donderdag 9 augustus 2018

m1nk

m1nk
The Far Cry
Seja Records

m1nk (em one en kay) liet voor het eerst van zich horen met het nummer ‘Fuck You Up’, uitgebracht eind december 2017. Kort daarop vonden ze onderdak bij het Nederlandse label Seja en met ‘The Far Cry’ brengen ze nu een tweede single uit. Het is de voorloper van hun debuutalbum ‘m1nk = Em One En Kay’. Het duo bestaat uit Erika Bach en Barry Snaith. Beide komen uit de Britse underground scene. De song heeft iets spookachtig, gejaagd, futuristisch en erotisch. De muziek van Snaith zweeft tussen cyberpunk, industrial, surrealistische filmmuziek, cabaret en dubstep. De stem van Bach is fragiel, timide en tegelijk bezwerend en dwingend. ‘The Far Cry’ is een grimmig en kil nummer, een klankbord voor het leven in de chaos en drukte van eender welke grootstad, de moderne jungle waarin de mens tracht te overleven. Een song ook die je reikhalzend doet uitkijken naar wat m1nk op muzikaal gebied nog in petto heeft. Daar moet je nog even op wachten. ‘m1nk = Em One En Kay’ zou eind dit jaar verschijnen.

Vitor Joaquim

Vitor Joaquim
Impermanence
Eigen Beheer

De Portugees Vitor Joaquim is een vorser en een geluids- en beeldkunstenaar. Hij behaalde een doctoraat in computermuziek en heeft een voorliefde voor probeersels met laptops. Zijn eerste stappen op het gebied van improvisatie en experimentele muziek zette hij reeds begin de jaren tachtig. Vitor werkte zowel voor theater en creëerde dansvoorstellingen, video’s en kunstinstallaties. In verschillende Europese landen werkte Joaquim samen met gerenommeerde en minder bekende artiesten als Scanner, Phil Niblock, Julien Ottavi, Greg Haines, Carlos Zingaro en Rodrigo Amado. Naast compilaties, remixes en collaboraties met andere muzikanten staan er acht solo albums op zijn palmares. Deze ‘Impermanence’ is nummer  negen en een toch wel bijzondere release. Het album komt uit in drie verschillende versies: op een USB Visacard verpakt in een doosje met magnetisch slot en digitaal. De derde, meest prijzige en zeldzame editie van slechts twintig exemplaren komt er in een als verpakking opgevat, opmerkelijke acryl beeldhouwwerk van de hand van Rui Grazina. Het kunstobject nodigt uit om als gebruiker in te gaan op de interactie tussen doorzicht en aanraking. Het concept van ‘Impermanence’ is de carrousel van verandering. Zowel het eigen lichaam als de omgeving en de wereld in het algemeen transformeert en muteert. Er is de onzekerheid van het bestaan en tegelijk de voorspelbaarheid der dingen. Niets ontsnapt aan wat er met het verstrijken van de tijd gebeurt. En dan is er nog het onvermogen om elk moment van ons bestaan ten volle bewust te beleven. De interpretatie van deze denkpiste maakt van de muzikale voorstelling ‘Impermanence’ tot een uniek electro-akoestisch werkstuk. Vitor Joaquim introduceert en combineert op schitterende wijze, piano, orgel en strijkers met elektronische spitsvondigheden, samples en tekstfragmenten zoals in de titeltrack een ingesproken brief van Tommy G aan Maria P en in ‘Here Is Where Is All The Happiness That You Can Find’ zit een Arvo Pärt interview verwerkt. Samen met ‘Stillness’ behoren ze tot de hoogtepunten van deze ‘Impermanence’.       

Tresque

Tresque
Vai E Vem
Care Of Editions
Laurent Peter opereert onder de noemer d’Insice. Daarnaast is hij ook actief als INSUB., diatribes, Tresque, La Tène, IMO en A/V. Sinds 2004 heeft hij zo een onnoemelijk aantal projecten tot een goed einde gebracht. Als Tresque is ‘Vai E Vem’ zijn meest recente exploot. De naam Tresque is ontleent aan een bijna vergeten middeleeuwse rondedans uit het zuiden van Europa. Met ‘Vai E Vem’ gaat Laurent Peter terug naar zijn roots van techno, drum-'n-bass en dub, maar bewandelt tegelijkertijd de weg van improvisatie, musique concrète en de lust om te experimenteren. Er wordt een spanningsveld gecreëerd tussen het statische element en de daaruit groeiende evolutie van pulserende en dwingende grooves en beats. Vanuit geminimaliseerde, zich herhalende samples ontwikkelen zich langzaam geluidslandschappen. Soms gebruikt Tresque de cut up techniek en brengt zo een nieuw muzikaal proces op gang. De aaneengeschakelde geluiden biologeren en zijn van een hoge intensiteit. Jammer dat er niet is gekozen voor wat meer afwisseling. Vooral ‘Mwen Se Be’ lijdt onder dit gebrek. Positief zijn dan weer de ritmische noise componenten die aansporen tot een collectieve dansbeweging. De elpee versie telt slechts vier nummers.  Wie zich ‘Vai E Vem’ digitaal aanschaft krijgt het bonusnummer ’Afoxç’ als surplus.


Toshimaru Nakamura

Toshimaru Nakamura
Re-Verbed (No-Input Mixing Board 9)
Room40

Toshimaru Nakamura is in Japan een pionier van de vrije improvisatie en actief in de Onkyo music movement of Onkyokei. Speelde ooit als jonge kerel gitaar in een rockband, maar koos gaandeweg voor het circuit bending, een vorm van elektronische muziek waarbij men via interne feedback geluid opwekt of moduleert. Sinds midden de jaren negentig is Nakamura beginnen te experimenteren met een eenvoudig model van mengpaneel dat hij door je jaren heen omgetoverd heeft tot een volwaardig instrument. Het toestel wordt uitsluitend gestuurd door zijn eigen feedback en heeft geen externe verbindingen. Zijn eerste ‘No-input Mixing Board’ release dateert van 2000 en inmiddels is hij toe aan nummer negen. Alles bij elkaar heeft Toshimaru meegewerkt aan meer dan honderd muziekstukken. Zijn expertise stelt hem in de mogelijkheid om op zoek te gaan naar meer ritmische impulsen die tegelijk enige harmonie bezitten. Toch blijft de muziek overwegend onvoorspelbaar en onbestemd. Het is aan Nakamura om de mengtafel naar zijn hand te zetten en als mixer de zee aan geluiden een bepaalde richting uit te sturen door ondermeer de met feedback opgewekte impulsen te bewerken. In opener ‘Nimb #51’ zijn het lage, pulserende dub georiënteerde uithalen die gepaard gaan met een gestage stroom van gebrom en gekraak. Gelijkaardige klanken herhalen zich doorheen de zeven andere fragmenten, maar door de interventies van Toshimaru komt er een creatief proces op gang waarvan de uitkomst resulteert in een unieke muziek ervaring . Meest tot de verbeelding sprekende tracks zijn ‘Nimb #53’ en ‘Nimb #55’.   

Shy Layers

Shy Layers
Midnight Marker
Beats In Space

Shy Layers is de artiestennaam voor de uit New York City afkomstige, maar nu in Atlanta residerende muzikant en visueel kunstenaar JD Walsh. Twee jaar geleden debuteerde hij met een eerste elpee. Een zeer genietbare plaat vol funk, soul, exotische ritmes, de betere krautrock en moderne synthpop. Een album dat een brug sloeg tussen vele genres en muzikale helden als Paul Simon, Kraftwerk, Luther Vandross, Brian Eno en Wally Badarou. Voor de opvolger ‘Midnight Marker’ werd aan de werkwijze en muzikale perceptie weinig veranderd. De titelsong heeft een sterke band met oosterse muziek. ‘Gateway’ is dan weer heel funky en de gastzangers zorgen voor een soulvolle invulling. Wanner Walsh zelf gaat zingen is zijn stem vervormd door een vocoder of andere effecten zoals een talkbox. Soms is het wat van het goede te veel zoals in ’Lover’s Code’ dat wel heel sterk doet denken aan Kraftwerk en een beetje aan Prince. ‘The Keeper’ laat een leuke samensmelting horen tussen Paul Simon tijdens zijn ‘Graceland’ periode en Brian Eno ten tijde van ‘My Life In The Bush Of Ghosts’. Waarom JD zo een voorstander is om zijn stem te bewerken met effecten is me een raadsel. Het klinkt eerder storend dan helend. Ook ‘No Road’ en ‘Draw The Shades’ moeten het ontgelden. Op zijn best is Shy Layers nog in instrumentale nummertjes als ‘Test Pattern’, ‘Tomorrow’, ‘Tropical Storm’ en ’15 And 4’. Het geheel van tien tracks straalt een overwegend gevoel uit van positiviteit en zorgt voor een ontspannen en luchtige sfeer. ‘Midnight Marker’ laat een gedreven artiest horen met veel gevoel voor ritme en met een caleidoscopische, muzikale bagage. Alleen jammer van die robot stemmetjes. Het zingen laat hij beter over aan echte vocalisten.   

Norman Westberg

Norman Westberg
After Vacation
Room40

Wie hem nog niet mocht kennen: Norman Westberg was vanaf het begin gitarist van cultband Swans. Tot Michael Gira in 1997 besloot om de stekker eruit te trekken. Westberg speelde dan maar in verschillende van Swans zijprojecten zoals The Body Haters en soloplaten van onder meer Gira zelf en Jarboe plus hij tekende present op de twee eerste albums van The Heroine Sheiks. De reünie van Swans in 2010 bracht hem terug bij zijn eerste en grote liefde. Daarnaast is hij vandaag actief bij NeVAh en Five Dollar Priest. Voor de release van een eerste solo uitstap was het wachten tot ‘Plough’ in 2012. Gestaag bleef hij op het solofront actief en nu is er ‘After Vacation’. Een plaat die tot stand kwam in de nadagen van de laatste tournee van Swans in die hun laatst bekende constellatie. De titel weerspiegelt het ‘na een vakantie’ gevoel, want echt op vakantie gaan zat er voor Norman niet in. Het lijkt bijna onmogelijk en moeilijk te geloven dat alles alleen maar op gitaar werd ingespeeld. Weliswaar worden er tal van processen gebruikt - delay, reverb, echo, enzovoort - die de brongeluiden transformeren en de textuur veranderen. Voor het eerst maakt Westberg ook gebruik van het ‘one take’ principe. Alles in één opname. Je zou denken; eenvoudiger kan het niet, maar er komt wel meer bij kijken. Zo is er Lawrence English die in de rol van producer kruipt en de zes tracks tot één geheel smeed. ‘After Vacation’ zit ondergedompeld in een duister en donker palet van klanken. Van de drones gaat een sluimerende kracht uit. Het zijn echo’s van onbekende en mysterieuze werelden. De locaties zijn levend en existent. Een zonsondergang, het ruisen van de golven, opstuivend zand. Bedwelmende bloemen, scherpe smaken van vruchten. De muziek heeft iets broeierig en exotisch. Toch blijft de teneur overwegend zwaar en somber. Norman Westberg nam bewust een duik in het voor hem onbekende met als eindpunt een mooie en fraaie langspeler die je niet meteen loslaat en nog een tijd blijft nawerken.   

New Tendencies

New Tendencies
L5
Forking Paths Records

New Tendencies is een project van de Canadese muzikant, kunstenaar en ontwerper Matt Nish-Lapidus. ’L5’ is de opvolger van het vorig jaar verschenen ‘Missed Month’, een plaat die in het teken stond van abstractie en het exploreren en experimenteren met rauwe door ruis gedomineerde minimalistisch opgevatte geluidslandschappen. Matt haalt zijn inspiratie in het wereldje van science fiction. Zo verwijst L5 naar de Langrangiaanse baan waarin Freeside zich bevindt, een fictief leefgebied in de ruimte dat wordt beschreven in de debuutroman ‘Neuromancer’ van de Amerikaanse cyberpunk auteur William Gibson. Deze muziek zou eventueel uit dat tijdsgewricht afkomstig kunnen zijn. Nish-Lapidus onderzoekt de mogelijkheden van het creëren van geluid door middel van verschillende media en installaties. ‘L5’ werd opgenomen op modulaire en zelfgemaakte esoterische geluidsapparatuur. Sommige tracks drijven op heel verscheiden hypnotiserende en pulserende beats en ritmes (‘Barycenter’, ‘Trust’, ‘Point’  en ‘Various Purposes’). Andere bestaan uit mechanische en metaalachtige patronen (‘Stop’, ‘Start’ en ‘Wise’). De muzikale wereld van New Tendencies zit vol referenties naar vreemde, nooit eerder bezochte planeten en hun bewoners. Het is een album dat de fantasie stimuleert. Het speciale karakter wordt extra beklemtoond door het feit dat naast een digitale versie ‘L5’ wordt uitgebracht op cassette in een gelimiteerde oplage van slechts 25 stuks. En ook al is dit een op alle gebied bijzondere release, naar mijn gevoel zullen die vlotjes van de hand gaan.

Carl Stone

Carl Stone
Electronic Music From The Eighties And Nineties
Unseen Worlds

De Amerikaanse componist Carl Stone maakt al muziek sinds 1972. Hij specialiseerde zich in elektronische muziek en vandaag is zijn voornaamste instrument een laptop computer. De man heeft talloze werken op zijn conto staan. Veel er van bevatten zich langzaam ontwikkelende manipulaties van samples. Dit kunnen opnames zijn van akoestische instrumenten, stemmen of andere geluiden. Unseen Worlds bracht in 2016 een eerste verzameling uit van drie elpees met zowel gewaardeerde als ‘vergeten’ werken onder de noemer ‘Electronic Music  From The Seventies And Eighties’. Met de de dubbelaar ‘Electronic Music From The Eighties And Nineties’ komt daar nu een vervolg op. Inhoudelijk is het concept hetzelfde gebleven, want ook hier worden favoriete stukken afgewisseld met minder bekende of eerder onuitgebrachte werken. De composities zijn gelijkaardig van opzet. Rustgevend, dromerig, onvoorspelbaar en traag evoluerend. Zo zijn er de de wijdse en zweverige ambient klanken in het soezerige ‘Banteay Srey’. Naar het einde toe krijgen we een verrassende wending in het minimalistisch opgevatte ‘Sonali’ met de introductie van een Mozart koor en de daarbij horende bewerkte glitches. Of er is de Indonesische gamelan in combinatie met die ene zangeres in het prachtig exorbitante, nooit eerder uitgebrachte ‘Mae Yao’. Als minst behaaglijk en nogal extreem is er nog ‘Woo Lae Oak’. 23 minuten lang tremolo vioolklanken met daaroverheen gedrapeerd een enerverend en schriel gefluit is op zijn minst exceptioneel te noemen. Zorgt voor agitatie en geprikkeldheid. Carl Stone blijft hoe dan ook een gedreven en expressief geluidskunstenaar met een voorkeur voor het onverwachte en het avontuurlijke.    

maandag 23 juli 2018

Hilde Marie Holsen

Hilde Marie Holsen
Lazuli
Hubro

Hilde Marie Holsen speelt trompet. Een niet alledaags instrument om solo mee uit te pakken. Andere bekende trompettisten in de moderne muziek zijn Jon Hassell, Mark Isham, Graham Haynes en haar landgenoten Nils Peter Molvær en Ave Henriksen. Die hebben stuk voor stuk internationale faam verworven en Holsen is goed op weg om zich bij hen aan te sluiten. In mei 2015 debuteerde ze met het album ‘Ask’, waarop ze wat genres betreft ambient combineert met jazz, experimentele muziek en vrije improvisatie. Als extra ondersteuning bewerkt en manipuleert ze haar composities via verschillende ademhalingstechnieken en elektronisch gestuurde processen. Haar tweede worp ‘Lazuli’ ligt in het verlengde, doch vormt - ook al telt die slechts vier nummers - een meer coherent geheel. De titels verwijzen naar mineralen die gebruikt worden als kleurstoffen om verf mee te maken. Het idee om hier voor te kiezen kwam er nadat Hilde Marie een tijd praktiserend doorbracht met de kunstenares Tyra Fure Brandsæter. Het materiaal werd dan bewerkt en herwerkt tot wanneer men het gewenste resultaat bereikte. Met de wijze waarop de composities tot stand gekomen zijn is het begrip alchemie niet eens vergezocht. De geluidslandschappen bestaan uit verschillende elkaar overlappende lagen. Het geheel klinkt nogal abstract en futuristisch. Machinerieën, drones, echo’s bepalen mee de sfeer. De muziek is stijlvol, gedetailleerd, zweverig en mysterieus. Meest in het oog springend en episch opgevat is de prachtige zeventien minuten durende titeltrack.

Skadedyr

Skadedyr
Musikk!
Hubro

Skadedyr betekent ongedierte. Niet meteen een naam die je sympathiek maakt, maar wie zich een aantal keren onderdompelt in dit twaalfkoppige Noorse gezelschap zijn derde langspeelplaat zal gezien de muzikale context moeten toegeven dat de groepsnaam niet eens zo ver gezocht is. Inderdaad, de muzikanten van Skadedyr gedragen zich als plaagdieren. Soms krijg je er de pest in. Conformisme is hen totaal vreemd. Integendeel, het mini orkest lapt alle bestaande structuren en restricties in het huidige muzieklandschap aan zijn laars en geeft het begrip vrije improvisatie een nieuwe dimensie. Al zijn er parallellen en vergelijkingen mogelijk met bestaande stijlen en genres. Die komen er op de meest onverwachte momenten en die passages van herkenning maken het min of meer draaglijk om je de rest van de tijd als luisteraar over te geven aan totale chaos en anarchie. Je kunt het zien als een persoonlijke test in wat een mens mogelijks kan verdragen en verduren. Men maakt gebruik van ongewone combinaties inzake instrumentarium en men introduceert alternatieve technieken in zowel het componeren als in de arrangementen. Aan partituren hebben ze een broertje dood. Het titelnummer is meteen een fijne introductie voor het album in zijn geheel. Experimentele zang wordt afgewisseld met onsamenhangende fracties percussie, drums, trombone, viool en gitaar. Het klinkt als een stuurloze bij elkaar gekrasselde brij, maar plots hoor je een soort van terugkerend thema en lijkt het als stukjes van een puzzel die in elkaar te passen. Naar het einde toe dwaalt men af naar een kakofonie die uiteindelijk finaal weg deemsterde. In ‘Frampek’ gooit men van begin tot einde alle remmen los. ‘Kallet’ is op zijn beurt dan een meer omzichtige track met een bewust in de hand gehouden vorm van wanorde waaruit plots weer een normaal klinkend stukje muziek in al zijn glorie verschijnt. Het jazzy ‘Festen’ getuigt van een doorgedreven spirituele en kosmische ambiance. Het korte ‘Portrett’ is enkel wat gepingel en de inleiding tot afsluiter ‘Hage Om Kvelden’. Met zijn piano motiefje en daarover heen gedrapeerde blazers en stemmen, rustgevend en breekbaar, maar toch ook met net dat tikkeltje roerigheid. Vreemd plaatje deze ‘Musikk!’. Zie het als een goedbedoelde provocatie en ervaar zelf wat deze muziek zoal te weeg kan brengen.     

June Bug

June Bug
A Thousand Days
Atypeek Music

Sarah ‘June’ Decroocq en Beryl Benyoucef vormen samen June Bug. Het duo hun liedjes horen thuis in de categorie anti-folk, een genre dat zich niet gemakkelijk laat definiëren en karakteristieke verschillen vertoont naargelang de  artiest in kwestie. In het geval van June Bug is het gamma uitgebreid met elementen van indie rock, pop, electro, hiphop, psychedelische rock en folkrock. ‘A Thousand Days’ is hun debuut en hun alternatieve aanpak van het begrip folksongs is verre van slecht. Onweerstaanbaar door hun eigengereidheid en waanwijs zijn bijvoorbeeld het pittige ‘Paper Guns’, het grimmige ‘Reasons’, het snedige ‘Freaks’, het stomende ‘By The Fire’, het rauwe en harde ‘Left Out’ en het experimentele ‘Silenced’. Qua inhoud hebben de door Sarah geschreven teksten een persoonlijk karakter. De muzikale input komt voornamelijk op rekening van multi-instrumentalist Beryl. Die doet de sterke melodieën alle eer aan met een uitgebreid gamma aan uiteenlopende instrumenten. Mooi meegenomen is ook de fraaie, harmonieuze samenzang tussen beide. ‘Now’ en ‘Does It Matter’ zijn daarvan fijne voorbeelden. June Bug trekt zich geen zak aan van wat tegenwoordig hip of hot is. In het huidige muzieklandschap zoeken ze hun eigen weg. ’A Thousand Days’ is dan ook een meer dan degelijke eerste plaat en een verademing. Een album met een bredere en nuchtere kijk op de wereld.  

Andrew Tuttle

Andrew Tuttle
Andrew Tuttle
Someone Good

Voor de Australiër Andrew Tuttle is zijn thuisstad Brisbane een bron van inspiratie. Op dit derde solo album is de muziek een weerspiegeling van het dagelijkse leven. De tijd voor het schrijven van de songs spendeerde hij voor het grootste deel in zijn slaapkamer. Het instrumentarium bestond alleen uit banjo, akoestische gitaar en synthesizer. Toch slaagt Andrew er in om een interessant palet samen te stellen door de introductie van ambient klanken en subtiele drones. Het geroezemoes van de grootstad vloeit samen met het geruis van de wind die door de bomen en over de rivier waait. Op deze manier maakt hij opnieuw kennis met zijn nochtans al vertrouwde omgeving. Zijn liedjes zijn delicaat en gracieus. Het zijn dromen en reflecties. Gebracht en gedragen door een positieve instelling waarin liefde, familie en vriendschap het allerbelangrijkste zijn. Ook al zijn het turbulente tijden. De constructie om ambient te laten samen gaan met folk valt best wel in de smaak. Vooral de visionaire voorstelling van ‘A Winding River’, ‘Transmission Interruption’ en ‘Boarding Zone’ zijn illustratief en schetsen op prachtige wijze de ideale wereld van Andrew. Slechts op twee nummers krijgt Tuttle de steun van een paar gastmuzikanten. Op ‘Meterological Warning’ zijn dat Chris Rainier (lap steel gitaar) en Dina Maccabee (viola) en in ‘The Coldest Night’ komen Charlie Parr (elektrische gitaar) en trompettist Joel Saunders een handje toesteken. Zorgt voor een beetje afwisseling, doch niet genoeg, want meer variatie is nou net waar het dit album aan ontbreekt.    

Strafe F.R.

Strafe F.R.
The Bird Was Stolen
Touch
Strafe Für Rebellion werd in 1979 opgericht door het duo Bernd Kastner en Siegfried Michail Syniuga. Vanaf 1991 opereerden ze onder de naam Strafe F.R. Na het in 1995 verschenen ‘Pianoguitar’ verdwenen ze stilletjes van het toneel om in 2014 een onverwachte comeback te maken met ‘Sulphur Spring’. Een hernieuwde samenwerking die smaakte naar meer, want nu is er de langspeler ‘The Bird Was Stolen’. Het tweetal staat bekend om zijn persoonlijke stijl en visie wat betreft abstracte en surrealistische instrumentale muziek. Een belangrijke ontwikkeling waren en zijn de zelfgemaakte instrumenten, het aanwenden van ‘gevonden voorwerpen’ als muziek speeltuigen en een zelf opgebouwd arsenaal aan veldopnames. Je kan het zo gek niet bedenken of ze gebruiken het op de één of andere manier. Werktuigen van dienst zijn bijvoorbeeld een helemaal gestripte piano waarmee ze van alles uitproberen via onder meer luidsprekers en de resonanties van de pianosnaren. De uitwas er van kreeg als titel ‘Pianosmoke’. Of het mankement aan hun oude, draagbare Uher opnameapparaat. Het defect kreeg een functie en het resultaat noemden ze ‘Himmelgeist’. Ook vocaal wordt er op ‘The Bird Was Stolen’ druk geëxperimenteerd. Naast beide heren zet ook Caterina De Re haar beste beentje voor. Onder meer in ‘Flare’, het springerige ‘Towton’ en het hitsige ‘Anophelis’. Een paar tracks zijn deels gebaseerd op klassieke muziek (‘Prepper’s Home’, ‘Megalitic’) Meest intrigerend is het pulserende ‘Dictator’ waarin heel wat van voornoemde facetten aan bod komen en tot een intens geheel worden gesmeed. Ook het cinematografische ‘Violet Sun’ en het metallische ‘Golden Stomach’ zijn nog een vermelding waard.

Mark Van Hoen

Mark Van Hoen
Invisible Threads
Touch
De in Croydon, Londen geboren Mark Van Hoen resideert vandaag aan de Amerikaanse westkust, meer bepaald in Los Angeles. Van Hoen is een veelzijdig muzikant en actief sinds 1981. Naast werk onder zijn eigen naam, bracht hij door de jaren heen platen uit als Locust en was actief in acts als Autocreation, Black Hearted Brother, Drøne, Scala en Seefeel. Deze ‘Invisible Threads’ kwam tot stand in 2016. Mark liet zich inspireren door een aantal artiesten waarmee hij toen een korte tournee ondernam. Van de partij waren onder meer Philip Jeck, Daniel Menche, Lee Bannon en Marcus Fischer. Ook Touch label genoten als Claire M Singer, Jana Winderen en Chris Watson (Cabaret Voltaire, The Hafler Trio) zorgden voor de nodige stimulansen. Het feit dat hij in diezelfde periode bezig was met het bewerken en ontwerpen van filmmuziek had eveneens zijn weerslag op ‘Invisible Threads’. Net als het herlezen van ‘The Conversation Of Eiros And Charmion’, een kortverhaal van Edgar Allan Poe. Voor het eerst sinds ‘Aurobindo: Involution’ (1994) maakt Van Hoen geen gebruik van analoge synthesizers. In plaats daarvan bestaat het instrumentarium uit orgel, piano, gitaar en door verschillende merken aangeleverde synth modules en software. Dat alles aangevuld met zelf geregistreerde veldopnames en ‘gevonden’ geluiden op vinylplaten en videowebsite YouTube. Elk van de zeven tracks is specifiek van aard met talrijke, maar soms kleine nuances. ‘Invisible Threads’ is verre van een pure ambient plaat, doch dient zich eerder aan als een transcendente belevenis. In zijn totaliteit is het een verontrustende en intense langspeler. De verscheidenheid aan ingrediënten zorgt voor een sluimerend effect van onbehagen, dreiging, angst, maar ook van nostalgie, romantiek en de eigen muzikale identiteit. In het geval van Mark hebben artiesten als Karlheinz Stockhausen, Brian Eno, Kraftwerk, Tangerine Dream, Can, Cabaret Voltaire, The Human League, David Bowie en later LFO hun stempel gedrukt op zijn werk. Ze maken nog steeds deel uit van Van Hoen zijn muzikale expeditie. ‘Invisible Threads’ is een plaat die ook vraagt en uitnodigt tot een intensieve wijze van inleving. Hetzij ofwel door middel van wat wij verstaan onder de betere geluidsinstallatie of toch op zijn minst met een goede koptelefoon. Want de schoonheid en afwisseling zit hier in de gedetailleerde uitwerking.   

Fauna

Fauna
Infernum
Ventil Records

In het openingsfragment omschrijft Rana Farahani (alias Fauna) de moeilijke en blijkbaar gevaarlijke omstandigheden waarin haar tweede plaat ‘Infernum’ - de opvolger voor het in 2012 verschenen ‘D(r)one’ - tot stand is gekomen. Laten we het maar meteen toegeven: we zijn geen fan van het timbre van de in de beginfase (‘Primus’,’∂rive By [Gauna]’ en ‘Unbehagen’) en gebruikte, vervormde robotstemmen. Ze klinken nogal naïef en amateuristisch. Ook Fauna’s gewone zangstem heeft iets kinderlijks. Muzikaal probeert Rana doordeweekse synthesizer pop te combineren met de toen populaire ondergrondse club scene van de jaren zeventig en tachtig, eigentijdse dansritmes en een slome hiphop variant. Farahani brengt zo op haar manier het heden en verleden samen. Thema’s voor de teksten zijn onder andere omgaan met een onzekere toekomst, virtuele en digitale identiteitskwesties en politiek activisme. Qua genres en het gebruik van instrumentarium krijg je een ruim en gevarieerd aanbod. Het is wat onsamenhangend en soms fragmentarisch, maar op zich doet dat geen afbreuk aan het geheel. Zoals reeds aangehaald is het vocale luik redelijk speciaal. Iedereen heeft recht op zijn of haar artistieke vrijheid, maar mijn enthousiasme in deze blijft getemperd. Mijn favoriete track is dan ook het instrumentale ‘Went Home Got Lost’.   

Ketan Bhatti & Ensemble Adapter

Ketan Bhatti & Ensemble Adapter
Nodding Terms
col legno

Drummer, producer en componist Ketan Bhatti is geboren in New Dehli, maar jaren geleden uitgeweken naar Duitsland en vandaag woonachtig in Berlijn al waar hij samen met zijn broer Vivan muziek produceert en componeert voor theater, film, dans en musicals. Met ‘Nodding Terms’ waagt Ketan zich voor het eerst aan een moderne en hedendaagse vorm van kamermuziek. Daarvoor doet hij beroep op het ensemble Adapter dat is samengesteld uit allemaal klassiek geschoolde Duitse en IJslandse muzikanten die ook thuis zijn in het wereldje van de popmuziek. Er ontstaat een nieuwsoortig muzikaal landschap. De grenzen tussen verschillende muziekstijlen vervaagt of verdwijnt zelfs helemaal. Er wordt vrij gemusiceerd waarbij de muzikanten wisselen van instrument. Als drummer weet Ketan zijn stempel te drukken op de composities door percussie en drums naar voor te schuiven als belangrijke componenten die de klankkleur, ritme, beat en groove bepalen. Een drietal nummers kreeg een remix behandeling. Daarvoor werd de hulp ingeroepen van Paul Frick en Jan Brauer waarmee Bhatti een studio deelt. ‘Nodding Terms’ is allesbehalve een eenvoudig werkstuk. De voortdurende wisselwerking en het vreemde karakter zorgen voor een complex geheel van free jazz waarin toch de nodige discipline aan de dag wordt gelegd en men zich binnen een bepaald muzikaal kader beweegt. In het oog springende nummers zijn het wonderbaarlijke en opzwepende ‘Funkstoff’, het eerst ambient gerichte, maar dan fel pulserende kleinood ‘Kords’, de Braziliaans getinte ritmische beweging in ‘Umziehaktion’ met in het verlengde de remix versie van Brauer. ‘Modul 4’ is een experimentele en verregaande mix tussen hedendaags klassiek en elektronische klanken. Voor de klaterende bewerking ervan neemt het Ensemble Adapter zelf de touwtjes in handen. ‘Nodding Terms’ is een fraai album met veel nuances en een bijzondere kruisbestuiving tussen genres onderling.  

Distant Animals

Distant Animals
Lines
Hallow Ground
Distant Animals is de artistieke output van Daniel Alexander Hignell, een Brits onderzoeker, uitvoerder en geluids- en videokunstenaar. Zijn werk omvat drones, veldopnames, hedendaags klassiek, improvisatie en synthese. Tijdens zijn reis doorheen Europa, werkte Hignell aan verschillende geluidscollages waarbij hij vaak koos voor een breed scala aan medewerkers, waaronder beeldende kunstenaars, choreografen, theologen, advocaten en politieke activisten.

In 2017 voltooide hij een AHRC-bekroond doctoraat in compositie waarin hij de sociale functie van het maken van kunst onderzocht. Deze cd ‘Lines’ is daarvan het eerste uitvloeisel. Belangrijk is het samenspel tussen de waarnemingen van de zintuigen en het verstandelijke besef. De eerste compositie ‘Pure Drone’ kun je letterlijk opvatten. Het is een conceptuele, maar ook spirituele  benadering van het begrip drone en de voortgang ervan in timbre en ritme gespreid over een langere tijdspanne. Tweede track is ‘Line Made By Walking’. Een steeds evoluerend werk uitgevoerd op een modulaire synthesizer. Instigerend, naarmate het werk vordert, zijn onder meer de ritmische dissonantie van de stem en het vervormde geluid van klokken. Volgens de maker is ‘Lines’ meer dan een muzikaal werk. De bewegingen en relaties die de partituur oproept zijn ook in een andere context applicabel: het gras maaien, de gootsteen repareren, met iemand ruziën of gewoon gaan wandelen. Het album bevat ook een pakket van vier documenterende briefkaarten die tijdens het creëren van het muziekstuk zijn ontworpen. Inbegrepen in elk pakket is een individueel met de hand gestempelde en genummerde afdruk, gemaakt door kunstenares Layla Tully. Het is haar bijdrage en reactie op de centrale thema’s van het album: materialiteit, substantie, ontstaan en het proces van 'line-making'.

Zonk’t

Zonk’t 
Banburismus
Sound On Probation

Naast Zonk’t is Parijzenaar Laurent Perrier ook actief onder zijn eigen naam en als Pylône, Heal, Cape Fear en als groepslid in Nox. Als Zonk’t concentreert Perrier zich op ambient en dub waarbij de composities uitsluiten digitaal en via modulaire synthesizers gestalte krijgen. De titel ‘Banburismus’ zou verwijzen naar een crypto-analytisch proces, ontwikkelt door de Britse wiskundige Alan Turing tijdens de tweede wereldoorlog. Kant 1 bevat met ‘Square’ slechts één lange track van achttien minuten. Een afwisselend sombere en luchtige drone introductie gaat langzaam over in glitches, echo’s en vervormde stemmen. De dub effecten komen er via diepe bassen waarin ook blieps en verre effecten van weerkaatsing opduiken. Die laatste zijn gelinkt aan door Turing ontcijferde berichten. De B-kant zet het dub proces verder, maar verdiept het geluidsspectrum met als ultieme doel verdwalen in de uitgestrektheid van de kosmos. Vooral het meer uptempo en heftige ‘Colossus’ is een aanrader. Net als het wat naar krautrock refererende ‘Conditional Probability’. Met zijn niet te stoppen honger om te experimenteren overstijgt Laurent Perrier hier het subgenre van elektronische dub en opent de deur naar een nieuwe en fascinerende wereld

Bojanek & Michałowski

Bojanek & Michałowski 
Solid
N_Coded

Grzegorz Bojanek en Piotr Michałowski begonnen hun samenwerking in 2010. Hun eerste wapenfeit samen was een volledig geïmproviseerde voorstelling. Dergelijke gelijkaardige concerten in combinatie met talloze opnamesessies gaven hen de artistieke vrijheid om het met elkaar musiceren verder te ontwikkelen. In 2013 brachten ze met ‘As Far As It Seems’ een eerste album uit. Daarin lieten ze hun voorliefde blijken voor niet alledaagse en wisselende geluiden. Hun tweede langspeler ’Solid’ staat in het teken van het opbouwen en construeren van composities. Net als bij gebouwen is de eerste steen de aanzet. Vandaar ook titels als ‘Stones’, ‘Statues’, ‘Sculptures’, ‘Pillars’ en ‘Monuments’. Het tweetal maakt gebruik van analoge, zowel akoestische als elektronische instrumenten en veldopnames die mee de geluidsomgeving bepalen. Alleen ‘Figures’ heeft een andere benadering en geluidsstructuur. Daarin zitten verweven: aan en af rollende vliegtuiggeluiden, akoestische gitaar plus een tekstfragment. Daarin vraagt een stewardess aan de passagiers om hun veiligheidsgordels om te doen, want het toestel begint aan zijn afdaling. Hetzelfde nummer krijgt een remix behandeling met Latijns-Amerikaanse percussie door de eveneens Poolse muzikant Michal Jacaszek. Wat garant staat voor een warm en exotisch sfeertje. ‘Solid’ is een langspeler die enthousiast zal worden ontvangen door zowel liefhebbers van ambient als voorstanders van meer experimentele klanklandschappen.   

Frequency Drift

Frequency Drift
Letters To Maro
Gentle Art Of Music

Op hun achtste album stelt dit Duitse gezelschap met Irini Alexia hun nieuwe zangeres en tekstschrijfster voor. In tegenstelling tot hun vorige langspeler die meer gitaar gericht was kiest men nu voor een meer gesofisticeerd groepsgeluid. Wat stijl betreft kun je de muziek nog steeds omschrijven als progressieve rock, doch met een meer cinematografisch karakter. De arrangementen zijn uitgewerkt tot wijdse panoramische sfeerbeelden met veel aandacht voor details en met het innovatief aanwenden van het uitgebreide instrumentarium waarbij de verbeelding wordt geprikkeld en gestimuleerd. Voor de lyrische component laat Irini zich leiden door gedachten en herinneringen die als geesten verankerd zijn en rondwaren in het geheugen. Elke compositie is opgevat als een ‘brief’ waarin een gebeurtenis wordt verteld. Met haar prachtige en hemels klinkende stem bespeeld Alexia een emotionele achtbaan zonder daarbij te vervallen in overdreven zwaarmoedigheid. Integendeel, soms word je deelgenoot van een subtiel en comfortabel gevoel van lichtheid en luchtigheid. Muzikaal ziet het kwartet, onder leiding van de klassiek geschoolde multi-instrumentalist Andreas Hack, het groots. Een ambitie die vertaald wordt in soms gedurfde sequenties, al eens theatraal, complex of pretentieus, doch altijd pakkend en impressief. ‘Letters To Maro’ is een majestatisch en zeer genietbaar werkstuk met garantie voor meerdere uren luisterplezier.    

zondag 15 juli 2018

Axegrinder

Axegrinder
Satori
Rise Above

Crust punk is een subgenre dat door zijn sociale en politieke betrokkenheid vooral geliefd was in het milieu van kraakbewegingen en anarchisten en altijd ondergronds is gebleven. In de beginjaren had je Amebix, Hellbastard en Antisect. In het huidige decennium Behind Enemy Lines, Early Graves en Corrupt Leaders. In 1986 was er ook Axegrinder die met het album ‘The Rise Of The Serpent Men’ zich onmiddellijk liet opmerken. De band was echter geen lang leven beschoren en kapte er definitief mee in 1991. Gitarist Steve Alton en zanger Trevor Speed vonden elkaar nu terug en besloten na 29 jaar een tweede plaat op te nemen. ‘Satori’ is Japans voor ‘een belangrijke stap naar de verlichting’, maar veel verlichte momenten zijn hier niet waar te nemen. Het duo doet verwoede pogingen om aansluiting te vinden met het huidige tijdsbestek door naar eigen zeggen nieuw terrein te ontginnen en tegelijk de oude glorie in ere te herstellen. Een tweeslachtige benadering die uitdraait op een klein fiasco. De betere tracks zijn ‘The Unthinkable’ (met dank aan Killing Joke) en ‘Halo (Snakes For The Breeding)’. De overige nummers zijn inspiratieloos, langdradig en mak.

The Turbo A.C.’s

The Turbo A.C.’s
Radiation
Concrete Jungle

Amerikaanse punk rock band uit New York City opgericht in 1995. Na zeven jaar komen ze eindelijk op de proppen met de opvolger voor het in 2011 verschenen ‘Kill Everone’. ’Radiation’ is inmiddels hun negende release. In het verleden werden The Turbo A.C.’s in één adem genoemd met The Supersuckers en New Bomb Turks, maar door de jaren heen hebben ze zich een eigen status en plaats verworven in het spectrum van de punk en surf rock. Frontman Kevin Cole kreeg privé de afgelopen jaren een paar serieuze tegenslagen te verwerken. Hij bleef echter niet bij de pakken zitten en die gebeurtenissen vormden de aanleiding om te starten met het schrijven van nieuw songmateriaal. Aan hun ondertussen bekende stramien werd niets gewijzigd. Zo doet de titelsong dienst als verplicht instrumentaaltje. In totaal zijn het elf korte en gebalde liedjes die op deze ‘Radiation’ aan sneltempo voorbij razen. De plaat opent met een dronken en opgefokte versie van het van Curtis Mayfield geleende ‘I’m So Proud’ met in zijn kielzog een in surf en punk ornaat gestoken cover van zowaar Lana Del Rey: ‘High By The Beach’. De overige nummers gaan door op hetzelfde elan met als meest opvallende bijdrages ‘Go Ahead’, ‘Can’t Get There From Here’, ‘Stand In Line’ en ‘Get Up’. Uitzwaaien doen ze met het fraaie alleen door piano, percussie en akoestische gitaar begeleidde ‘Wasted’. ‘Radiation’ is een aangenaam weerzien met één van de betere punk/surf bands die NYC rijk is.

Sons Of Alpha Centauri

Sons Of Alpha Centauri
Continuum
H42

Voor het debuut van deze Britten moeten we terug naar 2007. Waarom een opvolger zolang op zich liet wachten komt omdat het viertal  de jaren nadien meewerkte aan tal van andere projecten. Voor het maken van hun tweede plaat nodigden ze in 2009 leden uit van de bevriende, Amerikaanse band Yawning Man. De aangebrachte songs en het creative proces verliepen echter helemaal anders dan verwacht. Zodanig dat ze het album ‘Ceremony To The Sunset’ uitbrachten onder de naam Yawning Sons. Ergens in 2014 werd het plan voor een tweede SOAC langspeler nieuw leven ingeblazen en nu is de release eindelijk een feit. Het kwartet in zijn nog altijd originele bezetting deed voor de productie beroep op Aaron Harris, de ex-drummer van Isis en Palms. Die heeft op zijn palmares platen staan van onder meer Team Sleep, Pelican, Spotlights, Puscifer en Zozobra. Het is nooit een gemakkelijke oefening om instrumentale progressieve rock aan de man/vrouw te brengen. Sons Of Alpha Centauri slaagt daar in omdat de muzikanten een duidelijk concept hadden uitgewerkt met daarin verwerkte genres als ambient, stoner en alternatieve rock. De composities hebben stuk voor stuk een donkere klankkleur en vormen een sluitend geheel. De factor die voor het extra pigment zorgt komt van toetsenist Blake. Dat plus de juiste variaties in tempo en de uitstekende productie van Aaron maken van ‘Continuum’ een waardige opvolger voor hun meer dan tien jaar geleden uitgebrachte eersteling.

PinioL

PinioL
Bran Coucou
Dur Et Doux

Frans collectief en tot stand gekomen door een samensmelting van de acts PoiL en Ni. De zeven man sterke gelegenheidsformatie ontspint zich als een complexe eenheid met zijn mix van math rock, progressieve rock, noise, jazzcore en avant-garde. Tonen qua concept en muzikale keuzes ook veel gelijkenissen met het eerst als beweging en later als genre bestempelde RIO (Rock In Opposition). PinioL kiest dan ook voor een eigenzinnig parcours met composities die zich manifesteren als een steeds in beweging zijnde muzikale carrousel. De groep bestaat uit twee trio’s met basgitaar, drums, gitaar en met als bindend element toetsenist Antoine Amera. Een gegeven waar men vooral als er live wordt opgetreden handig op inspeelt door de muzikanten te laten postvatten op drie podia. Video creaties en een lichtshow vervolledigen hier dit unieke concept en maken van een concert een zowel auditief als visueel spektakel. Op plaat alleen is het toch een stuk minder boeiend, al blijft deze ‘Bran Coucou’ wel een interessante plaat. Als eb en vloed rolt de muziek aan en af. Niet onbelangrijk is ook het vocale luik dat perfect aansluit bij de muzikale exploten. Voortdurend maakt men de meest vreemde capriolen waarbij men de luisteraar voortdurend blijft stimuleren en uitnodigen om zijn zinnen te verliezen en zich over te geven aan deze uitbundige en tegelijkertijd strak omlijnde muzikale excursie.

Cayne

Cayne
Beyond The Scars
Graviton

Cayne werd in 1999 opgericht door gitaristen Claudio Leo en Raffaele Zagaria,. Beide stonden in 1994 ook al mee aan de wieg van Lacuna Coil. Na de release van hun debuut ‘Old Faded Pictures’ (2001) bleef het lang stil. Pas tien jaar later kwam Cayne weer tot leven en bracht het een ep uit getiteld ‘Addicted’. Zowel het plaatje als hun daarop volgende tournee met Lacuna Coil werd lovend onthaald en kreeg geweldige recensies. Na het album ‘Cayne’ kreeg de band een zware tegenslag te verwerken met het overlijden van mede oprichter Claudio Leo. Een tweede heropstanding kwam er eind 2016, tegelijk met de komst van drummer Giovanni Tani. Het kwintet begon met het schrijven van nieuw songmateriaal en dat leidde tot hun nieuwe langspeler ‘Beyond The Scars’. De groep ontpopt zich als een stevige en solide eenheid. Mooie en meeslepende arrangementen worden afgewisseld met donker getinte op gothic metal geënte  riffs. Het groepsgeluid wordt verrijkt met de typerende viool van Giovanni Lanfranchi die ook synths en toetsen voor zijn rekening neemt. Een andere troef is zanger Giordano Adornato die met schwung en bravoure de melodieuze component extra pigment geeft. Dit alles resulteert in een aantal heerlijke composities als ‘No Answers From The Sky’,  ‘Blessed By The Night’, ‘Celebration Of The Wicked’, ‘A New Day In The Sun’, ‘Slave’ en ‘Free At Last’. De overige nummers zijn minder inspirerend en eerder stereotiep en clichématig. Toch mag je hier spreken van een geslaagde comeback.

Her Despair

Her Despair
Mournography
Eigen Beheer

Altijd een zwak gehad voor gothic acts, liefst van een wat meer duistere signatuur en voorzien van een streep metal. Het Britse Her Despair is zo een band. Het debuut album ‘Hymns For The Hopeless’ (2015) was een soloproject van zanger J. Inmiddels is de bezetting uitgebreid tot een kwintet dat de studio indook voor de opnames van het vijf nummers tellende en in eigen beheer uitgebrachte ‘Mournography’. Op het eerste gehoor lijkt het een zoveelste doorslag van The Sisters Of Mercy, maar heeft na meermaals beluisteren toch iets meer te bieden. In hun teksten combineren ze het religieuze met het erotische: Devotie en begeerte, dood en liefde, het woord van God en godslastering. De vijf spiritueel inspirerende tracks zijn kwalitatief evenwaardig met een lichte voorkeur voor ‘Blaspheme With Me’, het bezwerende ‘Valentine’s Mourning’ en het dramatische en hoogdravende ‘In The Arms Of A Sadist’. 

Talons

Talons
We All Know
Holy Roar

Uit Hereford afkomstig sextet dat met ‘We All Know’ toe is aan zijn derde album. De groep onderging sinds hun oprichting in 2008 een gestage evolutie en heeft nu het punt bereikt waarop hun compositorische kwaliteiten het best tot uiting zouden moeten komen. De songs zijn opgebouwd uit meerdere, exuberante lagen die elkaar overlappen. Naast de voor postrock typerende tremolo gitaarriffs kiest het gezelschap voor warme vioolklanken, ronkende baslijnen en kraakheldere drums plus percussie. In hun oeuvre zitten toespelingen verweven op volks- en wereldmuziek, (hedendaags) klassiek en filmmuziek. Het concept is groots opgezet. Omvangrijke en monumentale fragmenten worden afgewisseld met trage en dromerige passages. Die komen iets te veelvuldig voor en zijn soms iets te langdradig, wat ten koste gaat van de dynamiek. Dat het allemaal uitstekende muzikanten zijn, daar wordt niet aan getwijfeld. Alleen klinken ze hier als een zelfingenomen zestal dat het opwindende en meeslepende effect telkens doodknijpt met tussendoor die saaie en lang uitgesponnen stukken. Misschien dat het geheel als soundtrack van een of andere documentaire of speelfilm wel beter tot zijn recht zou komen.

Lord Of The Lost

Lord Of The Lost
Thornstar
Napalm

De zesde van het Duitse combo Lord Of The Lost is een heus concept album geworden en dan nog wel een dubbelaar. Het is frontman Chris Harms die de bakens uitzet bij Lord Of The Lost. Als thema koos zijne doorluchtigheid Harms voor de verloren beschaving van de Pangals, ook wel Chalokh genoemd. Die zouden grote delen van Europa bevolkt hebben tijdens de periode 12000 tot 9000 voor Christus. Harms is vooral gefascineerd door hun cultuur, religie, saga’s, mythes en spiritualiteit. Dit alles is vervat in de mythologie van G’hahyr. Muzikaal kun je Lord Of The Lost onderbrengen onder de noemers goth rock, dark rock, metal en industrial. Qua stembereik kleurt Chris van een donkere bariton tot rauwe death grunts. Lord Of The Lost bespeelt het gehele spectrum van bombastisch (‘The Art Of Love’) en theatraal (‘Naxxar’) tot melodramatisch (‘Morgana’), beenhard (‘Lily Of The Vale’) en melodieus (‘In Our Hands’). Wie al fan was komt hier zeker aan zijn trekken. Maar ook wie nu pas kennismaakt met Lord Of The Lost kan mogelijks blij verrast worden. ‘Thornstar’ steekt vernuftig in elkaar en is een ruim gestoffeerde dubbel cd. Er steekt genoeg variatie in om het geheel boeiend te houden. Bijzonder veel aandacht ging ook uit naar de uitwerking van het grafische luik, de artistieke vormgeving en fotografie. ‘Thornstar’ scoort wat originaliteit betreft minder goed, doch is, het genre indachtig, in vele opzichten een prima album.

dinsdag 26 juni 2018

Pest Modern

Pest Modern
Rock’N Roll Station
Cleopatra Records
Pest Modern is een vader en zoon project. Vader Joël Hubaut is een kunstenaar van hedendaagse kunst. Hij is een moeilijk te classificeren artiest. Hij realiseert voornamelijk installaties, tekeningen, schilderijen en is paradoxaal genoeg het meest bekend om het voordragen van zijn poëtische teksten. Epidemies en besmetting reflecteert hij via zijn kunst, vandaar ook de naam ‘pest modern’. Zoon Emmanuel Hubaut verdiende zijn sporen als zanger en muzikant bij onder meer Dead Sexy Inc., Les Tétines Noires en LTNO. Het idee om samen een plaat te maken kwam er door hun gezamenlijke admiratie voor de cult track ‘Rock’N Roll Station’ (1977), geschreven door Jac Berrocal en Vince Taylor en in 1994 al eens gecoverd door Nurse With Wound. De overige acht nummers zitten in de sfeer van psychobilly, surf, postpunk, garage, rockabilly. En daar mag je nog gerust avant-garde, experimentele dichtkunst en verregaande stemcapriolen aan toevoegen. Naast de negen reguliere liedjes hebben een hele resem acts - tien in totaal - hun lusten mogen botvieren met het remixen van een song naar keuze. Een goede zet zo blijkt, want zo krijg je twee totaal van elkaar verschillende ‘albums’ voor de prijs van één. De remixes staan inderdaad haaks op de originele uitvoeringen en vallen qua stijl onder te brengen bij industrial, electro en noise. Lieten de beste indruk na: ‘Pest Modern’ en ‘CKKE Epidemik’. Meest populaire track bij de remixers is ’Les Insectes’ die maar liefst vier keer onder handen wordt genomen, gevolgd door ‘Ca Va Couiner’ en ‘Pest Modern’, die elk twee streepjes achter hun naam krijgen. Ad Fiction maakt een goede beurt met zijn bewerking van ‘Rock’N Roll Station’. Andere verrassende en gesmaakte interpretaties komen er van Mimetic, Autist, Dear Deer en Oberst Panizza.

Sami Baha

Sami Baha
Free For All
Planet Mu

Sami Baha is een Turkse producer die drie jaar geleden besloot om uit te wijken naar South East London en daar zijn geluk te beproeven. Zijn eigen muziek maakte hij voor het eerst kenbaar aan de wereld in 2016 met de ep ‘Mavericks’.  Zelf begonnen als rapper leerde hij de stiel van producer in Turkije en werkte er vooral met lokale rappers. Zijn debuut plaatje was afgestemd op hiphop, doch met ‘Free For All’ trekt Sami de wijde wereld in. Een aantal internationale MC’s verlenen hun medewerking. Naast het Engelse Dimzy (‘Discreet’) is er de Zweed Yung Lean (‘When The Sun’s Gone’) en de in Chicago residerende DJ Nate (‘Thugs’) die acte de présence geven. Meest opvallend en intens is echter de bijdrage van de uit Egypte afkomstige MC’s Dawsha en Adanob in ‘Ahl El M8na’. Baha maakte voor het eerst kennis met het duo tijdens zijn Egyptische tournee. ‘Free For All’ is een relaxt plaatje. Al van bij de dromerige opener ‘Cash Rain’ verwerkt Sami zijn eigen Turkse muzikale roots in zijn muziek. Een deel van de instrumentale tracks vertoont wel wat weinig variatie (‘Aliens’, ‘Gambit’, ‘Free For All’ en ‘NAH’). Het beste - waarmee hij toch tamelijk origineel uit de hoek komt - heeft Sami Baha bewaard voor het einde (‘Limbo’ en ‘Cold Pursuit’). Daarnaast is Baha’s vestimentaire keuze eerder speciaal. Op de hoesfoto en ook in de videoclips dost hij zich uit in een militair Ghillie kostuum dat erg in trek is bij scherpschutters. De setting is de buurt waar hij woont en dagelijks een wandelingetje maakt. Zelf noemt hij zijn vermomming ‘hiding in the light’ in een betonnen jungle.