zaterdag 8 april 2017

OHHMS

OHHMS
The Fool
Holy Roar Records/Purple Sage PR

OHHMS is een nog relatief jonge doom/sludge metal band die zich een weg baant in het Londense underground circuit. Opgericht in 2014 worden er kort na elkaar twee EP’s uitgebracht: ‘Bloom’ in oktober en ‘Cold’ in juni 2015. Allebei gelijkaardig opgevat met telkens twee homogene tracks, samen goed voor een speelduur van meer dan dertig minuten. ‘The Fool’, hun eerste volwaardige album ligt in het verlengde van ‘Bloom’ en ‘Cold’, maar tegelijk is er meer afwisseling en gaat OHHMS op zoek naar een breder muzikaal spectrum. Naast de dominante en logge doom metal en sludge ingrediënten kiest men ook voor een progressieve rock/metal invalshoek. De frêle en introspectieve intro ‘Shuffle, Cut And Reveal’ is slechts de voorbode van vier, één geheel uitmakende, maar uit verschillende componenten bestaande, heftige nummers, af en toe doorweven met korte ambient of aan drone verwante passages. De vijfde song en uitzondering op deze regel is ‘The Lovers’. Een verrassend en heel teder, gevoelig gezongen duet met artieste Sienna-Janae Holihan, doch met een beladen thema: Een aanklacht tegen gearrangeerde huwelijken in Afrika waar heel wat jonge meisjes, kinderen nog, het slachtoffer van zijn. Hier toont OHHMS een heel ander gelaat dan we van hen gewend zijn. Risicovol en gedurfd. Ook de overige teksten zijn kritisch en geven een persoonlijke kijk op politiek en maatschappij. Meest opvallende compositie is ‘The Hierophant’ dat afklokt op bijna tweeëntwintig minuten. Een lange drone introductie werkt zich langzaam toe naar salvo’s van echt wel loodzware en verpletterende riffs. Een episch nummer, uitstekend gezongen ook, waarmee frontman Paul Waller zijn veelzijdigheid nog maar eens in de verf zet. 

White Willow

White Willow
Future Hopes
The Laser’s Edge/Bertus

Noorse prog rock band die al sinds 1995 actief is. Met ‘Future Hopes’ is het huidige sextet toe aan zijn zevende studioplaat. Een veelvoud aan personeelswissels heeft nog altijd zijn weerslag op het creatieve proces. De groep zoekt zijn heil in variaties in stijl gaande van progressieve rock over folk rock, art rock, symfonische rock tot en met hardrock. Enige constante en kenmerkend voor het groepsgeluid doorheen de jaren zijn het gebruik van Moog en mellotron plus de zowel akoestische als elektrisch ingespeelde, galmende gitaarakkoorden. De songs klinken droevig ook al door de treurige teksten. Frontvrouw Venke Knutson heeft een hoog een breekbaar timbre. In samenspel met de donkere baslijnen en drumpatronen van respectievelijk Ellen Andreas Wang en Mattias Olsson is de muzikale strekking nogal hoogdravend en doet soms denken aan Genesis of The Alan Parsons Project. Twee van de composities overschrijden de tien minuten grens, waarvan één bijna de kaap van twintig minuten rond (‘A Scarred View’). De arrangementen zijn dan ook gecompliceerd en wat moeilijker verteerbaar. Veel wordt goedgemaakt door de intrinsieke schoonheid en de toch wel veelzijdige artistieke invulling. De reguliere speelduur wordt aangedikt met twee bonus tracks: ‘Animal Magnetism’ van Scorpions. Door meerdere bands reeds gecoverd en hier verrassend voorzien van jazzy en oosterse klanken toe te schrijven aan klarinettist en gastmuzikant David Krakauer. Nummer twee is een solo uitstapje gecomponeerd en gespeeld door toetsenist Lars Fredrik Frøslie. ‘Future Hopes’ is een kunstig geconstrueerd album, waarin ruimte wordt gelaten voor een experimentele benadering. Vertoont eveneens avantgardistische trekjes. Vereist meerdere luisterbeurten om helemaal te doorgronden.

Royal Thunder

Royal Thunder
WICK
Spinefarm Records

‘WICK’ is het derde album voor het uit Atlanta, Georgia afkomstige kwartet met als voornaamste protagonisten zangeres en bassiste Mlny Parsonz en gitarist Josh Weaver. Royal Thunder laat zich niet vastpinnen of in een hokje duwen. Het viertal kiest sinds zijn eerste release in 2007 voor een caleidoscopische, eclectische benadering en invulling van de term ‘hardrock’. Er duiken allerlei elementen in op gaande van grunge, psychedelische rock, stoner en klassieke rock tot Southern rock, blues rock en progressieve rock. Parsonz ontpopt zich als een charismatische zangeres, emotioneel, maar ook schreeuwerig. Een stem die zowel voor- als tegenstanders kent. Een nummer als ‘Plans’ smeekt naar mijn gevoel om een meer stemmige en sobere invulling, doch Mlny blijft vol gas geven. De juiste snaar weet ze wel te raken in het iets meer gevoelige ‘Push’ en het mooie ‘The Well’. De overige songs zijn overwegend hard en direct met als uitschieter ‘The Sinking Chair’. In het als eerste single naar voor geschoven ‘April Showers’, ’We Slipped’ en ‘Turnaround’ gaat men iets meer op de commerciële toer. Het minst in de smaak vallen hoekige en tegendraadse nummers als ‘Tied’ en ‘We Never Fell Asleep’. Die laatste is meteen ook de afsluiter. Niet helemaal overtuigend deze ‘WICK’, doch wel een - alle maatstaven in acht genomen - stevige rockplaat.

Miraculous Mule

Miraculous Mule
Two Tonne Testimony
Bronze Rat Records/V2

Zanger/gitarist en componist Michael J. Sheehy groeide op in het katholieke Ierland. Zijn wantrouwen tegenover en zijn afkeer van priesters en de katholieke kerk als instituut vindt daar zijn oorsprong. Daarnaast leidde hij een tumultueus leven van vallen en opstaan. Zijn muzikale carrière begon Sheehy in 1995 met de groep Dream City Film Club, genoemd naar een gelijknamige porno bioscoop in Londen. Drie langspelers later verdween het gezelschap in 1999 van het rock toneel. Ook zijn daaropvolgende vijf soloplaten passeerden geruisloos de revue. Het gekende relaas waar meerdere muzikanten, ook al zijn ze getalenteerd, het slachtoffer van worden. Een omslag in zijn bestaan kwam er toen hij zich de dood in wou drinken. Dat hij dit overleefde was voor Michael het sein om zijn leven een andere wending te geven. Met zijn broer Patrick op basgitaar en jeugdvriend Ian Burns als drummer richtte hij met Miraculous Mule een nieuwe band op. De release van enkele EP’s en een eerste album (’Deep Fried’), brengt ons bij hun tweede langspeler ’Two Tonne Testimomy’. Als je de muziek hoort van Miraculous Mule dan zou je dit trio muzikanten niet situeren in Noord-Londen. Hun groepsgeluid is eerder diep geworteld in de blues van Memphis, Tennessee. Naast de blues put Sheehy uit zijn muzikale verleden van hillbilly rock, garage rock, gospel en psychedelische rock. Michael kan en mag in zijn eigen songs zijn gal spuwen en vindt ook de juiste balans in het mengen van de verschillende muziekstijlen. Het zijn liedjes die je raken zowel muzikaal als tekstueel. Als je de dood in de ogen hebt gekeken dan is faken niet meer aan de orde. ’Two Tonne Testimony’ is een eerlijk werkstuk van een gepokt en gemazeld muzikant.

Briqueville

Briqueville
II
Brisk/N.E.W.S.

Net als bij hun eersteling heeft het Belgische Briqueville als een soort van gimmick twintig exemplaren van hun tweede worp, die de toepasselijke titel ‘Briqueville II’ meekreeg, begraven op verschillende locaties in Nederland en België. Met mondjesmaat en naarmate de officiële release datum naderde werden dan coördinaten vrijgegeven die naar de bergplaatsen leiden. We vermoeden dat alle eenheden inmiddels gevonden zijn. De groep houdt ervan om zich te hullen in een donkere, dreigende waas van mysterie en mystiek. Ze vertonen zich steevast in zwarte mantels met kappen en hun aangezichten zijn bedekt met goudkleurige maskers. Oude genootschappen, rituelen en geheimen uit het verleden houden ze levendig via hun overwegend instrumentale muziek. De drie tracks op ‘II’ zijn het vervolg op de vier ‘aktes’ die hun debuut sierden. De band kiest uit een breed spectrum van metal en rock genres als postrock, sludge, doom, noise, drone, maar ook van psychedelica, progressieve rock en minimalistische muziek zijn er sporen terug te vinden. De songs zijn opgetrokken uit verschillende, fragmentarische impressies, waarbij al die verschillende muziekcomponenten aan bod komen en die tot doel hebben een specifieke sfeer of ambiance te genereren. Er gaat een bezwerende kracht van uit die de luisteraar hoe dan ook in de ban houdt. Het klinkt niet altijd steekhoudend, maar door verrassingseffecten in te calculeren blijf je attent luisteren. Er wordt ook niet afgeweken van het bij hun debuut horende video concept dat hier bij ‘Akte VI’ hoort. De beelden spreken voor zich en het beeld dat Briqueville van de mens en zijn omgeving schetst is verre van rooskleurig. Je wordt er diep treurig en mistroostig van. ‘Briqueville II’ heeft heel wat in zijn mars, doch mij zou het niet verbazen dat je pas tijdens een live uitvoering helemaal van de sokken wordt geblazen door ‘Akte V’ tot en met ‘VII’.

Royal Thunder

Royal Thunder
Het vuur aanwakkeren
Met belangstelling wordt uitgekeken naar de opvolger voor ‘Crooked Doors’ (2015) van het uit Atlanta, Georgia afkomstige kwartet Royal Thunder. Een act die zich probeert te onderscheiden van de rest door het uitwerken van een unieke (hard)rock variant. Belangrijkste spelers daarbij zijn gitarist Josh Weaver en zangeres/bassiste Mlny Parsonz, maar ook de rol van tweede gitarist Will Fiore en drummer Evan Diprima valt niet te onderschatten. ‘WICK’ verschijnt eerstdaags, meer bepaald op 9 april. Het had enige voeten in de aarde, maar uiteindelijk konden we frontvrouw Mel strikken voor een gesprek over die nieuwe plaat en hadden het ook over haar persoonlijke leven. 
Paul Van de gehuchte

Een zware klus
Ik heb ergens gelezen dat het maken van ‘WICK’ jullie heel wat moeite heeft gekost. ‘The hardest one to make’. Waarom was het zo moeilijk?
‘Ik heb dat inderdaad gezegd, maar op zich is elke plaat die je maakt een harde dobber. Het is telkens een uitdaging om zoveel tijd en energie te stoppen in één enkel project. Vooral omdat je ook nog andere dingen aan je hoofd hebt en je toch probeert je te concentreren op die ene taak om die tot een goed einde te brengen. Zeker als er heel wat gebeurt op het persoonlijke vlak zoals dat met mij het geval was en dat ook tijd en geestkracht vraagt om daar mee om te gaan.

Maar je bent wel tevreden met de uitkomst?
‘Ja, dat wel. Je bent verheugd en blij dat het gelukt is. Dat je fantasievol genoeg was om je doel te bereiken. Je kunt het terug los laten. Er van genieten. Hard werken en daar de vruchten van plukken is waar het om draait.’ 

Ben je tot uiterste gegaan, zowel vocaal als tekstueel?
‘Ik ben erg kritisch en veeleisend tegenover mezelf wat zingen betreft. Ik probeer altijd het onderste uit de kan te halen en alles te geven. Soms is er twijfel of ik sterk en creatief genoeg ben. Dat telkens opnieuw presteren en uitvoeren is tegelijk competitief en uitnodigend. Wat de teksten betreft was het deze keer een moeilijk maar leerrijk proces. Ik wist wat ik wou vertellen. Mijn emoties, gevoelens en belevingen waren oprecht, maar ik kon de juiste woorden niet vinden om die met anderen te delen. Naderhand bekeken loopt het wel los en komt het artistieke inzicht. Alleen had ik deze keer veel meer tijd nodig. Het ging met horten en stoten.’ 

Flikkerend kaarslicht
Waarom koos je als titel voor ‘WICK’? 
‘Het is een uitvloeisel van het verloop van hoe ‘WICK’ is tot stand gekomen. Denk aan een persoon, aarzelend en in dubio. Heb ik het vuur nog in me? Kan ik het nog wel? Daarom de verwijzing naar een kaarsenpit die wordt aangestoken. Staren naar een brandende kaars om het licht en het vuur te vangen. Alles rondom je verdwijnt. Schrijven in het donker om dan het licht te vinden. Er gaat ook een zekere bezwering vanuit, waarbij het flikkerende, dansende kaarslicht alle aandacht naar zich toe trekt. De bewegingen van het vlammetje zijn onvoorspelbaar en wisselen voortdurend.’ 

De album cover straalt een zeker mysticisme uit. Hebben de manier waarop de letters zijn geplaatst een symbolische betekenis?
‘Ik begrijp wat je bedoelt, maar nee, dat idee komt van ons en is helemaal op het conto te schrijven van Matthew Portland Hay (kunstenaar en medestichter van de Forefathers Group). Hij is degene die de hoes heeft ontworpen. We zijn wel helemaal te vinden voor dat soort dingen. Geometrie en symboliek, de balans zoeken, het grafische oogpunt en hoe alles op zijn plaats valt. Het visuele aspect hoort erbij en is belangrijk. Ik denk niet dat het de intentie was, doch je kan er iets spiritueel of religieus in terug vinden. Het hangt af van je persoonlijke interpretatie.’  

Leven van dag tot dag
Jouw leven tot nu toe kun je op zijn minst omschrijven als veelbewogen en tumultueus. Hoe kijk je daar nu op terug? Mocht je een tweede kans krijgen zou je het nu anders aanpakken?
‘In iedereen zijn leven gebeurt er van alles. Goede en slechte dingen. Ik heb nooit de behoefte gevoeld om teruggekaatst te worden in de tijd om iets aan mijn leven te veranderen. Dat lijkt me ook niet zinvol. Verandering komt er pas wanneer je leert uit je ervaringen. Zelfs uit de meest afschuwelijke gebeurtenis moet je het beste halen. Probeer de rest achter je te laten en ga door met je leven. Soms heb ik het moeilijk gehad, maar dat overkomt ieder van ons wel eens. De minder mooie kanten zijn niet zo onoverkomelijk dat ik ze op een drastische manier ongedaan wil maken en overnieuw doen. Je hebt je persoonlijkheid, je karakter en ook al krijg je een tweede of zelfs derde kans, ik denk dat je precies hetzelfde doet als die eerste keer.’ 


Leef je dag aan dag of heb je een lange termijn visie?
Dag aan dag geen twijfel mogelijk, want morgen kan het gedaan zijn en ben je er niet meer. Opstaan, de dag beginnen en er het meeste uithalen. Geldt ook voor Royal Thunder als groep. Het gaat stap voor stap. Als je muziek schrijft of op het podium staat dan beleef je alleen dat moment en het is ook het enige wat dan telt. Ik denk niet na over wat ik binnen vijf jaar zou willen doen. ik heb dromen en verlangens, maar je weet nooit wat er kan gebeuren en dan is ver vooruit plannen geen goed idee. 

De muziekindustrie en sociale media
Is er sinds je eerste stappen in de muziekindustrie iets veranderd of is alles bij het oude gebleven?
‘Onze achtergrond is gemeenschappelijk. We komen allemaal uit het underground circuit, zeg maar de kelder of de garage van het rockgebeuren. De donkere, slecht verlichte kroeg met van sigarettenrook doortrokken bruine muren waar niemand uit de straat waar je woont ooit komt. Ondertussen is er voor ons wel wat veranderd en zijn we op een ander niveau aanbeland. Bijvoorbeeld zijn we overgestapt naar een ander label. Bij Spinefarm hanteren ze meer onze filosofie en mentaliteit. We krijgen volledige artistieke vrijheid. ‘We do it our way’ en dat vind ik wel cool. Toch zijn we, nu we in ander soort ‘bedrijfsmodel’ zitten, meer gevoelig en misschien wel kwetsbaar geworden. Maar ik denk dat als je integer blijft en alles nuchter overschouwd, geen zotte dingen doet of de populairste en rijkste wil zijn, je ook de controle behoudt. Het belangrijkste is niet hoeveel mensen er ons ‘liken’, alle tickets de deur uit zijn of als er beroemdheden op de gastenlijst staan. Wel dat we ons ding kunnen doen, onze muziek maken en spelen. Dat maakt het allemaal de moeite waard. Wat me het meeste raakt vandaag is de competitie tussen artiesten onderling. Jaren geleden was er meer kameraadschap, muzikanten kwamen bij elkaar om te verbroederen. Je steunde elkaar en ging naar elkanders optredens. Nu is er die onderlinge rivaliteit. Daarom niet altijd met ons, dat wil ik absoluut niet gezegd hebben, maar dit is niet hoe het er zou moeten aan toegaan. Het is iets wat niet thuishoort in de wereld van muziek.’

Hoe sta je tegenover het Internet, de sociale media? Zijn die belangrijk voor je?
‘Vandaag horen ze bij het leven. Ze zijn een hulpmiddel en tegelijkertijd een gevaar. Je moet alles goed beheren en keuzes maken. Zelf ben ik niet erg actief. Ik heb een Facebook profiel aangemaakt, in de eerste plaats om in contact te blijven met mijn familie in Spanje, maar voor de rest daar doe ik er weinig mee. Na lang aandringen van vrienden en kennissen heb ik nu ook Skype op mijn telefoon. Ik weet dat sociale media voor sommigen een obsessie zijn, doch bij mij heeft het geen invloed op mijn levensstijl. Ik gebruik het alleen voor praktische zaken. Zoals nu met jou converseren. Ik ben nu zevendertig en ben opgegroeid in de tijd dat het in gebruik nemen van een pieper de wereld op zijn kop zette (lacht). Nee, mijn prioriteiten liggen ergens anders.’

Een leuke baan
Met de inkomsten van Royal Thunder kom je niet rond. Daarnaast hebben jullie allemaal een baan. Wat voor werk doe jij?
‘Wanneer we terug thuis komen van een tournee dan vind ik het fijn dat ik opnieuw de draad kan oppikken en aan het werk gaan. Ik hou van mijn job, werk graag. Hou niet van stilzitten, ik ben een kunstzinnig mens en moet altijd iets om handen hebben. Ik werk in een bar en hou van het contact met de stamgasten. Soms komen er vrienden langs. Ik hou ook van de omgeving, de buurt, de stad. Het is aangenaam om er te wonen, de sfeer is gemoedelijk. Een beetje vreemd ook, artistiek, homo vriendelijk. Ik ben dankbaar dat ik daar deelgenoot van mag zijn. Telkens we een concertreeks starten dan vraagt mijn baas: ‘Mel je gaat toch terugkomen?’ Uiteraard kom ik terug.’

‘De meeste van de reguliere bezoekers weten niet dat ik in een groep zit. Ik loop er ook niet mee te koop. Soms hebben we een karaoke avond en dan roepen ze ‘Mel ga je zingen vanavond?’ Achteraf zeggen ze dan: ‘Mel jij kunt echt wel goed zingen, je zou zangeres moeten worden of een bandje beginnen (lacht).’ 

‘Soms komen er wel mensen langs die naar een optreden van Royal Thunder zijn geweest. Zo heb ik vorige maand een vrouw ontmoet die mijn gezicht op haar voorarm had laten tatoeëren. Eronder stond ‘Royal Thunder’. Ik was een beetje van mijn melk, geschokt en overweldigd. Je hoopt dat je met je muziek iets kunt teweegbrengen en hier was dit duidelijk het geval. Het is verbazingwekkend dat je zo een indruk kunt maken op iemand dat die besluit om jou gezicht op zijn lichaam te laten tatoeëren. Zelf zou ik het niemand aanraden, want ik sta erop zingend, met mijn mond open en als ik er naar keek dan vond ik het toch bizar. En tegelijk was ik ontroerd en aangedaan.’
 

Een scheermesje en Indische inkt
Als je foto’s van jou ziet dan heb je blijkbaar ook een voorliefde voor tatoeages. Van waar die interesse en herinner je nog je eerste tattoo?
‘Als ik eerlijk ben dan moet ik bekennen dat ik eigenlijk geen liefhebber ben van tatoeages. Klinkt vreemd, want ik heb er meerdere, maar ik denk dat dit was voorbestemd omdat iedereen in mijn omgeving er ook had en er mee bezig was. Zo zijn twee van de oorspronkelijke leden van Royal Thunder, drummer Jason Kelly en bassist Brian Weaver - Josh zijn oudere broer en de man waarvan ik mijn eerste basgitaar kreeg - allebei professionele tattoo artiesten die hun elk hun eigen tattoo shop hebben. Meestal gebeurt het zomaar. Samen uitgaan, iets drinken en dan langs lopen bij de een of de ander en elkaar tatoeëren. Alcohol en blowen zijn niet altijd goede raadgevers wat dat betreft. Op een bepaald moment kocht ik me een eigen tattoo machine en ging er zelf mee aan de slag. Eerst bij mezelf, later bij anderen.’

‘Ik was zestien en heb mijn eerste tattoo zelf aangebracht. Ik had voor de eerste keer Metallica live gezien. Met een scheermesje kerfde ik ‘Metallica’ op mijn buik en wreef het dan in met Indische inkt. Wist ik veel wat ik aan het doen was, maar yep, staat er nog steeds. Mijn tweede was er een op mijn arm van Faith No More, maar daar heb ik een door een pro aangebrachte tattoo van Ozzy Osbourne laten overzetten. Je doet rare dingen als je jong bent. Nu soms ook nog. Ik ga veel uit met vrienden en dan eindigen we doorgaans in een tattoo shop. Daardoor heb ik heel wat kletskoek op mijn lijf staan. Maar het kan me niet veel schelen zolang we maar plezier maken en lol hebben samen.’ 

Cruising down the road
Naast muziek, waar ben je nog in geïnteresseerd? Heb je hobby’s?
‘Ik hou van koken, vissen, schilderen, maar mijn voornaamste hobby is motorrijden. Nu rij ik op een ‘badass bike’. Een Honda CMX250 (populaire benaming Rebel 250). Haalt slechts een topsnelheid van 110 km. per uur. Om mee in de stad te rijden is dat meer dan snel genoeg. Ik ben lid van een club, ‘The Midnight Riders’. Heb die mee opgericht. De meeste andere leden hebben een stoere Harley Davidson. Vandaag reed ik bijvoorbeeld vooraan, ‘leading the pack’ en dan komen er een paar naast me rijden om me te plagen met mijn ‘250’. Hoe ik constant volgas geef. ‘I’m a wild cat on it’ (lacht). 


‘Ik kocht de Honda van een oudere dame en motorrijdster Dorothy. Die wou haar machine alleen maar verkopen aan een andere vrouw en toevallig was ik de eerste geïnteresseerde. Vandaag is het een vintage model, maar niet zo heel duur. Mocht ik mijn motor willen verkopen dan is de prijs die ik er nog voor krijg omtrent tweeduizend dollar. Ik droom wel van zo een nieuwe Harley met een 1200cc motor, maar die kosten een pak meer.’
 

vrijdag 3 maart 2017

A Supernaut

A Supernaut
La Menace
Urban Invaders
Trio uit Brussel dat voor het eerst van zich liet horen eind 2014 met de vier nummers tellende ‘Arcore Debut EP'. De seventies rock, soul en rock-’n-roll van toen heeft op ‘La Menace’, hun eerste full-cd, plaats moeten maken voor een meer op stoner, doom, soul en psychedelische rock gericht groepsgeluid. Heftig, grimmig en schizofreen. De gitaren en drums krijgen het hard te verduren. De zang is schreeuwerig, dan weer meerstemmig of nasaal. Sommige tracks springen letterlijk uit de band. Dat is het geval met de gierende opener ‘Ice’, het slome en zwaarmoedige ‘Future’ met in zijn kielzog het strakke, van psychedelica doortrokken ‘Xeption’. ‘The Sword Part 1’ is één lang gerekt drone fragment dat doet denken aan gelijkaardige exploten van Sunn O))), Earth en Boris. ‘Part 2’ is een beestige stoner track. Rond het summiere ‘Fantomas Begins' hangt met het kerkorgel en de torenklokken een religieuze grandeur. Na een lange stilte komt er nog een korte, instrumentale ‘hidden' track. A Supernaut haalt graag de hakbijl boven, maar verschuilt zich evenzeer achter obscure klanklandschappen of psychedelische passages. Ook de echo van Black Sabbath, bij wie ze hun groepsnaam haalden, schemert in een paar nummers door. Een mooie mix van invloeden krijg je te horen in ‘See Me’ en ‘Deep Inside’. ‘La Menace’ is een in velerlei aspecten een opvallend debuut. Dat dit van eigen bodem komt geeft het nog wat extra glans.

The Brian Jonestown Massacre

The Brian Jonestown Massacre
Don't Get Lost 
A Recordings

Multi-instrumentalist Anton Newcombe is een muzikant die niet kan stilzitten. Sinds de oprichting van het onvolprezen The Brian Jonestown Massacre in 1990 brengt hij op onvoorspelbare tijdstippen nieuw materiaal uit. De afgelopen jaren was hij uitermate productief met het album ‘Revelation’ in 2014 gevolgd door de EP ‘+-‘, de soundtrack voor een denkbeeldige film met de toepasselijke titel ‘Musique De Film Imaginé’ en het album ‘I Declare Nothing’. 2015 werd afgesloten door de mini ‘Tingy Wingy’. Eind 2016 werd gemarkeerd met de langspeler ‘Third World Pyramid’ en amper een paar maanden later komt ‘Don’t Get Lost’ uit, om precies te zijn op 24 februari 2017. Newcombe is feitelijk het enige constante lid van TBJM. De muzikanten die hem deze keer omringen zijn Ricky Maymi - de originele drummer van het collectief, maar nu gitarist naast Ryan van Kriedt - drummer Dan Allaire en bassist Collin Hegna. De zangpartijen zijn voor rekening van Tim Burgess (Charlatans), Shaun Rivers en Tess Parks. Met ‘Don’t Get Lost’ verkent Anton andermaal zijn favoriete speeltuin van psychedelica en combineert dat met zijn voorliefde voor vintage instrumenten en dito materiaal als microfoons, versterkers en effectpedalen. Newcombe heeft een heel eigenzinnige kijk op de wereld, ook wat zijn muziek betreft. Elke keer weet hij de psychedelica van de jaren zestig opnieuw uit te vinden. Geboren in 1967 is hij een kind van de psychedelische rock en hij heeft zich het genre als het ware toegeëigend. ‘Don’t Get Lost’ is een hedendaags album van een wispelturig muzikant die er ook niet voor terugdeinst om aspecten van andere (sub)genres in zijn muziek in te passen. Naast elektronische muziek zijn er songs met als voornaamste componenten, krautrock, shoegaze, indie pop, dub of postpunk en speelse verwijzingen naar bands als Primal Scream (‘Throbbing Gristle'), New Order (‘Fact 67’), Jesus And Mary Chain (‘Nothing New To Thrash Like You’) en Neu (‘Charmed I’m Shure’). Ondanks de lange speelduur van 70 minuten blijft ‘Don’t Get Lost’ een boeiend en gevarieerd werkstuk. Ook met hun zestiende elpee weet het collectief de meer avontuurlijk aangelegde muziekliefhebber te verrassen.

Nova Collective

Nova Collective

Aan de grondslag van het ontstaan van het Amerikaanse Nova Collective - In Ierland bestaat er ook een combo met de naam Nova Collective - ligt het wederzijds respect dat muzikanten doorgaans voor elkaar hebben. Plus de gemeende interesse die ze betonen voor elkanders werk. Bij dergelijke ondernemingen is het financiële aspect ondergeschikt al zijn alle inkomsten die men kan genereren mooi meegenomen. Eén van de groepsleden van Nova Collective is Dan Briggs. Die was in februari op tournee met Between The Buried And Me. In zijn drukke tijdschema vond de bassist/gitarist nog een gaatje in zijn agenda om aan de lezers van Rock Tribune zijn nieuwe muzikale exploot voor te stellen.
Paul Van de gehuchte

Hoe het allemaal begint
Dan Briggs is een fan Haken, de groep waarin gitarist Richard Hensall actief is en Richard op zijn beurt van Between The Buried And Me. Via e-mail zoeken ze contact met elkaar. Het is Richard die het idee deelt met Dan dat hij een soloplaat wil maken. Hij vraagt aan Briggs of die het ziet zitten om op enkele van zijn songs de baspartijen in te spelen. Daar is die laatste wel voor te vinden. Hensall stuurt Dan wat muziekbestanden door en die reageert heel enthousiast en stelt meteen voor om samen een plaat op te nemen. 
‘Laten we de krachten bundelen en zien waar dat toe leidt’, aldus Dan. Al snel vinden ze in drummer Matt Lynch - die samen met Dan Briggs en saxofonist en fluitist Walter Fancourt in Trioscapes speelt - en toetsenist Pete Jones (ex-Haken), twee partners in crime die de bezetting van Nova Collective completeren.

Aan beide kanten van de Atlantische Oceaan   
Niet alleen spelen de vier muzikanten in meerder groepen, twee van hen wonen in de VS (Matt en Dan) terwijl Pete en Richard in Engeland wonen. De dag vandaag is dat geen obstakel meer. Voor de uiteindelijke opnames kiest het kwartet voor The Basement Studios van hun gezamenlijke kennis Jamie King. Die vinden plaats in januari 2016. Volgens Dan was het fijn om eindelijk de instrumenten in te pluggen en alles in te spelen. Een bevrijdend en energiek proces. 

Wat brengt deze zomer?
Dan klinkt zeer enthousiast als we vragen of de kans bestaat dat Nova Collective live gaat optreden. Reeële plannen zijn er nog niet. Wel hebben ze een agent ingehuurd die de mogelijkheden in kaart gaat brengen. De kans zit erin dat ze deze zomer op een aantal festivals gaan spelen. Dan ziet alvast een paar opportuniteiten voor Nova Collective zoals een grotere vrijheid bij het uitvoeren van het songmateriaal. Er zal ruimte zijn om te jammen, te improviseren, solostukken in te passen. Bij hun andere bands is men meer gebonden aan een bepaalde stijl en of discipline. Met Nova Collective kunnen ze daaraan ontsnappen. Iedere avond kan anders worden ingevuld. Een dergelijke muzikale vrijheid kan men zich zelden permitteren en dat maakt het juist zo spannend en aantrekkelijk. Briggs zit op hete kolen en kijkt er echt naar uit om met Nova Collective de hort op te gaan. 

Een verfijnde melange
Over de mix aan stijlen is niet echt nagedacht. Het is een combinatie die op een natuurlijke wijze tot stand is gekomen. Het is muziek waar alle vier de muzikanten van houden. Als voorbeeld haalt Dan de titelsong aan die gebaseerd is op klassieke pianostukken en de muziek van Gershwin. Daarnaast heb je ook invloeden van wereldmuziek en jazz. 
‘Het is er in de eerste plaats om te doen plezier te hebben, anders te denken, buiten de lijnen kleuren. Een uitlaatklep vinden die totaal los staat van en geen enkele band heeft met bijvoorbeeld Haken of BTBAM. Het is moeilijk om het album te omschrijven. Elke song bezit een eigen uitstraling, karakteristieken en geaardheid’, aldus nog Briggs. 

Opgroeien met muziek
Briggs prijst zichzelf gelukkig. Hij was min of meer voorbestemd om muzikant te worden. Zo was zijn moeder muzieklerares. Gitaar spelen doet hij al vanaf de leeftijd van tien jaar. Daar komt ook nog basgitaar bij en later in het college volgt hij een opleiding contrabas, jazz en klassiek. Hij groeit op met de muziek van Nirvana, Stone Temple Pilots, Soundgarden, maar luistert ook naar metal en progressieve rock. Volgens Dan heeft dat allemaal een invloed op hoe je kijkt naar muziek, zeker als je dan besluit om zelf muzikant te worden. Echt op zoek gaan naar nieuwe muzikale uitdagingen doet hij niet. Meestal dient er zich wel iets aan. Komt onder andere door het vele reizen en rondtrekken met andere muzikanten. In andere landen maak je ook kennis met innovatieve mensen, je hoort een plaat voor het eerst, ziet andere artiesten optreden. En dan ligt het aan je ingesteldheid, persoonlijkheid en smaak of je daar iets mee doet of niet. Briggs probeert er altijd wel iets uit te halen.

Muzikale dromen en leven voor de muziek
Dan hoor je niet klagen over het parcours dat hij al heeft afgelegd. Het genre van progressieve rock en metal nodigt uit om telkens weer op zoek te gaan naar onontgonnen terrein, het aanboren van iets onalledaags en verfrissend. Een noviteit tegemoet treden met open geest en op een onbevangen manier. De volgende episode in zijn muzikale cyclus is een nieuw album opnemen met zijn andere band Trioscapes. Ook BTBAM brengt dit jaar nog een nieuw album uit. De focus nu ligt bij Nova Collective, een project waar hij honderd procent in geloofd. Een einde is nog lang niet in zicht en dat komt er hopelijk nooit. Briggs blijft dromen en hopen dat hij zijn bestaan als professioneel muzikant kan verder zetten. Naast het financiële luik zijn de mogelijkheden om te mogen samenwerken met andere getalenteerde muzikanten een doel op zich. Een dag zonder muziek kan Dan zich bijna niet voorstellen. Ook thuis is hij altijd bezig op de computer of met zijn instrumenten. Bijna alles wat hij doet is muziek gerelateerd. Toch heeft hij nog andere interesses, want er zijn dagen dat het schrijven niet zo goed lukt of er zijn minder creatieve periodes en als je dan niets om handen hebt dan is dat nogal deprimerend. Door de jaren heen heeft Briggs geleerd om de zaak dan even te laten rusten en zich op iets anders te concentreren. Eén van zijn andere bezigheden is koken. Dan is al vele jaren veganist. Het is voor hem een  aangenaam tijdverdrijf om lekkere gerechten te maken met soms een minimum aan ingrediënten. Hij maakt en herstelt ook meubels voor in zijn huis dat hij afgelopen zomer heeft gekocht. Het is iets dat geduld vereist. Hij is graag bezig met nuttige dingen waarvan je achteraf ook kunt genieten. Daarnaast heeft hij nog zijn hond die een deel van zijn vrije tijd opeist. Sport is ook een ideale uitlaatklep. Hij is ook gewoon graag thuis. Het is altijd leuk om na een zoveelste rondreis terug thuis te komen, het nestgevoel weet je wel. Briggs is een beetje een huismus.   

Welk groep krijgt voorrang op de rest?
Het grootste deel van zijn inkomen verwerft hij via BTBAM. Trioscapes is een kleinschalig en meer lokaal project. Ze zijn slechts met zijn drieën en als ze optreden spelen ze één of twee weken in kleinere clubs en zalen langsheen de Oostkust van de VS. Ze verdienen er een mooie cent mee, maar niet het grote geld. Nova Collective is een nieuwe speler en die moet zijn waarde nog bewijzen. Toch is de ene band niet belangrijker dan de andere. Wat het creatieve aspect betreft staan ze voor Dan op gelijke voet. Praktisch gezien kruipt de meeste tijd in Between The Buried And Me. 

Nova Collective een supergroep?   
Wanneer muzikanten die al actief zijn in verschillende acts beslissen om een nieuwe band op te richten zijn veel mensen geneigd - ook in de pers - om de term supergroep in de mond te nemen. Dan vind dat je de nodige muzikale bagage moet hebben om daar aanspraak op te kunnen maken. Je moet al je sporen hebben verdient. Hij heeft niets tegen hobby muzikanten die na hun werkuren samen in een groepje gaan spelen, maar voor hem en zijn medemuzikanten bij Nova Collective is muziek spelen een onderdeel van hun bestaan, een levensstijl. Het is ook het enige waar ze echt goed in zijn. Soms grijpt men misschien te snel naar de term supergroep. Het is een fenomeen dat met de regelmaat van een klok terugkeert. Soms is het helemaal terecht. Neem nu een oud collectief als Return To Forever dat in 2008 zijn comeback maakte. Dat zijn muzikanten met een heel lange staat van dienst die ook solo succesvol waren. Als je levende legendes als Chick Correa, Stan Clarke, Al Di Meola en Lenny White samen verenigd ziet op één podium, dan kun je echt wel spreken van een supergroep. ‘Wij hebben nog een lange weg te gaan om de vergelijking met muzikanten van dat kaliber te doorstaan’, meent Dan.


Een grote collectie platen
Briggs is nog van de oude stempel en koopt nog veel vinyl en cd’s. Hij begon ermee toen hij twaalf jaar oud was. Er zijn wel periodes geweest dat dit wegens geldgebrek op een laag pitje stond, maar is nooit echt gestopt. Een echte verzamelaar zou hij zich niet noemen. Dan leidt een leven dat draait om muziek en daarom niet alleen de muziek die hij zelf maakt. Na verloop van tijd kun je beginnen spreken over een ruime collectie, omdat het aantal blijft toenemen. Hij is ook niet zo fanatiek om van één bepaalde artiest alles in huis te halen wat die ooit heeft uitgebracht. Eén van zijn favorieten is Frank Zappa. Diens catalogus is echter zo uitgebreid. Het vraagt bijna een leven lang om alles van hem te verzamelen. Aan de andere kant is het wel leuk en spannend om iets op de kop te tikken waar je al lang naar zoekt of geen weet van had dat het zelfs bestond. Vinylplaten van Zappa, althans in de States zijn ook erg duur. ‘Je betaalt er veertig dollar of meer voor’, weet Dan nog te vertellen. Zelf groeide hij op met de cassettes en platen die zijn ouders thuis hadden. Wie nu een twaalf of dertien is en voornamelijk muziek kent van mp3 en cd, moet het toch wel speciaal zijn dat er nog andere muziekdragers bestaan als vinyl en tapes. De dag van het interview verblijft Between The Buried And Me in München en Metal Blade heeft een verrassing in petto voor Dan. Die verwacht dat ze gaan langs komen met een test pressing van ‘The Further Inside’ van Nova Collective, maar in plaats daarvan hebben ze koopversies mee. En het blijft vreemd hoe je overweldigt wordt en in de ban raakt bij het zien van het afgewerkt product, zeker als het dan nog gekleurd vinyl is.
     

Geen kinderen
Dan zijn vriendin zit in haar zoals hij het omschrijft ‘crazy baby period’. Haar biologische klok tikt en dan kan de kinderwens de realiteit wel eens overstijgen. Ze zijn pas een paar maanden geleden gaan samenwonen. Briggs probeert haar kinderroep wat te temperen. Samen proberen ze zoveel mogelijk te genieten van de tijd die ze met hun tweetjes doorbrengen. ‘We beschouwen onze hond een beetje als ons kindje. Maar wie weet wat de toekomst brengt, we zien wel.’

Nog een tweede Nova Collective
Briggs heeft er geen weet van dat er in Ierland ook nog een groep bestaat met de naam Nova Collective. Als hij verneemt dat ze Bossa Nova, latin, samba en jazz fusion spelen dan krijgt hij er wel zin in om ze te leren kennen. En wie weet kunnen ze samen iets op poten zetten, want voor een nieuwe muzikale uitdaging of avontuur is hij altijd te vinden.

Nova Collective

Nova Collective
The Further Side
Metal Blad Records
In deze moderne tijden vormt een oceaan geen hindernis meer om mensen uit verschillende continenten met elkaar vlot te laten communiceren. Dat geldt ook voor de vier muzikanten van Nova Collective. Bassist Dan Briggs (Between The Buried And Me, Trioscapes) en drummer Matt Lynch (Cynic, Trioscapes) wonen in de VS, gitarist Richard Henshall (Haken) en toetsenist Pete Jones (ex-Haken) in Engeland. Het idee voor het oprichten van Nova Collective kwam van Briggs en Henshall. Met de komst van Lynch en Jones viel alles snel in de plooi en begon men met het uitwisselen van muziekbestanden die al snel evolueerden tot uitgewerkte composities. Begin 2016 werd er verzamelen geblazen om hun eerste plaat in te blikken. Die kreeg als titel ‘The Further Inside’. Doorgaans zijn de groepsleden met hun respectievelijke bands actief in het progressieve metal circuit. Trioscapes was voor Dan en Matt al een eerste aanzet om hun muzikale horizon te verruimen en wakkerde het vuur aan om nog verder te gaan. Met deze bezetting is Nova Collective het ideale project om dit te realiseren. Het viertal brengt op ‘The Further Inside’ een doorgedreven mix van progrock/metal, jazz, klassiek en wereldmuziek.  Al blijft het progressieve element het hoofdbestanddeel. De flitsende passages zijn legio. Iedereen krijgt ruimschoots een platform en de tijd om zijn techniek en bravoure ten toon te spreiden. Er zit vaart achter met sporadisch enkele meer rustige momenten. Het maakt dat de muziek eerder kil en hard overkomt. Alleen in de titelsong - de pianopartijen maken hier het verschil - en het wat Oosters getinte ‘Air’ is er sprake van wat zachtere intermezzi en daardoor iets meer afwisseling. ‘The Further Inside’ is een complexe langspeler, helemaal afgestemd op fans van een stevige portie moderne prog rock/metal met als bijkomende ingrediënten jazz en vleugjes klassiek en wereldmuziek. In zijn genre zeer recommandabel.

Hyenas

Hyenas
Deadweights
Pelagic Records

Een Duits gezelschap dat van aanpakken weet. In amper 27 minuten rammen ze in aloude punk en hardcore traditie 11 nummers door je strot. Op hun palmares prijkte tot nu toe slechts één in januari 2014 uitgebrachte demo EP. Voor de opnames van ‘Deadweights’ trokken ze naar het afgelegen, door bossen omringde Ghost City Recordings studio complex alwaar technicus Jan Kerscher alles in goede banen leidde. Die laatste slaagt erin om de rauwe en energieke speelstijl van Hyenas op plaat over te enten. Sommige van die korte erupties hebben ook een link met noise (‘Nothing’) en mathcore (‘Homeostasis’). ‘Noise’, een scherpzinnig gekozen titel, is nog een rustige, tegendraadse intro, zeg maar een sfeerimpressie. Met ‘Crooked Tongue’ gooien ze een eerste bommetje. ‘Deadweights’ is een grimmig en stormachtig plaatje. De teksten houden verband met de zelfontwikkeling van personen, de daarmee gepaard gaande eigenaardigheden en de mistoestanden en het wangedrag die het gevolg zijn van onze moderne samenleving. Wat zich dan ook uit in de persoonlijkheid van elk individu. Hyenas laten ook horen dat ze meer kunnen dan hengsten en beuken met het meer spartaanse en koele ‘Displaced’. Als het over categorieën gaat dan plakt men vandaag het etiket ‘post metal’ op dit soort van muzikale excessen. Om het anders te poneren: Wie niet vies is van ruige, onstuimige en hedendaagse hardcore komt hier ruimschoots aan zijn trekken. 

Klone

Klone
Unplugged
Pelagic Records
Sinds zijn oprichting in 1999 heeft het Franse Klone een wat slingerend, maar gestaag veranderend parcours afgelegd. Na een lange periode van progressieve death en groove metal, denk aan Meshuggah of Coroner, evolueerde de groep stilaan richting progressieve rock en metal. Dat resulteerde in een bewierookt en zowel door pers als muziekliefhebber goed ontvangen album ‘Here Comes The Sun’ in 2015. Een nieuwe opportuniteit bood zich aan toen Klone een uitnodiging kreeg om in mei 2016 het voorprogramma te verzorgen voor de Nederlandse zangeres Anneke Van Giersbergen. Eerder dat jaar hadden ze al geschitterd op het Roadburn Festival en tijdens een tournee met Devin Townsend. De omstandigheden vergden enige aanpassing en Klone opteerde voor een akoestische set van eigen nummers. Dat viel zo goed in de smaak dat men besloot om in die setting een selectie van songs op plaat uit te brengen. ‘Unplugged’ telt elf tracks. Negen ervan werden live ingespeeld in het Théâtre de la Coup d’Or in Rochefort, twee in de studio. Klone doet meer dan zijn liedjes klakkeloos akoestisch naspelen. De arrangementen zijn aangepast en de inbreng van vriend en lokaal muzikant Armelle Dousset biedt een verrijking aan het klankpalet. De sfeer is ingetogen, het groepsgeluid helder en de gedetailleerde uitvoeringen nodigen uit om zich te laten onderdompelen en in te kapselen in de muziek van Klone. Naast het eigen materiaal waagt het gezelschap zich ook aan twee covers. Twee prachtige interpretaties van evenveel - elk op hun eigen terrein - klassiekers: Depeche Mode hun ‘People Are People’ en het door George Gershwin gecomponeerde ‘Summertime’  uit de opera ‘Porgy And Bess’. Laat je ook meeslepen door prachtige composities als ‘Immersion’, ‘Grim Dance’ en ‘Nebulous’. Na het meermaals beluisteren van ‘Unplugged’ kom je tot de constatering - gezien de weg die ze al hebben afgelegd - dat dit de volgende logische stap is in de evolutie van Klone. Met deze plaat heeft de band alvast een bedachtzame en intense manier gevonden om hun muziek ter consumptie aan te bieden.

Misery

Misery
Asthenia
Distant Voices

De naam laat reeds vermoeden dat deze Franse act geen vrolijke muziek maakt. Het credo van Misery is ‘pijn is kunst’. Ook de term ‘zelfhaat verlossing’ dragen ze hoog in het vaandel. Van bij de eerste noten is het dan ook ellende troef. Hun zelf als depressieve black metal omschreven songs doen je in een hoekje wegkruipen. De eerste paar uur kom je er niet uit. De titel van deze EP verwijst naar zwakte en het verlies of gebrek aan kracht en energie. In de psychiatrie verwijst het naar een angststoornis ook wel het syndroom van Da Costa genoemd. Het zijn beschrijvingen die je mee op weg moeten helpen om de muziek van Misery te doorgronden. Veel voegt die niet toe aan wat we doorgaans bij een black metal plaat krijgen voorgeschoteld. De zanger bedient zich van het bekende, schelle gekrijs. De gitaarriffs zijn monotoon en worden weggedrukt door een overdaad aan vervormde geluidseffecten. Het overwegend rauwe traject wordt sporadisch afgewisseld met door gewone zangstem gezongen passages en enkele meer rustige aan ambient gerelateerde fragmenten. Zoals het een echte black metal band betaamt is er van een echte productie geen sprake. Heel ‘old school’ dus. Laten we wel wezen: Wie nooit fan was van black metal zal ook door deze ‘Asthenia’ niet overtuigt worden om zich tot het genre te bekeren. Dit willen we nog kwijt: ’Asthenia’ bevat met ‘Severed’ en ‘Nerves’ slechts twee tracks. De oplage is met slechts 42 exemplaren en 3 ‘artist edition’ kopieën sterk gelimiteerd.

Skandal

Skandal
Year Of The Cicada
Eigen Beheer
De hoeksteen van Skandal werd in 2010 gelegd door zanger/bassist Giorgos Skandalakis in het Griekse Kreta. Met bevriende muzikanten werd ‘First Step To Nowhere’ een twee nummers tellende EP opgenomen. Datzelfde jaar (2012) verkaste Giorgos naar Groot-Brittannië alwaar hij hoopte gelijkgestemde muzikanten te vinden om door te gaan met zijn Skandal project. Daar leek hij in te slagen en een eerste gig speelden ze in uitgerekend de IJslandse hoofdstad Reykjavik. Echter, de volgende drie jaar was het een komen gaan van muzikanten tot Skandalakis tijdens zijn studies aan de universiteit van Leeds in contact kwam met drummer Alex Clayden-Spence. Als duo brachten ze in de loop van 2013 de single ‘Halo Of Vultures’ uit. In de zomer van 2016 zag dan deze EP, ‘Year Of The Cicada’ het levenslicht. Zelf omschrijft het tweetal hun muziek als ‘doom ’n’ roll’. De titelsong opent de debatten en de doom invloeden blijven vooralsnog achterwege. Het is eerder een mengeling van klassieke rock, heavy metal, hardrock en stoner. In ‘Erinys’ gooien Giorgos en Alex het over een heel andere boeg. Het is een exotische, instrumentale track, doorweven van Mediterraanse, Oosterse en Arabische invloeden. ‘Motordeath’, de titel van song nummer drie geeft al een goede indicatie en je hoort er inderdaad de geest van Lemmy van Motörhead in rondwaren. Alleen het korte middenstuk is wat onorthodox. Met de laatste van het lot komt het doom gehalte iets meer doorsijpelen. Al blijft ‘Stillwater Servant’ in zijn geheel een stevige en heftige brok metal. Bij wie William Blake citeert zal het doom facet ook wel terug te vinden zijn in de liedjesteksten die je er trouwens zelf kan op naslaan in het cd boekje. Skandal laat op deze ‘Year Of The Cicada’ horen meerdere ijzers in het vuur te hebben. Het valt nu af te wachten of ze ook in staat zijn om een eerste volwaardige cd af te leveren.

Blackfield

Blackfield
Blackfield V
Kscope Records
De muzikale samenwerking tussen de Israëlische zanger en vredesactivist Aviv Geffen en Steven Wilson, de Britse muzikant, producer en oprichter van Porcupine Tree begon in het jaar 2000. Na de release van ‘Blackfield IV’ zag het er even naar uit dat Wilson in 2014 het project zou laten voor wat het was. Hij wou zich meer toeleggen op zijn in succes toenemende solocarrière. Het bleef bij intenties, want voor ‘Blackfield V’ koos het duo opnieuw voor een intens partnerschap, net zoals dat het geval was voor het maken van hun eerste twee platen. De twee produceerden hun vijfde worp in samenwerking met de legendarische sterproducer Alan Parsons. Geffen komt - in tegenstelling tot Steven met zijn meer uitgesproken progressieve rock achtergrond - uit de indie rock en pop scene. Het maakt de albums van Blackfield meer popgericht. Toch blijft de invloed van Wilson groot. De weelderige arrangementen, pakkende melodieën en orkestratie neigen sterk naar prog rock. Ook de zangpartijen refereren nog altijd aan Porcupine Tree. ‘Blackfield V’ bevat een cyclus van dertien toch wel fraaie songs, inclusief met ‘A Drop In The Ocean’ en ‘Salt Water’, twee korte, instrumentale passages. het is popmuziek op zijn best, voor de muziekliefhebber op zoek naar composities die kunnen ontroeren en beklijven. Laat je overweldigen door schitterende pareltjes als ‘Sorrys’, ‘Life Is An Ocean’, ‘October’, ‘Undercover Heart’ en het aangrijpende ‘From 44 To 48’ of de meer gedreven nummers als ‘Family Man’, ‘Lately’ en ‘The Jackal’. De pikorde van de songs maken van deze langspeler een harmonisch en uitgebalanceerd geheel. Eén track springt een beetje uit de band en is tegelijk het zwakke broertje: Het R&B getinte ‘Lonely Soul’. ’Blackfield V’ verschijnt op 10 februari.   

The Aurora Project

The Aurora Project
World Of Grey
Freia Music
Na het plotse overlijden in 2014 van tweede gitarist en tekstschrijver Marc Vooijs laste The Aurora Project een rouw- en bezinningsperiode in. Al was meteen reeds het besluit genomen om de groep niet op te doeken en tegelijk als kwintet door te gaan, zonder op zoek te gaan naar een vervanger voor Marc. Na een rustpauze van een jaar pikte men de draad weer op. Het nieuwe ontwerp, gebaseerd op ideeën van Vooijs, werd verder uitgewerkt door toetsenist Marcel ‘Mox’ Guyt. Het thema van het concept album is zeer actueel. Een gevestigde orde muilkorft het volk met het opleggen van restricties die de vrijheid van meningsuiting aan banden legt. Controle en repressie neemt het over van democratie. Het is de voorbode van een grijs en grauw bestaan. Voor de muzikale invulling zijn de composities afgestemd op toekomstige live optredens, zonder tweede gitarist. Het zijn de keyboards en basgitaar die de vrijgekomen rol invullen. ‘World Of Grey’ is dan ook meer afgestemd op progressieve rock en minder metal geassocieerd. Alleen in afsluiter ‘Dronewars’ gaat het er bijwijlen iets heftiger aan toe.The Aurora Project klinkt eerder als een traditionele prog rock band. Daar is op zich niks mee. Alleen zijn er talloze andere acts die hetzelfde pad bewandelen. Pluspunt hier is de feilloze beheersing van de instrumenten en de uitstekende zang van frontman Dennis Binnenkade. ‘World Of Grey’ is dan ook een meer dan degelijke langspeler, echter zonder heuse uitschieters.

Scratches

Scratches
Before Beyond
Czar Of Crickets Productions
‘Before Beyond’ is de opvolger voor de debuutplaat ‘Fade’ (2014) van dit in Basel, Zwitserland residerende kwartet. Zowel zangeres Sarah-Maria Bürgin en gitarist/componist Sandro Corbat hebben een theater achtergrond. Levenservaringen die helpen om mee het huidige groepsgeluid te bepalen. De muziekstijl van Scratches is gefilterd uit een samensmelting tussen indie pop, blues en filmmuziek. Muziek die je koude rillingen bezorgt, je in vervoering brengt. De songs belichten de donkere zijde van de ziel, maar vertellen ook over de lichtheid van het bestaan. Melancholische liedjes over verrukking, littekens op de ziel, smachtend verlangen, over herinneringen die verloren gaan. Het muzikale verband met metal zit verweven in de sombere teksten en de zwaarmoedige teneur. Het ideale instrument daarvoor is de doorleefde, raspende stem van Bürgin. Het sobere instrumentarium laat de composities nog beter tot hun recht komen. Vooral het kille en kale ‘The Crow & The Sheep’, het spookachtige ’Maybugs’, het onrustige en jachtige ‘Rope Walker’, het pseudo luchtige ‘Lonel & Iness’ en het cinematografische ‘Beautiful’ geven een sterke impressie van de muzikale leefwereld waarin Scratches zich beweegt.

Knight Area

Knight Area
Heaven And Beyond
Butler Records
Sinds de komst van gitarist Mark Bogert en bassist Peter Vink (Q65, Finch, Ayreon) in 2012 klinkt dit Nederlandse gezelschap een stuk heftiger en is het groepsgeluid rijker en voller. Iets wat helemaal tot uiting kwam op hun toen vijfde langspeler ‘Hyperdrive’ (2014). Met ‘Heaven And Beyond’ zijn ze toe aan nummer zes en daarop gaat men meer op zoek naar een evenwicht tussen het originele geluid van de eerste albums en hun meer recente sound. De retro stijl - sommige gitaarstukken doen denken aan levende legende Jan Akkerman (Focus) - met afwisselend machtige symfonische passages past wonderwel bij het dynamische, moderne en melodieuze samenspel tussen toetsen en elektrische gitaar. De mix van oudere muzikanten als Peter Vink (ondertussen 67 jaar oud) en een jongere garde (Mark Bogert is bijvoorbeeld 33) zorgt mee voor een ideale bezetting waarin jarenlange ervaring hand in hand gaat met een frisse kijk en dito ideeën. Het album telt elf songs waarvan een aantal ballads. Zorgt voor een uitgekiende variatie van hard en zacht. Daarbij brengen we wel het instrumentale ‘Eternal Light’ onder in de categorie ‘uitglijders’. In de goede oude tijd van Akkerman kwam je daarmee weg, nu niet meer. Gelukkig staan daar een aantal uitstekende songs tegenover met als meest in het oog springende composities ‘Dreamworld’, ‘Box Of Toys’, ‘Starlight’, ‘Heaven And Beyond’ en ‘Tree Of Life’.

Cranial

Cranial
Dark Towers / Bright Lights
Moment Of Collapse Records

Niet lang na het ter ziele gaan in 2014 van het instrumentale combo Omega Massif had gitarist Michael Melchers met Cranial al snel een nieuwe band in de steigers staan. Eind november 2015 verscheen met ‘Dead Ends’ een eerste twee nummers tellende EP en nu lanceren ze met ‘Dark Towers / Bright Lights' een eerste volwaardige album. Telt slechts vier tracks, maar is wel goed voor 45 minuten muziek. De muzikale stijl ligt in het verlengde van Omega Massif. Een brok overweldigende  en verpletterende sludge metal komt over je heen gewalst wanneer ‘Dark’ uit de boxen knalt. De tweede helft van het nummer is wat verfijnder en meer sfeer bepalend. Dit vormt een mooie breuklijn met de oerkracht van het eerste gedeelte en de verbluffende, majestueuze finale. ‘Towers’ begint met futuristisch aandoende drones, maar na één minuutje is het alle hens aan denk wanneer de hel losbarst. Ook hier zijn er wisselende stemmingen. Daarmee geeft Cranial zichzelf de ruimte om hun onmiskenbare, muzikale kwaliteiten ten toon te spreiden. En dat doen ze op een heel overtuigende wijze. Na het monumentale ‘Towers’ maakt ‘Bright' zijn opwachting. De opzet van de song ligt in dezelfde lijn, maar men weet op een toch wel doordachte manier een andere, meer hoekige en weerbarstige ambiance te creëren. Het turbulente ‘Lights’ is een waardige afsluiter van dit toch wel verrassende debuut.

woensdag 1 februari 2017

Twinesuns

Twinesuns
The Empire Never Ended
Pelagic Records

Voor het maken van hun tweede full cd liet Twinesuns zich inspireren door de trilogie ‘Valis’ van science fiction auteur Philip K. Dick. ‘The Empire Never Ended’ wordt opgedeeld in drie stukken die elk een fase van de gesteldheid van Dick’s geest onder de loep nemen. Met name krankzinnigheid, zijn relatie tot God en de nooit aflatende zoektocht naar de waarheid. De drie muzikanten brengen elk een eigen muzikaal georkestreerde perceptie van deze verschillende stadia. Toch wel speciaal is dat Twinesuns muziek maakt zonder drums. Het instrumentarium bestaat uit twee elektrische gitaren, Moog synthesizers plus nog allerhande versterkers, effecten en pedalen. Elk van de composities is een op zichzelf staand sonisch avontuur met wisselende patronen van drone, doom en ambient. Maar liefst vijfenzeventig minuten word je meegesleurd door een sombere en duistere stroom aan gedachten. Je wordt ondergedompeld in een spookachtige en tijdrovende wereld. Het vereist overgave en inleving om deze muzikale implementatie te overleven. De weinige woorden klinken als doodsgereutel. Het samenspel met de sonore en zware geluidsgolven stellen je als luisteraar zwaar op de proef. Zelfs de ijle ambient klanken brengen geen verlichting. Om de grootst mogelijk impact te bekomen en de onderlinge interactie te optimaliseren werd het materiaal in een ‘live setting’ opgenomen. De lage frequenties en het geluidsvolume zorgen voor een meedogenloze en verpletterende toonzetting.