintje en is een mengeling van elektronische muziek uit de Berlijnse school met Detroit techno. De meest bekende van het viertal zal wel Alec Empire zijn. Hij turnt het sinistere ‘Imperium Romanum’ om tot een energieke track met afwisselend dub step en drum-'n-bass elementen. Ook Tim Martin gaat hier schuil achter een alias: Maps And Diagrams. Zijn bewerking van ‘Nightwatcher’ - new age met ambient - verwijst naar de chill out kamers van de jaren negentig. Daniela Orvin sluit de rij  en gaat weelderig om met strijkers en synthesizers om het gelukzalige gevoel dat afstraalt van ‘Avalon’ extra te beklemtonen. Een mooie bekroning van deze ep waarbij respectvol wordt omgegaan met het werk van Yair Etziony.   

Yūgen

Yūgen
Yūgen
Jazzland Recordings/PIAS

Een debuut dat enige aandacht verdient is deze ‘Yūgen’ van het gelijknamige duo bestaande uit Marthe Lea (saxofoon, zang en gitaar) en Håkon Aase (viool, percussie, kantele, harmonium). Als gastmuzikant is ook bassist Mats Eilertsen van de partij. Lea en Aase putten uit een ruim arsenaal van het muzikale lexicon. Traditionele volksmuziek uit verschillende windstreken wordt vermengd met minimale muziek, drones, contrapunten, harmonie, modern klassiek, experimentele muziek, jazz, microtonale muziek. Toch blijft men ook trouw aan de Noorse eigenheid en muzikale roots. Het geheel is zeer melodieus en diepgaand. De sfeer is zeer specifiek. Zwaarmoedig en toch afgelijnd. De arrangementen zijn sober, soms wat grillig, maar altijd gevat. De muziek is niet altijd even toegankelijk, doch getuigt wel van een diep gewortelde, melancholische schoonheid. Vooral het schitterende ‘Rabaso’ maakt een verpletterende indruk. Bijzonder is ook de duistere en onheilspellende ambiance van ‘Unis’. De songs zijn meestal beknopt, behalve de dertien minuten durende traditional ‘Refugee Prayer’. ‘Yūgen’ is een album dat uitnodigt tot meditatie en zelfreflectie. Ondanks de korte speelduur (32 minuten) blijft de muziek nog lang nazinderen. 

Serph

Serph
Aerialist
Noble

Naast Serph is de in Tokio residerende muzikant Takma ook actief als Reliq en vormt hij samen met zangeres Nozomi het duo N-qia. Een bezige jongen dus die ook nog tijd vindt om soundtracks te maken, onder meer voor de Konica Minolta Planetarium show (‘Iruka No Hoshi (Planet Of Dolphins)’ (2016). Deze ‘Aerialist’, zijn zesde plaat onder het pseudoniem Serph, is uitgegroeid tot een soort van muzikale roadmovie. Takma is van vele markten thuis en na zijn soulvolle jazz en hiphop uitstap met ‘Hyperion Suites’ in 2015 kiest hij nu voor electro, jungle en drum-’n-bass als reisgezellen. Doorheen de flitsende en snelle beats weerklinken invloeden uit Japanse volksmuziek en hedendaagse Japanse pop. Het geeft het geheel iets nostalgisch en tegelijk euforisch. Akoestische elementen zijn er ook met de introductie van enkele prachtige piano melodieën. ‘Aerialist’ is een opgewekte en montere plaat waarin Serph zijn fascinatie uitdrukt voor het leven op zich. Over het algemeen bekoorlijk en aangenaam om naar te luisteren. Toch blijf je achter met een dubbel gevoel. Zo is de speelduur naar mijn mening te lang. Na een 70 minuten durende stroom van positiviteit en vibraties heb je het wel gehad en verlang je terug naar de (harde) werkelijkheid en een nuchtere kijk op het leven. Ook qua variatie blijf je toch min of meer op je honger zitten en dat is eigenlijk wel jammer. Serph is nochtans een slimme schelm, maar een beetje teveel muzikale acrobaat. Wat dan weer een negatief effect heeft op de muziek in zijn totaliteit.

SkyDive Trio

SkyDive Trio
Sun Sparkle
Hubro

De drie muzikanten van het SkyDive Trio hebben er al een lange carrière opzitten. Ze speelden en spelen nog altijd in allerlei ensembles en groepen, soms in de rol van bandleider, soms als groepslid. Deze hier allemaal opnoemen zou ons te ver leiden. Na het in 2015 verschenen ‘Sun Moee’ is dit hun tweede langspeler als het SkyDive Trio. Bassist Mats Eilertsen en drummer Olavi Louhivuori componeerden respectievelijk vier en vijf nummers. Alleen gitarist Thomas Dahl beperkte zich met de titelsong tot één compositie. Dahl neemt wel de meeste solopartijen voor zijn rekening. Drums en bas bepalen het ritme dat door zijn velerlei schakeringen voor een veelkleurig palet aan stemmingen zorgt. Het drietal kan zowel stevig rockend uit de hoek komen als met meer op jazz geënte songs of hun meer fijnbesnaarde kant laten zien met bijna ambient of aan minimale muziek gelieerde nummers. Groot is bijvoorbeeld het verschil in ambiance tussen het beeldschone ‘Spruce’, de heavy klanken van ‘Ascending’ en het country getinte ‘Wish I Was Who? (Camera Off)’.  Andere vermeldenswaardige songs zijn het wervelende ‘Descending’, opener ‘Launching’, het door drumpatronen gestuurde ‘Convoy’ en het ingetogen ‘Engine Rest’. Het trio ontpopt zich hier als allround muzikanten die met brio een breed muzikaal spectrum kunnen vertolken.

Svein Finnerud Trio

Svein Finnerud Trio
Plastic Sun
Odin/PIAS

Noors jazz trio dat vooral in eigen land bekend en berucht werd tijdens de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw om zijn pionierswerk in het veld van free jazz, avant-garde en experimentele jazz. Ze lieten zich ondermeer inspireren door Keith Jarrett, Ornette Coleman, het Paul Bley Trio en Charles Lloyd Quartet. ‘Plastic Sun’ was destijds hun tweede elpee. Een eerste cd versie kwam er in 1998 op het Odin label. Twintig later doen ze dit nog eens over met eveneens een vinyluitgave. Naast eigen composities brengen ze ook twee nummers geschreven door Annette Peacock (‘Cartoon’ en ‘Touching’). Die was toentertijd de echtgenote van Paul Bley. ‘Dee Dee’ is een song van de hand van Coleman. Dat het drietal speels, spontaan en innovatief te werk ging blijkt uit het feit dat ze slechts één dag nodig hadden om ‘Plastic Sun op te nemen. Het contrast tussen de tracks onderling is groot en laat horen dat ze veel meer zijn dan een traditioneel opgevat piano trio. De communicatie en interactie tussen de muzikanten verloopt vlotjes en moeiteloos laveren ze tussen de verschillende stijlen door. De ene keer is het de piano die domineert, dan weer de drums of bas. De techniek van vrije improvisatie draagt ver en soms krijg je de indruk dat men eindeloos zou kunnen doorgaan. Representatief zijn het funky ‘Alnafet Street’, het complexe en experimentele ‘Cartoon’, de stemcapriolen in ‘Touching’, de solo aspecten in ’Dee Dee’ en de fris klinkende titelsong. Zowel pianist Svein Finnerud als bassist/zanger Bjørnar Andresen zijn reeds lang overleden. Respectievelijk in 2000 en 2004. Drummer Espen Rud is nog altijd actief en brengt platen uit, zowel solo als in groepsverband.  

Jemh Circs

Jemh Circs
(untitled) Kingdom
Cellule 75

Naast Black To Comm is de Duitse geluidskunstenaar Marc Richter ook actief als Jemh Circs. Bij die eerste maakt hij gebruik van analoge tapes en klanken gelicht van vinylplaten. Met Jemh Circs boort hij digitale bronnen aan. Hij samplet onder meer moderne popmuziek met van het You Tube geleende clipjes en van nog andere, soms obscure ‘gevonden muziekdragers’ die hij dan bewerkt, verandert, modelleert en transformeert. Een eerste elpee als Jemh Circs verscheen in september 2016. Dezelfde werkmethode is op deze ‘(untitled) Kingdom’ van toepassing. Richter kiest voor een esoterische vormgeving die naast het hypermoderne ook het primitieve en het occulte belichaamd. Hij gaat uit van de kracht van al die verschillende elementen. Op het eerste gehoor klinkt deze 24 tracks tellende verzameling van heel verscheiden geluidsfragmenten erg chaotisch. Doch wie zich de moeite getroost om meermaals te luisteren ontdekt inderdaad een structureel concept bestaande heel wat nieuwe facetten met verschillen in ritme en melodie. Je hebt de glitch invloeden in ‘Peak Oil’, ‘Auto-Da-Fé’ en ‘L.V’, de georkestreerde kakofonie van ‘Pg/Yy/A’, de scherpe gitaren in ‘(H)’ of het surrealistische klankenpalet in ‘Milch’, het Oosters gekruide ‘Persian Knives’ en de zangstemmetjes in ’20/20’ en de titelsong. ‘(untitled) Kingdom’ is wederom een bijzondere luisterervaring. Misschien wordt dit wel de muziek van de toekomst. 

Lunatic Soul

Lunatic Soul
Under The Fragmented Sky
Kcope Records

Naast Riverside is zanger en multi-instrumentalist Mariusz Duda sinds 2008 actief onder het pseudoniem Lunatic Soul. Hij is met deze ‘Under The Fragmented Sky’ reeds toe aan zijn zesde studioalbum. De songs liggen in het verlengde van zijn vorige langspeler ‘Fractured’ (2017). De opnames vonden plaats tijdens de sessies voor ‘Fractured’ in de Serakos studios. Hun finale stadium bereikten ze in februari dit jaar. Eerst was het de bedoeling om van het epische ‘A Thousand Shards Of Heaven’ - terug te vinden op ‘Fractured’ en waarvan de titel voor het huidige album is afgeleid - een maxi single uit te brengen aangevuld met een paar extra nummers. Het draaide echter anders uit en algauw had Duda meer dan een half uur muziek, voldoende om de songs een eigen forum te geven en artistiek op zichzelf tot hun recht te laten komen. De composities hebben een geheel eigen identiteit. Voor de uitwerking maakte hij gebruik van subtiele elektronische geluiden, gepaard met etherische vocale experimenten. Mariusz zoekt zo met ‘Under The Fragmented Sky’ toenadering tot zijn eerste Lunatic Soul platen. Het samengaan van allerhande keyboards en de variaties in het gebruik van de stem als volwaardig instrument geeft deze ‘Under The Fragmented Sky’ een sprookjesachtig karakter, maar ook een passende, futuristische kijk met een soms donker randje zoals in ‘Trials’, ‘Shadows’ en het repetitieve ‘The Art Of Repairing’. Heel mooi en prachtig gezongen zijn het met uitsluitend akoestische gitaar begeleide ‘Sorrow’ met aansluitend de heerlijke titelsong. Het instrumentale ‘Rinsing The Night’ heeft een licht Oosterse toets. Ook de afsluiter ‘Untamed’ is een pareltje met als gastmuzikant drummer Wawrzyniec Dramowicz (aka Vaaver). 

Gazpacho

Gazpacho
Soyuz
Kscope

Een album met een bijna goddelijke dimensie, zo omschreven we zelf ‘Molok’ de vorige langspeler van dit Noorse art rock sextet. Of het hun beste werk tot nu toe was hangt af van je persoonlijke smaak, want ook ‘Night’ en ‘March Of Ghosts’ worden dikwijls als hun nummer één naar voor geschoven. Hoe dan ook wie dacht dat ze hun toppunt hadden bereikt zal verbaasd opkijken, want ook ‘Soyuz’ blijkt een weergaloze langspeler te zijn. De formule en het stramien zijn nochtans hetzelfde gebleven. Net als zijn voorgangers is ‘Soyuz’ een conceptplaat, bestaande uit onderling met elkaar verbonden verhalen over de eerste Russische ruimtetuigen, de verongelukte kosmonaut Vladimir Komarov en het Seahenge monument als archetype van iets dat altijd en voor eeuwig zal blijven bestaan. De arrangementen zijn nog altijd groots en prachtig, de melodieën diepgaand, gevoelvol, doch in sommige tracks ook onheilspellend en pakkend. Meesterlijk van opzet en intensiteit is hun opus ‘Soyuz Out’, maar ook ‘Soyuz One’, ‘Hypomania’ en ‘Emperor Bespoke’ zijn schitterende songs. ‘Soyuz’ is een zorgvuldige en ontzagwekkende reflectie op de menselijke conditie, gevangen in een omlijsting van majesteitelijk georkestreerde, hedendaagse progressieve rock. ‘Soyuz’ is een meer dan een album. Het is een uitval naar de sterren en de hemel. 

Slagr

Slagr
Dirr
Hubro

Een traditioneel instrument dat populair blijft in Noorwegen is de Hardanger viool. Heel wat artiesten maken er gebruik van in heel uiteenlopende muziekgenres en stijlen. Ook bij het trio Slagr maakt de Hardanger vedel deel uit van het instrumentarium naast een set afgestemde glazen, een cello en vibrafoon. Hun muziek is een samensmelting van melancholische volksmuziek en jazz met hedendaagse drones en ambient klanken. Muziek ook met een sterke minimalistische aard. De nadruk ligt op helderheid, weemoedigheid en men bezingt de uitgestrektheid en ongetemde natuurpracht van het moederland. De productie is - net als op hun twee vorige albums - in handen van Andreas Mjøs (Jaga Jazzist). Hij zorgt ervoor dat de combinatie van melodieën en instrumenten de deur naar de magische wereld van Slagr wagenwijd openzet. Het drietal is ook niet bang om wat te gaan experimenteren zoals blijkt uit opener ‘Aur’ en het ermee samenhangende ‘Øyr’ waarmee de plaat afsluit. Beide zorgen voor een moderne avant-garde toets. De overige composities steken elkaar naar de kroon in het scheppen van delicate klanktapijten met soms toch een licht dreigende ondertoon, alsof het weer plots gaat omslaan. Een fenomeen waar men in die contreien van bij de geboorte leert me omgaan. Het beklemtoont ook de cinematografische mogelijkheden die men op ‘Dirr’ tentoonspreid. Deze langspeler van Slagr is er eentje om te koesteren en de ideale soundtrack om de dagelijkse ratrace even te ontvluchten. 

Sandro Mussida

Sandro Mussida
Ventuno Costellazioni Invisibili
Metrica

‘Ventuno Costellazioni Invisibili’ oftewel 21 onzichtbare constellaties is de titel van nieuwe album van de Italiaanse cellist, componist en dirigent Sandro Mussida. Hij legt zich toe op het componeren van muziek die de identiteit van de muzikale talen en tradities in vraag stelt en werkt in het bijzonder rond de interactie tussen klassiek, akoestisch, elektrisch en elektronische muziek en schrijft stukken voor zowel orkest, kamer- of solo instrumenten. Als setting voor ‘Ventuno Costellazioni Invisibili’ en om de ruimtelijke ervaring te optimaliseren koos Mussida voor een zes sterren patroon waarbij het publiek in het midden zit en de uitvoerders op de punten met hun blik naar het centrum gericht. De opnames vonden plaats in de Officine Meccaniche Recording Studios in Milaan op 8 maart 2016. De compositie bestaat uit twee van elkaar verschillende realisaties. Ze worden gekenmerkt door hun definitie van tijd, diepte en ruimte. Geaccentueerd door verschillen in toonhoogte, snelheid en de rotatie van driehoekige figuren. De keuze van het instrumentarium is hierbij de bepalende factor. Het is muziek die tegelijk complex, mooi en elegant is, zonder daarbij het experimentele en minimalistische karakter uit het oog te verliezen. Naast de vinyl versie is er ook een ‘surround sound’ Blue-ray release. Volgens Sandro moet dit de luisterervaring nog beter maken en de luisteraar nog nader brengen tot de werkelijke essentie en dimensie die van de muziek uitgaat. Iets wat volgens hem niet lukt met een gewone stereo opname. Mussida is alvast nieuwsgierig en wacht met spanning op reacties. 

Tilbury

Tilbury
Execution
Radio Bongo

Zet u schrap voor een uniek project. ‘Les Adventures de President Bongo’ wordt een werk van lange adem en zal maar liefst zeven jaar in beslag nemen en gespreid worden over 24 elpees. De man achter dit alles is Stephan Stephensen, alias President Bongo. Maakte ooit deel uit van het legendarische electro collectief Gusgus. De laatste twee decennia ging hij op ontdekkingstocht op zoek naar geestverwanten en muzikanten die hij zou kunnen inspireren tot grootse daden. De aanleiding voor zijn excursies waren de verhalen van reporter Kuifje. Een stripfiguur die wereldberoemd werd. In de ogen van Stephan is hij de meest bekende journalist en avonturier van de twintigste eeuw. Voor deze eerste episode deed Stephensen beroep op de indie band Tilbury. Twee tracks van hen - ‘Drama’ uit de langspeler ‘Exorcise’ (2012) en ‘Transmission’, gelicht van het jaar daarop verschenen 'Northern Comfort’ - worden hier helemaal omgeturnd tot een delicate luisterervaring. Aangestuurd door President Bongo die de functies op zich neemt van producer en richtinggevend artistiek directeur. Die brengt de door hem gekozen muzikanten zo ver dat ze bereid zijn hun muzikale horizon te verruimen en hun grenzen af te tasten. Kerngedachte bij deze uitstap is de groove. Een term met vele betekenissen. Hier wordt de link gelegd tussen de groeiringen van een boom, een plaat afspelen, de routine van het dagelijkse leven en het ritme van een drummer. Als luisteraar is het aan te raden dat je met open geest en de zintuigen op scherp een luistersessie van ‘Execution’ aanvat. Tilbury verlaat hier zijn terrein van folk en alternatieve rock en waagt zich aan een experimenteel deels door electro ondersteund avontuur. Zo krijg je zowel dromerige passages als jazzy, funk en rock fragmenten. Wie honger heeft naar meer kan nu al uitkijken naar aflevering twee van ‘Les Adventures de President Bongo’. Die zou verschijnen op 11 mei met als act Shed Your Skin het alter ego van componist/zanger Högni Egilsson. 

Dobbeltgjenger

Dobbeltgjenger
Limbohead
Karisma Records

Zelf omschrijft dit uit Bergen, Noorwegen afkomstige gezelschap hun muziek als futuristische retro rock. Het viertal laat zich onder meer inspireren door zowel Queens Of The Stone Age, Eagles Of Death Metal en ZZ Top als Talking Heads, Led Zeppelin of Jeff Buckley. Dobbeltgjenger speelt vinnige rock waarbij verschillende stijlen worden dooreen gehaspeld. Hun songs hebben meerdere lagen en soms zijn het composities die niet meteen goed in het gehoor liggen. Dat is het geval met opener ‘Tin Foil Hat’, ‘Calling Tokyo’ en ‘Swing’. Het kwartet is eigenzinnig, hoekig en tegelijk royaal en scheutig met een diversiteit aan ritmes. Na amper een dik half uur is het uit met de pret. Het had misschien wat meer mogen zijn. Van een andere kant bekeken is deze dosis allicht net voldoende om te kunnen blijven genieten. Meer vergroot de kans op een indigestie, want elk van de negen nummers heeft een eigen klankpalet en brengt een andere stijlvariant. Bijvoorbeeld met ‘In Limbo’ lonken ze naar Red Hot Chili Peppers, ‘Keep ‘Em Coming’ is een stevige brok funkrock, ‘Like Monroe’ refereert naar QOTSA en ‘Mangrove’ is soulvol gezongen en een tikje psychedelisch. Dus ook al is de tijdsduur beperkt, er valt heel wat te beleven op dit tweede schijfje van Dobbeltgjenger.  

Mon Réal

Mon Réal
Mon Réal
Eigen Beheer

Gentenaars die het Franse chanson adoreren en uitdragen, ze bestaan. Het duo Frank De Vos en Roeland Vandemoortele drukt zich uit in de taal van de liefde en bracht met ‘Salmigondis’ in 2014 een eerste album uit. De opvolger is een EP geworden met zes nummers. Het tweetal wordt sterk beïnvloed door artiesten als Françoise Hardy, George Brassens, Jacques Brel, Daniel Darc en Serge Gainsbourg. Qua zangstijl leunen ze aan bij die twee laatste en komen ook wel in de buurt van Daan. Voor de teksten kregen ze hulp van Jacques Duvall (die van ‘Banana Split’ van Lio). Verder verlenen ook Neeka (‘Mots D’Amour’) en Marie Warnant (‘Comment Te Dire Adieu’) hun medewerking. Mon Réal brengt luchtige en frisse electro pop. Je moet een beetje fan zijn van de hijgerige en fluisterende stem van Frank De Vos en van het hedendaagse Franse chanson, waarin een nostalgische toets voor Franse filmmuziek zit verweven. Sommige van de liedjes zijn echt wel puik waarbij onze voorkeur uitgaat naar het verleidelijke ‘Elle Et Moi’, het hippe Ta Peau’ en het pakkende ‘Tu N’As Encore Rien Vu’. Wat minder te pruimen zijn de cover van ‘Comment Te Dire Adieu’ van Françoise Hardy, ‘Amour Violence’ en ‘Mots D’Amour’. 

zondag 13 mei 2018

A Perfect Circle

A Perfect Circle
Eat The Elephant
BMG

Na hun Europese tournee voor ‘eMOTIVe’ (2004) zette A Perfect Circle zichzelf op non-actief. Vanaf 2010 begon men wel terug met het spelen van concerten en uitbrengen van liveplaten, maar van een nieuw studio album was er geen sprake. Tot 2017 gitarist Billy Howerdel het bericht de wereld instuurde dat A Perfect Circle bezig was met te werken aan ‘Eat The Elephant’. A Perfect Circle is altijd al een tikje speciaal geweest en op deze nieuwe langspeler gaan ze nog meer experimenteren en andere muzikale paden opzoeken. Sterkste troef blijft nog altijd de stem van zanger Maynard James Keenan. Naast Keenan en Howerdel bestaat de huidige bezetting uit James Iha (gitaar), drummer Jeff Friedl en Matt McJunkins op basgitaar. De songs zijn overwegend traag, zweverig en dromerig. Men neigt ook meer naar elektronische muziek en de soms vergezochte probeersels met instrumenten en vreemde capriolen met de stem van Keenan in ‘Hourglass’ en ‘Get The Lead Out’ zijn voor discussie vatbaar. De band is hier duidelijk op de dool. Soms verliest men zich ook in theatrale tierlantijnen. Toch is het niet allemaal kommer en kwel. A Perfect Circle verrast ons ook met een paar heel fraaie songs zoals ‘Disillusioned’, ‘The Contrarian’, de titelsong,  ‘By And Down The River’ en de meest felle track ‘So Long, And Thanks For All The Fish’. Toch denk ik dat niet iedereen klaar is voor deze ‘Eat The Elephant’ en de verregaande experimenteerdrift van Howerdel en co. De tijd zal het uitwijzen. 

Dapunksportif

Dapunksportif
Soundz Of Squeeze’o’Phrenia
Rastilho

Portugees duo dat zijn eerste plaat (‘Ready! Set! Go!’) uitbracht in 2006. Paulo Franco (zang, gitaar) en João Guincho gitaar, zang) brengen een pittige mix van stonerrock, rock-’n-roll en hardrock. Qua stijl zitten ze duidelijk in het vaarwater van Queens Of The Stone Age, doch voegen er een aantal psychedelische elementen aan toe. Voor de opnames van deze ‘Soundz Of Squeeze’o’Phrenia’ kregen ze hulp van drummer Fred Ferreira en geluidstechnicus Ricardo Riquier. Het plaatje raast en dendert voorbij als een op hol geslagen locomotief. Alleen in het meer zelf beschouwende ‘Ghost Town’ gaat het er wat rustiger aan toe. ‘Soundz Of Squeeze’o’Phrenia’ is één van die albums waarbij alle stukjes van de puzzel netjes op hun plaats vallen en de wonderbaarlijke chemie zijn werk doet. Dapunksportif heeft hier alleen oog voor de essentie en levert een aantal puike songs af waarbij scherpe gitaren, verpletterend drumwerk en fraaie duozang de dienst uitmaken. Laat u van de sokken blazen of in trance brengen door snelle en heftige nummers als ‘Nasty High Tech Slavery’, ‘Holidays’, ‘Rollercoaster’, Trouble’, ‘Neurological Mess’, ‘Reality Bites’ en hun magische mantra ‘Start Again’.

Beth Hart

Beth Hart
Front And Center
Provogue

De carrière van Beth Hart startte begin de jaren negentig. Ze is een zangeres die gaandeweg zowel in Amerika als Europa de successen aan elkaar reeg. Vandaag staat ze bekend als rock en blues vocaliste met een stem die meermaals wordt vergeleken met grootheden als Etta James en Janis Joplin. Naast solo artieste was ze de sidekick van andere, bekende muzikanten en trad aan met onder meer Jeff Beck, Slash en Joe Bonamassa. De meest recente plaat met die laatste is ‘Black Coffee’ (2016). Live gaat ze de uitdagingen niet uit de weg en dat leidt soms tot broeierige en gedurfde optredens die fysiek veeleisend zijn. Dertien jaar was het geleden dat ze nog eens live album heeft uitgebracht. De setting is de Iridium Jazz Club in New York City. Een plek die uitnodigt om in dialoog te gaan met het publiek. Naast liedjes van haar laatste studioplaat ‘Fire On The Floor’ van 2016 grasduint Beth Hart door haar rijkgevulde songcatalogus. Ze wisselt gevoelige nummers (‘St. Teresa’, ‘Leave The Light On’, ‘As Long As I Have A Song’, ‘No Place Like Home’) af met blues en soul getinte tracks (‘Love Gangster’, ‘Broken And Ugly’, ‘Isolation’, ‘Tell Her You Belong To Me’), ruige rock tunes (‘Delicious Surprise’, ’Fat Man’, ‘Can’t Let Go’, ‘For My Friends’) en meer gemoedelijke en op popmuziek afgestemde liedjes (‘Let’s Get Together’, ‘Jazz Man’). ‘Front And Center’ komt uit als DVD/CD met als bonus eerder nooit uitgegeven materiaal en een exclusief interview met Beth Hart.