maandag 30 mei 2011

The Shock Project


The Shock Project
Charly
afmusic
Voorheen noemden ze Curious en speelden nummers van, jawel The Cure. Het gezelschap was aan herbronning toe en besloot om het met eigen nummers te proberen. Van oude rotten in het vak verwacht je uiteraard iets meer dan van jonge veulens. Na een aantal keren luisteren naar deze drie nummers tellende single is de teleurstelling dan ook groot. De liedjes van The Shock Project dragen alle clichés met zich mee waaraan muzikanten zich zo al kunnen bezondigen. Zowat alles gaat fout. Men gooit lukraak allerlei stijlelementen in de strijd gaande van gothic, new wave, indie rock, pop tot alternatieve rock. Bovendien is de zang uitermate zwak, net als de composities zelf. ‘Charly’ is dan ook een plaatje om zo snel mogelijk te vergeten. 

Wild Palms


Wild Palms
Until Spring
One Little Indian/Bertus
Beloftevol gezelschap met een uitstekende bezetting met onder meer de charismatische zanger Lou Hill en de bekende producer Gareth Jones (Depeche Mode, Erasure, Interpol, Wire en nog vele anderen) als bassist in de rangen. Zoals dikwijls het geval is kan Wild Palms de verwachtingen niet helemaal waarmaken. De groep pakt wel uit met een sfeervol en weids klanktapijt, geënt op postpunk en indie rock van de jaren tachtig, maar dat komt niet alle songs ten goede. Soms neemt men te veel hooi op de vork zoals in het wel ambitieuze, maar bombastische ‘Pale Fire’, het springerige naar pop neigende ‘Swirling Shards’, het slappe ‘Cavalcade’ en ‘Not Wing Clippers’. Hoe het wel moet laten ze horen in opener ‘Draw In Light’, het klasrijke ‘The Caretaker’, de stilistische verfijning in ‘LHC’ en ‘To The Lighthouse’ Laten we wel wezen: ‘Until Spring’ is als eerste plaat zeker geen miskleun. Daarvoor beschikken deze muzikanten over te veel klasse. Ze hebben alleen nog het juiste evenwicht niet gevonden. Even de aspiraties bijstellen en dan komt het wel in orde.

White Rose Transmission


White Rose Transmission
Spinning Webs At Night - Live At Gallerie Message
Echozone
White Rose Transmission bestaat al sinds 1995 en werd opgericht door Carlo van Putten (The Convent, Dead Guitars) en Adrian Borland (The Sound). Men bracht met ‘White Rose Transmission’ en ‘700 Miles Of Desert’ twee albums uit. Nog voor de release van ‘700 Miles …’ besloot Adrian Borland om uit het leven te stappen. Dit zorgde voor een plots einde van het WRT project. In 2006 besloot Carlo om de draad terug op te pikken en samen met Rob Keijzer begon hij met het schrijven van nieuwe nummers. Nog datzelfde jaar verscheen ‘Bewitched & Bewildered’. In 2008 vervoegde Frank Weyzig (Clan Of Xymox, Born For Bliss) de rangen. Een vierde release, ‘Spiders In The Mind Web’ zag vorig jaar het daglicht en nu is er het live album ‘Spinning Webs At Night’. De bezetting, de keuze van instrumenten, de klagerige zangstijl van Carlo maakt dat de overwegend akoestisch gebrachte nummers eerder triest en weemoedig klinken. De stemming die overheerst is dan ook ingetogen en intiem. De sobere inbreng van synthesizers en drumcomputer zorgen voor een wave toets, al hoort WRT eerder thuis in de categorie dream pop en indie rock. Dat Carlo van Putten het nog altijd moeilijk heeft met het heengaan van zijn vriend en zielsverwant komt tot uiting in de uitvoeringen van de door Adrian Borland geschreven nummers: de The Sound klassieker ‘Silent Air’ en ‘Walking In The Opposite Direction’. De bevlogen zang en elektrische gitaren gieren door merg en been en zorgen voor een sterke, emotionele ontlading. White Rose Transmission is geen topband, maar beklijft ook live met zijn mooie, wat treurige liedjes. 

Thot


Thot
Obscured By The Wind
White Leaves Music
‘10 tracks of heavy Vegetal Noise Music’, in die bewoordingen omschrijft Thot zijn eigen plaatje. Er bestaat ook een 11 nummers tellende editie van en een zeer gelimiteerde versie met 13 tracks met als surplus een T-shirt. Thot is een Belgische groep die we gemakshalve onderbrengen in de categorie industrial. De vier muzikanten bieden echter heel wat meer. Zo maakt men eveneens gebruik van de standaard instrumenten van een rockband, inclusief akoestische gitaar en piano. Het Engels van onze Franstalige vrienden is wat aan de krakkemikkige kant, maar dat doet niet echt afbreuk aan het totaalgeluid. Het maakt onderdeel uit van wie ze zijn en waar ze voor staan. Men heeft blijkbaar veel geleerd uit de remix projecten, ‘The Huffed Fragments’ en ‘Remixed By Thot’. De groep maakt onder meer dankbaar gebruik van geraffineerde samples zoals in opener ‘Eolien’, ‘Take A Bow And Run, ‘Ortie’ en ‘Solid Insecure Flower’. In ‘Moved Hills’ en ‘Spellbound Fields’ zitten dan weer uitheemse ritmes verweven en dat geeft dit tweeluik een exotische nuance. De onderliggende, sluimerende dreiging die van het album uitgaat jaagt je soms de stuipen op het lijf. Vooral dan ‘Blue And Green “Are Melting Down In A Seed”’, ‘The Hour Speller’ en de epische titelsong. Thot levert met hun tweede langspeler een prima werkstuk af dat ook internationaal hoge ogen kan gooien. 

Terminal Sound System


Terminal Sound System
Heavy Weather
Denovali Records
Terminal Sound System is een project in het leven geroepen door Skye Klein. Een naam die sommigen wel zullen kennen, want samen met Robert Allen geeft Skye ook vorm aan het cult doom/noise duo Halo. TSS bestaat al sinds 1999 en dit is het negende album, maar wel het eerste bij het Denovali label. Klein opteert met Terminal Sound System voor een unieke mix van ambient, dub, industrial, jazz, trip hop, doom, postrock, drum ‘n’ bass, drone en metal. Een hele mondvol en het ene element wordt al wat prominenter naar voor geschoven dan het andere. De muziek put hoe dan ook uit een uitgebreid gamma en creëert een apart universum. De composities hebben veel diepgang. De sfeer is over het algemeen dreigend, beklemmend en stormachtig, maar kent ook een paar luchtiger momenten, al klinkt het nooit onbezorgd. De onderliggende toon blijft, zij het in mindere mate imminent. Het enige dansbare nummer ‘Time/Light Flows’ staat hiervoor model. Het nauwgezet aanwenden, het doordacht gebruik van de beschikbare apparatuur en de ruime variatie in aanbod maakt van ‘Heavy Weather’ een unieke belevenis die je een uur lang in de ban houdt. Het is een plaat waarvan je klamme handjes krijgt en dat is voor zo ver ik weet maar weinig acts gegeven.

Syndrome


Syndrome
Floating Veins
ConSouling Sounds
Achter Syndrome gaat Mathieu Vandekerckhove schuil die eveneens actief is in Amenra, Kingdom en Sembler Deah. Een bezige jongen die met Syndrome een uitlaatklep vond om zijn balsturige soundscapes gestalte te geven. ‘Floating Veins’ is een experimentele oefening in innerlijke zelfwaarneming waarbij Mathieu de grenzen verkent van muzikale subgenres als doom, drone en ambient. Elke compositie bevat specifieke eigenschappen die elke track een eigen bestaansrecht geven en tegelijk de songs aan elkaar weet te smeden tot een vormelijk geheel. De nummers blijven afgemeten binnen een bepaald concept dat wordt gestuurd door een diversiteit aan instrumenten, samples en geluiden die net de sfeer van elk stuk beklemtonen. Zo brengt de titelsong, zij het na een lange intro, door de inbreng van gitaren een rockgevoel teweeg, leunt afsluiter ‘Absence’ zelfs aan bij industrial metal of je kan weg mijmeren op de repetitieve inkleuring van ‘Wolf’. Al vertoont ‘Floating Veins’ naar mijn gevoel duistere en sinistere trekjes, toch kan ieder voor zich zijn fantasie de vrije loop laten en een eigen stemming creëren die samen gaat met deze muziek. Het is een van de vele facetten die dit album zo aantrekkelijk maakt. 

Schachtanlage Gegenort – Denise Ritter

Schachtanlage Gegenort – Denise Ritter
Aufgelassen
Hands Productions
Schachtanlage Gegenort is het pseudoniem van Denise Ritter. Haar alias verwijst naar een oude steenkoolmijn uit de regio Neunkirchen/Saar. De eerste opnames in deze reeks dateren van 1997 en zijn verzamelt op de cd ‘Einsatzstoffe & Energie’. Met ‘Erzengel’ (1998) en ’41 Jahre’ (2005) volgden nog twee gelijkaardige releases. ‘Aufgelassen’ is dus de vierde in de rij. Denise Ritter is geen onbekende in de wereld van klankinstallaties en elektronische muziek. Door de jaren heen heeft ze reeds verschillende prijzen in de wacht gesleept en heel wat exhibities op haar naam staan. Net als haar vorige albums is ook ‘Aufgelassen’ gebaseerd op ter plaatse geregistreerde geluiden, de zogenaamde ‘field recordings’. Die vonden plaats in steenkoolmijnen en ijzer- en staalfabrieken. Zuiverder dan dit kan een industrial album niet zijn. De muziek heeft iets spookachtigs. Je stelt je kille, verlaten fabriekshallen voor waar alleen machines de dienst uitmaken. In opener ‘La Mine’ galmt een stem door een luidspreker als een soort van gids, maar de motoren en machines gaan onverstoorbaar door met sissen, kraken, zuigen, dreunen, fluiten, hameren en persen. Angstaanjagend gaat het er aan toe in ‘Alter Mann’,  onheilspellend in ‘Südkai’, dreigend in ‘Saarhafen’. In onder meer ‘Schachtwasser’ brengt Ritter water, naast vuur, aarde en lucht, één van de vier elementen onder de aandacht en hoe de mens die weet te manipuleren. Soms leidt dit tot een werkzame symbiose, maar dikwijls draait het ook anders uit. Ik had wel graag eens een mijnwerker en/of staalarbeider dit laten horen om te zien in hoeverre dit overeenkomt met de werkelijkheid. Niet dat ik twijfel aan de integriteit van Denise Ritter, maar gewoon uit nieuwsgierigheid. ‘Aufgelassen’ is een experimenteel werkstuk dat tot nadenken stemt.  

Saints Of Ruin


Saints Of Ruin
Glampyre
Echozone
Je hoeft geen talenwonder te zijn om te achterhalen waar de titel van het Amerikaanse kwartet Saints Of Ruin zijn nieuwe cd naar verwijst. Een benaming met de symptomen van één of andere ziekte en tegelijk een voorbode die weinig goeds beloofd. Men opent met de titelsong en die kan er nog mee door. ‘Fire’ is andere koek en deze compositie bevat ongeveer alles wat fout kan zijn aan een song. Stereotiep, slechte tekst, niet goed gezongen en ga zo maar door. Je hoopt op beterschap, doch ook de overige nummers zijn in hetzelfde bedje ziek. De teksten zijn van een ondermaats niveau en op het muzikale vlak is het ook huilen met de pet op. Saints Of Ruin schippert constant tussen glam, gothic rock en zoutloze heavy metal. Zangeres Ruby Ruin – what’s in a name! - en haar gezellen slagen er zelfs in om een schitterende song als ‘Rain’ van The Cult naar de verdoemenis te helpen. Het gebeurt zelden, maar dit schijfje is een aaneenschakeling van anticlimaxen. ‘Love Dies’, ‘Father Vengeance’, ‘Certain Doom’, ‘Labyrinth MMXI’, ‘The Son’: ze steken elkaar de loef af als het gaat om de wansmaak gestalte te geven. Release die zonder twijfel in aanmerking komt voor de prijs van pulpplaat van het jaar.

Redeem


Redeem
999
Rockville/Suburban
Stefano Paolucci richtte destijds Redeem op om wat leut te hebben. Hun debuutalbum ‘Eleven’ bracht echter meer in beweging dan ze ooit hadden verhoopt. Het succes noopte hen om het met hun tweede worp even goed of beter te doen. Redeem ontleent zijn groepsgeluid bij gelijkgestemde acts als Nickelback, Feeder, 3 Doors Down, Creed of Kane. Het trio neemt weinig of geen risico en kiest voor catchy, goed in het gehoor liggende liedjes. Zowel de productie als de arrangementen zijn meer dan oké. Voorspelbaar zijn ook de kneusjes. ‘One Of These Days’ is er zo één. In dezelfde categorie mag je ook ‘Adore’ en ‘Gravity’ onderbrengen. In ‘Come Speak To Me’, ‘Drowning’ en ‘The Lesson’ gaat het er wat steviger aan toe en dat geeft het album toch wat meer power. ‘Drowning’ is dan ook niet toevallig de beste track. Vraag is alleen of dit muziek is die je beroerd, laat staan ontroerd. Het is duidelijk dat Paolucci en co. op veilig spelen en de bijval die ze kregen met ‘Eleven’ willen consolideren. En dat lukt hen aardig.

Leichenwetter


Leichenwetter
Zeitmaschine
Echozone
Leichenwetter kwam voor het eerst onder onze aandacht in 2007 met de langspeler ‘Klage’. De groep is echter al actief sinds 1996 en ‘Klage’ was al hun vierde album. Typerend voor Leichenwetter is dat ze voor hun teksten putten uit de overdadige wereld van de Duitse literatuur, meer bepaald de poëzie. De gedichten worden geënt op een modern en eigentijds geluid van gothic en metal. Voor Leichenwetter is dit door de jaren heen zowat hun handelsmerk geworden. ‘Zeitmaschine’ is een soort van ‘best of’ die de periode ‘Unworte’ (2003) tot het vorig jaar verschenen ‘Legende’ bestrijkt. Het album is in die mate verrassend omdat de songs voorzien zijn van nieuwe orkestraties, andere arrangementen en voor deze gelegenheid opnieuw werden ingespeeld. De bariton van zanger Numen blijft het ideale instrument om de uitverkoren poëzie op passende wijze te vertolken. Alleen de opgeblazen muzikale omlijsting is soms te veel van het goede. Al grijpen nummers als ‘Altes Lied’, ‘Schwanenlied’, ‘Nur Dich’, ‘Sehnsucht’ en ‘Letzte Worte’ je ook in hun nieuw kleedje nog altijd naar de keel. In ‘Die Zeit Geht Nicht’, de enige nieuwe track geeft Nina Finkhaus acte de présence als gastzangeres en klinkt Leichenwetter een beetje anders dan we van hen gewend zijn. Voor wie Leichenwetter nog  niet kent is deze compilatie een aangename manier om met de groep kennis te maken. Wie het niet zo heeft begrepen op gezwollen, bloemrijke en pathetische gothic metal met een symfonische inslag laat dit plaatje beter links liggen. 

Kaizers Orchestra


Kaizers Orchestra
Violeta Violeta (Volume 1)
Petroleum Records
Noorse band die sinds een aantal jaren alle concertpodia in Europa onveilig maakt en zo een reputatie van uitstekende live band wist op te bouwen. Op plaat was het de laatste tijd iets minder, maar na een paar weinig inspirerende releases komt het excentrieke gezelschap aanzetten met deel 1 van een heuse trilogie. Zelf omschrijven ze het als een romantische tragedie. Voor de verhaallijn, het uittekenen van de personages en het concept ging zanger en tekstdichter Janove Ottesen even grasduinen in het oeuvre van filmmaker en acteur Tim Burton. Muzikaal is het groepsgeluid nog verder verrijkt met een amalgaam aan instrumenten en leunt men dichter aan bij intellectuele rock en pop dan bij punk en zigeunermuziek. Alleen op het springerige ‘Psycho Under Min Hatt’ gaat het combo nog eens lekker uit de bol. Ieder nummer klinkt verschillend en dat maakt deze cd aangenaam om naar te luisteren. ‘Svarte Katter & Flosshatter’ klinkt bijvoorbeeld zeer zwaarmoedig terwijl opener ‘Philemon Arthur & The Dung’ zich aanbiedt als een heuse meezinger, net als ‘En For Orgelet, En For Meg’. ‘Diamant Til Kull’ wordt dan weer gedragen door een dwingende gitaarriff. Minst genietbare uit het lot is afsluiter ‘Sju Bøtter Tårer Er Nok, Beatrice’ een lied dat eerder thuishoort in een circustent. Het is alvast uitkijken naar de twee overige luiken die er nog aan zitten te komen.

Ironwood


Ironwood
Storm Over Sea
Eigen Beheer
Australisch viertal dat zijn voorliefde voor water of liever de oceaan verwerkt in zijn muzikale avonturen. De heren hebben ook iets met runen, het redden van haaien, SurfAid, een humanitaire organisatie in het leven geroepen door surfers, Sea Sheperd een groep die zich inzet om de biodiversiteit in de zeeën en oceanen te vrijwaren en ze hebben een band met Hex Magazine. Aan u om uit te vissen of dieper in te gaan op die aanverwante aspecten. Dat brengt ons tenslotte bij de muzikale dimensie. Het kwartet kiest voor een complexe combinatie van folk, symfonische rock, doom, black en pagan metal. Al valt er na een aantal keren luisteren wel een soort patroon te ontdekken. Trage passages worden afgewisseld met snelle en na een akoestisch nummer volgt een black metal gedeelte. ‘Storm Over Sea’ is de opvolger voor ‘Fire:Water:Ash:’ (2009) en wie die kon appreciëren zal ook dit album best kunnen smaken. Naar mijn gevoel zijn sommige composities te lang en om het dan wat spannend te houden pakt men noodgedwongen uit met tempowisselingen en technische hoogstandjes. Ondanks dit meermaals toegepast trucje blijft het een moeilijke opgave om dit plaatje in één ruk uit te zitten.

Intergalactic Lovers

Intergalactic Lovers
Greetings & Salutations
Capitol/EMI
Met zo een naam zou je verwachten dat deze Belgen zich zouden gaan meten met Hawkwind, Litmus, Zombi of First Band From Outer Space, maar zo een vaart loopt het niet. Al heeft deze door de persmeute tot nieuwste pop en rock sensatie gebombardeerde Intergalactic Lovers met hun eersteling zijn entree zeker niet gemist. Niet dat het meteen een meesterwerk is geworden, want in de speellijst staan met ‘Queen Of The Sighs’ en ‘Like A Fool’ toch een paar mindere nummers. Gelukkig bevat het album ook heel fraaie, soms wat duistere, soms lieflijke liedjes die hen een mooie toekomst verzekeren. Sterke troeven zijn het charisma en de vocale capaciteiten van zangeres Lara Chedraoui, de zorg die ze besteden aan melodie en arrangement en de bijwijlen meeslepende gitaarriffs. ‘Greetings & Saluations’ opent sterk met ‘Shewolf’ en ook ‘Bruises’ is zonder meer een schitterend nummer. Er wordt ook voldoende gevarieerd zoals te horen is in het rockende ‘Soul For Hire’ en het wat ijle, zweverige ‘Pretty Baby’. Voeg daar ook nog de aanstekelijke singles ‘Delay’ en ‘Fade Away’ aan toe en hit in wording ‘Howl’ en je hebt een meer dan degelijk debuut.  

I, The Phoenix


I, The Phoenix
I, The Phoenix
Blackhill Records
Belgische, vier man sterke band met als creatieve spil het duo Jean-Paul Frenay en Vincent Depuydt. De groep probeert met zijn debuut een totaalpakket af te leveren waarbij evenveel aandacht is besteed aan het muzikale luik als aan de verpakking. Wat je te zien krijgt is dus even belangrijk als wat je hoort. De jongens hebben nog meer ambities en denken aan installaties, tentoonstellingen, films, foto’s en interactieve happenings om hun ding aan de man/vrouw voor te stellen en aan te prijzen. Hun eerste album gaat in op de hype van het 3D spektakel. Het brilletje krijg je er gratis bij. Wat we eerder zien als een gadget gaat gelukkkig niet op voor hun muziek. Het kwartet probeert met een eigen geluid voor de dag te komen en slaagt aardig in zijn opzet. Uiteraard vallen er herkenbare elementen te bespeuren, doch we kunnen ons helemaal vinden in de kille, afgemeten, mechanische industrial metal. Wat geweldig stoort is het verschrikkelijk schrille, machinale geluid dat regelmatig opduikt in verschillende van de songs en de zenuwen erg op de proef stelt. Wie creatief bezig is kiest voor een bepaalde insteek en dat niet iedereen dit zal of kan appreciëren maakt nu eenmaal deel uit van het proces. We onthouden vooral dat I, The Phoenix ‘anders’ klinkt en dat op zich is al een verdienste.

Gothminister

Gothminister
Anima Inferna
Danse Macabre
Sinds zijn eerste stappen in de muziekwereld probeert Bjørn Alexander Brem, alias Gothminister zich een weg te banen naar het voorplan en zich op te werpen als één van de leidende figuren in het wereldje van de gothic en industrial metal scene. Tot nu toe slaagt hij daar aardig in al heeft hij af te rekenen met de concurrentie van onder meer Rammstein, Combichrist en aanverwanten. Brem en co. zetten een potige sound neer met een gevoel voor pathos, drama, en tragiek. Naast een muur van heavy gitaren, donderende drums en episch klinkende synthesizers gooit Gothminister mannelijke en vrouwelijke zangkoren in de strijd, kwestie van de bezieling en treurnis nog wat aan te dikken. Enige minpunt is het gebrek aan afwisseling. Het stembereik van frontman Brem is beperkt en het merendeel van de composities kent dezelfde structuur en opbouw en dat het maakt het allemaal wat voorspelbaar. Tot het betere werk behoren opener ‘Stonehenge’, ‘Liar’, ‘616’, ‘Solitude’ en de titelsong. Als toetje krijg je nog een splijtende en opzwepende remix van het als single uitgebrachte ‘Liar’ op je bord. ‘Anima Inferna’ is een leuke opvolger voor ‘Happiness In Darkness’ en eentje die de fans zeker niet zal teleurstellen.

Fairytale


Fairytale
Anywhere From Here
Fastball
Het is een tijdje stil geweest rond Fairytale, maar na een aantal personeelswissels – op gitarist/zanger Ralf Brand en drummer Nicky Lüssem na werd iedereen vervangen – en een jaar voorbereiding is het gezelschap klaar met zijn vierde langspeler. Wie als groepsnaam kiest voor Fairytale lijkt me voorbestemd. Zeker als daar nog eens als muziekgenre melodieuze hardrock annex symfonische rock tegenover staat en men uitpakt met songtitels als ‘The Mirror Part One’, ‘The Mirror Part Two’, ‘Child In The Mirror’ (elektrisch) en ‘Child In The Mirror’ (akoestisch). Het gebrek aan fantasie loopt als een rode draad doorheen dit werkje. Zangeres Ramona Jakobs heeft noch de stem, noch de persoonlijkheid en worstelt zich even ongeïnspireerd als haar bandmaten door de speellijst heen. Een uitzondering mag je maken voor het uit drie delen bestaande ‘Atque In Perpetuum’, al valt ‘Caesarea’, het laatste stukje van dit drieluik, onder te brengen in de categorie ‘om snel te vergeten’. Helemaal pijnlijk wordt het in het helemaal ondermaatse ‘Pilgrim’ en het eerder genoemde ‘Child In The Mirror’. Fairytale bestaat al zeventien jaar. Sprookjes bestaan dus echt. 

Dust Of Everyday


Dust Of Everyday
Dust Of Everyday
Echozone
De vijf heren muzikanten waren vroeger - al of niet samen - actief in andere bands, maar noemen zich sinds 2008 Dust Of Everyday. Voor het kiezen van een groepsnaam was de muze voor dit Duitse kwintet hun landgenoot en dichter Berthold Auerbach. Na twaalf jaar muziek spelen mag je stellen dat ze kunnen bogen op enig vakmanschap en ervaring. Producer is Christian ‘Moschus’ Moos, ooit drummer bij Everon en The Song Retains The Same en de man die ook verantwoordelijk is voor de hechte albumklank van het Nederlandse Delain. Wat de stijl betreft laat Dust Of Everyday zich niet in één of ander hokje drummen. Men pikt een beetje van overal en iedereen. Zo hoor je bijvoorbeeld in opener ‘Tomorrow’ zowaar Queensrÿche doorschemeren en in ‘Things Inside’ End Of Green. De onvermijdelijke power ballade getiteld ‘Walking Away’ mag niet ontbreken, maar dat hadden ze beter achterwege gelaten. ‘Dust Of Everyday’ is een plaat die vooral voor de Duitse markt is bestemd en daar zie ik deze act ook wel goed scoren. De rest van de wereld daarentegen… .  

Dexy Corp_


Dexy Corp_
Uchronopolis
Black Rain Records
Voor zijn tweede worp heeft het Franse Dexy Corp_ een heuse science fiction saga annex concept uitgedokterd. Het verhaal vertellen zou ons te ver leiden. U moet maar het bijgaande cd boekje uitpluizen of hun website bezoeken. De zestien nummers tellende speellijst zijn evenveel hoofdstukken waarin alles uit de doeken wordt gedaan. Muzikaal tapt Dexy Corp_ uit het vat cyberpunk, hardcore en industrial. Het eindresultaat is een schreeuwerig amalgaam aan overstuurde, mokerende, schurende, hamerende explosies van geluid die ongenadig op je trommelvliezen inbeuken. Het liefst zou je oorkleppen willen opzetten om de geluidsbrij te bannen. Slechts sporadisch valt er iets wat lijkt op een melodie in de chaos te ontwaren, maar dat kan de definitieve uitkomst nauwelijks beïnvloeden. Ik kan me voorstellen dat de echte cyberpunk adepten onder u over genoeg inlevingsvermogen bezitten om voor dit spijkerhard plaatje hun zintuigen open te stellen, maar daar hoort ondergetekende niet bij. 

Das Ich


Das Ich
Egodram (edition)
Danse Macabre
Zoals collega Kurt al aankondigde bij zijn recensie, ter gelegenheid van de heruitgave van‘Anti'christ’, dat ook ‘Egodram’ opnieuw zou worden uitgebracht sloeg hij de nagel op de kop. Het album verscheen oorspronkelijk in 1998 en staat geboekstaafd als één van de hoogtepunten in het oeuvre van Das Ich. Het is tevens een cult plaat en een gezocht voorwerp, want dus al een hele tijd niet meer te verkrijgen. In tegenstelling tot de re-release van ‘Anti’christ’ gaat deze uitgave wel vergezeld van een extra schijfje. Zo staan op de tweede cd van deze limited edition een Engels gezongen versie van ‘Krieger’, een paar remixen, een vijftal demo’s, de MTV single editie voor ‘Destillat’ en de videoclip van datzelfde nummer. Das Ich was zijn tijd vooruit en leverde baanbrekend werk. Zo was ‘Egodram’ één van de eerste langspelers die een aantal muziekelementen zoals gothic rock, industrial, breakbeats en een batterij strijkers met elkaar liet versmelten. Wat ‘Krieg Im Paradies’ is voor ‘Anti’christ’ zijn ‘Kindgott’ en ‘Destillat’ voor ‘Egodram’. De plaat bevat nog een aantal uitstekende tracks als de titelsong, ‘He Mensch’, ‘Schwanenschrei’, ‘Reflex’ en ‘Blutquell’. ‘Egodram’ is een essentieel werkstuk dat niet in je collectie mag ontbreken. Bovendien is de bonus cd een niet te versmaden extraatje.  

maandag 16 mei 2011

Zoroaster

Zoroaster

Het doel is het goede te denken, te zeggen en te doen.

Met de release van ‘Matador’ zit dit uit Atlanta, Georgia afkomstige trio in de lift. Het album wordt overal positief onthaald en ook live is het drietal druk in de weer om zich in de belangstelling te spelen. Dat lukte hen ondermeer op het Roadburn Festival en met de aansluitende Europese tournee als voorprogramma van Weedeater. Tijdens hun passage in Gent hadden we een gezellige babbel met de drie sympathieke muzikanten.
Paul Van de gehuchte

Whisky puur
Het was een warme avond met zomerse temperaturen. De dorst moest gelest worden en voor aanvang van het gesprek haalde iedereen nog een drankje. Bassist Brent kwam aanlopen met wat leek op een pint bier zonder schuimkraag. Het was echter geen bier maar whisky. Om maar te stellen dat het er heel gemoedelijk aan toeging en er al eens uit de nek werd geluld.   

De profeet voor de goede god
De groep werd opgericht in de zomer van 2003. Voorheen was men een aantal jaren actief geweest onder de naam Terminal Doom Explosion. Zarathustra, Zarathoestra of Zoroaster was een Bactrische profeet en de grondlegger van het zoroastrisme, een godsdienst die momenteel haar aanhangers vooral vindt in India. Niet dat de gelijknamige Amerikaanse band religieuze motieven had om die naam te kiezen. Bassist Brent Anderson las veel boeken over spiritualiteit, godsdienst, vrijmetselarij en dat soort zaken. Daarnaast had hij het Acid King album met de dezelfde naam waar hij echt dol op was. Uit de voorstellen van groepsnamen die werd geopperd klonk deze het best. Meer hoef je daar niet achter te zoeken, aldus zanger/gitarist Will Fiore die vreemd genoeg qua uiterlijk veel gemeen heeft met sommige van de van Zoroaster gekende afbeeldingen. Er is nog een DJ met dezelfde naam, maar er is geen belangenvermenging, voegt Dan Scanlan (drums) daar nog aan toe.

Degene die de stier daadwerkelijk dood
Of ‘Matador’ veel verschilt van onze vorige platen? Will: ‘daar hebben buitenstaanders een beter zicht op denk ik. We zijn nu al een aantal jaren bezig met het maken van muziek en het schrijven van songs. Voeg daar het vele toeren aan toe en dat alles samen geeft je meer vertrouwen en al die ervaringen samen bieden een meerwaarde. We durven al iets meer nu dan zeven jaar geleden. Onze eerste release was eigenlijk een demo en als je die vergelijkt met wat we vandaag doen zul je wel het verschil merken.  Hopelijk in positieve zin’. (lacht)

Liedjes in je hoofd
Will en Brent hebben altijd wel ideeën voor nieuwe nummers. Voor het volgende album hebben ze al tien songs klaar. De embryonale fase voor sommige composities op ‘Matador’ gaat tien tot vijftien jaar terug. Will: ‘ik ben eerder traag als het aankomt op het schrijven van songs. Bepaalde riffs of tunes blijven door je hoofd spoken tot plots alle stukjes op hun plaats vallen en dan heb je plots een nieuwe song’. Dan: ‘we werken goed samen. Het komt heel natuurlijk en spontaan over. Sommige nummers komen tot stand door te jammen of ik speel een beat en de anderen pikken daar op in’. Will: ‘Behalve voor onze eerste demo wisten we nooit welk materiaal het zou halen en op plaat zou verschijnen. Voor ‘Matador’ hadden we een pakket songs deels uitgewerkt en daar zijn we de studio mee ingetrokken. Pas daar viel de beslissing en soms klinkt het eindresultaat heel anders dan we ons eerst hadden voorgesteld. Het minimum dat we vooropstellen om te kunnen spreken van een volwaardige cd is zes tracks. Ik ben het altijd oneens met mensen die ‘Voice Of Saturn’ bestempelen als een ep omdat die maar zeven nummers telt. Als er dertig minuten muziek op staat dan spreek je over een echte  langspeler’.   

Het Atomium
Voor Zoroaster is het de tweede keer dat ze een rondreis maken in Europa. Anderhalf jaar geleden waren ze ook al eens in België samen met Absu. Ze traden dan op in Jeugdcentrum De Klinker in Aarschot. Veel tijd voor te genieten van het uitzicht of het bezoeken van toeristische plekjes is er niet. Meestal beperkt het bezoeken van een stad zich tot het zich verplaatsen van het ene punt naar het andere, het verblijf in het hotel en de plaats waar er wordt opgetreden. Dan: ‘het verschilt weinig van de manier van rondtrekken in de States. Je komt in plaatsen waar veel te zien is, maar door gebrek aan tijd of het feit dat je te moe bent om nog iets te doen gebeurt het zelden dat we op ontdekkingstocht gaan’. Will: ‘Tijdens een vakantie heb ik eens Brussel bezocht. We gingen dan naar het Atomium, doch dat was voor dat ze het gerenoveerd hebben. De roltrappen waren defect, je zag overal gaten en roest. Toen dacht ik, ‘man wat doe ik hier’. (lacht) Nu zijn het allemaal glimmende bollen. Misschien ga ik nog wel eens terug’.  

De bruine broek
Will: ‘je kunt het bijgeloof noemen, maar aan het begin van het Amerikaanse luik van deze tournee heb ik voor het eerst in ik weet niet hoeveel jaar opgetreden in een andere dan mijn bruine broek. Iedereen maakte altijd grapjes over dat specifieke kledingstuk. Die was dan ook tot op de draad versleten. Er zaten gaten in, zo groot dat je de kleur van mijn onderbroek kon zien. Ik kreeg opmerkingen van: ‘man draag je nog steeds dat ding’. En nu zeggen ze: ‘hei Will, waar is je bruine broek gebleven?’ De eerste dagen zonder voelden een beetje vreemd aan’. Dan: ‘een reden om een paar pintjes extra te drinken. Ik maak het deels goed met het dragen van een korte bruine broek als het mooi weer is.’ (lacht) Het enige ritueel dat ze in ere houden voor ze het podium opstappen is het nuttigen van alcoholische dranken. Zijn ze dan altijd dronken voor ze starten met spelen? Will: ‘ik denk het. (lacht) Niet dat het bewust gebeurt. Na een lange reis kom je ergens aan, je verveelt je, dus je drinkt een pintje, je eet wat, je drinkt nog een biertje en voor je het weet ben je lichtjes beneveld, in de wind, euforisch’. Brent: ‘voor het concert drink ik slechts één glas’. (het is wel een pint tot de rand gevuld met whisky, pvdg) Will: ‘achteraf gaan we gewoon door met hijsen, zij het aan een gemoedelijk tempo. Wat valt er anders, behalve je materiaal en instrumenten inladen nog te doen?’

Tatoeages zat
Alle drie de heren van Zoroaster hun lichaam is bezaait met tattoos. Waarom kiest men ervoor om zich te laten tatoeëren, wat was hun eerste en wanneer hebben ze die laten zetten. Will: ‘ik denk dat het hier in België was. Brussel of Antwerpen. Ik had een steeds terugkerende droom over een ster en ik heb ze op de binnenkant van mijn pols laten tatoeëren’. Brent: ‘ik was vijftien jaar oud en ik wou een tatoeage, maar ik mocht niet van mijn moeder. Mijn ouders waren gescheiden en hadden co-ouderschap. Het weekend daarop was ik bij mijn vader en zei dat ik een tattoo wou. Mijn pa vroeg: ‘en wat zegt je moeder? Aha het mag niet? Oké kom maar mee, van mij mag het wel’. Brent laat zijn buik zien en daar staat een afbeelding van een stierenkop versiert met lijnen die naar lagere regionen wijzen. Dan: ‘ik was iets ouder, achttien. Ik had een vriend/tatoeëerder, we dronken wat, amuseerden ons en de uitkomst was dit’. Op Dan zijn linkerbovenarm staat een prachtig ingekleurde tekening. ‘ik denk dat de tatoeages die je kiest wel samengaan met je karakter en persoonlijkheid. Soms kiezen ze jou’. Brent: ‘voor mij belichamen ze bepaalde periodes uit mijn leven. Als je ernaar kijkt dan denk je terug aan die episode in je bestaan. Je kunt je opnieuw levendig voorstellen wat je dan deed, waar je toen mee bezig was, waar je woonde, welke gevoelens je had’. Will: ‘een voor jezelf belangrijke belevenis of een sleutelmoment, bijvoorbeeld de release van een nieuwe plaat of de start van een grote toer, laat ik op die manier vereeuwigen. Eenmaal je deel uitmaakt van het circuit leer je mensen kennen die met tatoeëren en tatoeëringstechnieken bezig zijn. Hoe groter de tatoeage en het aantal kleuren hoe duurder het wordt’.

Terug naar de realiteit
Noch Will, Brent en Dan zijn professionele muzikanten. Will is grafisch designer van beroep, Brent is een automonteur en Dan timmerman. Hoe moeilijk is het om zo een Europese rondreis te organiseren? Will: ‘waar een wil is, is een weg. Als je iets gedaan wil krijgen dan doe je het gewoon. Voor alles is er een oplossing. Soms is het leuk en dan weer knudde. Zo gaat het nu eenmaal. Familie en vrienden achterlaten voor een langere tijd is altijd een beetje moeilijk’. Brent: ‘Ik werk samen met een vriend in onze garage. Met hem is er altijd wel een regeling te treffen. Als ik moet kiezen tussen thuis en hier om een tijdje rond te hangen dan kies ik voor hier’.

De digitale snelweg
Door de komst van het internet in al zijn facetten gaat volgens Will de magie en begeestering verloren van het zoeken naar nieuwe bands en hun muziek. ‘Vroeger duurde het soms een paar maanden voor je te weten kwam waar deze of gene plaat kon gekocht worden. Nu tik je een naam in en hops daar verschijnt alles op je scherm. Zelfs concerten hoef je niet meer naartoe te gaan, want terwijl ze aan het spelen zijn kan je alles van thuis uit bekijken via een live stream. Je kunt alleen maar proberen om je aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. Bijvoorbeeld vinyl is terug van niet helemaal weggeweest en als band moet je daar op inspelen. Voor mij is het belangrijkste dat ik muziek kan blijven maken, ermee de wereld kan rondtrekken en als het kan er een beetje geld mee verdienen. Hoelang ik er kan mee doorgaan weet ik niet. Sommige groepen waar me mee optrekken hebben een gemiddelde leeftijd van zestien of achttien en dan denk ik soms ‘fuck, wat loop ik hier te doen’, maar eenmaal terug thuis wil ik alweer de baan op. Leeftijd doet er niet toe. Ik hoop ermee door te gaan tot ik er bij neerval’.

Having a good time
Spijt van in de muziekbusiness te zijn gestapt hebben ze niet. Ze nemen zichzelf niet te serieus. Het belangrijkste is dat ze zich amuseren, af en toe een feestje kunnen bouwen. Brent: ‘stel dat ik de kans krijg om opnieuw te beginnen ik zou het niet anders doen. Je bent wie je bent. Ik heb een dochter en als ze wat ouder is zal ik haar zeker aanmoedigen om een muzikale carrière te beginnen. Je leven zit vol verrassingen en niets kan tippen aan de interactie tussen personen onderling, het vele reizen, de nieuwe vrienden die je maakt, het sociale contact. Ik zou zelfs nog meer kinderen willen en ook hen trachten te overtuigen om in de muziek te stappen. The Jackson Five of The Osmonds van de 21ste eeuw en ik zou er nog geld aan verdienen ook. (lacht) Het is zeker de mooiste hobby. Als je jong genoeg begint met muziek stimuleer je bepaalde cellen in je hersenen die je anders nooit gebruikt’.

Een echte verzamelaar
Will is al een hele tijd gestopt met het bijhouden van een echte collectie cd’s. In het verleden is hij er meerdere keren een deel van kwijt gespeeld telkens een relatie stuk liep. Als hij de muziek echt goed vindt koopt hij zich de vinylversie. Dan heeft een kleine collectie (een tweehonderdtal) elpees. Daar zitten platen tussen van zijn ouders. Voornamelijk oude country schijven en rock uit de jaren zeventig. Hij koopt ook de albums van de groepen waarmee Zoroaster op tournee gaat. De echte maniak als het op verzamelen aankomt is Brent: ‘ik heb echt een grote collectie. Overal in huis liggen er stapels cd’s en lp’s. Ik ga echt op zoek naar collector stukken. Bijvoorbeeld Walt Disney’s ‘The Fox & The Hound’ op picture disc of een eerste persing van een Otis Redding album. Ik kijk niet naar de prijs. Als ik het wil hebben dan koop ik het’. Daarnaast heeft hij een grote collectie Mac Donald’s Happy Meal figuurtjes en nog tal van andere actie personages. Brent: ‘Ik ben opgegroeid in een arm gezin. Geld om speelgoed te kopen was er niet, dus koop ik het nu. Op dat gebied ben ik een beetje een neuroot. Overal in huis staan er van die speelgoed poppetjes en modellen. Als ik ze passeer dan kijk ik er naar en dan denk ik ‘jij bent van mij’. 

Hoe begin ik de dag?
Will: ‘als ik thuis ben dan probeer ik juist te slapen om niet te hoeven op te staan’. (lacht) Dan: ‘wakker worden, mijn vrouw porren om te zien of ze zin heeft in ochtendseks. Meestal is dat niet geval. Dan maar douchen met koud water om de teleurstelling weg te spoelen. (lacht) Als ik geluk heb krijg ik wel ontbijt en dan de auto in en gaan werken’.
Brent: ‘opstaan, kleren aantrekken net als alle andere mensen. Soms kom ik met het verkeerde been uit bed, maar dat overkomt iedereen wel eens’.

Een verwenbeurt
Voor Will lijkt Zoroaster min of meer een obsessie. Bij elke vraag komt hetzelfde thema terug. Muziek maken, nieuwe nummers schrijven, een elpee maken en met Zoroaster op tournee gaan. Andere wensen heeft hij blijkbaar niet. Dan: ‘Mijn vrouw het naar de zin maken. Soms kook ik voor haar, maar dat is geen garantie dat ik achteraf van bil mag gaan.’ (lacht) Brent zoekt het bij het sleutelen aan auto’s en motorfietsen. Rijden met een echte Hot Rod vindt hij het einde.

Aan wie of wat hebben ze een hekel?
Will: ‘ik sta niet echt stil bij dat soort vragen. Ik laat me niet gauw uit mijn lood slaan of maak me kwaad over iets of iemand. Ik steek daar geen energie in.  Ik leef in het hier en nu en probeer altijd het positieve te zien in mijn medemensen: ‘live and let live’. Brent: ‘soms krijg ik het wel op mijn heupen als ik sommige politici hun discours hoor afsteken. Waar ik wel van overtuigd ben is als je iets wil veranderen je eerst bij jezelf te rade moet gaan. ‘Wat kan ik zelf beter doen?’. Niet om je heen kijken en met de vinger naar anderen wijzen. Ik ben wel kwaad op Mac Donald’s. In de States staat om het anderhalf jaar de McRib maar voor een drietal weken op het menu en dan halen ze die er terug af. Het is de beste sandwich ooit en daar ben ik dus echt wel pissig om.’ Dan: ‘Ik haat de Green Bay Packers. Ik kan dat American football team echt niet uitstaan. Ik ben een fan van de Chicago Bears. Voor de rest ben ik een heel vredelievend persoon.’

Discography:

2005 Zoroaster
2007 Dog Magic
2009 Voice Of Saturn
2011 Matador

Lake OF Tears

Lake Of Tears

Draagt niemand een kwaad hart toe

Deze Zweedse band is al actief sinds 1994. Een split in 2000 maakte een voorlopig einde aan hun muzikale avontuur. Wegens contractuele verplichtingen tegenover hun toenmalige platenmaatschappij maakte frontman Daniel Brennare bijna op zijn eentje nog het album ‘The Neonai’ dat verscheen in 2002. Een jaar later was de reünie een feit en met ‘Black Brick Road’ (2004) en ‘Moons And Mushrooms’ (2007) zette Lake Of Tears zichzelf terug op de kaart van metal land. Het heeft een tijdje geduurd voor men klaar was met een opvolger, maar die is nu een feit. Op 29 april verschijnt hun achtste studio album ‘Illwill’. Tijd dus voor een tussentijdse stand van zaken en wie konden we daar beter voor vragen dan Daniel Brennare zelf.
Paul Van de gehuchte

Op eigen tempo
Vier jaar is een relatief lange periode tussen twee platen in, maar de heren van Lake Of Tears hadden daar zo hun redenen voor. Alle vier de groepsleden hebben een baan en dan is het niet zo evident om voor langere periodes vrijaf te krijgen. Hun gezinnen eisen ook een deel van aandacht op en dan loopt er ook wel eens iets mis of krijg je te kampen met tegenslag. Bovendien wilden ze niks overhaast doen. Liever er wat meer tijd voor nemen dan snel wat nummers in elkaar flansen. Ook het schrijven van de songs liet men gewoon op zijn beloop. Daniel: ‘soms loop je met ideeën rond, doch je werkt die niet onmiddellijk uit. Het is moeilijk om uit te leggen. Pas wanneer je de tijd rijp acht neem je de gitaar ter hand of ga je aan de slag op je computer. Muziek maken moet plezant blijven, een zekere amusementwaarde bieden en ontspannend werken. Met de dagdagelijkse beslommeringen heb je al genoeg aan je hoofd. Nog meer kopzorgen, nee mij niet gezien.’ Dat men niet was gebonden aan deadlines, maakte het ook wel iets makkelijker. Driekwart van de composities neemt Daniel voor zijn rekening. Aan het overige kwart levert elk groepslid zijn bijdrage. Achteraf brengt men alle songmateriaal samen en wordt er waar nodig nog wat gesleuteld of bijgestuurd. Aangezien iedereen in een andere stad woont, is het zaak om goede afspraken te maken omtrent het opnameproces en de studiotijd die ze nodig hebben. Voor ‘Illwill’ hebben ze in twee maanden tijd ’s avonds en tijdens de weekends het album ingespeeld. Om dezelfde reden wordt er ook niet zo dikwijls gerepeteerd. Zo één of twee keer in de maand moet volstaan. Veel artiesten wisselen muziekbestanden uit via email, maar dat procédé is niet in zwang bij Lake Of Tears. Op dat gebied zijn ze nog een beetje ouderwets en geven de voorkeur aan persoonlijk contact. Veel onderlinge discussies zijn er niet. Als ze al muzikale meningsverschillen hebben dan worden die snel bijgelegd. Zo staat iedereen pal achter de nieuwste plaat. Er zijn geen nummers op overschot. In het beste geval zijn het een paar losse ideeën of enkele riffs die men bewaard en eventueel later nog van pas kunnen komen.

Een reis rond de wereld
De groepsleden van Lake Of Tears zijn geen professionele muzikanten. Johan bijvoorbeeld werkt deeltijds en zit opnieuw op de schoolbanken. Hij studeert voor maatschappelijk werker. Daniel zelf is computerprogrammeur. Voor bedrijven zoekt hij systeemoplossingen, schrijft nieuwe software en programma’s of wordt aangezocht om projecten te leiden.
Lake Of Tears bestaat al sedert 1994 en we vroegen Daniel wat hij in de toekomst nog graag zou gedaan krijgen. Zo te horen zou hij liefst van al met zijn groep een echte wereldtournee maken. Er zijn nog continenten en regio’s genoeg waar ze nog nooit geweest zijn: Noord- en Zuid-Amerika, Azië, het Midden-Oosten; hoe exotischer, hoe liever. Hun voornaamste actieradius bleef tot nu beperkt tot Europa met als uitschieters het ijskoude Siberië en Turkije en buiten Europa Libanon. Hij gelooft dat de mogelijkheid om bijvoorbeeld in de Verenigde Staten op te treden echt wel tot de mogelijkheden behoort. Veel hangt af van de opportuniteit. Als de gelegenheid zich voordoet moeten de omstandigheden ook nog meewillen en het zal enige organisatie en voorbereiding vragen, meer toch dan bij een trip naar Duitsland of Rusland.
De jongens hadden al vrij vroeg een voorliefde voor metal. Om die reden zijn ze ook begonnen met zelf muziek te spelen. Het was hun antwoord op het onbegrip en de tegenwerking van anderen tegenover metal en rockmuziek in het algemeen. De eerste invloeden kwam van groepen als Scorpions, Kiss, Iron Maiden… . Daniel: ‘een van mijn beste kameraden had een oudere broer die al die elpees kocht en als ik op bezoek was bij hem thuis zaten we dan mee te luisteren naar de platen die zijn broer draaide.’ De laatste tijd luistert Daniel naar wat meer agressievere muziekstijlen als punk, old thrash, black metal. Enkele namen van bands zijn G.B.H., Destruction, Kreator, Darkthrone. Voor zo ver hij het zich kan herinneren was de eerste plaat die hij zelf kocht ‘Destroyer’ van Kiss.

De apenjaren moeten nog komen
Als hij vertelt over hoe het er aan toe gaat op een gewone werkdag dan lijkt Daniel me niet erg gelukkig. Zo heeft hij dikwijls het gevoel dat hij telkens achter de feiten aanloopt. Als er deadlines zitten aan te komen zorgt dat voor stress. Toch doet hij zijn job graag. Het werk is interessant en elke nieuwe uitdaging zorgt ook voor extra adrenaline.
Daniel heeft twee kinderen van acht en tien jaar oud. Hij heeft hen al eens voorgesteld om ze gitaar te leren spelen, maar voorlopig houden ze de boot af. De muziek van Lake Of Tears vinden ze helemaal niet leuk. Lady Gaga daarentegen vinden ze wel tof. Daniel laat ze genoeg ademruimte zodat ze zelf kunnen uitzoeken wat hen het meest voldoening geeft. Daniel: ‘nog een paar jaar wachten en dan zal ik ze wel diets maken hoe echte muziek klinkt.’ (lacht) Hij heeft geen of weinig problemen om zijn leven als muzikant te verzoenen met zijn rol als vader. Het meest mist hij zijn kinderen als hij met Lake Of Tears op tournee is of als opnamesessies te lang aanslepen.
Buiten zijn werk en muziek blijft er weinig tijd over om nog andere dingen te doen. Om een beetje aan zijn conditie te werken gaat hij af en toe naar de fitness. Films kijken of boeken lezen doet hij in een soort van cyclussen. Als hij eraan begint dan gaat hij ook tot de finish.

De vriendschap tussen Daniel Brennare, bassist Mikael Larsson en drummer Johan Oudhuis gaat al een hele tijd terug. Ze leerden elkaar kennen toen ze tien, twaalf jaar waren. Zoals elke relatievorm kennen ook zij hun ups en downs. Naast hun muzikale verbintenis blijven ze ook daarbuiten contact houden en trekken er bij gelegenheid samen op uit. Bijgelovig zijn ze niet. Ze houden er dan ook geen bepaalde rituelen op na voor ze het podium opgaan. Misschien een paar pintjes drinken om te relaxen en dan de beuk erin. Op de vraag wat hem het meest voldoening geeft; een stomende vrijpartij of een fantastisch concert geven kregen we volgend antwoord. Daniel: ‘als ik op de bühne sta dan denk ik niet aan seks en als ik aan het vrijen ben dan dwalen mijn gedachten niet af naar mijn laatste optreden. Ik denk dat beide evenveel voldoening kunnen schenken. Ik geef altijd het beste van mijzelf en meestal zijn de reacties toch positief.’ (lacht)
Na een concert bouwen ze meestal wel een feestje. De enige drug die ze dan consumeren is alcohol. Dat ze al eens dronken zijn hoort bij de geplogenheden. Niet dat ze echt de beest uithangen. Bijvoorbeeld hotelkamers verbouwen is buiten categorie wegens te duur. Of het fenomeen groupies zich voordoet bij een groep als Lake Of Tears? Daniel: ‘ja, als we geluk hebben dan kunnen we af en toe eens van bil gaan. Niet dat de vrouwtjes staan aan te schuiven. We zijn Metallica niet, maar mij hoor je zeker niet klagen.’

Een nieuw tijdperk
Het lang geleden dat Daniel nog cd’s heeft gekocht. Alles gaat nu digitaal. Uitwisselen en aankopen van muziekbestanden via het internet valt niet meer weg te cijferen. Daniel: ‘het is aan de artiesten en iedereen die met muziek te maken heeft om daar inventief mee om te gaan. Het internet biedt enorme mogelijkheden. Nooit eerder was het zo gemakkelijk om je creatieve impulsen met de rest van de wereld te delen. Sommige dingen verdwijnen of kennen een heropleving. Kijk maar naar de productie en verkoop van vinylplaten. Een ding staat vast: muziek is multicultureel, zal altijd blijven bestaan en vindt zich immer een publiek.’
 
Discografie 

Studio albums
Greater Art (1994)
Headstones (1995)
A Crimson Cosmos (1997)
Forever Autumn (1999)
The Neonai (2002)
Black Brick Road (2004)
Moons And Mushrooms (2007)
Illwill (2011) 


Lake Of Tears
Illwill
AFM Records
Het verhaal van Lake Of Tears kent zijn start in 1994. Begonnen als doom metal band stapte men al snel over naar een stijl die beter te omschrijven valt als ‘dark rock’. Daarbij spelen zowel gothic, psychedelische als klassieke hardrock elementen hun rol van betekenis. De groep kende zowel hoogte- en laagtepunten wat na de release van ‘Forever Autumn’ in 1999 leidde tot een eerste breuk. Sterke man bij Lake Of Tears is zanger/gitarist Daniel Brennare. Die kon oudgedienden Johan Oudhuis (drums) en Mikael Larsson (basgitaar) overtuigen om een herstart te nemen. De bezetting werd vervolledigd met Magnus Sahlgren op gitaar. Met ‘Black Brick Road’ (2004) was de comeback een feit. In 2007 volgde nog ‘Moons And Mushrooms’ en nu is er dus ‘Illwill’. Wat het groepsgeluid betreft is er weinig of niets veranderd. Lake Of Tears slaagt er net als op zijn voorgaande release in om gevoelens van melancholie en neerslachtigheid in symbiose te brengen met een donkerder tint heavy metal. Het is niet grensverleggend noch baanbrekend. Wel solide en betrouwbaar. Fans van Lake Of Tears kunnen zich dan ook met de ogen dicht dit nieuwe album aanschaffen. Dat deze Zweedse act echt wel iets in zijn mars heeft valt af te leiden uit oerdegelijke songs als ‘Illwill’, ‘Behind The Door’, ‘Out Of Control’ en ‘Midnight Madness’.

True Widow


True Widow
As High As The Highest Heavens And From The Center To The Circumference Of The Earth
Kemado/Coop
Om op te vallen in muziekland heb je verschillende opties. Je kunt kiezen voor een extraverte uitmonstering, een vettig achtergrondverhaal, een seksbom als zanger(es) en/of een stem als een klok, enzovoort. Ieder kiest voor het schoentje dat past en in het geval van True Widow koos het drietal voor een retorische, hoogdravende albumtitel en een handvol songs die de grens van verschillende subgenres als post en stoner rock, sludge en doom metal, slow core, grunge en shoegaze aftast. Met zijn drieën slagen ze erin om een zwaar en log groepsgeluid te evoqueren. Een overkill aan veel gelaagde effecten en vervormingen geassembleerd door gitarist Dan ‘D.H.’ Phillips staan in schreeuwend contrast met zijn eigen drammerige, ijle zangpartijen en de nasale stem van zangeres en bassist Nikki Estill. De zware bastonen van die laatste vormen een oersterke tandem met de loodzware drumpatronen van trommelaar Tim Starks. Opener ‘Jackyl’ laat het beste verhopen. Het is een song met een eigen karakter. Sfeervol, krachtig en tegelijk delicaat. Laat dat nu ook het geval zijn voor ‘NH’, ‘Skull Eyes’, ‘Wither’, ‘Boaz’ en ‘Night Witches’, het enige up tempo nummer. Alleen ‘Blooden Horse’ en de experimentele afsluiter ‘Doomseer’ maken een wat fletse indruk en lopen wat verloren tussen al dat andere fraais.

The Brimstone Days


The Brimstone Days
We Are The Brimstone Days
Record Heaven
Als we sommige perslui mogen geloven dan speelt dit trio uit Malmö spetterende live shows. Eenzelfde energiestroom proberen ze nu ook over te brengen op hun debuut cd ‘We Are The Brimstone Days’. In hun jeugdige onbezonnenheid bezingen deze Zweden bloemen, vlinders en regenbogen. Echte positivo’s die in pure retro stijl maar met verve muziekgenres als funk, garage en rock-‘n-roll te lijf gaan. Zanger/gitarist Håkan is met zijn specifieke stemgeluid de geknipte man voor dit soort werk. Voeg daar tien swingende, groovy, catchy songs aan toe en je hebt een plaatje waarbij je voor eventjes toch al je zorgen mag vergeten en lekker mag dansen en euforisch wezen. The Brimstone Days is een spetterend groepje zonder kapsones, maar met een vurig temperament waar we geen nee tegen zeggen. 

Sun Domingo

Sun Domingo
Songs For End Times
Glasville Records/Bertus
Voorlopig is deze Amerikaanse band nog een nobele onbekende in onze contreien. Pas vorig jaar bracht Sun Domingo een eerste bezoek aan Europa via een tiendaagse tournee met The Pineapple Thief. Het album ‘Songs For End Times’ zou hun Europese ambities kracht moeten bijzetten. Het is niet toevallig dat Sun Domingo onderdak vond bij Glasville. Het Nederlandse label is tevens de thuishaven voor Riverside, Pineapple Thief, Paatos en The Flower Kings. Meteen is duidelijk tot welke muzikale stroming dit in Atlanta residerende viertal behoort. Sterke man is stichter en gitarist Edgel Groves. Die zijn jeugdvriend Kyle Corbett maakt nu eveneens deel uit van de bezetting. Naast zanger is Kyle een uitstekende gitarist. Corbett schreef onder meer een boek over gitaartechniek en staat ook bekend als componist. Wat meteen opvalt zijn inderdaad de fraaie composities. Sun Domingo brengt moderne progrock en maakt van elke song sfeervolle en stijlrijke miniaturen. Daarnaast durft het gezelschap ook wel eens fel uit de hoek te komen zoals in ‘Anymore’ en ‘Mad Maze’ of in het drieluik ‘Find A Way Out’, het instrumentale ‘Meditation’ en ‘Love Is All Around’ lichtjes de experimentele toer opgaan. ‘Songs For End Times’ is een conceptplaat over de snel veranderende wereld waarin we leven. De titel laat vermoeden dat het einde der tijden zich aankondigt, doch Sun Domingo wil juist de tegenovergestelde boodschap brengen: dat er nog hoop is en er altijd een ochtend gloort. Een positieve noot die op onze goedkeuring kan rekenen.

Paradise Lost

Paradise Lost
Draconian Times
Music For Nations/Sony Music
Zestien jaar na zijn officiële release wordt dit bijna meesterwerk van gothic metal pioniers Paradise Lost opnieuw uitgebracht. Major Sony doet dat via zijn bekende Legacy series. De nieuwe uitgave steekt in een luxueuze verpakking met schitterende tekeningen, alle teksten en bijdragen van alle groepsleden plus producer Simon Efemey. De muziek klinkt ook vandaag nog onwaarschijnlijk goed en heeft absoluut nog niets aan waarde ingeboet. De songs staan elk op zich als een huis. Het enige wat je kunt is je laten meeslepen en overweldigen door dit goth metal epos. Naast het reguliere album krijg je op het eerste schijfje nog zeven extra tracks. Twee zijn niet eerder uitgebrachte demo’s (‘Enchantment’ en ‘Last Desire’) en vijf live opnames van concerten in Duitsland uit 1995. Schijf nummer twee is een dvd met een 5.1 audio mix van ‘Draconian Times’ met als bonus drie video’s. De eerste, ‘Forever Failure’ is spiritueel, ‘The Last Time’ is eerder commercieel en ‘Hallowed Land’ is live en onbehouwen. Op die manier krijg je drie verschillende kanten te zien van Paradise Lost anno 1995. Het was eeuwen geleden dat ik nog eens had geluisterd naar ‘Draconian Times’ en bij deze nieuwe passage werd ik getroffen door de schoonheid en felheid die deze songs nog altijd uitstralen.  

Omar Rodriguez Lopez

Omar Rodriguez Lopez
Telesterion
Rodriguez Lopez Productions/Sargent House
Eén van de productiefste muzikanten van de afgelopen vijftien jaar is ongetwijfeld Omar Rodriguez Lopez. Deze in Puerto Rico geboren multi-instrumentalist en componist vertoefde een groot deel van zijn muzikale loopbaan in het gezelschap van zijn vriend Cedric Bixler-Zavala. Eerst in At The Drive-In en daarna bij The Mars Volta en De Facto. Zijn solo carrière omspant ondertussen een vijfentwintig albums. Daarnaast schreef hij muziek voor films en is eveneens actief als schrijver, acteur en regisseur. Een bezige jongen die blijkbaar nooit stilzit en gevraagd waarom hij dit ongelooflijke tempo aanhoudt om jaar in jaar uit zoveel mogelijk platen te maken in zo een kort mogelijk tijdsbestek antwoordde Omar dat hij geloofde dat ergens in een parallel, alternatief universum elk van zijn songs een levend persoon zou blijken te zijn en verbeeldde zich die ooit te mogen ontmoeten. Muzikaal is Omar Rodriguez Lopez een kameleon en duizendpoot. Geen enkele stroming is hem vreemd. Het was dan ook een immense opgave om uit zijn veelzijdige assortiment de muziek te distilleren die een juist portret ophangt van zijn solowerk. Eén schijfje bleek niet genoeg. De compilatie ‘Telesterion’ is dan ook een dubbelaar bestaande uit 37 tracks. (Op de vinyl versie - acht plaatkanten -staat er met ‘Los Tres "Yo's"’ nog één nummer meer op). Van elk van zijn solo releases zijn er een paar songs geselecteerd. Die belichamen stuk voor stuk de variëteit en diversiteit in het werk van Omar Rodriguez Lopez, gaande van progressieve rock (‘Asco Que Commueve Los Puntos Erogenos’, ‘Rapid Fire Tollbooth’) over psychedelica (‘Victimas Del Cielo’, ‘Coma Pony’), experimentele rock (‘Calibration’, ‘El Monte T’ai’), avant-garde (‘Spookrijden Op Het Fietspad’, ‘Locomocion Capillar’), math rock (‘Shake Is For 8th Graders’, ‘Amanita Virosa’), dub (‘Agua Dulce De Pulpo’, ‘How To Build The Bilderberg Group’), americana (‘Viernes’, ‘Deus Ex Machina’) en electro (‘El Todo’, ‘Polaridad’). Interessant is zijn Spaanstalige achtergrond en afkomst. Die zorgt voor een exotische en broeierige insteek. ‘Telesterion’ biedt een prachtig en tegelijk volledig overzicht van Omar zijn oeuvre. Voor wie niet vertrouwd is met zijn muziek is dit de ideale introductie. 

Lachlan Horne


Lachlan Horne
The Horne Supremacy
Two Side Moon/SLW Promotions
De Britse gitarist Lachlan Horne zijn eerste album ‘The Time Has Come’ (2004) bevatte enkel instrumentale nummers. Dat hij al een aardig stukje gitaar kon spelen wisten we dus al. Met ‘The Horne Supremacy’ komt daar nu verandering in, want Lachlan probeert het nu ook als zanger. Echt verpletterend is het niet, maar al bij al valt zijn stem eigenlijk wel mee. Bovendien schrijft Horne leuke liedjes met vinnige hooks en stijlrijke riffs. Ook aan variatie geen gebrek, want Lachlan draagt heel wat muzikale bagage met zich mee en smeedt met gemak bluesrock, hardrock en funk om tot een eendrachtig geheel. Horne is niet voor niets één van de rijzende sterren als het erop aankomt om feilloos vingervlug gitaar te spelen. Toch mist ‘The Horne Supremacy’ dat tikkeltje extra. Met aardige nummers alleen lukt het niet. Ondanks fijn gesoleer missen bijvoorbeeld ‘Time Telling Me’ en ‘Stand Up’ de fut van sterke songs als het ‘Fight For Rights’, ‘Suffer The Same’ en ‘Be Like You’. Met de twee instrumentale stukken ‘Turbulance’ en het akoestische ‘Our Star’ doorbreekt Horne het (zang)patroon en tegelijk bieden ze hem de mogelijkheid om zijn virtuositeit nog eens extra in de verf te zetten. Spijtig dat die positieve noot niet wordt doorgezet op het wat melige en langdradige ‘Good To Be Alive’. Om echt zijn stempel te drukken zal Lachlan Horne nog wat moeten schaven aan zijn kwaliteiten als zanger en songsmid. Als gitarist is hij evenwel cum laude geslaagd.

KMFDM


KMFDM
‘WTF?!’
KMFDM Records/Dependent
KMFDM, opgericht in 1984, mag tot de industrial pioniers gerekend worden. Frontman Sascha Konietzko wou na  de release van hun laatste studio album ‘Blitz’ (2009) het 25-jarig bestaan van KMFDM op passende wijze vieren. Hun Wax Trax! catalogus (tien cd’s) werd opnieuw uitgebracht onder de naam KMFDM Classics plus nog een paar verzamelaars en een speciale set van drie dubbelalbums (‘Extra Vol. 1, 2 & 3) met materiaal van 12 inches en singles die niet in de Classics reeks zijn opgenomen. Een hele boterham en daar komt nu ook nog de nieuwe worp ‘WTF?!’ bij. Op ‘Blitz’ was al een retro beweging ingezet en zochten Sascha en co. opnieuw aansluiting bij hun Wax Trax! cyclus. Zeer handig als je al een hele tijd meedraait in de industrial subcultuur en zo maskeer je mogelijks het gebrek aan nieuwe invalshoeken. Op ‘WTF?!’ gaat men op dat elan verder en lonkt men naar oude medestanders. In ‘Lynchmob’ combineert Sascha de Ministry sound met die van ohGr. In ‘Vive La Mort’ komt Front Line Assembly langs en inspiratie voor het in het Italiaans gezongen ‘Panzerfaust’ vond men bij Pankow. KMFDM slaagt er wel in om een uitgekiende balans te vinden tussen metal gitaren en industrial, EBM en future pop elementen. Vooral als zangeres Lucia Cifarelli haar ding mag doen in ‘Take It Like A Man’, en in iets mindere mate ‘Dystopia’, ‘Spectre’ en ‘Amnesia’ komt het pop aspect aan de oppervlakte. Met ‘WTF?!’ laat KMFDM horen dat ze nog altijd meetellen in het industrial circuit en dat is na meer dan een kwarteeuw activiteit niet altijd vanzelfsprekend. 

Houston


Houston
Houston
V2 Records/Spinefarm Records
Door het succes in eigen land - met name Zweden - lieten de jonge honden van Houston de kans niet liggen die hen werd aangeboden door Spinefarm om via een re-release hun eind 2010 verschenen debuutplaat aan een ruimer publiek voor te stellen. Een opgekalefaterd hoesontwerp plus twee nieuwe, knappe nummers als bonus tracks moeten de verkoop mee aanzwengelen. Centrale figuren van Houston zijn drummer Freddie Allen en zanger Hampus Erix. Het tweetal legt een grote liefde aan de dag voor AOR en melodieuze, symfonische rock uit de jaren zeventig en tachtig. Wij twijfelen geenszins aan hun muzikale talent. Zowel instrumentaal als vocaal staat Houston zijn mannetje. Alleen klinkt het allemaal erg gedateerd. Hun songs roepen mooie herinneringen op aan vervlogen jaren waarin acts als Survivor, Journey, Boston, Foreigner en Styx hoge toppen scheerden. Vraag is of daar vandaag nood aan is. Blijkbaar wel gezien de hoge vlucht die hun debuut maakte in hun thuisland. Veel is te danken aan AOR producer Ricky Delin die uitstekende muzikanten zoals Tommy Denander, Tomas Vikström en Mats Olausson wist te strikken om het tweetal bij te staan in de studio. De twee mooi ogende Vikingzonen zullen menig meisjeshart op hol brengen met hun engelengezang, virtuoze gitaarsolo’s en stroperige toetspartijen. Ze zijn alvast goed op weg om ook het Verenigd Koninkrijk te veroveren. Ons konden ze slechts deels over de streep halen met fraaie songs als ‘Truth Slips’, ‘Misery’, ‘She’s A Mystery’ en ‘Chasing The Dream’. 

Glen Drover


Glen Drover
Metalusion
Magna Carta
De meeste metalheads kennen Glen Drover als gitarist van Megadeth en Eidolon. De zessnaren meester gaat nu voor eigen succes en doet dat op een zeer eigenzinnige manier. De richting die hij uit gaat zit al verscholen in de titel van zijn eerste soloplaat. Glen vermengt metal muziek met fusion of jazzrock. Naast vijf eigen nummers koos hij er voor om een eigen interpretatie te geven van composities van jazzrock en avant-garde sterren als Frank Zappa (The Mothers Of Invention), Al Di Meola (Return To Forever) en Jean-Luc Ponty (Frank Zappa, Return To Forever,  John McLaughlin Mahavishnu Orchestra en Stéphane Grappelli). De drie heren staan uiteraard ook bekend om hun talloze, onder eigen naam uitgebrachte albums. Naast Glen Drover zelf bestaat zijn band uit Jim Gilmour (Saga), Paul Yee en Chris Sutherland (Kim Mitchell Band, Saga). Special guests zijn Jeff Loomis, Fredrik Åkesson, Steve Smyth, Chris Poland en Vinnie Moore. Aan technische hoogstandjes geen gebrek. De flitsende gitaarriffs en capricieus gesoleer zijn niet te tellen. ‘Metalusion’ laat dan ook een overweldigende impressie na. Bovendien heeft Glen niet de gemakkelijkste weg gekozen. Frank Zappa en Al Di Meola kennen op het gebied van componeren hun gelijke niet en Jean-Luc Ponty is een viool virtuoos en uitstekend jazz componist. Het drietal hun oeuvre is overdonderend en het kiezen van songs lijkt me een aartsmoeilijke opdracht. Drover koos uiteindelijk voor werk uit de tweede helft van de jaren zeventig en toont eerbied voor de originele uitvoeringen. Alleen van Zappa’s ‘The Purple Lagoon’ wordt slecht een kort fragment gespeeld dat dan naadloos overgaat in afsluiter ‘Filthy Habits’. Je kunt stellen dat Glen Drover in de eerste plaats toch een metal gitarist blijft. Daarom is ‘Metalusion’ een tot de verbeelding sprekend schijfje dat eveneens de pure metal liefhebber zal aanspreken.

Defeater

Defeater
Empty Days & Sleepless Nights
Bridge Nine Records
Deze band uit Boston, Massachusetts wordt sinds zijn debuut ‘Travels’ en de daarop volgende ep ‘Lost Ground’ beschouwd als één van de toppers in de huidige hardcore scene. De groep bezit een rijke literaire kennis en achtergrond. Dit blijkt uit hun teksten en het prachtige cd–boekje dat het schijfje vergezeld. ‘Empty Days & Sleepless Nights’ verhaalt over een gezin dat zichzelf in de vernieling zuipt, gokt en spuit. De gezinsleden vechten op een aandoenlijke en wanhopige manier tegen die verschillende vormen van verslaving en de onvermijdelijke dood die hen wacht. De plaat is opgedeeld in een puur hardcore luik en een tweede part bestaat uit vier akoestische nummers. ‘Empty Days’ is hardcore op zijn best. Snoeihard, schreeuwerig, bijtend en eigentijds. Het contrast met ‘Sleepless Nights ‘ is des te groter. Dat laatste doet echter geen afbreuk aan het geheel. Integendeel, het zorgt na al die niet aflatende salvo’s aan decibels voor een mooi rustpunt met ‘Headstone’ als ingetogen slot. 

Cloon

Cloon
Mostly Harmless
Dying Giraffe/Munich Records
Begonnen als instrumentaal trio kwam in de loop van 2004 zanger en tekstschrijver Tom Claus de rangen versterken. Tom bleek over een bijzondere, flexibele stem te beschikken met een ruim toonbereik. Denk aan een kruising tussen Don Van Vliet, alias Captain Beefheart, Mike Patton (Faith No More, Mr. Bungle, Fantômas, Tomahawk, Peeping Tom) en Les Claypool (Primus). Muzikaal is Cloon in diezelfde richting actief. Daar mag je ook nog System Of A Down, Tool en Frank Zappa als invloedsferen aan toevoegen. Cloon klinkt avontuurlijk, chaotisch, rauw, spannend en soms wat geschift. Dat maakt hun muziek wat minder toegankelijk dan wat je van een ‘gewone’ rockband zou verwachten. Zo gaat opener ‘Bananas’ al redelijk buitenissig ‘over the top’ net als de titelsong en ‘Beep Beep’ . ‘Halftooth’ maakt daarentegen een erg solide indruk. In dezelfde categorie horen ‘The Itch’, ‘Elohim’, ‘The Doll’ en het geweldige ‘Your Lungs, My Air’ thuis. De overige tracks vallen naar mijn gevoel tussen twee stoelen en daar zal de drang om de grenzen van bepaalde muziekstijlen te willen overstijgen wel voor iets tussen zitten. De bedoelingen zijn goed, de technische bagage hebben ze ook en toch klinkt het eerder grotesk dan gevat. Op ‘Mostly Harmless’ heeft Cloon een paar ijzers in het vuur en er gaat meer dreiging uit dan je op het eerste gehoor zou verwachten. Toch maar in de gaten houden.

Boris

Boris
Heavy Rocks
Attention Please
Sargent House
In 2002 bracht het Japanse trio Boris met ‘Heavy Rocks’ een vierde plaat uit. Inmiddels zijn ze toe aan studio albums nummer zestien en zeventien. Door de jaren heen verwierf de groep zich ook een fervente en trouwe cult aanhang zowel in thuisland Japan als de rest van de wereld. Van de dubbele release op 24 mei heeft één van de langspelers dezelfde titel en een dito hoesontwerp als die eerste editie van ‘Heavy Rocks’. Met dit gegeven en de intentie van Boris om de term ‘heavy music’ verder uit te diepen en te verfijnen houdt elke vergelijking op. Boris is altijd trouw gebleven aan zijn concept om innovatief om te gaan met verschillende subgenres en er een eigenzinnige invulling aan te geven. Met ‘Heavy Rocks’ anno 2011 is dat eveneens het geval. Psychedelische rock, shoegaze, thrash, heavy metal, stoner, doom, in één of andere vorm zit het verweven in de tien nummers van ‘Heavy Rocks’. Elke compositie bevat één of meerdere van die eigenschappen en dat geeft ze een soms complexe, doch unieke groove. Onze favoriete nummers zijn ‘GALAXIANS’, ‘Jackson Head’, ‘Window Shopping’, ‘Aileron’ en ‘Czechoslovakia’. En al hebben ze de titel al eens gebruikt, het is een cd die zijn naam niet heeft gestolen.
Als equivalent en om voor wat tegengewicht te zorgen brengt Boris dezelfde dag ‘Attention Please’ uit. Ook dit schijfje telt tien composities, maar voor de rest zijn ze in niets met elkaar te vergelijken. ‘Attention Please’ laat een heel andere Boris horen. Voor het eerst zingt gitarist Wata alle nummers in. Haar ijle, stilistische, breekbare, soms fluisterende zang is sfeerbepalend. De songs zijn heel wat meer experimenteel en gewaagder dan de composities op ‘Heavy Rocks’. ‘Party Boy’ drijft op een repetitieve basdreun en wat vreemde electro kronkels. ‘See You Next Week’ is een zweverige drone/industrial melodie. In ‘Tokyo Wonder Land’ is het storende element een stormachtige vorm van feedback. ‘You’ is dan weer een minimalistisch ambient getint kleinood. Alleen in ‘Hope’ en ‘Spoon’ trekt het trio nog eens alle registers open en overheersen de gitaar riffs. Meerdere titels van zowel ‘Heavy Rocks’ als ‘Attention Please’ vind je ook terug op de enkel voor de Japanse markt bestemde release ‘New Album’ die eerder dit jaar werd uitgebracht en beide hebben ‘Aileron’, zij het in een totaal andere vorm in de tracklist staan. Boris bewijst met het uitbrengen van twee albums tegelijk dat ze nog steeds een hoge mate aan creativiteit aan de dag leggen en hun muzikale ontwikkeling zich steeds verder doorzet. Het is leuk voor de luisteraar om met een groep om te gaan die zichzelf in vraag blijft stellen. Zo krijg je regelmatig nieuw materiaal op je bord waar tussen delicatessen zitten om duimen en vingers af te likken. Op beide langspelers is er voor elk wat wils al gaat mijn voorkeur uit naar het meer op metal afgestemde ‘Heavy Rocks’.